Intellectuelen met een korte broek

door lievendebrouwere

  

Onlangs las ik ergens de zin: ‘onze intellectuelen hebben een korte broek aan’. Wat daar precies mee bedoeld werd weet ik niet, maar het deed me denken aan de tijd toen ik zelf nog in korte broek rondliep. Dat is héél lang geleden, want vandaag dragen zelfs kleine kinderen geen korte broek meer. Je zou daar een beeld kunnen in zien van het al te vroege volwassen worden van moderne kinderen. Ze krijgen nauwelijks nog de kans om buiten te spelen en zich vuil te maken. Men wil er zo vlug mogelijk kleine (en propere) intellectuelen van maken. Vooral de 2de zevenjaarsperiode schiet daarbij in. Dat is niet alleen de periode van het buiten spelen met andere kinderen, het is volgens de steinerpedagogie ook de periode dat kinderen in contact moeten komen met schoonheid. In de eerste 7 levensjaren leren ze de goedheid kennen, en in de derde 7-jaarsperiode gaan ze aan de slag met de waarheid. Dat is de normale volgorde: eerst goedheid (religie), dan schoonheid (kunst) en vervolgens waarheid (wetenschap).

Een scholier kwam me ooit om hulp vragen voor, meen ik, het vak Frans. Ze moest een dik boek bespreken en ze zag er geen gat aan. Nadat ik een paar bladzijden in dat boek had gelezen, adviseerde ik haar om naar de juf te gaan en haar – namens mij – te zeggen dat dit geen opgave was voor een humaniora-leerling. Ik herinnerde me dat soort opgaven namelijk maar al te goed uit mijn eigen studententijd. Het was universitaire kost en de juf had die – uit luiheid? – gewoon overgeplaatst naar haar eigen klas. Gelukkig zag ze dat in en gaf haar leerlinge een meer aangepaste taak. Ik realiseerde me toen voor het eerst in welke mate de volwassen wereld zich opdringt aan de kinderwereld: de universiteit dringt de middelbare school binnen, de middelbare school dringt de lagere school binnen, de lagere school dringt de kindertijd binnen, en je zou zelfs kunnen zeggen dat de kindertijd de voorgeboortelijke wereld binnendringt (en zo kleine autisten vormt). 

De kindertijd wordt teruggedrongen door de volwassenheid, maar dat blijft niet zonder gevolgen voor die volwassenheid. Die wordt namelijk ‘geïnfecteerd’ door de kindertijd waaraan ze zich vergrijpt en dat levert intellectuelen-met-een-korte-broek op, dat wil zeggen: intellectuelen die zich gedragen zoals jongens van 7 tot 14 jaar oud. En wat doen dergelijke jongens? Of wat deden ze in de tijd toen ze nog een korte broek droegen? Ze spelen cowboy en indiaantje. En dat is precies wat de moderne intellectuelen ook doen. Alleen heten de cowboys nu ‘de linksen’ en de indianen ‘de rechtsen’. De namen zijn veranderd, het principe is hetzelfde gebleven: de ‘goeden’ bevechten de ‘slechten’. Maar terwijl spelende kinderen heel goed weten dat hun gevecht niet echt is (ook al resulteert het soms in builen, bloedneuzen en blauwe ogen), weten de intellectuelen-in-korte-broek dat niet. Ze missen de verbeeldingskracht van het kind en denken dat de strijd tegen de ‘slechte indianen’ werkelijk moet gewonnen worden. 

Zo blijven de intellectuelen-met-een-korte-broek dezer dagen inhakken op Bart De Wever, want Bart De Wever is de indiaan van dienst. Dat zal hij ook blijven, want in het volwassen indianenverhaal worden de grenzen een stuk scherper getrokken dan in de boeken van Karl May. Old Shatterhand zou vandaag nooit de bloedsbroeder kunnen worden van Winnetou. Stel je voor: Yves Desmet die de hand reikt aan Bart De Wever! Zelfs in deze kersttijd, nu iedereen de mond vol heeft van vrede en verdraagzaamheid, willen de good guys niets te maken hebben met de bad guys. Iedere linkse cowboy die gemene zaak zou maken met een indiaan van rechts, wordt meteen ‘gelyncht’. Onder geen beding mag de grens tussen (linkse) beschaving en (rechtse) barbarij overschreden worden. Nee, de weggedrukte kindertijd verdwijnt geenszins. Hij dringt ongemerkt de wereld van de volwassenen binnen, vermengt er zich mee en maakt hem tot een kinderachtige wereld, een wereld van intellectuelen met een korte broek. 

Advertenties