Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: december, 2015

Onfatsoenlijk links

  

In Leipzig vond gisteren een betoging plaats van neonazi’s. Er kwam slechts een paar honderd man opdagen, veel minder dan de aangekondigde 600. Zij vormden dan ook geen probleem. Dat kon echter niet gezegd worden van de linkse tegenbetogers. Die maakten er een waar slagveld van. Talloze auto’s werden in brand gestoken en niet minder dan 69 politieagenten raakten gewond. De burgemeester sprak van ‘straatterreur’. Uiteraard hadden deze gewelddadige extremisten niets, maar dan ook niets te maken met links, want dat staat, zoals iedereen weet, voor vrede en liefde. 

Advertenties

Juicht, volkeren der aarde!

  

Onze leiders hebben de planeet gered! Hip, hip, hoera! En dat we nog lang mogen leven! 

La vie d’artiste

  

Dit is Girl with Duck van Michaël Borremans, het duurste Belgische schilderij ooit. In oktober werd het bij Sotheby’s in Londen geveild voor 2,7 miljoen euro. Da’s natuurlijk een peulschil vergeleken bij Liggend Naakt van Amadeo Modigliani dat onlangs over de toonbank ging voor zo’n 150 miljoen euro, dubbel zoveel dus als wat Manchester City betaalde voor Kevin De Bruyne! Pittig detail: Borremans zelf verdiende aan zijn Meisje-met-eend 12.500 euro ofte ongeveer een halve procent van het verkoopbedrag. 

Het lijden van Zwarte Piet

   

Op de website van KifKif, één van de vele organisaties die ons ervan willen overtuigen dat we onverbeterlijke racisten zijn, lees ik een artikel waarin een zwarte moslim, Mohamed Barrie, uitvoerig beschrijft hoe ‘enorm kwetsend’ Zwarte Piet voor hem is en hoe ‘door en door racistisch’ de knecht van Sinterklaas is. Na lectuur van dit doorleefde – en slecht geschreven – stuk proza denk ik: daar hebben we het kolonialisme weer! En daarmee bedoel ik niet het kolonialisme uit het verleden, maar het hedendaagse kolonialisme, het kolonialisme van migranten die ons komen vertellen dat we dringend onze barbaarse gewoonten moeten veranderen als we voor beschaafde mensen willen doorgaan. Mohamed Barrie is een grootmoedige kolonialist: hij begrijpt dat het ons moeilijk valt om afstand te doen van Zwarte Piet, want wie als kind is opgegroeid met racistische beelden voelt zich daar emotioneel mee verbonden. Hij neemt ons dan ook niets kwalijk, maar we moeten inzien dat Zwarte Piet bijzonder kwetsend is voor anderen, en als we met die anderen willen samenleven, dan zullen we daar rekening moeten mee houden. 

Zoals vrijwel altijd wanneer ik teksten van moslims lees, klinkt er een ondertoon van dreiging mee. Ook hier weer lees ik tussen de regels de boodschap: vandaag zijn we nog begrijpend en redelijk, maar dat zal niet blijven duren wanneer jullie niet willen luisteren! Was dat destijds ook niet de houding van de blanke kolonialist? Hij kwam als vriend van de arme negertjes om hen de beschaving bij te brengen, en als die arme negertjes braaf luisterden, zou alles in de beste verstandhouding verlopen. Als de negertjes echter stout waren en verzet boden tegen de beschaving, tja dan zou hij andere middelen moeten gebruiken. Mohamed Barrie gedraagt zich vandaag op dezelfde manier als de blanke kolonialist, en wij gedragen ons als ‘arme negertjes’. Of kunnen die rollen niet omgedraaid worden? Is de blanke per definitie een kolonialist en is de zwarte Afrikaan voor eeuwig en altijd zijn slachtoffer? Nee, natuurlijk niet. Als iemand praat zoals een kolonialist en als hij zich gedraagt zoals een kolonialist dan is hij hoogstwaarschijnlijk een kolonialist, welke kleur hij ook heeft.

De blanke kolonialisten beschouwden zichzelf niet als rovers die de rijkdom van Afrika kwamen stelen. Ze zagen zichzelf als missionarissen die de beschaving aan de ‘wilden’ kwamen brengen. Ook Mohamed Barrie zal zichzelf wel niet beschouwen als iemand die naar Europa komt om er te profiteren van de rijkdom. Nee, hij komt de Vlamingen de multiculturele beschaving bijbrengen. Hij is een man met een missie: hij wil het barbaarse gebruik van Zwarte Piet uitroeien. Als student Sociaal Werk loopt hij stage in wat hij ‘het rurale Vlaanderen’ noemt, en de Vlaamse wildernis jaagt hem angst aan, want als Sinterklaas verschijnt, wijzen sommige kinderen naar hem en zeggen: hé kijk, Zwarte Piet! Dat kwetst hem heel diep. Hij spreekt er de kinderen en hun ouders dan ook op aan: ‘ik wil geen Zwarte Piet genoemd worden, ik wil ook geen meester genoemd worden, ik ben Mohamed.’ Wanneer de inboorlingen het hoofd buigen en zwijgen, voelt hij zich nog dieper gekwetst: ze vragen niet eens waarom hij dit ‘statement’ moet maken! En als een moeder hem enkele dagen later aanspreekt met de woorden: ‘het is Mohamed, zeker?’ voelt hij zich ten derde male gekwetst, want ze zegt daarbij niets over Zwarte Piet.

Het lijdt geen twijfel: het racistische Sinterklaas-ritueel kwetst Mohamed Barrie diep. Ook al verontschuldigen de moeders zich voor het gedrag van hun kinderen, ook al reageren de leerkrachten geschokt, ook al wordt de klas samengeroepen zodat Mohamed ze kan toespreken, het kan zijn lijden niet verlichten. Zolang een openlijk racistisch gebruik als Zwarte Piet blijft bestaan, zal Mohamed Barrie in angst en pijn leven. Hij neemt het ons niet kwalijk, echt niet, maar de feiten zijn wat ze zijn: door ons toedoen, moeten hij en talloze andere zwarte medemensen lijden. Mohammed beschrijft zijn angsten, zijn pijn en zijn verdriet met zoveel verve dat … je hem bijna zou geloven. Een volwassen man die ieder jaar weer een lijdensweg moet gaan omdat een paar kleine kinderen rond Sinterklaas denken dat hij Zwarte Piet is? Een jonge intellectueel die ouders en kinderen vermanend mag toespreken en zich gekwetst voelt als ze zich niet allemaal verontschuldigen? Een migrant die in Europa alle kansen krijgt om zich te ontwikkelen en in ruil daarvoor eist dat Europese gebruiken worden afgeschaft? Seriously? Dat is geen lijden, dat is verkapt kolonialisme!

We denken dat er maar één vorm van kolonialisme bestaat: het blanke, mannelijke kolonialisme dat met geweld onderdrukt. Maar vandaag leren we nog een andere vorm van kolonialisme kennen: het vrouwelijke, gekleurde kolonialisme dat het slachtoffer uithangt. We gaan er al te gemakkelijk vanuit dat macht uitoefenen een louter mannelijke aangelegenheid is. Maar je kunt ook op een vrouwelijke manier macht uitoefenen, namelijk door je gewillig te onderwerpen aan je onderdrukker. Dat gaat veel langzamer, maar het is des te effectiever. De truc met de kikker illustreert dat: gooi een kikker in kokend water en hij springt er weer uit, gooi hem in koud water dat je langzaam opwarmt en hij laat zich levend koken. Een vrouw die zich onderwerpt aan haar man en alles doet wat hij zegt, verwerft langzaam maar zeker macht over hem. Want hij raakt afhankelijk van haar diensten en na verloop van tijd kan hij niet meer zonder. Daar kan de vrouw gebruik van maken, ze kan hem manipuleren zonder dat hij het beseft. Als die vrouwelijke manier van macht uitoefenen ook nog eens gecombineerd wordt met de mannelijke manier, dat wil zeggen als het stiekeme manipuleren gepaard gaat met verholen dreigementen, dan wordt de machtsuitoefening … terreur. 

In het geval van Mohamed Barrie is het wellicht overdreven om te spreken van terrorisme. Maar het is niet omdat de (mannelijke) dreiging verborgen wordt onder (vrouwelijke) empathie, dat ze er niet is. Iemand die als jonge stagiair kinderen tot de orde roept omdat ze denken dat hij Zwarte Piet is, iemand die zich daarover beklaagt in de leraarskamer en iedereen duidelijk maakt hoe hij wenst aangesproken te worden, zo iemand gedraagt zich behoorlijk arrogant. Hij komt stage lopen op een school in ‘het rurale Vlaanderen’ en behandelt kinderen en ouders meteen als racisten wegens één kinderlijke opmerking. Daar moet je behoorlijk wat lef voor hebben. Mohamed Barrie oefent zijn macht op een tegelijk mannelijk-arrogante en vrouwelijk-sluwe manier uit. Hij overgiet zijn onbeschaamde eis – dat moet hier gedaan zijn met die Zwarte Piet! – met een saus van tranerig slachtofferschap: hoeveel vernederingen moet ik nog verduren in het land van de blanken! 

Nu kan ik moeilijk geloven dat deze glimlachende jongeman zo doortrapt is. Ik kan ook niet geloven dat alle moslim-intellectuelen zo doortrapt zijn. En toch spreken ze allemaal met ‘gespleten tong’: klagend en dreigend tegelijk. Allemaal gebruiken ze dezelfde ‘gemengde’ techniek: woede en tranen, agressie en slachtofferschap. Ze spreken als uit één mond omdat ze … niet zelf spreken. Ze komen uit landen en culturen die nog niet zo ‘vermannelijkt’ zijn als het moderne Europa en derhalve nog niet zoveel Ik-kracht ontwikkeld hebben. Met hun relatief ‘vrouwelijke’ aard spiegelen ze onbewust de politiek-correcte sfeer die ze in Europa aantreffen en maken er instinctief gebruik van om de plaatselijke bevolking te manipuleren. Ze beseffen niet dat ze zich bezondigen aan hetzelfde kolonialistische gedrag dat ze de Europeanen verwijten. Het komt niet in hen op dat ze zich gedragen als … Zwarte Piet. Want wat doet de knecht van Sinterklaas? Hij is de kindervriend die lekkers uitdeelt, maar tegelijk dreigt de ‘stoute kindertjes’ in zijn zak te steken. Is dat niet precies wat Mohamed Barrie doet? Hij is de vriendelijk zwarte man die de blanke kindertjes van alles komt leren, maar o wee als uit hun kindermond per ongeluk de waarheid komt en ze hem Zwarte Piet noemen! Dan haalt hij zijn roe boven … 

Als ik epistels lees van moslims als Mohamed Barrie dan kan ik me zelden van de indruk ontdoen dat het allemaal knip- en plakwerk is. Ze denken niet zelf, ze imiteren gewoon de gedachten van anderen. Maar die ‘anderen’ zijn wijzelf. De politieke correctheid is geen uitvinding van moslims of zwarten, het is een blank fenomeen. Het wordt veroorzaakt wordt door de ‘geboorte’ van de Ik-mens. Die geboorte splijt de moderne mens in twee. Ze maakt van hem een weerloos slachtoffer en een agressor tegelijk: hij is een ‘moeder’ die zware pijnen lijdt en met kracht haar kind uitstoot. De geboorte drijft ook een wig tussen de vader en de moeder. Terwijl de moeder door de hel gaat, kijkt de vader hulpeloos toe. Zij is het slachtoffer van wat hij 9 maanden geleden gedaan heeft. Is dat niet precies situatie waarin zwarten en blanken zich vandaag bevinden? De blanken hebben de zwarten destijds ‘bevrucht’ met de Europese beschaving en worden nu geconfronteerd met de gevolgen daarvan. De geboorte van hun ‘kind’ brengt hen samen in de Europese verloskamer …

De pijn die Mohamed Barrie beschrijft, is reëel: het is pijn van de geboorte van de vrije mens in hemzelf. Voor hem en de ‘vrouwelijk’ gebleven volkeren dezer aarde is dat een enorme drempeloverschrijding. In korte tijd moeten ze de eeuwen Ik-achterstand inhalen die ze hebben opgelopen tegenover de blanke volkeren. Dat kan niet anders dan buitengewoon pijnlijk zijn. Maar het wordt pijnlijk op een heel andere manier wanneer mensen als Mohamed Barrie hun ‘weeën’ gaan toeschrijven aan het racisme van de blanke volkeren. Ze gedragen zich dan als een vrouw die haar man de schuld geeft van de geboortepijnen de ze moet ondergaan. En ja, die man ligt inderdaad aan de basis van die pijn, want hij heeft zijn vrouw bevrucht. In het geval van zwart Afrika is die ‘bevruchting’ niet al te zachtzinnig verlopen, ze kan zelfs met recht een verkrachting worden genoemd. Maar de vraag die Mohamed Barrie moet beantwoorden is de volgende: was hij dan liever ‘onbevrucht’ gebleven? Was hij liever een naakte zwarte gebleven die met zijn speer op zoek gaat naar iets eetbaars? Als dat zo is, dan moet hij consequent zijn en terugkeren naar de Afrikaanse wildernis. Als hij echter de Europese beschaving accepteert, dan moet hij ophouden met klagen en op zijn tanden bijten. 

De Mohamed Barries dezer wereld staan voor de keuze: willen ze het ‘kind’ waarmee de blanke man hen heeft opgezadeld of willen ze het niet? Willen ze deel hebben aan de blanke beschaving of willen ze terugkeren naar hun hutje in de savanne? Het feit dat Barrie hier aan de universiteit studeert, toont duidelijk aan dat hij die keuze reeds gemaakt heeft. Maar hij gedraagt zich als een gespleten mens, wiens hoofd niet weet wat er in zijn buik gebeurt. Zijn keuze voor ‘het kind’ was een ‘vrouwelijke’, gevoelsmatige keuze. Hij moet er nu ook een ‘mannelijke’ bewuste keuze van maken. Hij moet leren inzien dat hij het kind dat de blanke beschaving in hem verwekt heeft, ook werkelijk wil en dat hij dus de geboorteweeën moet verdragen in plaats van de blanke de schuld te geven en het kind te gebruiken om macht over hem uit te oefenen. Zolang een vrouw zwanger is, mag ze zuchten en klagen zoveel ze wil, maar als de bevalling aanbreekt moet ze zich ‘vermannen’ en op de tanden bijten. Haar passieve rol verandert dan in een zeer actieve rol: ze moet het kind met evenveel kracht uit zich persen als de vader 9 maanden geleden zijn zaad uit zich perste. Dat is ook wat Mohamed Barrie moet doen: zich vermannen. In plaats van zich gekwetst te voelen door een paar kinderen die denken dat hij Zwarte Piet is, moet hij de pijn verbijten en aan zijn eigen ‘kind’ denken. 

Dit is het punt waarop wij, blanken, hem ter hulp kunnen komen: we kunnen hem herinneren aan het kind dat ter wereld wil komen. We kunnen hem beletten in de slachtofferrol te kruipen en de vader allerlei verwijten naar het hoofd te slingeren. Als ‘vader’ kunnen we hem op zijn verantwoordelijkheid als ‘moeder’ wijzen. Maar dat vereist van ons een drastische ommekeer. Momenteel gedragen we ons als de klassieke vader die in zwijm valt als hij geconfronteerd wordt met geboortegeweld. De niet-blanke volkeren zijn al een hele tijd ‘zwanger’: ze lijden onder hongersnood, armoede, natuurrampen, oorlog, enzovoort. We hebben geprobeerd hen te helpen, maar zonder veel succes. Nu de geboorte is aangebroken, beginnen ze opeens te schreeuwen van de pijn, ze komen massaal naar hier om hulp te vragen en ze gedragen zich daarbij onbeschoft: ze slingeren ons allerlei verwijten naar het hoofd alsof wij de oorzaak zijn van al hun ellende. We raken daardoor helemaal van onze melk en laten ons meesleuren door hun paniek. Zoals zij zich wentelen in slachtofferschap, zo wentelen wij ons in schuldgevoel: o mijn god, wat hebben wij deze mensen aangedaan! Zie, hoe verschrikkelijk ze lijden onder de gevolgen van wat we hen hebben aangedaan! 

Maar al die paniek, zowel van de kant van de ‘moeder’ als van de kant van de ‘vader’, helpt ons geen stap verder, wel integendeel: ze brengt moeder en kind in gevaar. Wat we nodig hebben is kalmte en bezonnenheid, en die kunnen alleen voortkomen uit inzicht in het hele geboorteproces. We moeten leren inzien dat het lijden van de ‘vrouwelijke’ volkeren onvermijdelijk is: geen geboorte zonder pijn. Dat is niet eenvoudig: zien lijden is soms zwaarder dan zelf lijden, want het vervult ons met een ondraaglijk gevoel van onmacht dat ons doet vluchten in allerlei ondoordachte ‘hulpmaatregelen’ die alleen maar dienen om onze eigen pijn te verlichten. De huidige klimaatmaatregelen illustreren dat. De hele aarde – waar wij als mens deel van uitmaken – is in barensnood. De klimaatveranderingen zijn de veranderingen die een moeder ondergaat wanneer ze een kind ter wereld moet brengen. Dat kind is de vrije mens en het is een uitdrukking van ons materialisme als we denken dat de natuur niets met die geboorte te maken heeft. De natuur is ons aller moeder, niet in figuurlijke maar in letterlijke zin. Zij is de ‘vrouw’ die in barensnood is en die ‘zweet’ als gevolg van de arbeid die ze moet leveren om haar kind ter wereld te brengen.

Het helpt ons om niet te panikeren als we op een niet-materialistische manier tegen de ‘geboortesymptomen’ aankijken. Het overwinnen van die paniek is de voorwaarde om de panikerende ‘moeder’ te helpen, want we kunnen als ‘vader’ niks voor haar doen als we ons laten meesleuren door haar paniek en haar pijn. Uitgerekend nu moeten we het hoofd koel houden, maar dan wel niet op onze klassiek-mannelijke manier. Want juist die onbewogen, wetenschappelijke manier belet ons om door te dringen tot het wezen van de (symptomatische) gebeurtenissen, tot de ‘geestelijke geboorte’ die momenteel plaatsvindt en de hele aarde in zijn ban houdt. We kunnen maar doorheen de uiterlijke symptomen kijken wanneer we ze op een empathische, kunstzinnige manier benaderen. We moeten dus ons hoofd koel houden, maar ons hart warm. En hier ligt het grote probleem: ons hart is niet bestand tegen het geweld van de geboorte. We zijn als klassieke ‘vaders’: heel stoer en mannelijk in ons hoofd, maar overgevoelig en vrouwelijk in ons hart. We vallen weliswaar niet meer in zwijm wanneer we de verloskamer betreden, maar innerlijk vallen we als het ware uiteen: ons hoofd vlucht naar luciferische hoogten (‘dit is de mooiste gebeurtenis uit mijn leven!’) en ons hart valt in ahrimanische diepten (het raakt in shock bij het zien van het bloederige schouwspel van de geboorte).

Geen enkele vrouw heeft iets aan zo’n ‘uiteengevallen’ man en dus bestaat de opgave van die ‘bange, blanke man’ erin om innerlijk weer één te worden, om hoofd en hart weer met elkaar te verenigen. Dat betekent dat zijn (mannelijke) hoofd zijn (vrouwelijke) hart ter hulp moet komen en het bevrijden uit zijn ahrimanische verlamming. Daarvoor moet het enerzijds de luciferische extase overwinnen waarin het weggevlucht is en waar het zich verlustigt aan allerlei schitterende idealen van gelijkheid en solidariteit en verdraagzaamheid. Anderzijds moet het de angst overwinnen voor de duistere diepten waarin het hart gekluisterd ligt. Om het antroposofisch uit te drukken: ons denken moet michaëlisch worden. Het moet niet alleen de verleidelijke luciferische draak overwinnen die het in de ban houdt van wereldvreemde, abstracte ideeën, het moet ook de strijd aanbinden met de dreigende ahrimanische draak die van het hart een steen maakt en het belet te kloppen. Het beeld van de moderne verloskamer maakt dat wat concreter: in de gynaecoloog herkennen we het (mannelijke) denken dat het instinctieve handelen overwonnen heeft en inzicht verworven heeft in het geboorteproces, in de vader herkennen we het gevoel dat verlamd is door het geboortegeweld en even machteloos is als de barende moeder.

De moeder heeft echter haar instincten die haar dwingen om te persen. De vader heeft alleen zijn … vrije wil. Het maakt eigenlijk nauwelijks wat uit of hij de bevalling bijwoont of niet. Het is meer een (luciferisch) ritueel dan wat anders, want als het geweld van de geboorte losbarst, raken zowel de moeder als de vader opgesloten in hun eigen wereld en is er geen contact meer tussen beide. Dat is op een ruimer plan ook wat er gebeurt tussen de mannelijk-blanke volkeren (de ‘vaders’) en de vrouwelijke-gekleurde volkeren (de ‘moeder’): als het geweld losbarst, plooien ze op zichzelf terug en raken opgesloten in hun eigen wereld. Hoe meer de verwijten van moslims, migranten en zwarten het karakter krijgen van terreur, des te minder is het Westen bereid zich in te leven in de pijn van deze volkeren. Het Westen is daar ook niet toe verplicht. Het zorgt op een mannelijk-fysieke manier voor deze mensen, zoals de gynaecoloog met zijn medische staf zorgt voor de barende moeder. Het doet met andere woorden zijn plicht. Maar ten aanzien van de geestelijke geboorte die vandaag plaatsvindt, is dat niet genoeg. Het is namelijk de vrije mens die geboren wil worden en die heeft niet genoeg aan een vader die zijn plicht vervult door braafjes naast zijn vrouw in de bevallingskamer te gaan zitten en haar hand vast te houden. 

Het kind dat geboren wil worden heeft een vader nodig die zich uit vrije wil met de barende vrouw verbindt, niet alleen uiterlijk (mannelijk, wetenschappelijk, klinisch) maar ook innerlijk (vrouwelijk, kunstzinnig, empathisch). Dat kind – de vrije mens – kan niet geboren worden als de moderne, blanke mens zich niet vrijwillig inleeft in de lijdende, gekleurde mens. Die blanke mens staat als een Parsifal voor een lijdende Visserkoning. Van hem wordt verwacht dat hij de ‘verlossende’ vraag stelt naar het lijden van de koning. Om die vraag te kunnen stellen moet hij echter zijn plichtsbesef overwinnen dat zegt dat hij zijn mond moet houden. We herkennen dat plichtsbesef, die ridderlijke etiquette, vandaag maar al te goed in de politieke correctheid die de lijdende moslimwereld vol eerbied benadert als was het een koning die onder geen beding beledigd mag worden door vragen als: wat scheelt er toch met jullie moslims? En we herkennen de lijdende koning zonder moeite in Mohamed Barrie die zich diep beledigd voelt als een kind iets oneerbiedigs zegt en zijn ouders en leerkrachten zich niet uitvoerig verontschuldigen. Al die ‘koningen‘ kunnen pas verlossing vinden als de blanke ‘herders‘ – die dwaze Parsifals – hun (mannelijke) plichtsgevoel overwinnen en uit (vrouwelijke) empathie de vraag stellen naar de oorzaak van hun lijden. En die vraag is tegelijk de vraag naar het ‘kind’ dat geboren wil worden, want dat kind – de vrije mens – is de werkelijke ‘oorzaak’ van het lijden.

Het is altijd lichtjes verbijsterend om te zien hoe arme, onontwikkelde moslims die naar Europa komen om hulp te zoeken, zich gedragen als trotse koningen die gehoorzaamd willen worden. En het is nog verbijsterender om te zien hoe rijke en zelfbewuste Westerlingen schuldbewust het hoofd buigen als die koningen niet tevreden zijn over hun diensten en hen de grofste verwijten naar het hoofd slingeren. Dat volstrekt irrationele gedrag kan alleen begrepen worden als we doordringen tot de sfeer van de oerbeelden, en dan vooral tot dat ene, centrale oerbeeld: de geboorte van de vrije mens. Pas vanuit dit oerbeeld kunnen we begrijpen wat er aan de hand is en hoe we moeten handelen. In het geval van Mohamed Barrie betekent dat dat we zijn ‘lijden’ ernstig moeten nemen. Maar wat we niet ernstig moeten nemen is de manier waarop hij het verklaart, want dat is onze, politiek-correcte manier. Hij weet evenmin waarom Zwarte Piet hem zo kwetst als wij dat weten – tenzij we doordringen tot de oorzaak van zijn lijden. En dat is niet het schoolkind dat zegt: hé kijk, Zwarte Piet! Het is het kind-in-ons, het kind dat we allemaal gemeen hebben, het kind van de ‘blanke vader’ en de ‘gekleurde moeder’. 

Vrijheid van godsdienst

  

Er zijn mensen die, in hun goed bedoelde naïviteit wellicht, vóór de vrijheid van godsdienst zijn. Maar ze zijn tegen kruisbeelden, boerka’s, hoofddoeken in scholen en lokettenzalen, en tegen het publiekelijk stenigen van overspelige vrouwen. Tja, dat is niet erg consequent natuurlijk. Ben je voor de vrijheid van godsdienst, dan moet je ook godsdienstbeleving en godsdienstuiting toestaan. In het vermelde geval van de steniging zou een hartstochtelijke legalist kunnen aanhalen dat met die praktijk de wet wordt overtreden, toch indien de pitchers goed kunnen mikken. Maar, helaas beste vriend: de grondwet staat boven de wet. Vrijheid van godsdienst is ook vrijheid van radicale godsdienst. 

(Koen Meulenaere)

An inconvenient truth

  

Een vinger is verstandiger dan de mens waar hij deel van uitmaakt, want hij beeldt zich niet in iets te zijn zonder het hele menselijke organisme. De mens echter geeft zich voortdurend over aan illusies. Hij gelooft bijvoorbeeld afgezonderd te zijn van de aarde doordat hij in een huid zit. De oorzaak van deze illusie is dat de mens kan rondwandelen en de vinger niet. Ten opzichte van de aarde verkeren we in dezelfde situatie als de vinger ten opzichte van het lichaam.

Een wetenschap, die gelooft dat onze aarde een gloeiende bol is met daaromheen een harde schaal waarop mensen rondwandelen, is niet beter dan een wetenschap die zou geloven dat de mens niet meer is dan een zak met beenderen. Want wat we zien van de aarde komt overeen met het skelet van de mens. De rest van de aarde is bovenzinnelijk van natuur. Wat rode en witte bloedlichaampjes zijn voor de mens, dat zijn de mensen voor het aarde-organisme. Afzonderlijk stellen wij dus niets voor. Wij zijn pas volledig naarmate we ons inleven in de aarde, de aarde waarvan wij nu slechts het skelet zien. 

Wanneer er ergens in ons lichaam een ontsteking optreedt, wordt het hele lichaam koortsig. Vertalen we dit naar de aarde, dan kunnen we zeggen dat de hele aarde ziek wordt als er ergens een immorele daad wordt begaan. Pleegt iemand bijvoorbeeld een diefstal, dan wordt de hele aarde koortsig. En dat is niet slechts een vergelijking. Als de afzonderlijke mens iets immoreels doet, dan lijdt de hele aarde schade. Dat is een zeer eenvoudige gedachte, maar voor mensen moeilijk te bevatten. Dergelijke inzichten zouden niet enkel als kennis moeten worden opgenomen, ze zouden ze al in het kinderlijke gemoed moeten gegoten worden. Dat zou een enorme morele impuls betekenen.

(Rudolf Steiner – GA 127 – Bielefeld, 6 maart 1911)

De kloof tussen kunst en wetenschap

  

Voor het eerst na vele eeuwen werd met een dergelijke (antroposofische) werkwijze de mogelijkheid geopend voor een samenstromen van alle krachten die op de gebieden van kunst, wetenschap en religie werkzaam zijn. Een, sinds de laatste eeuwen steeds verder gaande, splitsing van deze drie gebieden kon hierdoor worden overwonnen. Daartoe is echter vóór alles een grondige afrekening nodig met de begrippen die vanuit het verleden in onze tijd bewaard zijn gebleven. In onze huidige cultuur spreekt men nu eenmaal steeds van de tegenstelling tussen kunst en wetenschap. Tegenover elkaar staan de kunstenaar en de wetenschapper. Beide hebben hun eigen manier om de problemen te zien en te verwerken. De tegenstelling wordt wederzijds geaccepteerd met de stilzwijgende erkenning van de bestaande kloof. Dat is bij een geesteswetenschap zoals Rudolf Steiner die bedoelde, voor de toekomst niet meer mogelijk. Een werkelijk verdere ontwikkeling zal pas ontstaan wanneer men tot een nieuw begrip komt van de uit de geesteswetenschap levende, werkende, scheppende mens, die door zijn uiterlijke beroep weliswaar meer in de ene dan in de andere richting zal worden gedreven, maar die dat beroep juist een nieuwe zin geeft doordat het voor hem niet onder wetenschap of kunst valt, maar pas inhoud en vorm krijgt vanuit het algemeen geesteswetenschappelijke. De geestzoekende, de uit de geest levende mens, valt niet meer onder een bepaalde categorie. Door hem ‘kunstenaar’ of ‘wetenschapper’ te noemen, bindt men hem aan het verleden vast. Dit probleem wordt hier slechts aangeroerd omdat betrekkelijk spoedig na Rudolf Steiners heengaan in de vereniging een tendens is opgekomen om de oude tegenstelling weer te accentueren. 

(Willem Zeylmans van Emmichoven, Ontwikkeling en Geestesstrijd 1923 – 1935) 

Een artistieke peepshow

   

‘Na 500 jaar is het mysterie van de Mona Lisa ontsluierd’, schrijft kunsthistoricus Andrew GrahamDixon. Tien jaar lang onderzocht de Franse wetenschapper Pascal Cotte het eeuwenoude schilderij met een moderne lichttechnologie. Daardoor kon hij naar eigen zeggen één tot twee geheime beeltenissen achter de vrouw met de geheimzinnige glimlach onderscheiden. Maar niet iedereen is overtuigd. Da Vinci-kenner Michael Kwakkelstein (!) heeft zo zijn twijfels. Ook het Louvre wil voorlopig enkel kwijt dat het niet betrokken was bij het onderzoek. Volgens kunsthistoricus Andrew Graham-Dixon – maker van de documentaire die morgen bij de BBC te zien is – is er echter geen twijfel mogelijk. Hij noemt de ontdekking nu al de ‘Art Story of the Century’. 

Dit krantenbericht illustreert mijn inziens het failliet van de moderne kunstwetenschap. En indirect ook dat van de moderne natuurwetenschap. Want allebei zoeken ze het antwoord op hun vragen achter de zichtbare werkelijkheid. Maar daar is, zeker voor de kunstwetenschap, niks interessants te vinden. Wat maakt het nu in godsnaam uit wat er onder de Mona Lisa verborgen zit! Al was het De Vinci’s onderbroek! In de kunst gaat het om wat zichtbaar is, niet om wat je niet kunt zien. Niemand vraagt zich toch af wat er binnenin Michelangelo’s David zit? Kunst heeft helemaal geen binnenkant, althans geen materiële binnenkant. De binnenkant van een kunstwerk is wat de kijker eraan beleeft. 

Het feit dat kunsthistoricus Andrew Graham-Dixon de ‘ontdekking’ van Paul Cotte ‘het verhaal van de eeuw’ noemt, verraadt de innerlijke leegte van deze man. Wie werkelijk iets beleeft aan de Mona Lisa vindt zo’n ‘ontdekking’ volslagen oninteressant. Het hele geval getuigt van de schrijnende innerlijke armoede van de moderne mens. Ik weet trouwens niet wat ik het ergste vind: het feit dat kunsthistorici niks meer beleven aan kunstwerken of het feit dat ze kunstwerken blootstellen aan allerlei onzinnige onderzoeken en experimenten. Maar het een is natuurlijk nauw verbonden met het ander. Waar je niet van houdt, daar draag je ook geen zorg voor. 

Fatsoenlijk rechts

  

  

In Frankrijk heeft het Front National de verkiezingen gewonnen en dat noopte De Morgen tot de vraag: ‘Welk antwoord heeft fatsoenlijk rechts?’ Met ‘fatsoenlijk rechts’ wordt de partij van oud-president Sarkozy bedoeld, ter onderscheiding van de ‘onfatsoenlijk rechtse’ partij van Marine Le Pen. Uiteraard wordt over linkse partijen nooit in deze bewoordingen gesproken. Is de regerende partij van president Hollande ‘fatsoenlijk links’ of is de PvdA in eigen land ‘onfatsoenlijk links’? Nooit zal men die begrippen in de een krant zien opduiken, in geen enkele. Daaruit kan men ondubbelzinnig de gevolgtrekking maken dat de media links zijn. Links wordt immers als vanzelfsprekend beschouwd als fatsoenlijk. Zelfs extreem-links wordt nooit als onfatsoenlijk betiteld. Nee, rond links hangt een aureool van fatsoen: dit zijn de mensen die het hart op de rechte (dat wil zeggen linkse) plaats hebben. Rechts daarentegen bestaat uit onfatsoenlijke mensen, mensen met slechte bedoelingen. Dat hoeft niet meer gezegd te worden, dat spreekt vanzelf.

Het komt mij voor dat juist deze vanzelfsprekendheden een groot gevaar vormen. Ze kunnen namelijk niet meer in vraag worden gesteld, juist omdat ze vanzelfsprekend zijn geworden. En dat is paradoxaal, want de postmodernistische mentaliteit die vandaag regeert, is groot geworden door alle vanzelfsprekendheden in twijfel te trekken. De waarheid bijvoorbeeld bestaat volgens de postmodernisten niet: alles is relatief. Dat ze daarmee een … waarheid poneren, ontgaat hen blijkbaar. De waarheid kán eenvoudig niet ontkend worden, want dan houdt ook de ontkenning op waar te zijn. Wat postmodernisten doen, is dus niet de waarheid ontkennen maar ze vervangen door een andere waarheid, een zelfvernietigende waarheid: de waarheid dat de waarheid niet bestaat …

Dat links als vanzelfsprekend fatsoenlijk is (en rechts als vanzelfsprekend onfatsoenlijk) is zo’n zelfvernietigende ‘waarheid’. Want het is allesbehalve fatsoenlijk om jezelf fatsoenlijk te noemen en andersdenkenden onfatsoenlijk. Het is zelfs buitengewoon onfatsoenlijk om dat ook nog eens als vanzelfsprekend voor te stellen. Het is alsof je zegt: natúúrlijk bestaat de wereld uit fatsoenlijke en onfatsoenlijke mensen, en natúúrlijk behoor ik tot de fatsoenlijke mensen, dat spreekt toch vanzelf! Juist omdat links dit als vanzelfsprekend beschouwt, wordt het nooit uitgesproken. Maar het blijkt uit tal van zaken, zoals de uitdrukking ‘fatsoenlijk rechts’. Op het eerste gezicht lijkt dat een onschuldige uitdrukking, maar ze verbergt een onwaarschijnlijk racistische mentaliteit, een mentaliteit die de wereld indeelt in fatsoenlijke en onfatsoenlijke, moreel superieure en moreel inferieure mensen, Ubermenschen en Untermenschen zeg maar. 

Het beste bewijs van deze mentaliteit is de voortdurende projectie ervan op anderen: links ziet overal racisme en reageert daar furieus op. ‘Er waart een monster door Europa, het monster van het racisme!’ Was het niet Karel De Gucht, een zeer fatsoenlijk burger, die deze groteske zin ooit uitsprak? Het misleidende ervan is natuurlijk dat hij gelijk heeft. Er wáárt inderdaad een racistisch monster door Europa: het spreekt door de mond van mensen als Karel De Gucht, mensen die behept zijn met een ‘monsterlijk’ superioriteitsgevoel waarvan ze zich totaal niet bewust zijn. Want dat zich grenzeloos superieur wanende monster verbergt zich achter vanzelfsprekendheden, achter overtuigingen die niemand nog in twijfel trekt, die niemand nog in twijfel dúrft te trekken. Wie De Gucht een beetje kent, kan zich levendig voorstellen hoe hij zou reageren als je hem van monsterlijk racisme zou betichten. En De Gucht is geen alleenstaand geval, wel integendeel. Mensen zoals hij zijn … vanzelfsprekend geworden. Hij is niet eens links. Maar links is dan ook vanzelfsprekend geworden. 

Het lijkt me van het grootste belang om dit soort vanzelfsprekendheden te doorprikken, want ze oefenen een magische, bewustzijnsverlammende werking uit. Wie durft zich vandaag nog rechts te noemen? Het klinkt als een zelfbeschuldiging: ik ben onfatsoenlijk, ik ben een slecht mens! Nochtans ligt dat veel dichter bij de waarheid dan de zelfverafgoding van links. Zei Rudolf Steiner niet dat er honderd keer meer haat dan liefde is in de ziel van de moderne mens? Welaan dan. De (luciferische) zelfverafgoding van links is niets anders dan de keerzijde van zijn (ahrimanische) haat. Links toont zijn luciferische gezicht maar verbergt zijn ahrimanische achterkant door hem op rechts te projecteren. Beide horen echter samen en zo moeten ze ook gezien worden. Wie spreekt over links zou tegelijk ook moeten spreken over de rechtse achterkant ervan (en omgekeerd). Dat zou … vanzelfsprekend moeten zijn.

De vervrouwelijking van de wereld

  

In 2000 verloor Christiane Ebrahimian haar job in het ziekenhuis van Nanterre omdat ze weigerde haar hoofddoek af te doen tijdens het werk. Vandaag, 15 jaar later, heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beslist dat haar ontslag niet in strijd was met de mensenrechten. Dat vonnis roept een aantal vragen op. Ten eerste: waarom moest het 15 jaar duren voor er uitspraak werd gedaan in deze zaak? Ten tweede: waarom moet er telkens weer opnieuw uitspraak worden gedaan over de hoofddoek? En ten derde: waarom worden die klagende moslima’s niet gestraft voor het misbruiken van het gerecht? Want het was al de zoveelste keer dat het Europees Hof uitspraak deed over de hoofddoek. Telkens weer stelt het de moslima’s in het ongelijk, en telkens weer dienen ze klacht in. Qua ‘minachting voor het hof’ kan dat tellen. 

Maar het EHRM laat begaan, het blijft al die hoofddoekklachten onderzoeken, alsof het de moslima’s aanmoedigt om het vooral te blijven proberen. En dat zullen ze ongetwijfeld doen. De islam streeft namelijk vrede na en die kan alleen bereikt worden als iedereen moslim is. Daarom proberen moslims op alle mogelijke manieren de islam te verspreiden. Eén van die manieren is de hoofddoek. Moslima’s zullen hierover klacht blijven indienen tot ze gestopt worden of tot het gerecht bezwijkt. Elke klacht die afgewezen wordt, is immers een stap vooruit, want telkens weer luidt de boodschap: ja, jullie mogen ongestraft klacht blijven indienen. En één gaatje in de dijk is genoeg …

De vraag is dus niet waarom de moslima’s van geen ophouden weten, de vraag is waarom het EHRM geen eind maakt aan hun ‘minachtende’ gedrag. Want het is bezig zichzelf stelselmatig te verzwakken tot het uiteindelijk door de knieën zal gaan. Het EHRM staat lang niet alleen met dit zelfvernietigende gedrag. We zien het ook bij de feministische vrouwenorganisaties die het dragen van de hoofddoek verdedigen. Nochtans zullen juist die feministische vrouwen het eerste slachtoffer zijn als het Europese rechtswezen bezwijkt en vervangen wordt door de sharia (zoals op verschillende plaatsen reeds het geval is). Ze zullen dan niet alleen een hoofddoek moeten dragen, ze zullen ook weer bij de haard en in de keuken moeten blijven, ze zullen zoveel mogelijk kinderen moeten baren, en ze zullen volkomen onderdanig moeten zijn aan hun man. Dat moet zowat het grootste schrikbeeld zijn van iedere rechtgeaarde feministe, de samenvatting van alles waar zij en haar voorgangsters nu al meer dan 100 jaar tegen strijden. En toch zijn de hedendaagse feministen hevige voorstanders van de hoofddoek en steunen ze de moslima’s vol overtuiging in hun heilige strijd.  

Hoe valt dit zelfvernietigende gedrag te verklaren? Is het een voorbeeld van die typisch vrouwelijke tegenstrijdigheid waar mannen zich zo vaak over beklagen? Als dat zo is, dan zullen we toch eens serieus moeten gaan nadenken over dat gedrag, want niet alleen vrouwen vertonen het, ook mannen doen dat, ja de hele wereld gedraagt zich vandaag als een vrouw die niet weet wat ze wil. We kunnen er niet omheen: de moderne beschaving vertoont onmiskenbaar zelfvernietigend gedrag. Haar zo moeizaam veroverde vrijheden legt ze zelf aan banden. In plaats van zich te verdedigen tegen de agressieve islam, steunt ze hem in zijn strijd tegen de vrije mens. Dat is ook wat de feministen doen: in plaats van zich te verdedigen tegen de islam die de klok eeuwen terug wil draaien en de hele vrijheidsstrijd van de vrouw ongedaan wil maken, steunen ze hun vijand. En de moslima’s doen precies hetzelfde. Ze dragen uit vrije wil hoofddoeken en bekennen zich daarmee uitdrukkelijk tot een religie of cultuur die extreem vrouw-onvriendelijk is. Het is alsof ze tegen de vrijheid zeggen: nee dank u, ik onderwerp me toch liever weer aan de man.

De moderne wereld, met zijn zelfvernietigende gedrag, is een sterk ‘vervrouwelijkte’ wereld. Om alleen maar het onderwijs als voorbeeld te nemen: de meeste leerkrachten zijn vrouwen, ook de meeste studenten zijn vrouwen. Jongens en mannen lijken langzaam te verdwijnen uit het onderwijs. Een recent onderzoek wees uit dat jongens in het onderwijs drie keer zo negatief behandeld worden als meisjes. Deze achterstelling wordt nog eens versterkt door het gemengde onderwijs dat jongens sowieso een achterstand doet oplopen ten opzichte van de meisjes. Halen ze die achterstand weer in en presteren ze beter dan de meisjes – bijvoorbeeld op een ingangsexamen voor artsen – dan wordt meteen aan de alarmbel getrokken. Meisjes die beter presteren dan jongens, dat is geen enkel probleem. Maar jongens die beter presteren dan meisjes, dat moét wel discriminatie zijn. Het is het zelfde liedje als: blanken discrimineren kleurlingen, het omgekeerde is niet mogelijk. De onderwijssituatie kan dan ook model staan voor onze hele moderne cultuur, die uitgesproken negatief staat tegenover het mannelijke geslacht. Het wordt (nog) niet met zoveel woorden gezegd, maar mannen worden meer en meer gezien als het inferieure geslacht. Sommige feministen vragen zich zelfs luidop af: waar hebben we die mannen nog voor nodig, ze zorgen toch alleen maar voor ellende? 

Wie hedendaagse feministische teksten leest, kan niet blind blijven voor de man-vijandigheid die eruit spreekt. De feministische strijd is niet langer een strijd om gelijke rechten, het is een strijd om méér rechten, het is een strijd om de macht. Hetzelfde zien we bij holebi-activisten: ook zij nemen geen genoegen met gelijke rechten, zij willen méér rechten. Idem voor moslima’s. Eigenlijk zien we het bij alle onderdrukte minderheden: ze willen zich niet slechts bevrijden uit de onderdrukking, ze willen zelf onderdrukken, ze willen … wraak. Of het nu feministen zijn, holebi’s, moslima’s, zwarten, kunstenaars of proletariërs-aller-landen, ze willen allemaal hetzelfde: de rollen omkeren. Eindelijk is het hún beurt om de macht te grijpen, om te onderdrukken, om anderen als inferieure wezens te beschouwen. Natuurlijk pikken die ‘inferieure wezens’ – de mannen, de hetero’s, de blanken, de ongelovigen – dat zomaar niet. Ze zijn wel bereid hun schuld te erkennen en de gelijkheid te aanvaarden, maar ze zijn niet bereid om van de regen in de drop terecht te komen en nu zelf onderdrukt en beschuldigd te worden. Ze verzetten zich tegen de wraakzucht van de ‘onderdrukten’ en zo ontstaat een zelfvernietigende machtsstrijd.  

Een beetje antroposoof begrijpt dat deze wereldwijde drang om de rollen om te keren een gevolg is van het ‘keerpunt der tijden’. We hebben het ‘midden’ van de mensheidsgeschiedenis bereikt en maken nu als het ware rechtsomkeer. Als een zwemmer in een olympisch bad hebben we het einde van onze baan bereikt en we keren om. We zwemmen gewoon verder, maar nu in de tegenovergestelde richting. Die ‘omkering’ is een ingewikkelde beweging die bliksemsnel, en bovendien onder water, uitgevoerd wordt. Dat wil zeggen: we maken ze instinctief, zonder er ons bewust van te zijn. We zijn als een zwemmer die rechtsomkeer maakt, maar wiens bewustzijn rechtdoor blijft zwemmen. Bewustzijn en onderbewustzijn gaan dus de tegenovergestelde kant op en scheuren ons als het ware in twee. Die innerlijke verscheurdheid is de oorzaak van ons irrationele, tegenstrijdige gedrag. Baas in eigen Buik, roepen we, of Baas op eigen Hoofd! Maar we realiseren ons niet dat we juist géén baas meer zijn, noch over die buik noch over dat hoofd. Die twee gaan hun eigen gang en verwijderen zich steeds verder van elkaar. Things fall apart, the centre cannot hold. Het ‘midden’ kan de tegenpolen niet meer samenhouden en valt in onmacht. Verre van ‘baas’ te zijn, worden we in toenemende mate slaaf van de tegenstelling tussen ons (mannelijke) hoofd en onze (vrouwelijke) buik. 

Bewust, rationeel gedrag zou zijn als mannen en vrouwen tegen elkaar zegden: er is een eind gekomen aan de onderdrukking van de vrouw en dat ervaren we allebei als volkomen natuurlijk en vanzelfsprekend. We begrijpen waarom die onderdrukking nodig was (anders zou het mannelijke zich nooit hebben kunnen emanciperen van het vrouwelijke) en we zijn heel opgetogen met het resultaat (want we hebben nu allebei onze vrijheid veroverd). Maar als we de rollen nu gewoon omkeren en de mannelijke onderdrukking vervangen door een vrouwelijke onderdrukking, dan geven we niet alleen de vrijheid weer op die we met zoveel moeite verworven hebben, we ontnemen ook het verleden zijn zin. We moeten de vrucht van dat verleden – de gelijkheid tussen man en vrouw – juist vasthouden en verdedigen tegen iedere poging om ze weer ongedaan te maken. We moeten ons dus verzetten tegen ‘vermannelijking’ van het hoofd dat blind rechtdoor blijft zwemmen, maar we moeten ons ook verzetten tegen de blinde ‘vervrouwelijking’ van de buik die rechtsomkeer gemaakt heeft en de oude eenheid opnieuw wil herstellen. We moeten een ‘midden’ tussen die twee creëren. We moeten hun tegenstelling vruchtbaar maken.

De ‘vervrouwelijking’ van onze wereld is een kosmisch proces waar geen kruid tegen gewassen is. Tot nog toe was de menselijke ontwikkeling ‘mannelijk’ in die zin dat het mannelijke zich geleidelijk emancipeerde van het vrouwelijke. Om dat mogelijk te maken moest het een groeiende vijandschap ontwikkelen tegenover het vrouwelijke, een vijandschap die uitmondde in het materialisme. Op het keerpunt der tijden vindt echter de Grote Omslag plaats: de mannelijke evolutie wordt ‘vrouwelijk’. Ze streeft niet langer naar scheiding tussen mannelijk en vrouwelijk, maar naar herstel van de verbroken eenheid. Het is een religieus, herverbindend streven. Maar deze radicale omkering dringt niet door tot het mannelijke bewustzijn, dat daardoor in botsing komt met het instinctieve ‘vrouwelijke’ eenheidsstreven. Het is daar echter niet tegen opgewassen en delft stap voor stap het onderspit. De enige manier waarop het zichzelf kan redden van zelfvernietiging is door zelf om te keren, door deze ‘vervrouwelijking’ niet langer de rug toe te keren (en er ruggelings door meegesleurd te worden) maar door ze onder ogen te zien en er een bewuste relatie mee aan te gaan. 

Zoals het in de herfst niet de bedoeling is dat we mee sterven met de natuur, zo is het op dit keerpunt der tijden niet de bedoeling dat we ons overgeven aan de ‘vrouwelijke’ krachten die de Grote Eenwording nastreven. We moeten er ons krachtig tegen verzetten, niet om de eenwording tegen te gaan, maar om er het bewustzijn niet bij te verliezen. Doen we dat niet en geven we ons zonder verzet over aan de toenemende ‘vervrouwelijking’ van de wereld dan zullen we onze hele evolutie in omgekeerde richting doormaken. We zullen onze vrijheid verliezen, we zullen ons bewustzijn verliezen, we zullen onze spraak verliezen, we zullen weer dieren worden. En van dieren zullen we weer planten worden, en van planten stenen, en van stenen zullen we ten slotte vergaan tot stof dat wegwaait in de ruimte. Alles zal dan weer één zijn, net als voor de schepping. Het is huiveringwekkend om de eerste tekenen van die regressie nu reeds te zien optreden bij moslima’s, feministen, rechtsdienaars, holebi’s, kunstenaars, enzovoort, bij al die mensen die bezig zijn om alles te vernietigen wat ze met zoveel moeite bereikt hebben. Als mensen hun eigen vrijheid beginnen te vernietigen zonder het te beseffen, dan kunnen we daar niets anders uit afleiden dan dat ze reeds aan het verdierlijken zijn en niet langer beschikken over de menselijke eigenschap bij uitstek: het zelfbewustzijn. 

De mens die mens wil blijven, moet zich uit alle macht verzetten tegen de kosmische ‘vervrouwelijking’ die momenteel aan de gang is. Dat betekent dat hij zijn ‘mannelijke’ bewustzijn niet alleen moet behouden maar het ook moet versterken. Het moet namelijk standhouden wanneer het zich omkeert naar die vrouwelijkheid en er begrijpend in doordringt. Wat hij op fysiek vlak doet in de geslachtsdaad, moet hij op geestelijk vlak doen door met een sterk, onbuigzaam mannelijk bewustzijn door te dringen in de vrouwelijke sfeer van de levenskrachten. Uit die bewustzijnsdaad zal de (echt) vrije mens geboren worden, de mens die zich langzaam en geleidelijk verheft boven zijn fysieke aard en boven alle verschillen van geslacht, ras en volk die daarmee verbonden zijn. 

Hij zal dat echter niet op de oude ‘mannelijke’ manier mogen doen, dat wil zeggen door al deze ‘vrouwelijke’ kenmerken te onderdrukken en te negeren, zoals hij dat vandaag doet. Hij moet ze juist begrijpen en er de diepe zin van doorgronden. Daarin ligt ook de betekenis van het ‘zich verheffen boven zijn fysieke aard’: dat heeft niets te maken met het oude ascetisme, met het onderdrukken van het lichaam. Het is juist een bevrijden van dat lichaam uit zijn gebondenheid aan de materie, het is een ‘opstanding’ van dat lichaam. Op dezelfde manier mag ook de ‘mannelijke’ wetenschap niet langer bestaan in een onderdrukken van ‘vrouwelijke’ gevoelens en subjectiviteit. Ze moet deze juist tot bewustzijn brengen en tot zintuig maken. Ja, de hele mens moet – langzaam en geleidelijk – wakker en bewust worden. Dat is de zin van de omkering die momenteel plaatsvindt. 

Het is dus niet fysiek dat we ons moeten verzetten tegen het ‘keerpunt der tijden’. Het is geestelijk dat we er afstand moeten van nemen, maar dan wel op kunstzinnige wijze: door er tegelijk met ons bewustzijn in door te dringen. Hetzelfde geldt voor de ‘vervrouwelijking’ van onze moderne wereld. Ons verzet daartegen mag niet uitlopen op een guerre des sexes, want die zal ons bewustzijn juist uitschakelen. Het moet een langzaam en geleidelijk doordringen van het mannelijke bewustzijn in de onbegrijpelijke, tegenstrijdige wereld van ‘het vrouwelijke’ zijn. Het mag geen instinctieve, dierlijke geslachtsdaad zijn, het moet een bewuste liefdesdaad zijn. Daarom is de hele gedachtenloze strijd tegen de hoofddoek een strijd die het Westen nooit kan winnen, juist omdat er vrouwelijke krachten achter zitten waartegen de oude, onderdrukkende mannelijke krachten niet opgewassen zijn. Het EHRM zal vroeg of laat het onderspit delven, en dan zullen we weer een stukje dichter staan bij de sharia, die komaf zal maken met iedere ‘mannelijke’ vrijheid, ook (en vooral) die van de vrouwen. De enige manier om de strijd met de hoofddoek – het ‘vredeswapen’ bij uitstek van de islam – te winnen, is door het tegenstrijdige gedrag van de moslima’s te begrijpen. En dan zullen we misschien ook het zelfvernietigende gedrag van de Europese cultuur kunnen begrijpen en verhinderen.