Weg met de anderen!

door lievendebrouwere

  
Het werd hoog tijd dat iemand met het verstandige voorstel kwam om het stemrecht te beperken tot mensen onder de zestig jaar. Te veel verbitterde, chagrijnige, oerconservatieve oudjes die terugverlangen naar de ingebeelde goede oude tijd van hun jeugd vertekenen nu al veel te lang het electorale beeld. De recente catastrofe in Groot-Brittannië deed de maat overlopen. Dat wil zeggen dat we daarmee zo’n 30% van de overtollige kiezers uitgeschakeld hebben. Maar aan het andere eind van het demografische spectrum is het niet veel beter. We weten dat we in het beste geval eerst rond 21 jaar min of meer volwassen worden, wat dus al het stemrecht voor jongeren vanaf 18 jaar ernstig in vraag stelt. Maar omdat het de laatste decennia steeds meer de trend geworden is dat jongeren zowat tot hun dertigste thuisblijven en daardoor onmogelijk als verantwoordelijke volwassenen kunnen beschouwd worden, zouden we de minimumleeftijd voor de deelname aan de verkiezingen moeten optrekken tot 30.

Kiezers tussen 30 en 60 dus, grof geschat nog 40% van de huidige kiezersbevolking. Dat zou al voor een zekere stabiliteit in het politieke landschap kunnen zorgen, maar we zijn er nog niet helemaal. Welke door liefde of misplaatst egalitarisme verblinde man heeft ooit kunnen denken dat vrouwen met dezelfde kritische, evenwichtige en rationele objectiviteit over politiek en economische problemen zouden kunnen oordelen als wij die al duizenden jaren lang met succes onze bekwaamheid bewezen hadden? Het is correct dat vrouwen een aangeboren talent hebben voor details zoals de zorg voor kinderen en het huishouden, maar wat met de grote geopolitieke beslissingen zoals de locatie en kalender van de volgende voetbalkampioenschappen en de keuze van een nieuwe auto? Om maar te zwijgen over oorlog en vrede? Nee, wanneer we eerlijk willen zijn moeten we het kiezersbestand gewoon beperken tot mannen van 30 tot 60. Daarmee zitten we al aan 20% van het huidige “kiesvee”, zoals de uitdrukking het zo goed zegt. Tenslotte gaat het erom de voor het algemeen belang juiste keuzes te maken en die daarna krachtdadig door te drukken.

Maar om juist te kunnen kiezen moet men onderlegd zijn, en dat kan echt van niet veel burgers gezegd worden. Mensen (mannen) met een hoog diploma, zoals Plato al wist, zouden hier best niet door ongeschoolde arbeiders en kleine middenstanders voor de voeten gelopen worden. Door mensen die hooguit een “opinie” hebben, iets dat van dag tot dag onder invloed van de media kan veranderen: “gisteren Pétain, morgen de Gaulle” om even ons geheugen op te frissen, en de voorbeelden zijn legio. Nee, wanneer we deze criteria toepassen zitten we al aan minder dan 8%, zowat het percentage van vrije en verantwoordelijke mannelijke kiezers in het oude Athene. En kijk maar eens wat voor een schitterende beschaving die gerealiseerd hebben! Maar ook onder die kleine groep bevinden zich mensen die om onverklaarbare redenen niet zullen stemmen zoals wij, die ondanks hun hoge opleiding verblind zijn door goedkoop populisme of verdacht traditionalisme, mensen die beter hadden kunnen weten en daarin jammerlijk gefaald hebben. Ook zij verdienen natuurlijk het stemrecht niet.

En dan is er nog het criterium van het fortuin, want als goede sociaal-Darwinisten (nu we onder ons zijn mag ik af en toe een geleerde referentie instrooien, niet?) weten we dat wie rijk en machtig is dat dubbel en dik verdiend heeft: niet toevallig heerste aan het begin van de vorige eeuw een handvol blanke mannen over ongeveer 80% van de wereldbevolking en je ziet in wat voor een wereldwijde ellende we intussen door die welgemeende maar dwaze dekolonisering vervallen zijn.

Het wordt spannend: wanneer we, nu we toch bezig zijn alle anderen uit te schakelen die het niet volledig en enthousiast met mij eens zijn kom ik tot de sluitende logische conclusie dat alleen ik stemrecht verdien. En in dat geval is het nogal vanzelfsprekend dat de democratie eindelijk volledig overbodig geworden is.

(Ludo Abicht)

Bron: doorbraak.be

Advertenties