Titanic (3)

door lievendebrouwere

  

Titanic vertelt het verhaal van een groep schattenjagers die op zoek zijn naar een buitengewoon kostbare blauwe diamant die zich in het wrak van het gezonken schip zou bevinden. Het feit dat dit wrak 4000 meter diep op de bodem van de oceaan ligt, maakt van de edelsteen de best bewaarde schat op aarde. Met behulp van geavanceerde apparatuur slagen de schattenjagers er toch in om de kluis met de diamant naar boven te halen. Tot hun grote ontgoocheling blijkt er in die kluis niets anders te zitten dan wat slijk en … een tekening van een naakte vrouw die de felbegeerde diamant draagt. De schattenjagers vinden dus niet de diamant zelf maar een afbeelding ervan. Het is een subtiele hint dat we in de film twee verschillende niveaus kunnen onderscheiden: enerzijds het fysieke niveau, waarop Titanic een nauwgezette reconstructie is van een waar gebeurd verhaal (de scheepsramp van 1912), anderzijds het ‘etherische’ niveau, waarop de film een metafoor is, een beeld van geestelijke realiteiten. Het wrak dat we in de film zien is echt. Maar een tekening die meer dan 80 jaar in het water heeft gelegen en er desondanks onberispelijk uitziet? Nee, dat moeten we niet letterlijk nemen. 

We kunnen deze ‘hint’ natuurlijk afdoen als inbeelding, maar er zijn nog meer aanwijzingen. Titanic begint met een filmpje-uit-de-oude-doos waarvan de vergeelde beelden suggereren dat we naar de echte Titanic kijken. Maar even later zien we exact hetzelfde filmpje opduiken, dit keer echter in levendige kleuren, waardoor we begrijpen dat wat echt lijkt eigenlijk fictie is, en omgekeerd. Deze complexe en verwarrende relatie tussen fictie en werkelijkheid wordt nog eens extra in de verf gezet doordat we op dat filmpje iemand zien … filmen. Het is een beeld dat nog twee keer terugkomt: we zien Brock Lovett het wrak van de Titanic filmen, en bij het openen van de kluis wordt hij zelf gefilmd. Tot drie keer toe maakt de film dus het filmen zelf tot onderwerp, alsof hij de kijker wil aansporen om wakker te blijven en te beseffen dat hij naar een film kijkt. Deze aansporing om onderscheid te maken tussen fictie en werkelijkheid wordt aan het eind van de film nog eens herhaald, wanneer Rose ’s nachts aan dek komt en de blauwe diamant in zee gooit. Mochten we ons aan het begin van de film niet laten misleiden door zijn ‘echtheid’, dan mogen we ons nu niet in slaap laten wiegen door zijn sprookjeskarakter. 

Ook deze tweede hint heeft (zoals alles in deze film) een drieledig karakter. Vlak ervoor heeft schattenjager Brock Lovett namelijk een gesprek met Lizzy Clavert, de dochter van Rose. Hij vertelt haar dat hij drie jaar lang aan niks anders heeft kunnen denken dan aan Titanic, maar dat het niet echt tot hem doordrong. Het hele gebeuren bleef buiten hem staan. Door het verhaal van Rose heeft hij nu ook de ‘binnenkant’ leren kennen. Maar die beleving heeft hem overspoeld en beroofd van de tegenwoordigheid van geest om Rose te vragen naar de diamant. Hij is met andere woorden van het ene uiterste (de louter afstandelijke benadering) in het andere gevallen (de louter invoelende beleving), met als gevolg dat hij de steen ook dit keer niet vindt. Blijkbaar kan le coeur de la mer alleen gevonden worden door iemand die beide uitersten met elkaar kan verbinden – en ze daarom eerst van elkaar moet onderscheiden. Dat geldt heel speciaal voor de laatste scène van Titanic. Nadat de blauwe diamant in de diepte is verdwenen, zien we Rose als in een droom terugkeren naar de Titanic, waar de opvarenden haar verwelkomen en de hereniging met Jack op applaus onthalen. 

Op het eerste gezicht keren we in deze scène niet alleen terug naar het verleden, maar ook naar de fictie. De vraag is echter of de laatste beelden van Titanic wel droombeelden zijn. Er valt namelijk veel voor te zeggen dat Rose niet slaapt maar gestorven is. De camera glijdt traag over de foto’s die naast haar bed staan, en van dit etherische herinneringsbeeld (dat iedere gestorvene te zien krijgt) stijgt Rose dan op naar de astrale sfeer waar ze begroet wordt door de gestorvenen (de opvarenden van de Titanic) en verenigd wordt met haar verloren geliefde. Anders gezegd: wat een droom lijkt, zou best wel eens werkelijkheid kunnen zijn, een hogere, geestelijke werkelijkheid. We zien aan het eind van Titanic dus drie werkelijkheden verschijnen: de (fysieke) materiële werkelijkheid, de (etherische) droomwerkelijkheid, en de (astrale) geestelijke werkelijkheid. Opvallend detail: in de slotscène draagt Rose de blauwe diamant niet. Ook daarvóór, in de fysieke werkelijkheid, draagt ze hem niet, behalve helemaal op het laatst, wanneer ze hem in het water gooit. Maar dan staat ze reeds op de grens tussen leven en dood, tussen materiële wereld en geestelijke wereld. En dat lijkt de plaats te zijn waar we de steen moeten zoeken. 

De blauwe diamant vormt de rode draad (sic) in het raamverhaal van Titanic, het verhaal van de schattenjacht dat zich afspeelt in de moderne werkelijkheid. Hij vormt ook de rode draad in het liefdesverhaal, dat zich afspeelt in een fictieve droomwereld. Met het historische verhaal daarentegen heeft hij niets te maken. Aangezien de steen een pars pro toto is van de film zelf, wijst dat erop dat we de betekenis van Titanic niet moeten gaan zoeken in zijn fysieke dimensie, dat wil zeggen in de reconstructie of nabootsing van de historische ramp uit 1912. Dat was ook niet de reden waarom miljoenen mensen de film zijn gaan bekijken. Maar ze zijn hem evenmin gaan bekijken voor zijn ‘spirituele’ kwaliteiten. Het idee alleen al! Ook het romantische liefdesverhaal op zich verklaart de grote en blijvende aantrekkingskracht van de film niet. Nee, het enorme succes van Titanic moet toegeschreven worden aan het samengaan van deze drie dimensies, aan het geheel dat (veel) meer is dan de som der delen. En dat mysterieuze ‘meer’ wordt verbeeld door de blauwe diamant, die kostbaarder is dan wat ook, die beter verborgen is dan wat ook en die meer gezocht wordt dan wat ook.

Deze diamant wordt (in de film) kostbaarder genoemd dan de beroemde Hope diamant, die afkomstig zou zijn van een steen die le diamant bleu de la couronne de France werd genoemd. Ook le coer de la mer zou in het bezit zijn geweest van de Franse koning en verdween toen diens hoofd rolde tijdens de Franse revolutie. Het is een eerste aanwijzing voor het vermoeden dat de blauwe diamant een metafoor is voor de legendarische graal, die (onder meer) wordt voorgesteld als een edelsteen die afkomstig is uit de kroon van de koninklijke Lucifer, de gevallen engel. Dat vermoeden wordt bevestigd door het feit dat de schattenjagers slechts één enkele vraag verwijderd zijn van de zo begeerde steen. Maar net als Parsifal verzuimen ze die ‘verlossende’ vraag te stellen, waardoor de steen weer buiten hun bereik verdwijnt. En ze zwijgen om dezelfde reden. Als Parsifal de graalburcht betreedt, is hij zo overdonderd door alles wat hij daar te zien krijgt, dat hij niet durft te vragen naar de ziekte van de burchtheer, die de ‘visserkoning’ wordt genoemd. Ook de schattenjagers zijn ‘vissers’, en ook zij worden overdonderd wanneer zij Titanic niet enkel van buitenaf zien, maar ook van binnenuit beleven. 

Net als die schattenjagers worden wij als filmkijker overdonderd door het spektakelstuk dat Titanic is. En ook wij verzuimen de vraag te stellen die deze koninklijke film zou genezen van zijn ‘wonde’, die tegelijk ook onze wonde is: onze verslaafdheid aan de zintuiglijke werkelijkheid, ons onvermogen om doorheen haar uiterlijk de geestelijke dimensie van de werkelijkheid waar te nemen. We hebben totaal geen weet van het esoterische graalkarakter van Titanic, en toch trekt de film ons onweerstaanbaar aan. Het is alsof we ons in een graalburcht bevinden en de graal aan ons zien voorbijgaan. Hoewel, behalve een handvol antroposofen, niemand zich vandaag nog interesseert voor de graallegende, veroorzaakt ze een nooit gezien golf van interesse wanneer ze verschijnt in een moderne, hedendaagse vorm. Alsof de graal geen fictie is maar realiteit, een realiteit die in ieder van ons leeft en die wakker wordt wanneer ze zichzelf herkent in de spiegel van een film of een boek. Maar net als Parsifal slagen we er niet in doorheen de beelden de graalwerkelijkheid te vatten en ze zinkt weer weg in de diepten van ons onderbewustzijn, zoals de diamant in Titanic.    

Heel wat Hollywoodfilms hebben hun succes te danken aan de sfeer van verwachting die errond gecreëerd wordt en boeken hun grootste succes dan ook in de eerste weken na verschijning. Dat was met Titanic niet het geval. Leonardo di Caprio en Kate Winslet waren nog geen sterren, regisseur James Cameron was enkel bekend van zijn Terminator-films met Arnold Schwarzenegger, en op een zoveelste verfilming van de ramp met de Titanic zat niemand te wachten. Maar het succes nam gestaag toe en het bleef groeien, tot Titanic de meest bekeken film aller tijden werd. Het was alsof er in het collectief onderbewuste van de moderne mens langzaam iets ontwaakte, iets dat onder druk van het materialisme diep weggezonken was in de ziel. Maar tot een bewuste herkenning kwam het niet. Het verging het moderne publiek zoals de schattenjagers in de film: de ‘graal’ was heel dichtbij, hij lag bij wijze van spreken voor het grijpen, maar de ‘Parsifalvraag’ werd niet gesteld, en de zo kostbare schat verdween weer in de duistere diepten van de ziel, wachtend op nieuwe graalzoekers, op mensen die hun tegenwoordigheid van geest weten te bewaren in de verslavende dramatiek van de zintuiglijke wereld.

Advertenties