Roddel en achterklap

door lievendebrouwere

  

  

Dit is Lize Spit. In haar debuutroman Het smelt, die zich afspeelt in het Kempense Viersel, staat de volgende zin: “Om noemenswaardig te worden in dit dorp, moet je iets noemenswaardigs over een ander vertellen.” Roddel en achterklap zijn blijkbaar een van de hoofdthema’s in haar boek. En dat valt in de smaak van de krant, die er een uitvoerig artikel aan wijdt. Dat kan geen verwondering wekken, want boeken, artikels, films en tv-series waarin de spot wordt gedreven met het Vlaamse dorpsleven zijn bijzonder populair onder de ‘betere’ Vlamingen, de stadsbewoners dus. Dat ze daarmee het oude cliché van de tegenstelling tussen dorp en stad bevestigen, ontgaat hen blijkbaar. Maar wat hen nog veel meer ontgaat, is dat het moderne stadsleven waar ze zo trots op zijn, alle kenmerken van het oude dorp vertoont. Want wat is politieke correctheid anders dan roddel en achterklap, maar dan op intellectueel, stedelijk, internationaal niveau? Je betekent op dit ‘hogere’ niveau maar iets wanneer je afgeeft op het ‘lagere’ niveau. En hoe groter je minachting en verontwaardiging is voor de ‘bruine onderstroom’ des te hoger stijg je op de maatschappelijke ladder. 

Je bent vandaag een goed mens wanneer je anderen slecht noemt. Hoe meer verontwaardiging je daarbij aan de dag legt, des te beter. De verontwaardiging is niet individueel van aard. Het gaat niet om individuele mensen die zich uitspreken over individuele fouten, maar over groepen van mensen die oordelen over andere groepen van mensen. Moraliteit is niet langer een individuele zaak, het is een groepskenmerk geworden. Om het niet te moeilijk te maken, wordt de mensheid verdeeld in twee groepen: de goede en de slechte mensen. Beide vallen heel gemakkelijk te herkennen, niet aan hun gedrag maar aan hun woorden. Eén verkeerd woord volstaat om als ‘slecht mens’ geklassificeerd te worden. En een ‘goed mens’ – ook wel Gutmensch – wordt men door met klem steeds weer de correcte dingen te zeggen. Essentieel is dat de grens tussen je (goede) zelf en de (slechte) ander scherp en duidelijk in de verf wordt gezet. Niemand mag eraan twijfelen dat die grens ook werkelijk bestaat, dat ze berust op de voortreffelijke kwaliteiten van de ‘nobelen’ en de verachtelijke gebreken van het ‘klootjesvolk’. Anders gezegd: er is niks nieuws onder de zon. Viersel is alleen wat groter geworden. 

Advertenties