Titanic (6)

door lievendebrouwere

  

In 2011 verscheen De Rubenscode, het boek waarin Jos Verhulst aantoont dat sommige schilderijen van Rubens een esoterische dimensie hebben. Dat kwam, om het zacht uit te drukken, als een verrassing. Van schilders als Rafaël, Da Vinci en Rembrandt kun je nog geloven dat hun werk een verborgen inhoud heeft want het is mysterieus en ondoorgrondelijk. Maar Rubens, de meest theatrale en zinnelijke aller schilders? Zijn vaak overbevolkte doeken hebben veel weg van geschilderde operavoorstellingen: ze ademen het tegendeel uit van de ingetogen stemming die men aantreft bij Rafaël en co. Het naakte vlees en de gezwollen vormen doen aan heel wat anders denken dan aan spiritualiteit. En toch. Jos Verhulst laat er geen twijfel over bestaan: Rubens beschikte over een verbluffende esoterische kennis, die hij op ingenieuze wijze verwerkte in (sommige van) zijn schilderijen. Zowel de Roomse kerk als de Spaanse kroon maakten korte metten met alles wat in hun ogen ketters was, en dat was het esoterische christendom dat Rubens vertegenwoordigde zeer zeker. De schilder had er dus alle belang bij om zijn occulte kennis zorgvuldig te versluieren. Hoe goed hij daarin geslaagd is, blijkt uit het feit dat het 400 jaar geduurd heeft voor zijn ‘code’ gekraakt werd.

Vandaag liggen de zaken heel anders. Van de kerk gaat geen enkele dreiging meer uit en de overheid trekt zich van kunst en cultuur niet veel aan. Esoterische kunst is zelfs heel erg in, zowel letterlijk als figuurlijk. De ‘hedendaagse kunst’ is zo esoterisch dat niemand er wat van begrijpt, en toch is ze zeer populair in ‘hogere’ kringen. In ‘lagere’ kringen is men dan weer verzot op boeken als De Da Vinci Code of Harry Potter, en op films als Lord of the Rings. Hoe occulter en fantastischer, hoe beter. Het esoterische christendom heeft vandaag niet meer af te rekenen met ahrimanische dreiging en vernietiging, maar met luciferische nieuwsgierigheid en sensatiezucht. Het moet zich op een geheel andere manier beschermen dan in de tijd van Rubens. Een ingewijde als Rudolf Steiner bijvoorbeeld kan in onze tijd naar buiten treden met occulte inzichten die nooit voordien onthuld zijn. Maar de ‘wetenschappelijke’ vorm waarin hij dat doet, beschermt zijn inzichten tegen spirituele sensatiezoekers. Met succes overigens: de antroposofie wordt niet alleen in de (ahrimanische) wereld van de reguliere wetenschap maar ook in de (luciferische) New-Agewereld compleet genegeerd. Men moet echt wel vastbesloten zijn om niet afgeschrikt te worden door de vorm waarin esoterische kennis hier gepresenteerd wordt.

Naast deze zwaar verteerbare ‘wetenschappelijke’ vorm, is er vandaag nog een andere – niet minder zwaar verteerbare – vorm waarin het esoterische christendom zich presenteert: Hollywoodfilms. Bestaat er een betere plek om esoterische inhouden te verbergen? Niemand zal ze hier gaan zoeken. In de ogen van antroposofen en andere liefhebbers van spiritualiteit is Hollywood een oord van verderf, even oppervlakkig als esoterie diepzinnig is. Groter tegenstelling kan er niet bestaan. Heeft Rudolf Steiner zich trouwens niet zeer negatief uitgelaten over het filmmedium? Nee, esoterische inhouden kunnen nergens veiliger zijn dan in de bioscoop. Filmkijkers zetten hun verstand op nul en laten zich behaaglijk wegglijden in een bad van zintuiglijke indrukken. Van een scholingsweg – onontbeerlijk om door te dringen tot de esoterische dimensie der dingen – is hier geen sprake. We zouden zelfs kunnen spreken over een ont-scholingsweg: de commerciële film maakt de kijker verslaafd aan zintuiglijke indrukken en herleidt hem tot een gemakzuchtige consument die enkel bedacht is op plezier en vertier. Merkwaardig genoeg zijn dat dezelfde bezwaren die men zou kunnen inbrengen tegen de heidense, zinnelijke en ‘oppervlakkige’ kunst van Rubens.

De beeldende kunst heeft altijd een nauwe band gehad met het esoterische christendom: gebouwen, beelden, ornamenten, glasramen, schilderijen en tekeningen waren geschikte plekken om spirituele geheimen te verbergen en ze tegelijk te tonen. Dit verbergen was een kunst op zich, dat kunnen we aflezen aan de buitengewone inventiviteit waarmee Rubens zijn (zeer geavanceerde) astronomische kennis verwerkte in zijn schilderijen. Maar juist dat ‘verbergen’ is sinds de tijd van Rubens ingrijpend veranderd. Rubens was ofwel een ingewijde ofwel iemand die zeer nauw met ingewijden samenwerkte. Hoe dan ook, hij was zich zeer goed bewust van de esoterische dimensie die hij (een aantal van) zijn schilderijen meegaf. En daar ligt het grote verschil met iemand als James Cameron: die is zich namelijk NIET bewust van de esoterische dimensie van Titanic. Hij heeft nooit iets gezegd dat in die richting wijst en aangezien kunstenaars vandaag de gewoonte hebben om hun bedoelingen (en de diepere betekenissen van hun werk) van de daken te schreeuwen, zou het wel heel vreemd zijn als Cameron een uitzondering op die regel was . Hetzelfde geldt voor de esoterici waarmee hij eventueel zou samengewerkt hebben: sinds Rudolf Steiner hoeven ze hun kennis niet langer geheim te houden.

Er is nog een ander argument dat pleit voor de ‘esoterische onwetendheid’ van James Cameron. Het is namelijk onmogelijk om een complexe spirituele inhoud zoals die van Titanic bewust te verwerken in een film die zo realistisch mogelijk wil zijn. Dat zou nooit een kunstzinnig resultaat opleveren. Rubens bijvoorbeeld had nooit de ambitie om de werkelijkheid zo natuurgetrouw mogelijk uit te beelden. Hij idealiseerde de werkelijkheid altijd in meer of mindere mate en dat bood hem de gelegenheid om esoterische informatie te verwerken in zijn schilderijen zonder dat het opviel. In een impressionistisch schilderij zou dat onmogelijk zijn geweest, net als in een realistische, deels zelfs historische film als Titanic. Dat James Cameron daar toch in geslaagd is kan bijgevolg nooit het resultaat zijn geweest van bewust opzet. Hij heeft Titanic geen esoterische dimensie meegegeven zoals Rubens dat deed met zijn schilderijen. Ze is er ‘vanzelf’ ingekomen, zonder dat hij er weet van had. Vanuit onbewuste diepten is ze opgestegen, dezelfde diepten van waaruit alle (ware) kunst opstijgt. En daarin ligt de grote verandering, ja zelfs de omkering die het esoterische christendom sinds Rubens heeft ondergaan: het werkt niet langer van bovenaf, het werkt van onderuit. 

Dat kunnen we ook aflezen aan iemand als Rudolf Steiner. Hij was een grote ingewijde, dat staat buiten kijf. Maar hij was een geheel nieuw soort ingewijde. De ‘klassieke’ ingewijde werkte achter de schermen, in het diepste geheim. Hij werd ingewijd door andere ingewijden en wijdde op zijn beurt weer anderen in, op die manier de verborgen rode draad van de geest doorgevend. Rudolf Steiner daarentegen behoorde tot geen enkel geheim genootschap. Hij ontving zijn inwijding ook niet van anderen, hij voltrok ze aan zichzelf. Dat wil niet zeggen dat hij geen contact had met andere ‘meesters’ en van hen geen hulp kreeg op beslissende momenten, maar zij droegen geen verantwoordelijkheid voor hem, hij droeg die verantwoordelijkheid zelf. Hij was een modern mens die in volle vrijheid en op eigen kracht de brug sloeg tussen de materiële en de geestelijke wereld. Hoe uniek dat was kunnen we aflezen aan het feit dat Rudolf Steiner, als één van de hoogste ingewijden, volkomen in de openbaarheid optrad en geen enkele voorwaarde stelde bij het doorgeven van zijn occulte kennis, tenzij de eigen vrije wil. Hij wilde niemand inwijden, hij wilde alleen maar mensen opleiden die zichzelf wilden inwijden. Daarom koos hij zijn leerlingen ook niet uit. Iedere geïnteresseerde was welkom.

Datzelfde moderne inwijdingsprincipe treffen we ook aan in de filmkunst. Titanic is geen kunstwerk dat gemaakt is door ingewijden voor ingewijden. James Cameron heeft zich op eigen (artistieke) kracht opgewerkt tot inwijdingsniveau en door zijn film nodigt hij iedereen uit om hetzelfde te doen. Zonder enige voorwaarde te stellen biedt hij de moderne mens een scholingsweg-in-beelden die hij in volle vrijheid kan gaan of niet gaan. Zoals de antroposofie zich presenteert als een wetenschap die geen enkel ander vermogen veronderstelt dan het gewone gezonde verstand, zo presenteert ook Titanic zich als een kunstwerk dat van de kijker geen bijzondere vermogens vraagt, zoals bijvoorbeeld de ‘hedendaagse kunst’ dat wél doet. Deze laatste presenteert zich nadrukkelijk als een kunst van en voor ingewijden, een kunst die alleen toegankelijk is voor een kleine, uitgelezen elite van helderzienden die zaken (beweren te) zien die gewone mensen niet zien. Deze kunst noemt zichzelf weliswaar ‘hedendaags’ en ‘avantgardistisch’ maar in werkelijkheid is ze reactionair van aard. Ze verzet zich uit alle macht tegen de vernieuwing zoals die voltrokken wordt in de antroposofie en in de filmkunst. Die vernieuwing komt neer op een democratisering: de wereld van de geest is niet langer voorbehouden aan ‘uitverkorenen’.

Wie de hedendaagse werkelijkheid aandachtig bestudeert en daarbij zijn vooroordelen en persoonlijke voorkeuren aan de kant weet te schuiven (zoals het een wetenschapper betaamt), komt vroeg of laat tot de conclusie dat het esoterische christendom zich vandaag op twee verschillende manieren manifesteert: een wetenschappelijke manier (in de antroposofie) en een kunstzinnige manier (in de film). Dat zal voor heel wat mensen ongetwijfeld als een verrassing komen, maar verrassing is een kenmerk van de geest. Denken we maar aan de Rubenscode. Wie er even bij stilstaat, begrijpt al vlug het waarom van deze dubbele verschijningsvorm: alleen op die manier kan de menselijke vrijheid echt gerespecteerd worden. De antroposofie heeft ondanks alle openbaarheid en democratisering toch iets elitairs en intimiderends. Wetenschap is niet voor iedereen weggelegd, en het gevaar voor sektarisme loert voortdurend om de hoek. Kunst daarentegen is veel toegankelijker, en dat geldt in de hoogste mate voor de filmkunst. Maar hier dreigt dan weer het gevaar voor zintuiglijke verslaving en passiviteit. Ieder op zich zijn wetenschap en kunst schijnvormen van vrijheid, pas wanneer ze met elkaar verbonden worden ontstaat er echte vrijheid. Maar die moet dan ook veroverd worden. 

Ten tijde van Rubens vormde het esoterische christendom nog een eenheid: het drukte zich uit in een geheime wetenschap en een geheime kunst die in zeer nauwe betrekking tot elkaar stonden. Van de kringen waarin deze geestelijke kern van het christendom werd bewaard en doorgegeven is heel weinig bekend. Ze waren dan ook zeer ontoegankelijk. Alleen met geweld – denk aan de folteringen van de Tempeliers – kon men de geheimhouding doorbreken en dan nog. Die situatie is nu helemaal veranderd, ze is zelfs in haar tegendeel gekeerd. Het spirituele christendom is vandaag zo openbaar als maar kan zijn: iedereen kan Rudolf Steiner lezen en iedereen kan films als Titanic zien. Maar om die twee met elkaar te verbinden, dat is een Herculeswerk. Tal van vooroordelen en vastgeroeste meningen moeten overboord worden gegooid, een hele mentale Augiasstal moet gereinigd worden. En dat blijkt niet te lukken. De zuigkracht van het verleden (dat zich graag voordoet als ‘progressief’ of ‘hedendaags’) is te groot. Reactionaire krachten drijven een wig tussen (geestes)wetenschap en (populaire) kunst. Aan het eind van Titanic verdwijnt de graal weer in de diepten omdat de moderne mens er niet in slaagt zijn (wetenschappelijke) verstand te verbinden met zijn (kunstzinnige) gevoel. 

Het oerbeeld van deze verbinding vinden we in de twee Jezuskinderen. Zij moesten eerst met elkaar verbonden worden vóór Christus op aarde kon komen. Zo is het ook met het esoterische christendom: het kan pas echt incarneren wanneer zijn wetenschappelijke en kunstzinnige luik met elkaar verenigd worden. Samen vormen zij de schaal waarin de hemel kan neerdalen. Wat hun vereniging inhoudt, kunnen we aflezen aan de relatie tussen twee Jezuskinderen: de oude (wetenschappelijke) ziel hield zo intens van de jonge (kunstzinnige) ziel dat ze erin overging. Ook de geesteswetenschap kan pas drager worden van de Christusgeest wanneer zij tot een kunst wordt. Een voorbeeld daarvan vinden we in Titanic. Hier is de antroposofie tot kunst geworden en (pas) daardoor werd haar ware aard zichtbaar: ze maakte de hele wereld enthousiast. Het is een beeld van de graalsweg die de antroposofie moet gaan en die een groot (en dubbel) offer inhoudt: als geesteswetenschap moet zij verdwijnen en tot kunst worden, als kunst moet zij haar lot in handen leggen van de mens en wachten tot hij haar ware geestelijke en christelijke aard ontdekt en weer aan de oppervlakte brengt. Stirb und Werde, daar komt het op neer. En zolang de antroposofie daar niet in slaagt, blijft zij nur ein trüber Gast auf der dunkelen Erde

Advertenties