Het land van de schapen

door lievendebrouwere

  

‘Hij is geen Marokkaan, maar Orhan Pamuk schreef in ‘Sneeuw’ ooit dit: ‘Om te beginnen zijn die vrome mensen bescheiden, zachtaardig, begripvol. Ze halen niet meteen hun neus op voor het volk, waar die verwesterde types zo’n handje van hebben; ze zijn liefdevol en gekwetst. Je zult zien dat ze je mogen, van hen hoef je geen gemene streken te verwachten.’ Zo begint een artikel in De Morgen over de moslims van Molenbeek, the hellhole van België. Het begint zo stilaan walgelijk te worden, al die liefdesverklaringen in de media sinds de aanslagen in Brussel. Als je niet beter wist, zou je gaan denken dat we in het Land van de Liefde wonen, waar ieder stil en ongedwongen alles voor elkander doet. Maar ‘stil en ongedwongen’ is er natuurlijk niet bij. We toeteren onze liefde zo luid in het rond dat het pijn doet aan de oren. En wee degene die niet meetoetert, want dat is een heel, heel slecht mens. Daar willen wij-die-vol-van-liefde-zijn natuurlijk niks mee te maken hebben. Voor slechte mensen is er geen plaats in het Land van de Liefde. Zij worden veracht, bespuwd en uitgescholden. Zij worden opgesloten achter een cordon sanitaire en vervolgens aan het kruis genageld.

Het is ronduit geniaal hoe de moslimterroristen van Pasen een lachwekkende schijnvertoning hebben gemaakt. De hele Lijdensweek lang moesten we in de media lezen dat de Belgen haat met liefde zouden beantwoorden, dat ze niet bang waren, dat ze balls of steel hadden. Als bekroning van al die moed zouden ze vandaag een grote Mars tegen de Angst houden om de terroristen te laten zien uit welk hout ze gesneden zijn. Maar toen de politie zei dat ze niet in staat was voldoende manschappen vrij te maken om de mars te beschermen, werd ze prompt afgelast. In één klap werd al die liefde en solidariteit ontmaskerd: ze was niets anders is dan een uitdrukking van angst, en die angst was op zijn beurt een vorm van haat. Want niet moed is het tegendeel van angst, maar liefde. Waar angst leeft, is geen liefde maar haat. We leven helemaal niet in het Land van de Liefde, we leven in het Land van de Angst, het Land van de Haat. Dát is de waarheid die we niet onder ogen durven zien, de waarheid waarmee de terroristen ons confronteren. Ze houden ons een spiegel voor en wat we daarin zien is onze eigen haat. Het was onze eigen haat die explodeerde in Brussel, de haat die we zorgvuldig verbergen in valiezen van liefde. 

De islam is een maan-godsdienst. Hij heeft geen substantie, hij is louter weerspiegeling. De moslimterroristen zijn dan ook niet geniaal, ze weerspiegelen alleen onze eigen genialiteit. En die genialiteit ligt in het christendom: dát is het genie van Europa, dát is de geest die ons inspireert. Kunnen we daar nog naast kijken? Wanneer men ons op de linkerwang slaat, keren we de rechterwang toe. Wanneer men ons aan het kruis nagelt, prevelen we: vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen. Haat vergelden we met liefde. We zijn één en al verdraagzaamheid en we sluiten de hele wereld in onze armen. We zijn met andere woorden door en door christelijk, of beter: we zouden het zijn als we het wisten, als we het allemaal bewust en uit vrije wil deden. Maar dat is niet het geval. We worden geïnspireerd door het christendom zonder dat we er iets kunnen aan doen. We worden erdoor gedreven, we worden erdoor gedwongen. Het is een instinct waar we ons niet kunnen tegen verzetten, een tweede natuur die ons te sterk is en die we daarom haten. Die haat is het die we weerspiegeld zien in de moslimterroristen: lieve jongens met een hart van goud, net als wij.

Een instinctief christendom dat ons tot willoze wezens maakt die de harde realiteit niet onder ogen kunnen zien, is een luciferisch christendom. De ahrimanische haat die het opwekt, is uitdrukking van de wil om vrije en zelfstandige mensen te worden, mensen die zich niet langer als schapen laten meedrijven met de kudde. Het instinctieve, luciferische christendom dat we vandaag kennen onder de naam ‘politieke correctheid’ wekt haat op omdat het de mens berooft van zijn vrijheid en mondigheid. Het wekt niet alleen haat op onder de eigen bevolking omdat het die bevolking de mond snoert en behandelt als een verzameling wilde dieren (wat natuurlijk een projectie is), maar het wekt ook haat op onder de moslims, want zij zijn niet naar hier gekomen voor dat krachteloze schijn-christendom. Zij zijn naar hier gekomen om het echte, levende genie van Europa te leren kennen, om zich te spiegelen aan echte christenen. Maar in plaats daarvan treffen ze alleen maar makke schapen aan die net hetzelfde doen als zij, namelijk weerspiegelen. Dat hele Festival van de Liefde waarvan de media zo vol zijn, is niets anders dan een Spiegelfeest, een feest van de nabootsing, een schapenfeest. 

Het is deze schaapachtige luciferische liefde die de ahrimanische haat van de moslims opwekt. Dat is de akelige waarheid achter het Feest van de Liefde dat tijdens deze Lijdensweek gevierd werd. Al die liefde zal alleen maar méér haat opwekken. Hoe meer we de moslimhaat beantwoorden met liefde, des te groter zal hij worden. Met al die kaarsjes, bloemetjes en knuffelbeertjes bereiden we volgende aanslag voor. De moslims ervaren die uitingen van ‘liefde’ en ‘solidariteit’ immers als een afwijzing. Want ze gelden alleen de schapen, degenen die tot de kudde behoren en blind de herder volgen. Wie vrij wil zijn en zelf zijn leven bepalen, ervaart die uitingen van liefde als uitingen van haat. En hij beantwoordt ze met haat, want er is niemand waarop hij zijn liefde kan richten, er zijn geen echte christenen die weerspiegelen wat diep in zijn ziel leeft. Want waarom zijn al die moslims naar Europa komen? Waarom blijven ze komen ook al worden ze hier zo verschrikkelijk ‘gedicrimineerd’? Om hier een kalifaat te stichten, dezelfde achterlijke moslimcultuur die ze ontvlucht zijn? Nee, ze komen zo massaal naar Europa omdat ze christenen willen worden. Ze weten het alleen niet, ze weten niet wat hen naar hier drijft.

In Europa staan momenteel twee groepen van mensen tegenover elkaar: Europeanen die niet weten dat ze christenen zijn, en moslims die niet weten dat ze christenen willen worden. En allebei haten ze het christendom. Twee bevolkingsgroepen botsen frontaal tegen elkaar, en samen botsen ze tegen het christelijke midden: de enen omdat ze niet weten dat ze dat midden belichamen, de anderen omdat ze niet weten dat ze dat midden zoeken. De Europeanen slapen en willen ontwaken: ze willen zich bewust worden van het christelijke genie dat in hen leeft. Maar ze beseffen dat niet. De moslims zijn klaarwakker en zich scherp bewust van het feit dat zij dat christelijke genie niet hebben. Maar ook zij beseffen dat niet. De Europeanen dromen en leven in een aangename wollige wereld waaruit ze zich niet los kunnen rukken. De moslims leven in een zeer onaangename, harde wereld en ze willen deel hebben aan de christelijke droom. Daarom proberen ze die slapende Europeanen wakker te schudden. Ze willen dus allebei hetzelfde: ze willen Christus. Maar ze weten het niet. De Europeanen weten niet dat Christus in hen leeft, en de moslims weten niet dat ze daarom zo hard schudden. 

Wat ze allebei willen is de levende Christus, niet het luciferische schijnbeeld en niet het van haat vervulde ahrimanische bewustzijn, maar de realiteit van de bewuste liefde. Die realiteit is het die verborgen gaat achter de clash of civilisations. De botsing tussen het Westen en de islam is in wezen een herhaling van een zeer oude geschiedenis: de botsing tussen Kaïn en Abel, de eeuwige broederstrijd tussen de oude en de jonge zielen. Het is die strijd die momenteel in Europa wordt uitgevochten, en niet de strijd zelf is het grote kwaad, maar de blinde manier waarop hij gevoerd wordt. Waar we meer dan ooit behoefte aan hebben, is inzicht in die oerstrijd. Niemand wist dat beter dan Rudolf Steiner. Daarom heeft hij tijdens het laatste jaar van zijn leven zo gehamerd op het zielenthema. Hij wist wat er aan het begin van de 21ste eeuw zou gebeuren en hij wilde dat we erop voorbereid waren. Hij heeft ons daar niet alleen zijn inzicht voor gegeven, hij heeft daar zelfs zijn leven voor gegeven. Christus zou sowieso komen, dat wist hij, maar wat niet vanzelf zou komen dat was het bewustzijn van Christus. Daarvoor moesten we wakker worden, en als we dat niet uit onszelf konden, dan zou Ahriman het in onze plaats doen. 

Advertenties