Fair play

door lievendebrouwere

  

De grote vraag na het Britse referendum is natuurlijk: zal Groot-Brittanië bij Europa blijven of niet? Vóór, zult u wellicht zeggen, dat was de vraag vóór het referendum! Uiteraard, maar bij een referendum gaat het niet om de vraag, en ook niet om het antwoord. Het gaat om wat de machthebbers met het antwoord doen. Want zomaar het volk laten beslissen, dat kán natuurlijk niet, dat begrijpt het kleinste kind. De vraag is dus: wat zullen ze doen, de grote meneren en mevrouwen? Het grote probleem is dat Groot-Brittanië zo verdeeld is. De ‘overwinning’ van de Brexiteers was nipt. Grof gezegd: de helft van de Britten was voor en de helft tegen. Wat doe je dáármee? Referenda – en de democratie in het algemeen – doen een beroep op de fair play van de bevolking: de minderheid dient zich neer te leggen bij de wil van de meerderheid, anders wordt het land onbestuurbaar. Kijk naar België. De regering voert de maatregelen uit waarvoor een meerderheid van de bevolking heeft gestemd, maar de minderheid weigert zich daar bij neer te leggen. Ze steekt voortdurend stokken in de wielen. De verliezers blijven hun verlies dus aanvechten. Het zijn met andere woorden slechte verliezers.

Fair play is een must in een democratie. Net zoals het dat is in het voetbal. Spelregels alléén zijn niet voldoende, er moet ook de – vrije – wil zijn om ze na te leven. Spelers die – zoals in het hedendaagse, gefeminiseerde voetbal – op alle mogelijke manieren proberen de spelregels te omzeilen en de scheidsrechter te bedotten, verzieken het spel en maken het steeds barbaarser. Het stuitende gedrag van de supporters op het EK is niets anders dan een afspiegeling van het gedrag van de spelers op het veld. En dat gedrag is dan weer een afspiegeling van het gedrag van de moderne burger. Die ziet de democratie niet meer als een (maatschappelijk) spel waarbij de verliezer zegt: gefeliciteerd, maar de volgende keer win ík! Nee, hij ziet politiek in toenemende mate als een straatgevecht, waarbij het erom gaat de ander definitief uit te schakelen. De moord op Jo Cox was daar een triest voorbeeld van. Dit was geen spel meer. Alle fair play was hier zoek. Dat bleek trouwens al uit de debatten, en het bleek nog meer uit de reacties op de moord. De voorstanders van de EU schilderden hun tegenstanders botweg af als barbaren die een bedreiging vormen voor de beschaving. 

Zoiets zeg je niet tegen mensen waarmee je moet samenleven, zeker niet als je ’t meent. Er leeft tegenwoordig zo’n diepe afkeer en zelfs haat voor andere mensen, dat je je afvraagt hoe dat verder moet. En we kunnen er niet omheen: die mensenhaat is het grootst bij de machthebbers, bij de elite en bij degenen die bij de elite willen horen – dat wil dus zeggen bij de politiek correcten. Het wantrouwen dat daar heerst voor de bevolking, voor de gewone burger, vormt de grootste bedreiging voor de democratie. Het is tegen dit wantrouwen – dat in Europa belichaamd wordt door de EU en Brussel – dat de Brexiteers een vuist hebben gemaakt, of beter misschien: een middenvinger hebben opgestoken. Want hun stem was geen weloverwogen besluit, het was een protest dat uit het hart kwam – dat ‘bange, boze hart’ zoals het door de politieke correctheid wordt genoemd. Misschien gaan ze het zich zwaar beklagen, en misschien zal de strijd tussen politiek-correct links en nationalistisch rechts er alleen maar grimmiger op worden, maar de aanstoker ervan moet gezocht worden in de smerige manier waarop politiek-correct links het spel (al jaren) speelt, in haar stuitende gebrek aan fair play.   

Advertenties