Kreunt, Vlaanderen, kreunt!

door lievendebrouwere

  

Enkele dagen geleden kreeg ik per e-mail een reclamafolder van Gerstaecker, een grote verzendhandel in kunstenaarsbenodigdheden. Ik heb daar in het verleden wel eens een bestelling geplaatst en sinds kort heeft dit Duitse bedrijf ook een Belgisch filiaal. Als ik nu iets bij hen wil kopen, hoef ik dat niet meer via hun Nederlandse tak te doen. Maar ik wíl niets meer bij hen kopen sinds ze me hun reclamefolder in het Frans toestuurden. Toen ik hen daarop wees, stuurden ze me prompt een Nederlandstalige versie, evenwel nog altijd met als hoofding ‘Le Géant des Beaux-Arts’. Ter vergelijking: in Nederland adverteert Gerstaecker met de slogan ‘Alles voor Kunst’, in Engeland met ‘Great Art’. Toen ik daar een vraag over stelde, antwoordde ene Bettina Meermans vanuit Antwerpen dat ze ‘mijn opmerking over een niet-bestaande versie van Le Géant des Beaux Arts niet begreep’. Ik heb haar vriendelijk uitgelegd dat ik op mijn beurt niet begreep waarom een Duitse firma zich in België een Franse naam aanmeet en niet eens de moeite doet om een (reeds bestaande) Nederlandstalige versie te gebruiken. Dacht Gerstaecker op die manier werkelijk de Vlaamse markt te veroveren? Het was meteen het einde van onze kleine conversatie, want ik kreeg geen antwoord meer. 

Gerstaecker is geen uitzondering. Ik krijg wel meer Franstalige reclamefolders. Ik word zelfs in het Frans opgebeld. Allemaal ‘vergissingen’? Ik betwijfel het. Hoe kan het een vergissing zijn als een Duitse internationale firma in Nederland in het Nederlands adverteert en in België in het Frans? Weten ze daar in Duitsland niet beter? Denken ze werkelijk dat België eentalig Frans is? Heeft men ze nooit verteld dat de meerderheid van de bevolking er Nederlands spreekt? Maak dat de ganzen wijs! Dus hoe komt het dat Gerstaecker zijn commerciële zetel in Antwerpen heeft en zich toch in het Frans presenteert? Eén reden is alvast dat Vlamingen alles over hun kant laten gaan. Hoeveel mensen zouden geprotesteerd hebben tegen die ‘Géant des Beaux-Arts’? De reactie van de Antwerpse Bettina sprak boekdelen: ze begreep niet wat het probleem was. Dat onbegrip ontmoet ik ook in mijn (weliswaar beperkte) familie- en kennissenkring: ze begrijpen niet waarom ik van dat soort zaken een probleem maak. Ach, die Vlaamse kwestie, wat een ouwe koek! Daar houdt een modern mens zich toch niet meer mee bezig! Mijn eigen kinderen vinden me enggeestig. De Vlamingen hebben lang genoeg op kosten van de Franstaligen geleefd, zeggen ze, moeten ze nu echt in de hand gaan bijten die hen gevoed heeft? 

In de lagere school heb ik nog het vak ‘Vaderlandse geschiedenis’ gekregen. Dat werd zeker niet in flamingantische zin gegeven. Ons vaderland was België, daar kon geen twijfel over bestaan. De Vlaamse Leeuw hebben we nooit leren zingen, de Brabanconne wel. Later zou de geschiedenisleraar zich smalend uitlaten over de Guldensporenslag van 1302, toen de Vlamingen de voltallige Franse adel in de pan hakten. Een straatgevecht, noemde hij dat, volkomen ten onrechte opgeklopt tot een historisch feit. Zo spraken Vlaamse intellectuelen 45 jaar geleden reeds over de Vlaamse geschiedenis. Vandaag hebben ze die geschiedenis blijkbaar helemaal omgekeerd, want waar zouden mijn kinderen anders hun groteske ideeën over de Franstalige liefdadigheid gehaald hebben? Ze doen overigens verdacht veel denken aan die andere groteske ideeën: de politiek correcte ideeën over de islamitische ‘liefdadigheid’ en de stuitende ondankbaarheid van het Westen. Tja, met zo’n mentaliteit kan het geen verwondering baren dat Gerstaecker zich in het Frans tot de Vlamingen richt. Waarschijnlijk denken de Duitsers: Vlamingen zijn masochisten, die vinden het lekker als ze vernederd worden! Dus waarom zouden we ze in het Nederlands aanspreken als het ook in het Frans kan!

Advertenties