Titanic (5)

door lievendebrouwere

  

Hoe meer je over Titanic nadenkt, hoe meer verbanden en betekenissen zichtbaar worden. Langzaam duikt uit die beweeglijke beeldenwereld een ideële kristalstructuur op. Wie dat ziet gebeuren trekt aanvankelijk grote ogen, want zoiets verwacht je niet in een commerciële Hollywoodfilm. Maar na een tijdje, als blijkt dat je steeds dieper kunt afdalen in de geestelijke dimensie van de film, raak je ervan overtuigd dat Titanic een waarlijk geïnspireerd kunstwerk is, waarin een buitengewoon grote geest werkzaam is geweest. Want één ding is zeker: een gewone menselijke geest, hoe kunstzinnig ook, kan dit niet. Alleen al technisch gezien is Titanic nauwelijks te bevatten. Zo heeft men het schip op ware grootte nagebouwd in een reusachtige watertank. Van die watertanks waren er een hele reeks, waarin de afzonderlijke rampscènes werden gefilmd. Dat alles gebeurde in een gigantische filmstudio van 150.000 vierkante meter die speciaal daarvoor in Mexico werd gebouwd. Duizenden en duizenden mensen zijn daarbij betrokken geweest, en aan het hoofd van heel die onderneming stond één man: regisseur James Cameron.

Men spreekt niet voor niets over de filmindustrie. James Cameron moet de kwaliteiten van een bedrijfsleider of een generaal bezitten: een man die zeer grote en gewaagde ondernemingen tot een goed einde kan brengen. Maar dat is slechts één aspect van zijn kunnen, want James Cameron is tegelijk een kunstenaar van formaat. Niet alleen is hij de regisseur van Titanic, een meesterwerk in zijn genre, hij is ook de schrijver, degene die het hele verhaal bedacht heeft. Cameron combineert dus de kwaliteiten van een bedrijfsleider en een kunstenaar, wat op zich al uitzonderlijk is, en hij bezit die kwaliteiten ook nog eens in de hoogste mate. Maar daarmee is het niet afgelopen, want een derde aspect van zijn kunnen is het esoterische. Deze man beschikt over een zeer diep spiritueel inzicht, want Titanic is een echt mysteriedrama. James Cameron is erin geslaagd de graallegende te vertalen naar onze tijd en daarmee miljoenen mensen te bereiken. Op zowel materieel gebied, zielegebied als geestelijk gebied heeft hij blijk gegeven van een buitengewoon meesterschap. 

Toen men Bernard Lievegoed ooit vroeg waar we in onze moderne tijd de grote ingewijden uit het verleden moeten zoeken, antwoordde hij: in het bedrijfsleven. Daar vind je – vaak nog jonge – mensen die aan het hoofd staan van enorme bedrijven, en dat ze daartoe in staat zijn danken ze aan een vorig leven als ingewijde. Dat leven had wellicht een eerder luciferisch wijsheidskarakter en wordt nu gecompenseerd door een leven dat diep doordringt in de ahrimanische wereld van de macht. Deze ingewijden verbinden zich in onze tijd dus heel diep met het materiële leven. Die verbinding treffen we ook aan bij iemand als Rudolf Steiner. Diens grootheid bestaat niet in de spirituele inhoud van zijn inzichten maar in de materiële vorm. Hij heeft de oude spiritualiteit namelijk vertaald in intellectuele, wetenschappelijke termen zodat ze toegankelijk werd voor de moderne, rationeel denkende mens. Rudolf Steiner is als ingewijde dus diep afgedaald in het materialisme van onze tijd. Hij heeft de wetenschap daaruit bevrijd en op een hoger, spiritueler niveau getild.

Rudolf Steiner was werkzaam in het geestesleven. De ingewijden die in het bedrijfsleven werkzaam zijn, hebben het veel moeilijker. Ze duiken wel onder in de zeer materialistische wereld van de economie, maar slagen er niet in weer ‘boven water’ te komen. Dat moet wellicht als een offer worden gezien, want door hun inspanningen creëren ze rijkdom die ook ten goede komt aan de geestelijke ontwikkeling van de mensheid. Ze gaan een intense confrontatie aan met het (ahrimanische) kwaad en delven daarbij het onderspit, want de mens is nog lang niet opgewassen tegen Ahriman. Dat wordt wellicht nergens zo openlijk zichtbaar als in de kunst, waar kunstenaars massaal ten prooi vallen aan de ‘prins van de duisternis’. Een figuur als Joseph Beuys, met zijn onmiskenbare spirituele kwaliteiten, kan model staan voor deze ‘zondeval van de kunst’. Het is dan ook in het licht van deze tragedie dat een figuur als James Cameron moet worden gezien, en mét hem ook de hele filmindustrie. Want in de film heeft de kunst zich bewust en vrijwillig verbonden met Ahriman

In de ‘hedendaagse’ kunst heeft ze dat niet gedaan. Daar heeft ze zich hevig verzet tegen deze diepe verbinding met Ahriman. Vandaar ook haar diepe minachting voor de filmkunst, vooral dan het commerciële Hollywood. Lager kun je in de ogen van de moderne kunstliefhebber niet zinken. Maar door deze radicale afwijzing is de ‘hedendaagse’ kunst niet alleen in handen gevallen van de hoogmoedige, elitaire Lucifer, maar is ze ook meegesleurd door de grauwe, materialistische Ahriman. Door die twee tegenmachten is ze als het ware in twee gescheurd. Ze bestaat enerzijds uit luciferische pseudo-wijsheid en anderzijds uit ahrimanische levenloze materie, en tussen die twee is geen enkel contact. Er leeft in de ‘hedendaagse’ kunstwereld dan ook geen enkel bewustzijn van deze gespletenheid en juist daarin verschilt deze ‘gevallen’ kunst wezenlijk van de filmkunst die zich niet heeft afgekeerd van Ahriman maar net als Parsifal ‘door het dal’ is gegaan. In films als Titanic leeft dan ook een wonderlijk zelfbewustzijn: anders dan de ‘hedendaagse’ kunstwerken zijn zij zich heel goed bewust van hun dubbele materieel-spirituele karakter.  

De tragiek van de kunst is dat niemand zich nog vragen stelt over haar zintuiglijk-bovenzintuiglijke wezen: niet wanneer zij in de onderwereld wegzakt in de vorm van pispotten en kakmachines, niet wanneer zij daaruit weer opduikt in de vorm van films als Titanic. In geen van beide gevallen vraagt men naar de verbinding tussen materie en geest, men blijft eenvoudig blind voor het wezen van beide kunsten. In het geval van de ‘hedendaagse’ kunst is dat wezen onzichtbaar – het verband tussen geest en materie is fictief – en dwingt het de kijker (en ook de kunstenaar) tot blind geloof en onderwerping. In het geval van Titanic is de verbinding van geest en materie heel reëel, maar blijft het wezen van de film onzichtbaar omdat het zijn verschijning afhankelijk maakt van de vrije wil van kijker en kunstenaar. James Cameron heeft zich geen enkel moment gedwongen gevoeld door de hoge inspiratie die in hem werkte: hij was er zich niet eens bewust van. Ook de kijker heeft zich op geen enkel moment bezwaard gevoeld door het spirituele karakter van Titanic: hij wist er niks van af. 

Das Schöne ist des schrecklichen Anfangs, schrijft de dichter Rilke, het schone is het begin van het verschrikkelijke. In de kunst komen we voor de drempel van de geestelijke wereld te staan, een wereld die voor ons aardse bewustzijn als vuur is: brandend, vernietigend, uiterst pijnlijk. Daarom staat er aan die drempel een wachter: om ons voor dit verterende vuur te beschermen. De kunst is dan ook een gebied van beproevingen, van kwellingen, van vagevuur. Als een sluis brengt ze ons langzaam op geestelijk niveau en geeft ons de kans in alle vrijheid te acclimatiseren aan de verzengende temperaturen van de geestelijke wereld. Maar met die vrijheid komt ook de tragedie, de tragedie van een mensheid die zo diep in de materie verstrikt is geraakt dat ze deze drempelervaring instinctief vermijdt zoals we ook de aanraking met vuur als in een reflex vermijden. De moderne mens kronkelt zich in alle mogelijke bochten om het contact met de wereld van de geest te vermijden. En het tragische is dat hij het niet beseft, want hij verlangt intens naar de warmte en het licht van de geest. 

We realiseren ons niet dat we een rechtstreeks contact met het wezen van de kunst angstvallig vermijden. We doen dat door ons bewustzijn in twee te delen, door de kunst ofwel met ons gevoel ofwel met ons verstand te benaderen, maar nooit met beide samen. De ‘hedendaagse’ kunst benaderen we alleen verstandelijk, we leggen ons gevoel het zwijgen op. De filmkunst beleven we alleen gevoelsmatig, we denken er nooit over na. Op die manier schermen we ons instinctief af voor het wezen van de kunst, want als we dat niet deden, zou ons hart breken bij het zien van de verscheurde, gespleten en verminkte kunst van onze tijd. We zouden dan getuige zijn van een Golgotha-tafereel dat het bloed in onze aderen deed stollen. We zouden dan bewust de kwellingen en beproevingen van de drempel beleven. Door onszelf in twee te delen, verdwijnt deze verschrikking en keren we terug naar onze geruststellende materiële wereld waar we onbekommerd kunnen genieten van films en al even onbekommerd allerlei spirituele beschouwingen kunnen wijden aan artefacten zonder enige betekenis.

Een film als Titanic is een wonder van schoonheid, maar het is tegelijk des schrecklichen Anfangs. Daar merk je echter niks van zolang je geen vragen stelt, zolang het verstand zich niet over het gevoel buigt en vraagt: wat wil je me zeggen? Wanneer het dat wel doet, gaat er een nieuwe wereld open, een wereld vol onvermoede schoonheid, een wereld vol verschrikkingen ook. Dat laatste kun je vergelijken met ‘wakker’ worden in een bioscoop: de lichte wereld van de film maakt dan opeens plaats voor een duistere wereld vol zombies die als versteend naar een muur zitten te kijken. Het is een beeld van wat er gebeurt wanneer je vragen gaat stellen over de kunst van onze tijd. Je ziet je dan omringd door mensen die niet wakker willen worden, die geen vragen durven stellen, die helemaal in de greep van Ahriman zitten. Ze spreken vol bewondering over pispotten en kakmachines, maar wijzen een film als Titanic vol minachting af. En dan voel je je als Rose, die in het bezit is van de ‘graal’ maar hem weer in de diepten ziet verdwijnen omdat niemand de ‘verlossende vraag’ heeft gesteld. 

Advertenties