Koleirige koleuren

door lievendebrouwere

  

Onderstaande tekst is van de hand van Jean-Pierre Rondas. Ik ben zo vrij geweest er een beetje in te snoeien onder het motto ‘less is more’. Jean-Pierre zal me dat hopelijk niet ten kwade duiden, want we delen onze bewondering voor de schrijver van Pallieter, dat oer-Vlaamse boek waarvan Rilke zei: ‘Lees het. Je zal lachen, maar ook diep geraakt worden.’ Bestaat er een mooier en bondiger typering van de Vlaamse ziel?

Honderd jaar geleden verscheen Pallieter, de Vlaamse roman die het beeld van de Vlaming in het buitenland in hoge mate heeft bepaald. Vandaag verschijnt het boek opnieuw. In het nawoord kant Kevin Absillis zich tegen de ‘folkloristische’ beeldvorming van Timmermans. Hij probeert de Vlaamse 19de-eeuwse en 20ste-eeuwse literatuur te duiden als het slagveld van een moderniseringsstrijd. Pallieter werd ondanks zijn Europese succes niet opgenomen in de Vlaamse literaire canon van 2015 waarin vijftig literatoren van de middeleeuwen tot nu figureren. De afwijzing en ridiculisering van Timmermans dateert echter niet van na de Tweede Wereldoorlog. De kritiek begon al onmiddellijk na de publicatie van Pallieter tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van wie kwam die kritiek? Wel, van ongeveer iedereen.

In die twintigste eeuw werd Felix Timmermans door de kerk gecensureerd om zijn heidendom, door het modernisme uitgespuwd om zijn folklore, door de volksverbonden nationalisten wegens zijn literaire suikerbakkerij, door het linkse Vlaanderen wegens zijn volksverbonden nationalisme, en door de postmodernen om dit alles tezamen. Zowel Anton van Duinkerken als Gerard Walschap signaleerden dat het mode was om meedogenloos af te geven op de schrijver van Pallieter. August Vermeylen formuleerde dit modernistische onbehagen als volgt: ‘de conventie van dat eeuwig ‘koleurige’, aldoor brassende en slampampende Vlaanderen, dat in den treure folkloristische Vlaanderen, dat kermis-Vlaanderen voor de literaire uitvoer, dat theater-Vlaanderen vol bestendig pittoreske Vlamingen!’

In de jaren dertig vallen de Vlaams-nationalistische, ‘volksverbonden’ critici Felix Timmermans nog veel scherper aan dan hun linkse, modernistische tegenstanders. Maar in laatste instantie doen ze dat om dezelfde redenen en vanuit hetzelfde onbehagen. Voor Wies Moens maakt Timmermans geen heimatkunst (zoals hij zou moeten doen), maar slechts provincialistische, prentjesachtige kunst. De achterliggende gedachte is dat je met zoiets geen Vlaamse strijd kunt voeren. Zelfs Timmermans’ vriend Ernest van der Hallen is van oordeel dat we ‘ons uit onze folkloristische verhalenliteratuur moeten losworstelen en dringend, dringend contact nemen met de grote problemen die op dit ogenblik van beslissende invloed zijn op de toekomst van Europa …’ Ook vandaag nog worden zulke alinea’s vaak opgemerkt in literaire bijlagen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de periode toen de Hamburgse Rembrandtprijs aan Timmermans ‘als een doodskus’ werd uitgereikt, bleek de Duitse Propaganda-Abteilung perfect op de hoogte van de Vlaams-nationalistische gevoelens aangaande Timmermans. De Duitse industrieel Töpfer, het brein achter de prijs, vond Timmermans wel een typische Vlaming maar geen Vlaams-nationalist. Daarenboven wist hij dat de Vlaams-nationalisten Timmermans twee jaar voordien voor de prijs hadden afgewezen omdat hij voor hen te weinig strijdlustig was. De Propaganda-Abteilung zelf was erachter gekomen dat de uitreiking van de prijs in Vlaams-nationale kringen sterk werd aangevochten. Men verweet er Timmermans dat hij een belachelijke karikatuur maakte van de Vlaming. Diezelfde Abteilung was ervan op de hoogte dat dit in wezen het oordeel van Cyriel Verschaeve was. Of waarin Vermeylen en Verschaeve het eens waren…

In een nummer van Muziek en Woord schreef collega Bert Govaerts dat Timmermans niet paste in de nazi-esthetiek, en dat het niet de nazipartij was die Timmermans kwam opvrijen, maar de nazistaat. De staat gaf hem de prijs, de partij noemde hem in haar tijdschrift Neue Literatur een ‘suikerbakker’. Des te meer wekt het verbazing dat Hedwig Speliers de schrijver van Pallieter associeert met de volksverbonden kunst van het interbellum, die met alle wortels vastzat aan het fascistische denken van de Vlaams-nationalistische katholieken – waarbij hij de namen opsomt van uitgerekend die mensen (Moens, Van der Hallen, Vercnocke) die Timmermans het folkloristische en speelgoedwinkel-volkse hebben verweten …

L.P. Boon verwijt het ‘folkloristische’ duo Timmermans en Claes dat ze boeken schrijven die de mensen in slaap wiegen (terwijl ze hen juist wakker zouden moeten maken). Albert Westerlinck sprak dat in de jaren zeventig nog tegen. Hij zag vooral het volstrekt antiburgerlijke karakter van Timmermans’ werk, zijn agressieve ironie tegen de burgerij, en zijn sarcastische kijk op mens en maatschappij, drie eigenschappen waarmee noch de modernistische, noch de volksverbonden, noch de linkse Timmermanskritiek iets wist aan te vangen. Maar naast het alomtegenwoordige verwijt van folklorisme valt in de jaren tachtig en negentig het verdict: ‘idealisme’. Dat verwijt vat grosso modo alle voorgaande bezwaren samen: Timmermans heeft geen noemenswaardige visie op de maatschappij, maar beperkt zich tot het opnemen, door een idealiserende lens heen, van taferelen uit het leven in de heimat. Zijn idealisme is ook nog eens pathetisch, steriel, kwezelachtig, maar vooral naïef. Naïef idealisme stelt geen problemen, noch inhoudelijke, noch vormelijke. Het kijkt alleen terug.

Timmermans blijft een soort literatuurschandaal. De rekening is nog altijd niet vereffend. Dat hij meer gedrukt, verkocht en gelezen werd dan veel hedendaagse auteurs, maakt van hem een steen des aanstoots. Timmermans ontsnapt aan een literatuurgeschiedenis die zichzelf ziet als de beschrijving van een opeenvolging van vernieuwingen in een processie van literaire vooruitgang. Hij is een anomalie waarop de modernistische categorieën in hun theologische, fascistische of postmoderne vormen geen vat krijgen. Daarom is het afwijzingsfront ook zo rijk geschakeerd, in koleirige koleuren van extreem links tot extreem rechts.

  

(Felix Timmermans door Isidoor Opsomer)

Advertenties