Goede Vrijdag (1)

door lievendebrouwere

  

Toen Judas Jezus had verraden, 

vond hij geen uitweg dan de strop; 

waar alle poorten der genade 

gesloten zijn, – en hing zich op.

Toen Petrus driemaal had gelogen 

tussen soldaten en een vrouw, 

ging hij naar buiten, in zijn ogen 

de hete tranen van berouw.

En ik? Ik zou hun rechter zijn? 

Ik schonk de beker met venijn;

ik bood voor minder nog Uw leven,

maar heb het geld niet teruggegeven, 

en mengde edik in de wijn. 

Ik heb U honderdmaal bedrogen, 

mijn gal in uw gelaat gespogen, 

en duldde dat men U verried; 

maar ging weer slapen, zonder zorgen, 

de hanen kraaiden elke morgen: 

en niettemin, ik weende niet.

(Harry Prenen)