De blanke Oscars

door lievendebrouwere

  

De Oscar-nominaties zijn bekend gemaakt en dat was voor enkele zwarte acteurs en regisseurs aanleiding om de alarmbel te luiden: er waren te weinig zwarten genomineerd. Geen eigenlijk. Hollywood is dan ook een blanke wereld, een mannelijke wereld bovendien. Actrice Julie Delpy verklaarde onlangs in een interview dat je in Hollywood nog beter zwart dan vrouw kunt zijn. Maar omdat ze zelf blank is, kwam haar dat op verontwaardigde reacties van … zwarte vrouwen te staan. Het mag duidelijk zijn: zwart Amerika voelt zich de laatste tijd zwaar tekort gedaan. Op het eerste gezicht is daar ook reden toe. Vorig jaar zijn er in Amerika verschillende zwarten neergeschoten door (blanke) politieagenten, en nu weer zijn er die blanker dan blanke Oscar-nominaties. Je zou als zwarte voor minder kwaad worden. 

Moeten we daar nu uit besluiten dat de blanke mens – de blanke Amerikaan in het bijzonder – inderdaad zo racistisch is als algemeen beweerd wordt? Dat is een tricky question, want een bevestigend antwoord betekent dat er een specifieke eigenschap verbonden wordt met een huidskleur en dat wordt als … racisme beschouwd. Er wordt dan ook nergens uitgesproken dat er zo weinig zwarten Oscar-genomineerd zijn omdat Hollywood zo blank en racistisch is. Het wordt alleen gesuggereerd. De blanken worden verondersteld zelf die conclusie te trekken en er iets aan te doen. Dat laatste betekent: meer zwarte acteurs en regisseurs nomineren. En dat betekent: Oscars toekennen op grond van huidskleur en niet op grond van prestaties. En dat betekent dan weer: racistisch te werk gaan. 

De protesterende zwarten willen racisme dus bestrijden met racisme. Ze willen eigenlijk niks doen aan het racisme op zich, ze willen het alleen in de andere richting keren. Logischerwijs kan dat alleen maar leiden tot nog meer racisme. En dus is de vraag hoe het anders kan. Hoe kunnen zwarte acteurs iets doen aan het blanke racisme zonder zelf racistisch te worden? Wel, om te beginnen zouden ze zich kunnen afvragen of het werkelijk racisme is dat speelt in Hollywood. Worden acteurs bewust gediscrimineerd enkel en alleen maar omdat ze zwart zijn? Dat klinkt weinig waarschijnlijk. Maar het klinkt al even onwaarschijnlijk om te beweren dat er zo weinig zwarte Oscar-nominaties zijn omdat er zo weinig zwarte acteurs zijn die het verdienen. Er moet dus wel degelijk iets spelen. Maar wat? 

Als we kijken naar de grote meesterwerken van de filmkunst, dan stellen we vast dat ze uitgesproken blank zijn. In Titanic bijvoorbeeld speelt er geen enkele zwarte mee. Hoe komt dat? De reden ligt voor de hand: Titanic was een – weliswaar geromantiseerde – reconstructie van een historische gebeurtenis en die speelde zich af in een onversneden blanke wereld. Er konden eenvoudig geen zwarten meespelen in die film. Dat is waarschijnlijk ook de voornaamste reden voor de ‘discriminatie’ van zwarten in de filmwereld. Die filmwereld is van oorsprong blank, net als Amerika zelf. Er wordt blank gedacht en blank uitgevoerd. We mogen niet vergeten dat de slavernij in Amerika pas halverwege de 19de eeuw werd afgeschaft en dat de integratie van de zwarte slaven heel traag verliep. 

Het idee van de gelijkheid tussen de rassen is van nog veel latere datum, zodat we kunnen zeggen dat de werkelijke gelijkberechtiging nog in de kinderschoenen staat. Het samenleven van verschillende rassen op voet van gelijkheid is geen sinecure. Het vergt tijd, veel tijd. Dat is één ding. Maar er is ook nog iets anders. In Amerika leven niet alleen veel zwarten, er leven ook veel Aziaten. In Hollywood schitteren zij door hun afwezigheid. Er zijn veel minder Aziatische acteurs dan zwarte acteurs. Toch horen we de Aziatische Amerikanen nooit klagen over discriminatie. Zij lijken te accepteren dat zij in een blanke wereld leven en ze willen daar geen Aziatisch-Amerikaanse wereld van maken. Om de een of andere reden willen de zwarten dat wel, zij vinden dat Amerika zowel blank als zwart moet zijn.

Hoe valt dat opvallende verschil tussen de zwarten en de Aziaten te verklaren? Als we bij deze laatsten de latino’s voegen, dan wordt het verschil nog veel opvallender. We krijgen dan een bevolkingsgroep die heel wat groter is dan de zwarte gemeenschap en die toch geen aanspraak maakt op de gelijkheid die de zwarten eisen. Hoe komt dat? De reden ligt eigenlijk voor de hand: het verschil tussen zwarten en blanken is veel groter dan dat tussen blanken en Aziaten of latino’s. Het is niet alleen een kwestie van huidskleur, het is ook een kwestie van cultuur. Honderdvijftig jaar geleden leefden de zwarten nog als slaven, tweehonderd jaar geleden liepen ze nog (half)naakt rond in de brousse van Afrika. Dat kan zeker niet gezegd worden van Aziaten en latino’s: zij zijn afkomstig uit oude culturen. En blijkbaar speelt dat een veel grotere rol dan we denken.

Het is natuurlijk een mooi ideaal: alle mensen zijn gelijk. Het is ook een ideaal dat bij onze tijd past. Maar het is wél een nieuw ideaal, en de moderne mens wordt er zo door verblind dat hij de werkelijkheid uit het oog verliest. En die werkelijkheid is dat de verschillen tussen het zwarte en het blanke ras zeer groot zijn. De benaming zegt het zelf al: zwart en wit vormen een absolute tegenstelling. Het is een bewonderenswaardig streven om deze tegenstelling te willen overbruggen, maar men lijkt zich niet te realiseren wat een verzoening van tegenpolen inhoudt. Ze houdt namelijk ook de verzoening van ideaal en realiteit in, wat betekent dat geen van beide mag ‘gediscrimineerd’ worden. Het (reële) verschil tussen zwart en blank moet evenveel aandacht krijgen als (het ideaal van) de gelijkheid. 

Onnodig te zeggen dat zulks niet gebeurt. De blanken lijken het niet zo nauw te nemen met het gelijkheidsideaal, de zwarten lijken de verschillen te negeren, en allebei verliezen ze de relatie tussen ideaal en realiteit uit het oog. Dat komt nergens zo goed tot uiting als in de kunst van onze tijd, de filmkunst. De meesterwerken van die filmkunst zijn, zoals gezegd, uitgesproken blank. Titanic kan daar model voor staan. Maar deze film staat ook nog voor iets anders model. Hij markeert namelijk het einde van de klassieke film. Het laatste decennium van de 20ste eeuw betekende een culminatie van de filmkunst: er verschenen een hele reeks indrukwekkende meesterwerken in de bioscoop. Maar toen was het opeens afgelopen. Sinds Titanic is er geen enkele ‘grote film’ meer gemaakt. 

We zouden de oude filmkunst ‘mannelijk’ kunnen noemen. De grote klassieke films vertonen allemaal hetzelfde stramien: het zijn thrillers, spannende verhalen die uitlopen op een dramatische ontknoping die bij de filmkijker een catharsis of bevrijding veroorzaakt. Het zijn in wezen moderne versies van de Griekse tragedies. Hun onmiskenbaar mannelijke dynamiek culmineert in Titanic, dat de tragische ondergang in beeld brengt van het – onzinkbaar gewaande – schip dat het grootste, het snelste en het meest luxueuze van de wereld wilde zijn. Maar tegelijk brengt deze indrukwekkende film ook zijn eigen ondergang in beeld, de ondergang van de klassieke, ‘mannelijke’ film. Het is alsof deze film precies weet wat er met hemzelf gebeur. Hij weet het echter niet bewust, hij weet het alleen op metaforisch niveau. 

Het beeld dat op dit onbewuste niveau zichtbaar wordt, is dat van een bevruchting: de quintessens van het mannelijke dringt door in het vrouwelijke. Dat betekent een ‘sterven’ voor de mannelijke wereld en een ‘verrijzen’ voor het vrouwelijke. Dat sterven wordt op buitengewoon dramatische wijze in beeld gebracht door Titanic. Het verrijzen wordt op niet minder indrukwekkende wijze in beeld gebracht door The Wire, de ongeëvenaarde tv-serie die in het eerste decennium van de 21ste eeuw op het kleine scherm verscheen. De overgang van de 20ste naar de 21ste eeuw was tegelijk de overgang van de oude ‘mannelijke’ filmkunst naar een nieuwe ‘vrouwelijke’ filmkunst: de tv-serie. Hollywood beseft het nog niet, maar zijn dagen zijn geteld. Zijn rol wordt nu geleidelijk aan overgenomen door televisie-maatschappijen die series produceren. 

Tv-series vertonen niet die – typisch mannelijke – korte en steile opgang naar een dramatische ontknoping. Zij golven ritmisch op en neer in een never ending story. Zij staan doorgaans ook dichter bij het gewone leven dan de veel meer geïdealiseerde klassieke films. Op het eerste gezicht is dat verschil niet zo duidelijk omdat nogal wat tv-series gaan over zombies, vampieren en andere buitenissige onderwerpen. Maar wanneer we ons concentreren op de meesterwerken in beide genres, dan tekent het verschil zich duidelijk af. We hoeven Titanic maar naast The Wire te plaatsen om ons dat te realiseren. Zo romantisch en geïdealiseerd als Titanic is, zo rauw en realistisch is The Wire. Maar ook: zo blank als Titanic is, zo zwart is The Wire. De acteurs in deze schitterende serie zijn overwegend zwart. 

The Wire is een serie die zowel door blanken als zwarten hoog gewaardeerd wordt, volkomen terecht overigens. Zij is ook het resultaat van een zeer vruchtbare samenwerking tussen blank en zwart, want hoewel deze serie zich voornamelijk afspeelt in de zwarte wijken van Baltimore, werd ze bedacht door de blanke David Simon. Dat lijkt echter niet opgemerkt te worden door de protesterende zwarte acteurs, evenmin trouwens als door de zich verdedigende blanken. Ze hebben geen van beiden oog voor de ingrijpende omwenteling die de wereld wereld ondergaat en die op onnavolgbare wijze in beeld wordt gebracht door de filmkunst. Door zich blind te staren op de oude, blanke, mannelijke, klassieke wereld van Hollywood, missen ze niet alleen de trein, maar dreigen ze die trein ook te blokkeren door een rassenstrijd te ontketenen. 

Een serie als The Wire – deze week trouwens voor een prikje te koop in de Mediamarkt! – toont ons dat het ook anders kan, en dat de nieuwe ‘vrouwelijke’ filmkunst niet moet onderdoen voor haar mannelijke voorganger. Zij toont ons bovendien iets dat in het hele racisme- en diversiteitsdebat over het hoofd wordt gezien, en dat is … de waarheid, de harde waarheid over zowel de blanke als de zwarte wereld. Het is veelzeggend dat deze serie bijzonder populair was onder de zwarten van Baltimore en dat ze nooit het voorwerp is geweest van racismebeschuldigingen, want de black community wordt er allesbehalve in geïdealiseerd. Ze wordt juist voorgesteld in al haar gewelddadigheid, criminaliteit en verslaafdheid aan drugs. Juist dit compromisloze waarheidsbewustzijn vormt de kern van de nieuwe kunst en de nieuwe tijd. 

Maar die kern wordt omgeven door liefde. The Wire toont de harde waarheid, maar ze toont die waarheid met veel liefde. De hele maatschappij – zwart én blank – wordt genadeloos geportretteerd, maar hoe crimineel en corrupt haar leden ook zijn, ze worden neergezet als mensen waarmee men zonder voorbehoud kan sympathiseren. Er wordt niet over hen geoordeeld. De moraliteit van deze serie ligt niet in het trekken van grenzen tussen mensen, klassen, rassen of sexen, maar in het liefdevolle, kunstzinnige tonen van de waarheid. The Wire bewijst dat men het gelijkheidsideaal recht kan doen zonder de verschillen te verbloemen. Ja, eigenlijk kan de gelijkheid tussen mensen pas gerealiseerd worden áls men de waarheid onder ogen ziet. Het is de waarheid die bevrijdt, niet het ideaal.

De vraag is of de door het gelijkheidsideaal gedreven zwarte Hollywood-acteurs bereid zijn de waarheid onder ogen te zien. En dat is zowel de waarheid over het einde van de blanke, mannelijke filmkunst als de waarheid over de gewelddadigheid en verslaving van de Afro-Amerikaanse gemeenschap, de waarheid over het blanke racisme én de waarheid over het zwarte racisme, de waarheid over de gelijkheid én de waarheid over de verschillen. Zonder waarheid zal er geen eind komen aan de discriminatie, ze zal hoogstens omgekeerd worden. En de gelijkheid zal dan verder weg zijn dan ooit. De nieuwe kunst eveneens, want zonder waarheid kan die niet langer bestaan. Ja, het protest van de zwarte (en ook van de vrouwelijke) acteurs kan een begin zijn, maar het kan zeker niet het einde zijn, want de weg naar de waarheid is lang. 

Advertenties