Denkend aan Brussel

door lievendebrouwere

  

Ik kan me vergissen, maar ik denk het niet. Dat oude gebouw dat u daar links vooraan op de foto ziet, geklemd tussen louter staal, glas en beton, is de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, waar ik in een ver verleden nog zes jaar van mijn leven heb gesleten. In de verte ziet u de triomfboog van het Jubelpark. Waarom daar zo triomfantelijk gejubeld werd, heb ik nooit geweten. Het interesseerde me ook niet. Ik had een hekel aan Brussel. Waarom? Kijkt u maar eens goed naar die foto, en weet dat aan het eind van die Wetstraat, waar ze (in dat langwerpige donkere gat) onder het Jubelpark duikt, de wereld van de Europese instellingen begint, een wereld van nog véél meer glas, staal en beton. Voor die wereld heeft de hele Leopoldswijk moeten wijken (sic), een wijk die eruitzag als het gebouw van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Daar kon je nog iets opsnuiven van het oude Brussel, en dát Brussel was … zalig. Ik heb ook nog oude Brusselaars gekend en dat zijn de meest goedhartige Vlamingen die je je maar kunt voorstellen. Want ja, Brussel was oorspronkelijk een Vlaamse stad, gelegen in het hart van Brabant, het mooiste deel van Vlaanderen. En van dat zo rijke en warme hart blijft niets meer over dan een woestenij van glas, staal en beton. 

Nergens is Vlaanderen zo grondig vernietigd als in Brussel, dat nu een stad is waar heel de wereld thuis is, behalve de Vlaming. Hij is uit zijn eigen hoofdstad gejaagd, hij wordt er uitgescholden voor sale flamand. Hij moet het niet wagen om Nederlands te spreken in Bruxelles want dergelijke arrogantie wordt niet geduld. Maar hij mag er wél voor werken, hij mag er wél voor betalen. Zonder Vlaamse steun zou Brussel pas echt een hellhole worden. Niet toevallig is de situatie het ergst in Molenbeek, waar Vlamingenhater Moureaux zolang de plak heeft gezwaaid. Voor hem waren moslims een wapen waarmee hij Vlamingen uit Brussel kon wegjagen. De aanslagen die nu plaats hebben gevonden, onder meer op 100 meter van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (waar op de foto die politiewagen dwars op de weg staat), kunnen niet los worden gezien van de ‘aanslagen’ die op Vlaanderen zijn gepleegd. Waarom zijn onze veiligheidsdiensten zo’n ramp? Omdat ze lam worden gelegd door de eeuwige strijd die Vlamingen moeten leveren tegen het Franstalige imperialisme. 

Ik had op de Vaste Commissie een goeie vriendin, een rasechte Waalse, waarmee ik heel goed kon opschieten. Maar wij waren vrienden omdat ik Frans sprak, want van haar moest ik niet verwachten dat ze Nederlands leerde spreken. Het was een beeld van België: Vlamingen en Franstaligen kunnen prima met elkaar opschieten, zolang de Vlamingen maar toegeven, zolang zij maar erkennen dat België Franstalig is, zolang ze zich gedragen als dhimmi’s. En zo heb ik mij in Brussel altijd gevoeld, als een dhimmi, een tweederangsburger, iemand die geduld werd. Dat oude gebouw van de Commissie voor Taaltoezicht, hierboven op de foto, is eigenlijk een beeld van wat er in Brussel nog overschiet van Vlaanderen, het ooit zo trotse en rijke Vlaanderen. Dat kan ik nooit vergeten als ik aan Brussel denk. En zelfs dát wordt me kwalijk genomen …

Advertenties