Titanic (8)

door lievendebrouwere

  

Titanic is een hedendaagse versie van de graallegende. De film gaat over de zoektocht naar een kostbare edelsteen. Maar net op het moment dat de steen voor het grijpen ligt, verdwijnt hij weer in de diepten van de oceaan. Dat is een schokkend beeld, niet alleen in materiële zin (je gooit niet zomaar een fortuin in het water) maar ook, en vooral, in geestelijke zin. Want het betekent dat de moderne mens niet vindt wat hij zoekt, hoewel hij er heel dichtbij is. Maar wat zoekt hij dan? Wat is dat: die ongrijpbare graal? Een blik op de actualiteit helpt ons om dat te begrijpen. De moderne mens zoekt de geest. Dat een fenomeen als de politieke correctheid zich zo snel heeft kunnen verspreiden, valt alleen te verklaren vanuit een hevig verlangen naar grote, geestelijke idealen. Dat verlangen is zo sterk dat het de mens blind maakt voor de realiteit. Maar tegenover dit blinde (en dus luciferische) verlangen naar de geest, staat een tegenovergesteld (ahrimanisch) verlangen naar materiële rijkdom. Het is momenteel zo sterk dat het hele volksverhuizingen veroorzaakt. Deze twee tegengestelde verlangens of driften beheersen de mens als nooit tevoren, want hij wil het allebei: geest én materie. 

Het Westen heeft grote materiële rijkdom en macht verworven, maar dat is wel ten koste gegaan van haar spiritualiteit. In het Oosten is die spiritualiteit beter bewaard gebleven, maar dan wel ten koste van armoede. Oost en West vormen in onze tijd een zo extreme tegenstelling dat het de vraag is of ze ooit nog kunnen verzoend worden. Het hele integratievraagstuk gaat in wezen om de integratie van geest en materie, en van enige vooruitgang is geen sprake, wel integendeel. We zijn getuige van een clash of civilisations, een frontale botsing tussen een materialistische beschaving en een spirituele beschaving. Het is die botsing die de menselijke beschaving ‘aan de rand van het graf’ brengt, zoals Rudolf Steiner het uitdrukte. Met name de Europese beschaving loopt gevaar, en het is dan ook in die beschaving dat intens gezocht wordt naar een verzoening tussen de uitersten. Op de meest bewuste wijze gebeurde dat in de antroposofie, die tot taak had als Westerse aristotelische beweging samen te werken met de Oosters geïnspireerde platonici. Dat mislukte echter, waarna de War on Terror uitbrak, die in wezen een oorlog is tussen twee vormen van terreur: een materialistische en een spiritualistische.

De graal symboliseert – of beter: belichaamt – het samenvallen van materie en geest. Deze coniunctio oppositorum wordt voorgesteld als een ‘spirituele steen’, en het is naar deze steen dat het diepste verlangen van de moderne mens uitgaat. Dat kunnen we niet alleen opmaken uit de actuele wereldgebeurtenissen, het blijkt ook uit de overweldigende belangstelling voor kunstwerken als Titanic en De Da Vinci Code, die de zoektocht naar de graal tot onderwerp hebben. Die belangstelling is echter blind en instinctief, met als gevolg dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen leugen en waarheid. De beelden van de graal worden onbewust, als in een droom, herkend. Maar juist doordat het verstand niet meedoet, wordt er niet gevraagd naar de innerlijke samenhang van die beelden, noch naar hun samenhang met de realiteit. En, zoals we dat in Titanic zien gebeuren, is het juist door dat gebrek aan tegenwoordigheid van (heldere, rationele) geest dat de graal – die nochtans voor het grijpen ligt – niet gevonden wordt en weer buiten het bereik van de mens verdwijnt. Hierin ligt de geestelijke tragiek, niet alleen van de film, maar ook van de moderne werkelijkheid die hij weerspiegelt.

Titanic toont ons in beelden wat Rudolf Steiner kort voor zijn dood in woorden voorspelde: aan het eind van de 20ste eeuw zou een klein deel van de mensheid een unieke kans krijgen. Ze zou ‘de graalburcht’ betreden en het voorwerp van haar diepste verlangen binnen handbereik hebben. Maar om haar verlangen in vervulling te doen gaan, moest ze haar tegenwoordigheid van geest bewaren. Dat was de voorwaarde, maar ze werd niet vervuld. De antroposofische beweging kreeg de kans om samen te werken met de grote platonici, en op die manier de graalkrachten te verwerven die de beschaving uit het slop moesten helpen, maar daar is niets van in huis gekomen. Sindsdien, zou je kunnen zeggen, lijdt de antroposofische vereniging aan een vorm van post-traumatische-stress-stoornis. Ze vermijdt alles wat herinnert aan haar grote falen en de relatie tussen platonici en aristotelici is onbespreekbaar geworden. Naar buiten toe houdt ze zich sterk, maar innerlijk verkruimelt ze. De antroposofische beweging is als een zwaar gewonde visserkoning die niet meer overeind kan komen. Pas wanneer ze, zoals Parsifal, ‘door het dal’ gaat en de verlossende vraag stelt naar haar ‘wonde’, zal ze zich weer kunnen oprichten. 

Titanic houdt dus (vooral) ons, antroposofen, een spiegel voor. De film verhult niets en toont ons heel duidelijk hoe en waarom de graalzoekers gefaald hebben. Maar hoe schokkend die harde waarheid ook is, er wordt geen enkel oordeel mee verbonden. Ze wordt gewoon getoond, maar dan wel op zo’n manier dat we er geen slecht gevoel aan overhouden, wel integendeel. Titanic is ondanks alles een feel good movie, en dat is alleen mogelijk doordat de waarheid hier verbonden wordt met liefde, de onmiskenbare liefde waarmee deze film is gemaakt. Waarheid (wetenschap) en liefde (kunst) vallen hier samen op een manier die nooit eerder vertoond is, en die het ons mogelijk maakt in deze spiegel te kijken en te begrijpen hoe uniek de kans was die ons in dat laatste decennium van de 20ste eeuw geboden werd. Maar we moeten dat natuurlijk nog altijd willen, en het is geen pretje om in de spiegel te kijken en geconfronteerd te worden met een mislukking die dergelijke catastrofale gevolgen gehad heeft. Titanic biedt ons als het ware een kans om lessen te trekken uit het verleden en ons falen vruchtbaar te maken. Want tegenwoordigheid van geest blijft hoe dan ook de opgave. 

Het grootste struikelblok daarbij is de overtuiging dat de hele esoterische betekenis van Titanic inbeelding is en alleen in de fantasie van de kijker bestaat. Immers, de filmmakers hebben deze betekenis niet in de film gelegd. De ervaring leert dat het vooral deze overtuiging is die de toegang tot de diepere inhoud van Titanic hermetisch afsluit. Een vergelijking maakt duidelijk hoe irrationeel ze wel is. De ‘hedendaagse kunst’ wordt niet bewonderd omwille van haar esthetische vormen maar omwille van haar diepzinnige inhouden. Nochtans is het verband tussen deze spirituele inhouden en onbenullige en banale voorwerpen als pispotten, kartonnen dozen en conservenblikken volkomen ondoorzichtig en onbegrijpelijk. Maar de kunstenaars beweren dat ze die inhouden in hun werk hebben gelegd en dat wordt in blind vertrouwen aangenomen. Dat een Hollywoodfilm als Titanic een esoterische dimensie heeft, gelooft geen mens, ook al kan hij die dimensie er, mits enige moeite, zelf in ontdekken. Maar dat een hoop verdroogde bananenschillen een diep spirituele en zelfs antroposofische betekenis heeft, dat gelooft hij meteen, ook al kan hij die betekenis er zelf niet in ontdekken.

Het komt er dus op neer dat antroposofen alle vertrouwen hebben in wat een kunstenaar zegt, maar geen enkel vertrouwen in wat hij doet, dat wil zeggen in zijn kunst. Als een kunstenaar te kennen geeft antroposoof te zijn of door Rudolf Steiner geïnspireerd te worden, dan maakt het niet uit wat hij doet, of hij nu een kartonnen doos insmeert met vet, een doek helemaal donkerbruin verft, of wat bananenschillen in het Goetheanum werpt. Men vindt het allemaal prachtig. Als een kunstenaar daarentegen géén antroposoof is, zoals James Cameron, dan maakt het niet uit of hij een geniaal kunstwerk heeft gemaakt dat diepe esoterische inzichten tot uitdrukking brengt, het wordt geen blik waardig gekeurd. Men kan deze voorstelling van zaken misschien karikaturaal vinden, maar het blijft een feit dat er nergens in de antroposofische wereld ook maar één spoor van belangstelling is voor films als Titanic, terwijl een figuur als Joseph Beuys volkomen kritiekloos bewonderd wordt. Dit blinde geloof in kunstenaars die zich als ‘ingewijden’ voordoen, is dus wijd verspreid in de antroposofische wereld. Kunst lijkt er alleen maar betekenis te hebben als ze voorzien is van het etiket ‘antroposofisch’. 

Deze houding getuigt niet alleen van een verregaand onbegrip voor de kunst, maar ook voor de antroposofie zelf. Rudolf Steiner heeft deze houding – die kunst reduceert tot een illustratie van (geestes)wetenschappelijke inzichten – namelijk scherp gehekeld in zijn esthetica. Het hele moderne denken over kunst, zegt hij, berust op de misvatting dat kunst de zintuiglijke verschijning van een idee zou zijn. Kunst is volgens hem precies het omgekeerde: het is een zintuiglijke verschijning in de vorm van een idee. Het ideële of geestelijke aspect van de kunst ligt dus niet in de inhoud maar in de vorm. Een film als Titanic bevat geen enkele spirituele inhoud (evenmin als bijvoorbeeld een impressionistisch schilderij). De geestelijke dimensie zit helemaal in de vorm en die geestelijke vorm kan alleen maar op een ‘geestelijke’ manier waargenomen worden. Voor het rationele bewustzijn blijft de geest onzichtbaar en ongrijpbaar. Dat geldt ook voor de kunstenaar: de gedachte dat hij de geest zou kunnen vangen en opsluiten in een kartonnen doos of een hoop bananenschillen is ronduit blasfemisch. Wat iets tot kunst maakt, onttrekt zich volledig aan de bewuste wil van zowel de kunstenaar als de kijker: het is geest, het is genade. 

De geest waait waar hij wil, niet waar de mens het wil. De mens moet zich juist leeg-van-wil maken om door de geest met een bezoek vereerd te worden. De gedachte dat een kunstenaar iets ‘spritueels’ in zijn werk zou kunnen leggen (dat er dan door de kijker weer wordt uitgehaald), is lachwekkend materialistisch. En toch is dat de gedachte die vandaag zodanig wortel heeft geschoten, ook in antroposofische kringen, dat ze tot een tweede natuur is geworden die niet meer vatbaar is voor rede. Ze gaat trouwens gepaard met een andere gedachte, namelijk dat het voor de mens onmogelijk is om zo ‘leeg’ en onzelfzuchtig te worden dat hij tot een schaal wordt waarin de geest (vrijwillig) neerdaalt. Dat is wat met Titanic gebeurd is: de filmmakers hebben met zoveel opofferende liefde aan deze film gewerkt dat ze tot een vat zijn geworden waarin de diepste spirituele inhouden konden neerdalen. Het onzelfzuchtige offer van James Cameron en co, werd beantwoord door een tegenoffer van de geestelijke wereld. Want het moet voor een geest van dit niveau echt wel een offer zijn geweest om zo diep af te dalen in onze materialistische wereld dat hij zelfs een commerciële Hollywoodfilm als ‘lichaam’ kon aannemen. 

Dit offer is mogelijk gemaakt door een kunstzinnige samenwerking zoals we die sinds de bouw van de kathedralen niet meer hebben meegemaakt. Deze samenwerking heeft dan ook geresulteerd in iets volkomen nieuws. Wat de esoterische filmkunst van het eind van de 20ste eeuw zo uniek maakt, is het feit dat de geest er zich niet langer alleen maar gevoelsmatig-intuïtief laat benaderen, maar dat hij zich nu ook rationeel-verstandelijk laat kennen. Met niets komt men de kunst minder nabij dan met het kritische verstand, schreef Rilke nog. En inderdaad, iedereen kent de ervaring dat een intellectuele benadering de kunstzinnige beleving ‘doodt’. Beide sluiten elkaar uit. Vandaar ook de diepe kloof tussen kunst en wetenschap die zo fundamenteel is voor onze moderne beschaving. Welnu, in Titanic wordt die kloof overbrugd. Een nauwgezette rationele analyse doodt deze film niet, maar brengt hem juist tot leven. Verstand en gevoel gaan hier hand in hand, en alleen wie diep doordrongen is van de kloof die tussen beide gaapt, beseft hoe volstrekt nieuw deze coniunctio oppositorum is. Hij beseft tegelijk ook hoe volkomen haaks deze esoterische kunst staat op die diep gewortelde materialistische opvattingen van onze tijd.   

Een film als Titanic weerspiegelt een gebeurtenis die volkomen aan het bewustzijn van de moderne mens voorbij is gegaan: er is een eind gekomen aan de ‘godenschemering’, de diepe kloof tussen mens en geest is overbrugd. Dat is op exemplarische wijze tot uitdrukking gekomen in het leven en werk van Rudolf Steiner. Hoeveel weerstand die overbrugging oproept kunnen we aflezen aan het feit dat deze unieke man zowel in de (ahrimanische) wereld van de wetenschap als in de (luciferische) wereld van de New Age persona non grata is. Slechts heel weinig mensen vinden de middenweg naar de antroposofie, maar ook voor degenen die dat wel doen, blijft het ‘keerpunt der tijden’ vooral een abstract gegeven dat ze in de praktijk niet kunnen verteren. Ze kunnen de antroposofie wel opnemen in de vorm van woorden, maar niet in de vorm van beelden. Met hun hoofd lukt het wel, maar voor hun hart is het vooralsnog teveel. En dat is de reden waarom ze liever geloven dat de geestelijke wereld zich uitdrukt in pispotten en bananenschillen, dan in een meesterwerk als Titanic. Want in deze film leren ze niets over de (nieuwe) relatie met de geestelijke wereld, maar ze beleven die relatie, en dat is heel wat anders.

Vrees niet! Dat zijn altijd de eerste woorden wanneer een engel aan de mens verschijnt. Het is dan ook een schokkende gebeurtenis wanneer de (levende) geest zich manifesteert. Dat kunnen we al opmaken uit alles wat er in de 20ste eeuw gebeurd is: nooit wellicht werd de mensheid dieper geschokt dan toen. De oorzaak van die schokken lag in het hernieuwde contact met de wereld van de geest, een (onbewust) contact dat de materialistische mens diep ontredderde en dat hij nog altijd niet begrijpt. Juist daarom is de esoterische filmkunst van het eind van de 20ste eeuw een godsgeschenk. De moderne mens krijgt hier de kans om heel geleidelijk en aan zijn eigen tempo te wennen aan het contact met de levende geest. De kunst helpt hem om de (schokkende) waarheid te verteren. Met behulp van zijn gewone, rationele verstand kan hij hier stap voor stap doordringen in een wereld die hem als levende werkelijkheid overweldigt, maar die hier de vorm van schijn aanneemt, letterlijk en figuurlijk. Maar het is wel ware schijn: Titanic is een zeer waarheidsgetrouwe spiegel die ons de mogelijkheid biedt om in alle vrijheid en veiligheid te oefenen wat we in werkelijkheid nog niet kunnen: een relatie aangaan met de geest. 

Advertenties