Halal en haram

door lievendebrouwere

  

Uit een preek van de populaire (!) salafistische prediker imam al-Mutaqqin

Beste broeders en zusters,

Zoals jullie weten, beheerst ons mooie geloof ons hele leven. Alles, maar dan ook alles wordt door de zuivere islam geregeld. Daardoor weten we hoe we naar toilet moeten gaan, hoe we moeten gapen, hoe we ons moeten kleden, hoe we de liefde moeten bedrijven, noem maar op. Alles heeft Allah in zijn immense alwetendheid voorzien. Zo ook de omgang tussen man en vrouw en daar wil ik het nu, samen met jullie, over hebben. Velen onder ons vragen zich terecht af: hoe moeten man en vrouw met elkaar omgaan, ik bedoel, hoe moet de vreemde man met de vreemde vrouw omgaan?

Ik zie nu heel duidelijk aan de ogen van sommigen, dat jullie het niet meer zo nauw nemen met wat halal en haram is, wat toegelaten en verboden is. Ik zie dat sommigen onder jullie op straat lopen, opgehitst en met rode kaken. Ik zie en ik hoor dat sommigen onder jullie geile blikken werpen naar sommige schaars geklede zusters die denken dat ze geen hoofddoek moeten dragen. Wel, ik zeg jullie en onthou het voor altijd: buiten het huwelijk kan er nooit, maar dan ook nooit, een relatie zijn. Een vreemde man en een vreemde vrouw kunnen nooit vrienden zijn. Ons geloof laat dit niet toe. Absoluut niet. Vriendschap kan bestaan tussen moeder en zoon, tussen vader en dochter, maar niet tussen vreemden van het andere geslacht. Het is dan ook niet nodig dat jonge mensen elkaar willen leren kennen voor het huwelijk want voor het huwelijk laat niemand zijn ware gelaat zien. 

Broeders en zusters, houdt jullie aan de onveranderlijke geopenbaarde regels. Pas dan zal Allah, de Barmhartige en Genadevolle, jullie huwelijk zegenen. Ik vraag dat Allah, de Hoeder en Alwetende, de Alhorende Scheidsrechter, jullie zal bijstaan om geen vriendschappen te sluiten met vreemden van het andere geslacht. Alleen zo zijn jullie rechtschapen en zal Hij jullie het Paradijs schenken.

Beste broeders, tot slot wil ik het nog hebben over over waardigheid en kuisheid, meer bepaald over het gewaad van de kuise vrouw, de hijab. Het is belangrijk, beste broeders, dat onze zusters zich omhullen met een eerbaar gewaad, want alleen zo kunnen ze de poorten van het Paradijs binnengaan. Het verrichten van de gebeden, het volgen van de voorschriften en het dragen van de hijab zijn een teken van gehoorzaamheid aan Allah, Hij die over dood en leven beslist.

Je draagt de hijab niet omdat je moet, je draagt hem niet omdat je moet van je vader, maar omdat je een echte gelovige wil zijn. Daarom en daarom alleen. De ongelovigen besluipen onze zusters immers langs alle kanten, maar nu, met de hijab, vormen ze geen prooi meer voor hen.

Wees dus niet bang wanneer diezelfde ongelovigen onze zusters op straat bespotten, hen op straat naroepen en zelfs diep haten. Weet, zoals altijd zijn de ongelovigen fout. Juist door de hijab kunnen zij niet profiteren van het lichaam van onze zusters en kunnen ze hun vleselijke lusten niet botvieren.

Beste broeders, geloof hen niet wanneer ze zeggen dat de hijab een teken van onderdrukking is. Het is een teken van vrijheid. Zij zeggen voortdurend dat kuisheid en vroomheid gelijk zijn aan achterlijkheid. Zij zeggen dat zedeloosheid en naakt op straat lopen gelijk zijn aan emancipatie. Geloof het niet. Trap niet in deze leugen. Allen haten ze onze zusters, omdat ze sterk staan in het zuivere geloof en omdat ze hen niet kunnen kapotmaken en verleiden tot de aardse en verwerpelijke geneugten die hen naar Djahannam, de Hel, zullen leiden. Op het laatst immers zullen de gelovigen van op hun rustbanken de ongelovigen uitlachen.

Advertenties