Er valt niet veel te lachen en dus …

door lievendebrouwere

  

Onderstaande tekst is van Koen Meulenaere. Merkwaardig toch dat we een humorist nodig hebben om ons eraan te herinneren dat het de Lijdensweek is. Met al die aanslagen zou een mens dat bijna vergeten. 

‘Als het echt brandt, is er geen plaats voor spot. Gelukkig duurt dat niet lang. Want het een gezegd gelijk het ander: is dit de Goede Week? Wat staat ons dan in de Slechte te wachten? Het was trouwens in 33 ook al geen te beste, zeker niet voor Hem aan wie ze gewijd is. Sta ons toe, in deze tijden van religieuze verdwazing, om dat de komende dagen wat nader toe te lichten. Vandaag is het Witte Donderdag, zo genoemd omdat de kruisbeelden met een witte doek overhangen moeten worden. Als de avondmis afgelopen is, luiden de klokken een laatste keer voor ze in groep naar Rome vliegen, en worden die witte doeken vervangen door paarse. Niet iedereen doet dit correct. 

Witte Donderdag, bij de brede massa enkel nog bekend door de Witte-Donderdagprijs in Bellegem, is de feestdag van alle verraders. We danken hem aan Judas Iskariot, idool der verklikkers. Had CD&V toen bestaan, Judas was zeker lid geworden. Meer dan dertig zilverlingen had hij niet nodig om Jezus met een kus te verraden, aan wat Matteüs omschrijft als ‘een grote bende met zwaarden en knuppels gewapende wilden, gestuurd door de hogepriesters en de oudsten van het volk’. Jezus, die het gebrek aan hygiëne bij zijn leerlingen niet meer kon aanzien, had voordien van lieverlee zelf hun vieze voeten eens gewassen, had geprobeerd hun het Onze Vader te leren, vruchteloos, en had de traiteur een avondmaal laten brengen. Daarna trok Hij naar het Hofke van Olijven om wat te bidden. En daar arriveerden ‘De bottinekes’ van die tijd en gaf Judas Hem de kus des doods. Stippen we voor de volledigheid aan dat bij Johannes geen sprake is van die kus. Wat ofwel wijst op onnauwkeurigheid en te denken geeft over de rest van zijn evangelie, of een minstens lichte vorm van homofobie verraadt.

Vóór ons Heer werd weggevoerd hieuw één apostel – de drie andere evangelisten zeggen niet welke maar volgens Johannes was het Simon Petrus – een oor van de dichtstbij staande vechtersbaas af, maar hij kreeg van Jezus nog onder zijn voeten ook. Lukas is de enige van de vier die beweert dat Jezus dat oor er terug heeft aangezet, al beschrijft hij niet exact hoe. Jammer, want het heeft lang geduurd voor gediplomeerde chirurgen diezelfde techniek in de vingers kregen. Na het oor-incident hield Jezus nog een van zijn beroemde cryptische preken, geen touw aan vast te knopen, waarna Matteüs laconiek afsluit: ‘Toen lieten alle leerlingen Hem in de steek en namen de vlucht.’ En hij moet zelf een van die lafaards zijn geweest, want van de vier evangelisten waren alleen hij en Johannes ook apostel. Er zijn dus slechts twee ooggetuigen van de arrestatie van Jezus, en die spreken elkaar radicaal tegen, zoals bij ooggetuigen gebruikelijk.’

Advertenties