Feminisme en politieke correctheid (1)

door lievendebrouwere

  

Na iedere daad van moslimagressie is er eerst een moment van woede en verontwaardiging, maar daarna komt de politiek-correcte propagandamachine weer op gang. Na de aanrandingen in Keulen was het niet anders. Alleen was de schok nu zo groot dat de media er dagenlang het zwijgen toe deden. Zelfs de politie van Keulen, die er met de neus op had gestaan, deed alsof die neus bloedde. Het geweld had dan ook een nieuwe dimensie gekregen: het was nu specifiek tegen vrouwen gericht. Er vielen weliswaar geen doden, maar de symboliek was des te sterker. In de islam is een ‘geschonden’ vrouw namelijk de grootst mogelijke schande. De georganiseerde aanranding van 500 blanke vrouwen op oudejaarsavond, midden in de stad, en dan nog voor de ogen van vrienden, echtgenoten én politie, was de grootst mogelijke vernedering die moslims Duitsland konden aandoen. Dat was dan ook wat hun ghazwah zo schokkend maakte: de grenzeloze minachting die eruit sprak voor het land dat hen gastvrij ontvangen had. 

De Duitsers stonden dan ook met de mond vol tanden. Ze konden hun ogen niet geloven. Uit pure schaamte probeerden ze de zaak te verzwijgen – als een vrouw die verkracht is, zeg maar. Dat was het moment waarop er een nieuwe speler op de voorgrond trad, die krachtig protesteerde: het feminisme. Maar verbijsterend genoeg gold het feministische protest niet de daders, o nee, het gold de … blanke mannen. Die hadden volgens de feministen niet het recht om verontwaardigd te zijn over het gedrag van de moslims, want ze deden zelf niets anders dan vrouwen beledigen, aanranden en verkrachten. Blanke mannen waren met andere woorden hypocriet en racistisch, en dus moesten ze hun mond houden. De verwijten waren soms in zo felle bewoordingen gesteld dat men de indruk kreeg dat de feministen het opnamen voor de aanranders. Ze leken de aanrandingen zelf een stuk minder erg te vinden dan de verontwaardigde (mannelijke) protesten ertegen. 

Wie gedacht had dat de feministen zouden protesteren tegen de moslim-aanranders kwam dus bedrogen uit. Hun woede was gericht tegen de bange, hypocriete, racistische blanke man. Ze voegden zich met andere woorden naadloos in het politiek-correcte discours dat de islam verdedigt en de bange, blanke man tot doelwit heeft. Echt verbazen doet dat niet, want het hedendaagse feminisme vertoont hetzelfde zelfvernietigende gedrag. Het verdedigt niet alleen de hoofddoek – hét symbool bij uitstek van vrouwenonderdrukking – sommige feministen drijven het zelfs zo ver dat ze opkomen voor het recht op vrouwenbesnijdenis. Nee, feministen zul je niet gauw een kwaad woord over de islam horen zeggen. Zo was het ook na Keulen: over de moslimdaders repten ze nauwelijks met een woord. De blanke mannen: dát waren de sexisten, de hypocrieten en de racisten! Het mag duidelijk zijn: als puntje bij paaltje komt weegt de politieke correctheid voor feministen een stuk zwaarder dan hun feminisme.

Hoe valt dat te begrijpen? Waarom verdedigen feministen een religie en een cultuur die vrouwen zwaar onderdrukt? Waarom kiezen ze voor de politieke correctheid ook al weten ze dat haar sympathie voor de islam ieder feminisme op termijn onmogelijk zal maken? Het lijkt wel of feministen zich ondanks zichzelf willen onderwerpen aan de man en alleen voor de schijn wat tegensputteren. Zou er dan toch waarheid schuilen in het cliché dat vrouwen ja bedoelen wanneer ze nee zeggen? Een dergelijke suggestie zal ongetwijfeld de feministische verontwaardiging wekken, maar waarom gedragen ze zich dan zo dubbelzinnig? Voor alle duidelijkheid: de feministen hebben wel degelijk een punt. Iedereen toont zich vandaag verontwaardigd over de sexuele agressie van moslims, maar die sexuele agressie bestaat ook hier, in het blanke Europa. Er schuilt dus behoorlijk wat hypocrisie in die (mannelijke) verontwaardiging. Dat valt niet te ontkennen. Maar de feministische hypocrisie valt evenmin te ontkennen. 

Eén van die feministische vrouwen daagde blanke mannen uit om met haar rond de tafel te gaan zitten en een gesprek te voeren over sexuele agressie. Ik wacht, zei ze. Het klonk alsof ze er zeker van was dat geen van die blanke mannen het aan zouden durven. Waarschijnlijk heeft ze nog gelijk ook: weinig mannen durven het opnemen tegen feministen, iets wat feministen waarschijnlijk zien als een bevestiging van hun gelijk. Maar hier raken we aan iets heel fundamenteels: gesprekken tussen feministen en mannen zijn geen gesprekken tussen gelijken. Er kan namelijk wel gesproken worden over de mannelijke sexuele agressie, maar niet over zijn tegenhanger: de vrouwelijke sexuele agressie. Die is onbespreekbaar. En als gevolg van dit taboe kunnen vrouwen mannen wel beschuldigen van sexuele agressie, maar nooit omgekeerd. Op dit terrein zijn mannen altijd daders en vrouwen altijd slachtoffers. Geen discussie mogelijk.

Dat klinkt natuurlijk bekend in de oren. Ook de politieke correctheid berust op een onbespreekbaar dogma: alleen blanken kunnen racistisch zijn. In gesprekken en discussies over racisme is dat altijd het uitgangspunt: blanken zijn altijd de daders en kleurlingen altijd de slachtoffers. Ofschoon dat helemaal niet strookt met de werkelijkheid kan het niet in twijfel worden getrokken. Een blanke kan een kleurling dan ook nooit beschuldigen van racisme, evenmin als een man een vrouw kan beschuldigen van sexuele agressie. Hij wordt dan gewoon weggelachen of erger. Wanneer een feministe een man aan tafel noodt om een gesprek te voeren over sexuele agressie, dan staat hij even machteloos als … een vrouw die wordt aangerand, of een blanke die van racisme wordt beschuldigd. Een en ander verklaart waarom feminisme en politieke correctheid elkaar zo goed verstaan: ze hanteren allebei hetzelfde principe, ze vertrekken allebei van een onbespreekbaar dogma. 

De feministen die vandaag zo hoog van de toren blazen en de blanke man ter verantwoording roepen, doen eigenlijk net hetzelfde als de aanranders in Keulen: ze oefenen macht uit in de wetenschap dat hun slachtoffers zich niet kunnen verdedigen. Ze gedragen zich even sexistisch, racistisch en hypocriet als de agressieve moslims én als de agressieve blanken. Ze bezondigen zich zelf aan datgene waarvan ze anderen beschuldigen. Ze zijn geen haar beter en toch voelen ze zich moreel superieur. Precies hetzelfde gedrag dus dat we ook bij de politieke correctheid waarnemen: anderen beschuldigen van de eigen zonden. Het is het aloude verhaal van de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Dat verhaal regeert vandaag de wereld: overal staan mensen, groepen, sexen, volkeren en rassen tegenover elkaar die wel de splinter in het oog van de anderen zien, maar niet de balk in het eigen oog. En zo ontstaat de zelfvernietigende broederstrijd die de hedendaagse mensheid in toenemende mate verscheurt. 

Advertenties