De moderne Minotaurus

door lievendebrouwere

  

De ‘plaats delict’ van de aanrandingen in Keulen was de Bahnhofsvorplatz, het plein met aan de ene kant de kathedraal en aan de andere kant het Hauptbahnhof: twee gebouwen die niet méér van elkaar kunnen verschillen. De Dom getuigt van een roemrijk, religieus en kunstzinnig verleden, terwijl het station symbool staat voor het moderne, ongelovige en wetenschappelijke heden. Een gelijkaardige tegenstelling vinden we ook in het tijdstip: oudejaarsavond, precies halverwege tussen Kerstmis en Driekoningen, de feestdagen die verwijzen naar de twee zeer verschillende Jezuskinderen. Zowel in ruimte als tijd vonden de aanrandingen dus plaats in het midden tussen twee tegenpolen. Maar dat midden was niet alleen het toneel van die aanrandingen, het was er ook het doelwit van. De aanval was weliswaar gericht tegen blanke vrouwen, maar hij trof ook blanke mannen, want die werden eveneens diep vernederd, en wel omdat ze niet in staat waren hun vrouw of vriendin te verdedigen. 

Het doelwit van de aanrandingen was in feite drieledig: blanke mannen en vrouwen werden getroffen, maar ook – en misschien vooral – hun relatie. Want juist de gelijkheid tussen man en vrouw is een doorn in het oog van veel moslims. Die gelijkheid is dan ook een absoluut novum in de mensheidsontwikkeling. Tot nog toe hadden beide geslachten afwisselend de overhand in matriarchale en patriarchale tijdperken. Maar in onze tijd staan ze – voor het eerst – als gelijken tegenover elkaar. Die doorbraak betekent tegelijk ook de ‘geboorte van de mens’, want de gelijkheid van man en vrouw impliceert dat beiden in de eerste plaats als mens worden gezien, en niet als vertegenwoordigers van hun sexe. Deze ‘pasgeboren’ mens is geestelijk van aard: we zien hem niet – voor onze fysieke zintuigen bestaan er alleen mannen en vrouwen. Op deze ‘onzichtbare mens’ is de gelijkwaardigheid van de geslachten gebaseerd en zijn ‘geboorte’ betekent een grote ommekeer in de geschiedenis.

Als antroposoof weten we (of geloven we) dat deze ommekeer is teweeggebracht door de Wederkomst van Christus. Uiteindelijk is hij de ‘onzichtbare mens’ die in iedere man en vrouw waargenomen wordt. Hoewel die waarneming vooralsnog onbewust blijft – ze drukt zich enkel uit in het erkennen van de gelijkheid der geslachten – is ze heel sterk, althans in de moderne wereld. Maar niet minder sterk zijn de weerstanden die deze onbewuste Christuswaarneming wekt in de moslimwereld. Die reageert furieus op deze waarneming en keert zich tegen de zichtbare uitdrukking ervan: de gelijkheid van man en vrouw. In Keulen hebben we die furie aan het werk gezien. Meer nog dan bij de twee vorige aanslagen van 2015 – Charlie Hebdo en Le Bataclan – liet de moslimwereld er zijn antichristelijke gezicht zien, het gezicht van Het Beest. Zijn aanval was dit keer gericht tegen het – weerloze – hart van de vrije samenleving, tegen Christus zelf. 

De islam heeft van bij zijn ontstaan de christenheid aangevallen. Hij drong zelfs verschillende keren tot diep in Europa door. Maar het Avondland bezat genoeg weerbaarheid en geestkracht om de aanvallen af te slaan. Van die weerbaarheid blijft vandaag niets meer over. Europa gedraagt zich kruiperig en laf, zoals Hafid Bouazza het onlangs formuleerde, en het Beest ruikt de Europese angst en krachteloosheid. Maar de Antichrist valt Europa niet alleen van buitenaf aan, via de islam, hij valt ook van binnenuit aan, via de politieke correctheid en … merkwaardig genoeg, ook via het feminisme. Nu de moderne man zich zwak toont, zien (sommige) vrouwen hun kans schoon om de macht te grijpen en de rollen om te keren. Een bewuste machtsgreep is dat niet, anders zouden feministen nooit vrouwvijandelijke praktijken als de hoofddoek en vrouwenbesnijdenis verdedigen. 

Het hedendaagse feminisme staat vijandig tegenover alles wat mannelijk is, dat hoeft geen betoog. In Zweden wil het mannen bijvoorbeeld verbieden om rechtopstaand te plassen, en in Amerika om vrouwen een hand te geven zonder voorafgaande toestemming. Maar het staat ook vijandig tegenover alles wat vrouwelijk is. Het wil, om het wat simpel uit te drukken, van vrouwen mannen maken. Ook dat hoeft geen betoog. Het feminisme staat met andere woorden vijandig tegenover mannen én vrouwen, en misschien nog het meest tegenover hun ‘gelijke’ relatie. Het lijkt een guerre des sexes te willen ontketenen, waarvan het grootste slachtoffer het kind is, de fysieke tegenhanger van de ‘onzichtbare mens’. Achter deze zogenaamde vrouwenbeweging schuilt dezelfde antichristelijke geest die ook de islam en de politieke correctheid bezielt. We kunnen dus spreken van een drievoudige bedreiging van Europa en de vrije mens. 

Wat is nu precies de relatie tussen deze drie bedreigingen? Het feminisme is (uiteraard) vrouwelijk, hoewel het zich zeer mannelijk en agressief gedraagt. De politieke correctheid vertoont dezelfde mannelijke agressiviteit, maar heeft ook een onmiskenbaar vrouwelijke kant. Die herkennen we bijvoorbeeld in haar ‘opvoedingsdrang’, een vrouwelijke eigenschap die (getrouwde) mannen maar al te goed kennen. De politieke correctheid wil de wereld verbeteren en heeft daarbij de neiging geen rekening te houden met de (mannelijke) realiteit en deze in het keurslijf van haar idealen te dwingen. Precies dezelfde wereldverbeteringsdrang vinden we in de islam, alleen heeft hij hier een uitgesproken mannelijk karakter. Terwijl de politieke correctheid een vergelijkenderwijs veel vrouwelijker karakter heeft en haar agressiviteit verbergt achter een masker van welwillendheid, is de islam veel openlijker en directer. Iemand wil zich niet beteren (lees bekeren)? Kop eraf!

Maar deze extreme moslim-mannelijkheid verbergt zich dan weer achter een extreem vrouwelijk masker: de islam is de religie van de vrede, van de armen, de verdrukten en de weerlozen. Denken we maar aan al die onschuldig glimlachende moslima’s-met-hoofddoek die komen verklaren hoe liefdevol en vrouwvriendelijk de islam wel niet is en hoe zwaar ze lijden onder de blanke, Europese onverdraagzaamheid die hen belet ‘hun identiteit te beleven’. Maar net zo goed weigeren ze halsstarrig die hoofddoek af te doen, zelfs in overheidsdienst, zelfs in het zwembad, zelfs bij de dokter. Ze affirmeren er ostentatief hun apartheid mee en al wie daar problemen rond maakt riskeert een rechtszaak. Achter hun lieftallig-onschuldige masker gaat een bijzonder agressief-mannelijke houding schuil. En die gespletenheid is typisch voor de islamitische en arabische wereld. 

Maar we vinden ze ook in de Westers-Europese wereld, zij het op een andere manier. In de moslimwereld trekken mannen en vrouwen aan hetzelfde islamitische zeel. Dat kunnen we aflezen aan die fameuze hoofddoek: hoe vrouwonvriendelijk hij ook is, de moslima’s dragen hem uit vrije wil, zoals ze zich ook uit vrije wil aan hun man onderwerpen – omdat de islam belangrijker is dan alles, belangrijker ook dan hun vrouwelijke verzuchtingen. Deze religieuze eensgezindheid treffen we niet aan in het Westen, wel integendeel: hier staan mannen en vrouwen als rivalen tegenover elkaar, zoals links en rechts tegenover elkaar staan of gelovigen en vrijzinnigen. Terwijl de moslims door de clash of civilisations hun verdeeldheid vergeten, gebeurt in het Westen precies het tegenovergestelde: de bestaande tegenstellingen worden er alleen maar door verscherpt. Zelfs de feministen krijgen ruzie onder elkaar. 

Wie de drie grote antichristelijke factoren – de islam, de politieke correctheid en het feminisme – met elkaar vergelijkt, kan onmogelijk naast hun verwantschap kijken: ze weerspiegelen elkaar. Maar juist dit weerspiegelen maakt hun onderlinge relatie zo buitengewoon verwarrend dat ons bewustzijn erdoor verlamd wordt. En juist die verlamming kenmerkt onze reactie op de wereldproblemen: we worden erdoor geparalyseerd, we kunnen ons niet meer bewegen, en zonder het te beseffen trekken we ons stap voor stap terug uit de werkelijkheid. Daardoor laten we die werkelijkheid over aan onbewuste, instinctieve krachten zoals we die in Keulen aan het werk hebben gezien. We staan weerloos tegen die krachten, niet omdat ze ons te sterk zijn, maar omdat we innerlijk verdeeld zijn, omdat we de tegenstellingen in ons bewustzijn niet meer kunnen overbruggen. Ze vormen er een kluwen dat ons doet verstarren.

De situatie doet onwillekeurig denken aan de Minotaurus, het mythische monster dat zich verborg in een labyrint. De verwarrende spiegelrelatie tussen de drie antichristelijke ‘uitdrukkingsvormen’ is inderdaad als een labyrint waarin ons (mannelijke) denken hopeloos verloren loopt en uiteindelijk verslonden wordt door het Beest dat in het midden op de loer ligt. Het is van het grootste belang dat we (met ons bewustzijn) tot in dat centrum doordringen want daar houdt ook de pasgeboren ‘onzichtbare mens’ zich op, die als het ware gevangen wordt gehouden door de Minotaurus. Pas als we die verborgen mens kunnen bevrijden uit zijn dierlijke gevangenschap, zal er ook een eind kunnen komen aan het geweld waardoor de mensheid geteisterd wordt. Maar daarvoor hebben we, net als Theseus, een draad van Ariadne nodig: het mannelijke bewustzijn moet samenwerken met het vrouwelijke bewustzijn. 

Advertenties