Over duivels, draken en schapen (1)

door lievendebrouwere

  

Na de uitschakeling van België op het EK voetbal, stonden de kranten dagen lang vol commentaren. Voor mij niet gelaten. Voetbalcommentaren zijn een vorm van kunstkritiek. Tenslotte is voetbal een spel, en ieder spel dat op hoog niveau gespeeld wordt, heeft de ambitie om een kunst te worden. De helft van het plezier dat je als kijker aan voetbal beleeft, ligt in het becommentariëren en bekritiseren van de wedstrijd. Daarin verschilt voetbal niet van gelijk welke andere kunst: kritiek hoort erbij. Kunst wordt allang niet meer sprakeloos en in blinde verering beleefd. In de loop der eeuwen heeft de kunst zich losgemaakt van de religie en is ze zich tot de zelfstandig oordelende, kritische kijker gaan richten. Die kijker beleeft maar half zoveel vreugde aan kunst als hij niet kritisch mag oordelen. Zijn oordeel maakt steeds meer deel uit van het kunstwerk. Scheppen en oordelen groeien naar elkaar toe. Kunstenaar en criticus kunnen niet langer zonder elkaar. Voetballer en commentator evenmin. 

Guy Thijs, de meest succesvolle trainer van de nationale ploeg ooit – hij loodste België in 1986 tot in de halve finales van het WK – had dat begrepen. Hij raadpleegde altijd journalisten en voetbalcommentatoren en hield rekening met hun raadgevingen. Op die manier sloeg hij twee vliegen in één slag: de media konden hem niet afbranden als het slecht ging én hij haalde resultaten waarbij die van de huidige Rode Duivels verbleken. Marc Wilmots daarentegen heeft het niet begrepen: hij doet zijn eigen ding en trekt zich van niemand wat aan. Omdat hij beschikt over een zeer getalenteerde ploeg, is hij daar tot nog toe mee weg gekomen. Maar nu is de koppige Waal dan toch met zijn hoofd tegen een muur van – hoe ironisch kan de geschiedenis zijn! – Walen gelopen – of hoe moet je de inwoners van Wales anders noemen? Als voetballer werd Wilmots das Kampfschwein genoemd. Het doet niet meteen veel kunstzinnigheid vermoeden. Guy Thijs daarentegen, met zijn sigaar en zijn glas whiskey …

Wilmots werd deskundig afgemaakt in de kranten. Terecht waarschijnlijk. Ik heb de match tegen Wales toevallig gezien en het was … beschamend. Dat ze verloren tegen een land dat niet eens een land is, was al erg genoeg. Maar de manier waaróp ze verloren, dát was pas een afgang! De Rode Duivels – Lila Schapen was een toepasselijker naam geweest – deden zelfs geen moeite om te winnen. Het leek wel of ze tegen hun zin op het veld stonden. Toen de rust aanbrak verlieten Alderweireld en Nainggolan – een prachtige naam en een belachelijke kop – ruziënd het veld en tijdens de tweede helft sprak het gezicht van Kevin De Bruyne, die een paar keer in close in beeld kwam, boekdelen. Het verschil met de fris van de lever voetballende Rode Draken kon niet groter zijn. Maar het ergste moest nog komen. Enkele dagen na de wedstrijd verscheen in de krant een interview met kapitein Eden Hazard, de duurst betaalde onder de duur betaalden, en wat bleek? Hij was zich van geen kwaad bewust. 

Jammer dat we verloren hebben tegen Wales, vertelde hij, maar we hebben er alles aan gedaan om terug te komen, zelfs na de 3-1. We hebben niet opgegeven en zijn blijven proberen. We zijn allemaal ontgoocheld, maar het leven gaat voort. Elke nederlaag is een ontgoocheling, maar dat maakt deel uit van voetbal. Er zijn ergere dingen in het leven. Wij staan allemaal achter de coach. Hij heeft veel kritiek over zich heen gekregen, maar alle 23 spelers blijven achter hem staan. Aldus Hazard de Voortreffelijke. Wat klopt hier niet? De kleine Belg toont geen enkele schaamte. Hij lijkt totaal niet te beseffen wat een schabouwelijk spektakel de wedstrijd tegen Wales was. Voor jonge kerels die niks anders hoeven te doen dan wat ze het liefst doen en daar vorstelijk voor betaald worden (300.000 euro), was hun gebrek aan inzet ronduit schandalig. Een bende profiteurs zonder een greintje eergevoel! Maar dat leek niet door te dringen tot Hazard. Hij verkocht dezelfde holle praatjes die alle voetballers vertellen wanneer ze geïnterviewd worden. 

Ik herinner me nog altijd een interview met Vincent Kompany, jaren geleden. De ellende met de nationale ploeg, zei hij, is dat alles overschaduwd wordt door communautaire spanningen. Welke woorden hij precies gebruikte, kan ik me niet meer herinneren, maar de boodschap loog er niet om: het slechte huwelijk tussen Vlamingen en Franstaligen verziekte de hele boel. Geen loze praatjes dit keer, maar de hartekreet van iemand die oprecht begaan was met de nationale ploeg. Die hartekreet brak Kompany zuur op. Hij werd meteen tot de orde geroepen, zowel in de kranten als (ongetwijfeld) ook binnenskamers. Het miste zijn effect niet: sindsdien is Vincent Kompany mister Belgium himself: een voorbeeld van vaderlandse eensgezindheid. De manier waarop hij reclame maakt voor België en de N-VA afschildert als de grote vijand is om niet goed van te worden. Wat een nationalistische kwezel! 

Na de uitschakeling tegen Wales was er opnieuw een speler die een hartekreet slaakte: keeper Thibault Courtois. Zijn boodschap was niet minder duidelijk dan die van Kompany destijds: de nederlaag was de schuld van Wilmots. Courtois stond niet alleen met die overtuiging, maar hij was de enige die ze uitsprak. Dit keer was het ‘bekeerling’ Kompany die ingreep. Hij verbood de spelers om kritiek te geven op Wilmots. Zo stond het in de krant: Kompany – die tussen haakjes geen enkele wedstrijd had gespeeld – ‘verbood’ de anderen om hun mond open te doen. En iedereen gehoorzaamde, kapitein Hazard op kop. Maar er was nog iemand die ‘gehoorzaamde’, geen voetballer, maar een commentator. Toen Jan Mulder op Sporza beweerde dat het de Belgische ploeg aan bewustzijn ontbrak, viel er een ongemakkelijke stilte. De sympathieke Hollander had per ongeluk een zere plek aangeraakt en presentator Karl Vannieuwkerke haastte zich om af te sluiten.

De volgende dag verkondigde diezelfde Mulder dat het gedrag van Thibault Courtois onaanvaardbaar was. Eerst verweet hij de Belgen een gebrek aan bewustzijn, nu struikelde hij over uitgerekend die ene Belg die blijk gaf van bewustzijn. Jan Mulder deed met andere woorden een Kompanytje: hij sloeg om als een blad aan een boom. Wat was er gebeurd? Het enige wat ik kan bedenken, is: centen. Jan Mulder heeft een zeer lucratief contract gesloten met Het Laatste Nieuws. Nog nooit heeft hij zoveel geld gevangen voor zijn voetbalcolumns, en rijkdom went snel. Heeft men hem laten verstaan dat hij zijn klep moet houden over België als hij Belgisch geld wil blijven ontvangen? Als dát de reden is, dan reikt de arm van ‘België’ wel heel ver. Maar zou het werkelijk (alleen) om geld gaan? Kompany en Hazard zijn multimiljonair. Wat kan het geld van de Belgische voetbalbond hen schelen! Ze verdienen in één week waar Jan Mulder een heel jaar moet voor schrijven. En toch gehoorzamen ook zij zonder verpinken. 

Wat maakt deze mensen zo slaafs en volgzaam? Vaderlandsliefde? Maar Hazard staat zich tijdens de Brabanconne te vervelen en Jan Mulder is een Hollander. Domheid dan? Voetballers zijn niet meteen het soort mensen bij wie je een wakker en kritisch bewustzijn verwacht. Vaak kunnen en kennen ze niks anders dan tegen een bal stampen. Jan Mulder is de uitzondering die de regel bevestigt. En toch vertoont hij datzelfde schaapachtige gedrag als het om ‘België’ gaat. Schaapachtig is trouwens niet echt het juiste woord. Wat Mulder over Courtois zei, was verre van onschuldig. De enige die zijn mond durfde opendoen, tackelen? De enige die genoeg eer- en schaamtegevoel had om zich kwaad te maken, de mond snoeren? Dat doen schapen niet, dat is wolvengedrag. Mulder gedroeg zich als een schaap met tanden. En zo deed ook Vincent Kompany, de rustige, minzame ‘patron’ van de nationale ploeg. Toen Courtois na de wanvertoning tegen Wales lucht gaf aan zijn frustratie, liet hij zijn tanden zien.   

Kevin De Bruyne deed het anders. Toen men hem vroeg of Thibaut Courtois gelijk had met zijn uitval tegen Marc Wilmots, antwoordde hij: misschien wel, misschien niet – als je tegen de trainer ingaat, ontstaan er in de ploeg twee kampen en waar sta je dan? Het waren cryptische, voorzichtige woorden van iemand die al lang genoeg op professioneel niveau speelt om het klappen van de zweep te kennen. Welke kampen bedoelde hij? Degenen die pal achter Wilmots bleven staan, waren Hazard, Witsel en Kompany: drie Franstaligen. Degene die Wilmots de volle laag gaf, was een Vlaming. Toeval? Het doet alleszins denken aan de hartekreet van Kompany, toen hij nog even jong was als Courtois en zei wat er op zijn hart lag: het is de communautaire kwestie die de boel verziekt. Zolang alles goed gaat en er wedstrijden worden gewonnen, merk je er niks van. Maar zodra het tegengaat (door kwetsuren, vermoeidheid, verlies of wat dan ook) komt de aloude tegenstelling aan de oppervlakte. 

(wordt vervolgd)

Advertenties