Nonnen en hoofddoeken

door lievendebrouwere

  

Terwijl we ons zorgen maken over aanslagen van moslimterroristen gaan de politiek correcte aanslagen onverminderd door. In de eerste krant van het nieuwe jaar lees ik een zoveelste pleidooi voor de hoofddoek. Aan het woord is dit keer Wouter Smets, werkzaam aan de Karel de Grote hogeschool in Antwerpen. De aanslagen in Parijs hebben hem gesterkt in de overtuiging dat discussies over de hoofddoek futiel en naast de kwestie zijn. Want denken we nu echt dat een leerkracht die geen levensbeschouwelijke symbolen draagt vanzelf de garantie biedt op succesvol omgaan met diversiteit (en het voorkomen van radicalisering)? We hebben nood, aldus Smets, aan leerkrachten die Vlaams én Marokkaans zijn, moslim én geëngageerd burger. We hebben leraars nodig die zichzelf kunnen zijn en een open gesprek durven aangaan met de leerlingen. Laat leraars daarom een hoofddoek of een kruisje dragen, maar roep ze ter verantwoording zodra iemand zich tekort gedaan voelt. 

Het is om moedeloos van te worden. Dit opiniestuk geeft een idee van de mentaliteit die vandaag heerst aan hogescholen en universiteiten. Ik lees dat Wouter Smets ‘onderzoekt hoe leraars omgaan met verschillen in de klas’. Ik zou wel eens willen weten hoeveel mensen tegenwoordig onderzoek doen naar diversiteit, multiculturaliteit, identiteit, gender en andere politiek correcte onderwerpen. Het moet intussen een heel leger zijn. Soms heb ik de indruk dat ze een universiteit-in-de-universiteit vormen, een soort kankergezwel dat alsmaar groter wordt en het academische leven van binnenuit lamlegt. Ze doen niet langer onderzoek naar hoe de werkelijkheid is, ze onderzoeken hoe de werkelijkheid zou moeten zijn, hoe ze kan aangepast worden aan de koran van de politieke correctheid. Want ze gedragen zich inderdaad als moslimgeleerden voor wie de waarheid reeds gegeven is. Zo ook Wouter Smets. Hij ziet er weliswaar heel Europees uit, maar innerlijk is hij een moslim.

Hij neemt het dan ook op voor moslima’s die tijdens hun stage ‘met spijt in het hart’ hun hoofddoek moeten afzetten in het besef ‘dat ze bij de uitoefening van hun job niet de kans zullen krijgen om hun eigen geweten te volgen.’ Volgens hem weten ze ‘drommels goed dat er tot voort kort over heel Vlaanderen gehoofddoekte nonnen voor de klas stonden.’ Hoe kun je radicalisering in het onderwijs tegengaan als je toekomstige leerkrachten zo ostentatief discrimineert! Wouter Smets vergeet gemakshalve dat die moslima’s zelf nooit een non voor de klas hebben zien staan. Als ze dat niettemin ‘drommels goed’ weten dan is dat omdat mensen zoals hijzelf hen dat verteld hebben. Wat ze blijkbaar niet verteld hebben, is dat die nonnen geestelijken waren en alleen lesgaven in het katholiek onderwijs. Hen vergelijken met gehoofddoekte moslima’s zou alleen een argument zijn als de moslima’s geestelijken waren en lesgaven in het moslimonderwijs. Dan zouden ze inderdaad het recht hebben een hoofddoek te dragen.

Dat die misleidende vergelijking nog altijd gebruikt wordt om aan te tonen hoe onrechtvaardig moslima’s worden behandeld, laat volgens mij maar twee opties open: ofwel zijn degenen die dat doen bijzonder dom, ofwel zijn ze van kwade wil. Waarschijnlijk is het een combinatie van beide, want ik kan eerlijk gezegd niet geloven dat iemand die aan een hogeschool werkt zó dom is, en ik kan evenmin geloven dat hij bewust de invoering van de sharia en de ondergang van de vrije samenleving nastreeft. Maar wat veroorzaakt zo’n combinatie? Wat brengt iemand als Wouter Smets ertoe om zich te gedragen als een idiot savant? Hetzelfde, denk ik, wat me er 40 jaar geleden toe bracht om mij aan de universiteit volkomen gewetenloos te gedragen: de ratrace voor een diploma, voor een job, voor geld. Want politiek correct zijn betekent niet alleen geestelijk comfort (je maakt deel uit van ‘de goeien’, je geweten is zuiver), het betekent ook materieel comfort (een inkomen, een job aan een hogeschool, publicatie van opinieartikels).

Cultuurfilosoof Rob Riemen verweet onlangs de hedendaagse jongeren hun passiviteit. Ze worden verneukt waar ze bij staan, zegt hij, maar ze reageren gewoonweg niet. Ik denk dat deze man geen idee heeft van de angst die leeft bij mensen die zich zorgen moeten maken over hun bestaanszekerheid. En dat zijn er alsmaar meer. Europa bulkt van de rijkdom, maar de kruimels die van haar tafel vallen, zijn alleen voor wie bereid is eronder te kruipen. Dat is natuurlijk uitermate vernederend en dus wordt het besef van die slaafse onderwerping uit het bewustzijn gebannen. Ja, het wordt zelfs voorgesteld als iets om trots op te zijn, net zoals moslima’s ‘trots’ zijn op hun hoofddoek, die niets anders is dan een teken van onderwerping. Onder die zogenaamde trots van zowel gehoofddoekte moslima’s als politiek correcte intellectuelen gaan in werkelijkheid schaamte en angst schuil, schaamte over de eigen onmacht, angst om buitengesloten te worden en in geestelijke, sociale en materiële armoede terecht te komen.

Het is die angst die een half verdoofd bewustzijn als dat van Wouter Smets veroorzaakt en hem zijn toevlucht doet nemen tot redeneringen die beschamend zijn voor een intellectueel. Ik had het al over die lamme vergelijking met Vlaamse nonnen, maar de klapper is wel de zin waarmee hij besluit: ‘Laat leraars een hoofddoek of een kruisje dragen, maar roep ze ter verantwoording zodra iemand zich tekortgedaan voelt.’ Als Wouter Smets consequent wil zijn – en dat is toch het minste wat je kunt verwachten van iemand die aan een hogeschool werkt – dan moet hij dat kruisje vervangen door een nonnenkap. Als moslima’s het recht moeten krijgen om een hoofddoek te dragen voor de klas, dan moeten katholieke leerkrachten het recht krijgen om een nonnenkap te dragen. Ik ben benieuwd hoelang het dan zal duren voor vrijzinnige ouders zich tekortgedaan voelen omdat hun kinderen de evolutieleer voorgeschoteld krijgen door een juf die een nonnenkap draagt en er heilig van overtuigd is dat God de wereld heeft geschapen.

Je hoeft echt niet lang na te denken om in te zien hoe absurd het ‘recht’ van moslima’s is om een hoofddoek te dragen voor de klas. Maar nadenken is niet iets waar Wouter Smets zich mee bezighoudt. Zijn redeneringen zijn geen poging om achter de waarheid te komen, ze zijn een poging om zijn waarheid te implementeren. Hij bedrijft met andere woorden geen wetenschap, hij bedrijft kunst. Een kunstenaar denkt namelijk wel – en in het geval van de klassieke kunstenaar denkt hij zelfs wetenschappelijk (omdat hij net als de wetenschapper recht wil doen aan de zichtbare werkelijkheid) – maar hij onderwerpt dat denken aan een hoger doel: de schoonheid. Denken is voor hem geen doel, maar een middel. Om de waarheid bekreunt hij zich niet, zij is van bijkomstige aard. Zijn doel is immers niet om de werkelijkheid natuurgetrouw weer te geven, maar om haar te idealiseren. De kunstenaar stelt de waarheid ten dienste van een schoonheidsideaal dat subjectief en dus luciferisch is. 

Dat is ook wat Wouter Smets doet met zijn opinieartikel: hij streeft geen waarheid na, hij streeft wereldverbetering na. Het kan hem niet schelen of er in zijn krantenstuk redeneringen staan die een aanfluiting zijn van rationeel denken, als ze hun doel maar bereiken, als ze maar een impact hebben op de werkelijkheid. En dat hebben ze zeker. De eindeloze pleidooien voor de hoofddoek, hoe irrationeel ook, werken als druppels water die steeds weer op dezelfde plek vallen: ze hollen zelfs de hardste steen uit. Dat is het principe van de propaganda: onwaarheden worden tot waarheden als je ze maar lang genoeg blijft herhalen. Zo zijn moslima’s er heilig van overtuigd geraakt dat ze gediscrimineerd worden als ze hun hoofddoek niet overal mogen dragen. Het is een pervers gevolg van de politiek correcte propaganda dat een symbool van onderwerping een symbool van bevrijding is geworden. Kunst onder het mom van wetenschap creëert dus mensen die denken dat ze vrij worden als ze zich onderwerpen. 

Het probleem met politiek correcte intellectuelen als Wouter Smets is dat ze niet weten dat ze kunst bedrijven. Ze beseffen niet dat ze de vrijheid van de wetenschapper onderwerpen aan de onvrijheid van de kunstenaar. Maar dat maakt hen nog niet tot kunstenaars, want kunst schep je niet ‘per ongeluk’, zonder te weten dat je doet. Er bestaan geen onbewuste kunstenaars. Het soort ‘wetenschappelijke kunst’ dat Wouter Smet bedrijft, is derhalve noch wetenschap noch kunst. Het is een combinatie van beide en daarom een religie. Maar het is een onbewuste religie, een onderwerping aan een geest die men niet kent, en dat noemt men geen religie maar bezetenheid. De politiek correcte mens is een bezeten mens. Daarom blijft hij altijd maar doorgaan, zonder ergens rekening mee te houden. Daarom zullen de pleidooien voor de hoofddoek ook niet ophouden voor we ‘de duivel uitdrijven’, dat wil zeggen voor we ons bewust worden van de geest die de politiek correcte en islamitische bezetenen voortdrijft. 

Advertenties