De blinde liefde

door lievendebrouwere

  

In DeWereldMorgen toonde Lieven De Cauter zich onlangs verontwaardigd over het optreden van de Vlaamse ‘facisten’ in Brussel. De ‘Paasbestorming’, zoals hij het noemde, had hem geraakt in zijn ‘antropologisch gevoel’: een rouwplechtigheid verstoren, dat doe je eenvoudig niet! De professor zou een punt hebben als het hier werkelijk om een rouwplechtigheid ging. Het Beursplein stond vol met internationale pers. Wie over de hele wereld in beeld wilde komen, was daar op de goede plaats, wie wilde rouwen wellicht iets minder. Bovendien leek het hele gebeuren gekaapt door Belgicisten en multiculturalisten. Er werden politiek-correcte leuzen gescandeerd en er was ook ruimte voor een koor dat de overwinning van Mohammed op de christenen bezong. Moét kunnen in de multiculturele hoofdstad van Europa die, zoals iedereen heeft kunnen zien, geregeerd wordt door liefde en solidariteit. Althans in de eerste week na de aanslagen. Daarna was het weer business as usual. Ruzie tussen de Vlamingen en de Franstaligen, ruzie tussen de regering en de vakbonden, ruzie tussen links en rechts, ruzie tussen de politie en jongeren, ruzie, ruzie, ruzie. Want eendracht maakt macht, maar tweedracht maakt België. 

Daarom was de Mars der Vlaamse Fascisten zo’n koude douche: ze verstoorde de illusie van verbondenheid en solidariteit. Ze confronteerde de dromers met de werkelijkheid, de werkelijkheid van een land dat diep verdeeld is. En die verdeeldheid willen ze niet zien. De liefde, eendracht en solidariteit waaraan ze zich overgeven, is louter schijn. Ze is een camouflagepak dat haat, tweedracht en naijver verbergt. Dankzij die schijnliefde kan de haat ongestoord blijven woekeren. We zouden dus beter kunnen spreken over haatliefde, want deze blinde liefde is onafscheidelijk verbonden met de haat. Ze zijn als de zijden van een zelfde medaille. En die medaille draait voortdurend rond. Het ene moment trilt Lieven De Cauter nog van woede en verontwaardiging (over de ‘fascisten en neonazi’s’), het volgende moment is hij alweer één en al liefde en solidariteit (met de liefde en de solidariteit). En tussen die twee momenten overschrijdt hij als het ware de Lethe (de stroom der vergetelheid) en wordt zijn herinnering uitgewist. Hij is zich ofwel bewust van zijn liefde ofwel van zijn haat, maar nooit van beide samen. Zijn bewustzijn is gespleten, er loopt een diepe kloof doorheen.

Over welke kloof hebben we het hier? Hoe komt het dat onze intellectuelen – want Lieven De Cauter is bepaald géén uitzondering – zichzelf zo menslievend, zo positief, zo verdraagzaam vinden en geen flauw idee hebben van hun haat, hun negativiteit en hun onverdraagzaamheid? Diezelfde vraag kunnen we ook over de moslims stellen: hoe kunnen ze de islam beschouwen als een religie van vrede en liefde terwijl overal ter wereld moslims terreur zaaien en de islam zowat synoniem is met bloederig geweld? Deze bewustzijnskloof is dus een probleem dat beiden – moslims én Westerse intelligentsia – gemeen hebben en dat de hele menselijke beschaving bedreigt. Hoe komt het dat mensen dit probleem niet onder ogen zien en hun ogen sluiten voor de fundamentele tegenstelling in hun ziel? Wat ligt er aan de basis van die buitengewoon hardnekkige en verontrustende blindheid? Want de Lieven De Cauters dezer wereld voelen zich emotioneel wel geschokt door de aanslagen, maar ideologisch zijn ze dat allesbehalve. Meer dan ooit zijn ze overtuigd van hun grote gelijk, meer dan ooit spreken ze oorlogstaal: het fascisme moet verslagen worden! Dat deze uiterlijke strijd in feite een innerlijke strijd is, ontgaat hen volkomen.

Wat voor de moslims de ongelovigen zijn, dat zijn voor de Westerse intellectuelen de fascisten. En geen van beiden beseffen ze dat die ‘ongelovigen’ en die ‘fascisten’ zich ook – en vooral – in hun eigen ziel bevinden. Wat ze buiten zich zo helder en zo duidelijk zien, dat zien ze in hun eigen ziel totaal niet. Het is het verhaal van de balk en de splinter. Buitensporige verontwaardiging á la Lieven De Cauter wijst altijd op onbewuste herkenning. De hooligans op het Beursplein brachten hem tot wat hij een ‘emotionele lockdown‘ noemt omdat hij onbewust dacht: verdorie, dat ben IK die daar in gestrekte pas en opgeheven arm komt aangemarcheerd! Niet dat groepje voetbalsupporters choqueerde hem, maar het feit dat ze de neonazi in zijn eigen ziel weerspiegelden. Dat besef drong echter niet tot zijn bewustzijn toe, want wat zou er overblijven van zijn zelfbeeld als zou blijken dat de extreemlinkse activist tegelijk een extreemrechts fascist is! Dat zou van zijn hele strijd tegen het ‘rechtse gevaar’ een gevecht tegen windmolens maken, een gevecht tegen spoken en demonen. En dus projecteert hij die innerlijke fascist buiten zich, op ieder menselijk ‘scherm’ dat zich daartoe leent. 

Om welk zelfbeeld gaat het hier? Het is een zelfbeeld waarin een diepe kloof gaapt tussen binnen en buiten. Wat zich in de mens afspeelt (en hem tot een zelf maakt), heeft niets te maken met wat zich buiten hem afspeelt. Denken, voelen en willen staan helemaal los van de buitenwereld. De menselijke ziel wordt vereenzelvigd met het fysieke lichaam, en daardoor geïsoleerd van het grote geheel. Het denken wordt op zijn beurt vereenzelvigd met het hoofd, dat zich onderscheidt van het lichaam zoals de intellectuelen zich onderscheiden van de bevolking. Het materialistische wereldbeeld dat daarin tot uitdrukking komt, herleidt de werkelijkheid tot een verzameling (geïsoleerde) materiële deeltjes en/of lichamen die met elkaar niets te maken hebben. Het is een wereldbeeld dat het bestaan van een alomvattende geest ontkent, een geest die zich zowel in als buiten de mens manifesteert. Het idee dat de buitenwereld een spiegel zou kunnen zijn van de ziel, wordt er als volkomen absurd van de hand gewezen. De ziel resideert immers in de hersenen – volgens het motto ‘de mens is zijn brein’ – en die hersenen zijn van de buitenwereld afgeschermd door een keiharde schedelpan. 

Het Westers-materialistische wereldbeeld wordt geregeerd door het hoofd en het ligt dan ook voor de hand dat het tegenovergestelde Oosters-spiritualistische wereldbeeld de oplossing van het wereldprobleem ziet in het – letterlijk en figuurlijk – onthoofden van het Westen. Maar een oplossing is dat natuurlijk niet, want zonder hoofd bloedt het lichaam leeg. Dat kunnen we maar al te goed zien in de landen waar de islam systematisch het vrije denken van het hoofd aan banden heeft gelegd. Al deze moslimlanden zijn ‘leeggebloed’ en in armoede weggezonken, met een massale emigratie naar het Westen tot gevolg. De islamitische onthoofdingsdrang is echter mee geëmigreerd en legt nu ook in het Westen het vrije denken aan banden. Vreemd genoeg vindt ze een bondgenoot in het Westerse ‘hoofd’, in de intellectuele wereld, de wereld van de denkers. Het is alsof deze mensen – net als de binnenstromende moslims – onbewust weten dat ‘het hoofd’ de grote vijand is. En dat leidt tot het zelfvernietigende gedrag van de Westerse intelligentsia. Op die manier wordt het Westen – zowel van buitenaf als van binnenuit – geïslamiseerd: het wordt ‘onthoofd’ en het zal leegbloeden, zoals alle geïslamiseerde landen en culturen. 

Het hoofd is de oorzaak van de kloof die het bewustzijn van de moderne mens in twee deelt. Onthoofding doet de kloof inderdaad verdwijnen: het creëert de eenheid die we in de dagen na de aanslagen in Brussel hebben zien ontstaan. Maar het is een schijneenheid: ze duurt maar zolang tot ze is leeggebloed. Hoe we het ook draaien of keren: het hoofd hoort erbij. Als we de kloof willen dichten die zoveel geweld veroorzaakt, dan zullen we dat mét ons bewustzijn moeten doen, niet zonder. De verbindende krachten die we nodig hebben, zijn geen krachten die het hoofd afwijzen, maar die zijn scheidende krachten opnemen in een hoger verband. We hebben inderdaad liefde, verdraagzaamheid en solidariteit nodig, maar niet in hun blinde vorm zoals ze vandaag als bloed uit een onthoofd lichaam gutsen. We hebben een ziende liefde nodig die niet in haat verandert zodra ze met haar tegendeel geconfronteerd wordt, een standvastige liefde die niet van haar melk raakt wanneer ze haat ontmoet. Alleen uit zo’n liefde kan het nieuwe hoofd oprijzen dat het oude, kwaadaardig geworden hoofd vervangt. En het is in ‘de kloof’ dat we dit nieuwe hoofd moeten zoeken, wiens licht schijnt in de duisternis. 

Advertenties