The Walking Dead

door lievendebrouwere

  

Jan De Cock, niet de bescheidenste onder de Vlaamse kunstenaars, heeft de kunst alweer op een hoger niveau getild, dit keer door bij het gerecht klacht in te dienen tegen de voorzitters van vier mediagroepen: de VRT, Mediahuis, De Persgroep en Roularta. De Cock beklaagt zich over ‘een permanente uitsluiting van cultuurverslaggeving in de nieuwsdiensten’ en ‘het doelbewust misleiden van lezers en kijkers met reclameslogans die de lading niet dekken omwille van een monumentaal winstbejag.’ Hij heeft het ook over ‘de schending van het democratisch recht op woord en weerwoord’, het ‘rigoureus marginaliseren van de kunsten en haar makers met verlies van tienduizenden banen tot gevolg’, ‘de gênante marktmanipulatie door kitsch voorrang op kunst te geven, met faliekante prijsdalingen als gevolg voor echte schoonheid’ en ‘de strategie om duizenden pagina’s en minuten te spenderen aan vreemdelingen die het land binnenstromen, maar geen seconde meer over te hebben voor onze inlandse culturele elite, wij vreemden.’

Zeven bladzijden lang stelt de kunstenaar ‘het doodzwijgen van cultuurproducenten’ aan de kaak, ‘het systematisch uithollen van kritiek en haar democratische mogelijkheden’, ‘het schuldig verzuim aan de generatie leerlingen van vandaag’, en ‘de doelbewuste lastercampagne om van kunstenaars bedelaars te maken.’ Volgens hem ‘worden het intellectuele en de kunst op een identieke wijze gebannen uit de media’ en zijn we ‘door al deze gedweeë toegevingen aan de vrijgekomen markt van de natiestaten en de mondialisering die ermee gepaard gaat vandaag bijna op een historische unificatie van de wereld gekomen.’ Daarom eist De Cock ‘uitdrukkelijk schadeloos gesteld te worden voor de schade voortvloeiend uit voornoemde feiten’. Hij ziet zijn actie en tekst als een burgermanifest voor meer cultuur, dit alles onder het logo #jesuisfragile

Nu is fragiliteit wel het laatste waar je Jan De Cock kunt van verdenken. Met zijn grote mond is hij er zelfs in geslaagd om als eerste levende Vlaamse kunstenaar een tentoonstelling te krijgen in het Moma – het Museum of modern art – in New York. Daar is zelfs Rubens nooit in geslaagd. Toch is de jonge kunstenaar niet tevreden. Dat is begrijpelijk, want oudere collega’s als Jan Fabre, Luc Tuymans en Michaël Borremans komen veel vaker in het nieuws, niet zelden naar aanleiding van duizelingwekkende geldbedragen die voor hun werk betaald worden. Dat moet steken voor iemand die zichzelf beschouwt als de grootste levende kunstenaar op aarde. En dus gaat Jan De Cock (met see o see kaa) in de aanval. De kans dat de vier aangeklaagde mediagroepen hem schadeloos zullen (moeten) stellen voor zijn miskenning is zo goed als onbestaande, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Jan De Cock wil gewoon in de media komen, dezelfde media die hij voor het gerecht daagt. En daar is hij reeds in geslaagd want hij staat in alle kranten. Klacht en schadeloosstelling vallen dus nagenoeg samen.

Datzelfde geldt ook voor waarheid en leugen. Wat Jan De Cock in zijn bladzijdenlange rekwisitoor schrijft, is zonder meer waar. En toch is het een zo groteske leugen dat je nauwelijks kunt geloven dat iemand zo onbeschaamd liegt. Want alles wat Jan De Cock aanklaagt, belichaamt hij zelf. Als prominent vertegenwoordiger van de Hedendaagse Kunst houdt hij zich bezig met ‘het doelbewust misleiden van lezers en kijkers met reclameslogans die de lading niet dekken omwille van een monumentaal winstbejag.’ Hij schendt ‘het democratisch recht op woord en weerwoord’ en ‘marginaliseert rigoureus de klassieke kunsten en haar makers met verlies van tienduizenden banen tot gevolg’. Hij geeft ‘kitsch voorrang op kunst, met faliekante prijsdalingen als gevolg voor echte schoonheid’. Enzovoort. Ieder woord van zijn aanklacht is op hemzelf van toepassing. Dat levert het bizarre schouwspel op van een kunstenaar die zichzelf aanklaagt en die schadeloos gesteld wil worden voor zijn eigen wandaden. 

Het is hetzelfde schouwspel dat ook de politieke correctheid en de fundamentalistische islam opvoeren. Allebei gaan ze zich te buiten aan de grofste misdaden – fysieke, maatschappelijke of morele – en eisen daarvoor luidkeels genoegdoening. Het zijn misdadigers die zichzelf voorstellen als slachtoffers, terroristen die zichzelf afficheren als heiligen, en die ook als zodanig willen geëerd en vergoed worden. Net als Jan De Cock. Deze vleesgeworden arrogantie misbruikt en mishandelt de kunst op ongeziene wijze en wil daarvoor … schadeloos gesteld worden. Hij gedraagt zich als een moslim die een vrouw verkracht en haar vervolgens aanklaagt, of als de Amerikaanse politieman die schadevergoeding eiste van de familie van de man die hij neergeschoten had. Het is allemaal zo grotesk, zo verbijsterend en zo krankjorum dat je mond ervan openvalt en je verstand blijft stilstaan. Tenzij …

Tenzij je dit onbegrijpelijke gedrag beschouwt als een gevolg van een onbewuste drempeloverschrijding. Want wat gebeurt er als iemand ‘over de drempel’ gaat? Dat kunnen we opmaken uit wat Rudolf Steiner zegt over het leven na de dood. De dood is namelijk de drempeloverschrijding die ieder mens aan het eind van zijn leven meemaakt. Hij komt dan terecht in een geestelijke wereld waar alles … omgekeerd gebeurt. Als iemand bijvoorbeeld een misdaad heeft gepleegd tijdens zijn leven, dan beleeft hij die misdaad na zijn dood opnieuw, maar dit keer vanuit het standpunt van zijn slachtoffer. Hij beleeft diens angst, pijn en verontwaardiging als zijn eigen angst, pijn en verontwaardiging. Dat doet hij ook met de eis tot schadeloosstelling van zijn slachtoffer: hij identificeert er zich zo sterk mee dat hij er helemaal van vervuld is. Op die manier groeit de ‘omgekeerde’ beleving van zijn misdaad uit tot het vaste voornemen om in zijn volgend leven aan die eis in te willigen en zijn slachtoffer schadeloos te stellen. 

Wanneer iemand nu ‘over de drempel’ gaat zonder dat hij het weet – en dat gebeurt met steeds meer mensen – dan beleeft hij een misdaad zowel van het standpunt van de dader als van het standpunt van het slachtoffer. Zijn aardse beleving vermengt zich met zijn onbewuste geestelijke beleving. Hij leeft als het ware aan beide kanten van de drempel tegelijk, zonder evenwel onderscheid te maken tussen beide tegengestelde ervaringen. Op die manier – en alléén op die manier – wordt begrijpelijk hoe Jan De Cock verontwaardigd kan zijn over wat hij zelf doet en schadevergoeding kan eisen voor schade die hij zelf aanricht. Zijn dagbewustzijn wordt overweldigd door zijn ‘nachtbewustzijn’ want dat laatste is intenser dan het eerste. Vandaar trouwens de uitdrukking ‘branden in de hel’ voor de beleving na de dood: die beleving is zo vurig en hevig dat ze niet alleen als ‘brandend’ maar ook als ‘eeuwig’ wordt ervaren. En dus kan Jan De Cock zich in alle oprechtheid een slachtoffer voelen terwijl hij in werkelijkheid de dader is. Dat is natuurlijk alleen mogelijk omdat zijn nuchtere, gezonde verstand niet sterk genoeg is om opgewassen te zijn tegen de intense onbewuste ervaringen-aan-gene-kant-van-de-drempel. De man weet dus in feite niet meer wat hij doet, hij gedraagt zich als ‘levende dode’, een zombie

Dat is tegenwoordig een populair thema in films en tv-series, en de inspiratie ervoor is niet afkomstig uit de verbeelding maar uit de werkelijkheid. We worden in toenemende mate omringd door ‘walking dead‘ en het grote probleem is dat we het niet beseffen. We durven het ook niet beseffen, want het is een akelig en ontredderend verschijnsel. Maar nog akeliger is het gevaar dat dreigt wanneer we deze realiteit niet onder ogen zien, want dan dreigen we zelf zo’n levende dode te worden. Dat is namelijk het effect dat deze zombies op anderen hebben. Iedereen kan dat zelf ondervinden als hij figuren als Jan De Cock bezig hoort of ziet: er ontstaat dan een soort kortsluiting in het bewustzijn, want men kan dit soort gedrag niet begrijpen. Men kan het ook niet afdoen als ‘gestoord’ of ‘krankzinnig’ want het geldt in toenemende mate als het ‘correcte’ gedrag van onze tijd en het wordt opgelegd door mensen die hoog in aanzien staan. En dus begint men zijn gezonde verstand te onderdrukken en te twijfelen aan zichzelf. 

Waartoe dit gedrag leidt, kan men zien in de wereld van de Hedendaagse Kunst. Dat is een wereld die bevolkt wordt door mensen die eruitzien als gewone stervelingen maar die innerlijk reeds ‘aan gene zijde’ vertoeven en de ervaringen die ze daar hebben onbewust vermengen met hun dagelijkse ervaringen. Ze klinken als Koen Meulenaere die een ernstig betoog houdt maar daar geleidelijk allerlei ongerijmdheden in verwerkt tot het uiteindelijk pure kolder wordt. Het verschil is dat Meulenaere dat bewust doet en daardoor onweerstaanbaar humoristisch wordt. Van humor is in de Hedendaagse Kunst echter geen sprake, want deze mensen beseffen niet dat hun woorden en hun ‘kunst’ zodanig vermengd zijn met ongerijmdheden dat ze pure kolder zijn geworden. Juist doordat ze ‘geestelijk beïnvloed’ worden, nemen ze alles heel ernstig op en gaat er een magische invloed van hen uit. Deze artistieke zombies hebben op korte tijd dan ook een enorme macht verworven. En wee degene die zou durven lachen met hun kolder! Hij haalt zich ‘de wraak van de zombies’ op de hals! Het klinkt als een derderangs horrorfilm maar helaas is het werkelijkheid, een werkelijkheid die alle verbeelding tart. 

Advertenties