Spreekuur

door lievendebrouwere

  

Het Oekraïne-referendum in Nederland is een waar feest van de democratie geworden: de bevolking zei nee en daar maakte de regering ja van. Ze bediende zich daarvoor van de waarlijk geniale redenering: 30% is komen stemmen en dat betekent dat we 70% bij de ja-stemmers moeten tellen. Dat ze daardoor in één klap ALLE Europese verkiezingsuitslagen – de Belgische uitgezonderd (want daar moet iedereen gaan stemmen) – ongeldig  verklaarde, was geen bezwaar want verkiezingen zijn toch maar een vervelende zaak voor regeringen en apparatsjiks allerhande. Koen Meulenaere formuleert het als volgt:

‘In het Verenigd Koninkrijk lopen ze zich warm voor het referendum van 23 juni, over precies twee maanden. De vraag wat de vraag is, is de vraag niet. Die doet in een referendum namelijk niet ter zake. Nog minder dan de uitslag, waaraan men ook niet meer dan minimale aandacht zal besteden. Waar het in een referendum om gaat, is de analyse die erover wordt gemaakt door het onrustwekkend aangroeiende leger van politiek analisten, van wie er zorgbarend veel Vos of Vis heten. Twee weken geleden hebben 4 miljoen Nederlanders deelgenomen aan een raadpleging waarvan de opgave luidde: ‘Bent u voor of tegen de goedkeuring van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne?’ Welnu, geen van die 4 miljoen heeft geantwoord op deze vraag. Wel op vele andere, die niet gesteld werden.

Het gevolg van dat reeds in voege zijnde verdrag is op dit moment al een burgeroorlog in Oekraïne, plus een uitzichtloze politieke chaos en het verlies van twee belangrijke landsdelen. Daarnaast wederzijdse handelssancties tussen de EU en Rusland. Mits één goed gemikt vlammetje aan de juiste lont kan daar op korte termijn bij komen: een atoomoorlog met de Russen. Zijn vóór dit rampzalige akkoord: Guy Verhofstadt en Karel De Gucht. Dan moet er niet lang meer getwijfeld worden. Het vergt niet veel fantasie om te vermoeden dat hier en daar een Nederlander loopt, bijna zeker een kijker van Pauw, die zijn mening over deze idiotie wil kenbaar maken. Wel, daartoe heeft die mens vele mogelijkheden: brievenrubrieken in kranten, internetfora, van appelsienkisten voorziene speakers-corners op de markt, parochiezalen, brasseries, een massa praatshows… maar niet het referendum.

De voorbije volksraadpleging in Nederland, zo verzekerden ons de politieke betweters, ging over veel: het lidmaatschap van de Europese Unie, het voortbestaan van de regering-Rutte, de referendumwet zelf, het homohuwelijk, de voortzetting der Deltawerken, de verplaatsing van de Elfstedentocht naar de zomer, desnoods over nieuwe teelmethoden voor tulpenbollen, maar niet over de vraag of het associatieverdrag met Oekraïne moest worden goedgekeurd. Ook bij gewone verkiezingen is het erg, ook dan heeft de kiezer altijd iets anders willen zeggen dan hij gezegd heeft, maar bij referenda is de minachting voor het volk het grootst. Vooral bij liberalen. Dat burgers zich met kennis van zaken zouden uitspreken over iets, is voor blauwe grootdenkers ondenkbaar. En voor rode nog meer. Walter Zinzen in De Standaard: ‘Als het Oekraïnereferendum iets bewezen heeft, dan wel dat een referendum het tegendeel is van wat het heet te zijn: democratisch.’

Of het Nederlandse referendum dat inderdaad bewezen heeft, is ons niet duidelijk, maar als Walter het zegt, zal het wel. En dan komt steevast het volgende rekensommetje: indien 60 procent van de 30 procent opgekomen kiesgerechtigden ‘tegen’ heeft gestemd, heeft 80 procent van álle kiesgerechtigden niet ‘tegen’ gestemd. En dus ‘voor’, besluiten mannen als Walter dan met een merkwaardige aanleg voor domme gevolgtrekkingen. We zijn dus benieuwd, niet naar donderdag 23 juni, maar naar vrijdag 24 juni. Pas dan zullen we weten wat de Britten eigenlijk hebben gezegd. En dat zal niet erin of eruit zijn.’

Advertenties