Over duivels, draken en schapen (2)

door lievendebrouwere

  

Sport is een ersatz voor religie (Rudolf Steiner)

Kunst is een spiegel van de samenleving, en voetbal is dat ook. Wat op en rond het veld gebeurt, gebeurt ook daarbuiten. De beschamende resultaten van de Belgische ploeg spiegelen de beschamende resultaten van België. Zeker, onze voetballers zijn tot in de kwartfinales van het EK geraakt, dat is een succes. Maar er zat veel meer in. Waren ze geen favoriet? Sprak niet iedereen over de titel, of toch op zijn minst over een finaleplaats? En inderdaad, op basis van het aanwezige talent moest België dit EK winnen. In plaats daarvan werd het een beschamende afgang. Net als voor de Engelsen trouwens, die verloren van … IJsland. Maar zij hadden tenminste een verklaring: ze waren van slag door de Brexit die hun land in twee had gescheurd. Dat konden de Belgen niet ter verontschuldiging aanvoeren. Of toch wel? Spelen ze niet voor een land dat al sinds jaar en dag verscheurd is en waar twee bevolkingsgroepen lijnrecht tegenover elkaar staan? Is dat niet de reden voor hun ondermaats presteren?   

De hartekreet van Vincent Kompany is allang vergeten, maar hij is actueler dan ooit. Voor de wedstrijd tegen Wales – what’s in a name! – leek alles nog koek en ei, maar tijdens de wedstrijd veranderde dat en na de wedstrijd bleek de ploeg al even verdeeld te zijn als de natie. Vlamingen en Walen zijn niet in staat om samen te werken, zelfs niet wanneer ze tegenover een gemeenschappelijke vijand staan. Doorgaans is dat laatste een reden om alle onderlinge vetes te vergeten, maar blijkbaar is de moderne vijand van een ander allooi: hij doet de onderlinge vetes juist hoog oplaaien. En dat is niet alleen in het voetbal zo. Het opduiken van het moslimterrorisme herinnert de Belgen niet aan hun nationale leuze – eendracht maakt macht – maar brengt de verscheurdheid van het land pas echt aan het licht. Nu pas blijkt dat er geen Belgen bestaan, dat Vlamingen en Walen niets gemeen hebben. Maar het gaat (veel) verder dan dat. Ook de Vlamingen onderling beginnen te vechten. Niemand blijkt nog iets gemeen te hebben. 

Dat is wat vandaag op ontstellende wijze aan het licht komt: mensen zijn zo individualistisch geworden dat ze niets meer gemeen hebben. In plaats dat het verschijnen van een gemeenschappelijke vijand zoals de islam Europeanen doet beseffen wat hen verbindt, beginnen onderling ruzie te maken. Zo gebeurde het ook toen de Rode Duivels tegenover de Rode Draken uit Wales stonden. De Draken wisten heel goed wat hen verbond en dat maakte hen sterk. De Duivels daarentegen wisten dat niet en het maakte hen beschamend zwak. En toch is er wel degelijk iets dat hen bindt, want waarom zouden ze anders zo graag voor de nationale ploeg willen spelen? De meesten onder hen zijn rijk en beroemd genoeg: ze hebben de Rode Duivels niet nodig. Ik heb nooit begrepen waarom mensen als Hazard, Courtois, De Bruyne, Witsel, Vertonghen, enzovoort voor de Belgische ploeg willen uitkomen. Voor het geld is het niet, voor de roem is het ook niet. Waarvoor is het dan wel?

Ter vergelijking: een hele reeks topspelers uit de Amerikaanse NBA-competitie heeft afgezegd voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Ze hebben er een zwaar seizoen opzitten en met die Spelen komen ze niet aan vakantie toe. Ze willen geen blessures riskeren of vermoeid aan het volgende seizoen beginnen. Nochtans kun je Amerikanen niet verdenken van een gebrek aan pattriotisme. Ze zijn honderd keer vaderlandslievender dan Belgen ooit zullen zijn. En toch heeft niet één Belgische voetballer afgezegd voor het EK. Uit de medische rapporten is gebleken dat ze allemaal zwaar vermoeid waren, dat velen sukkelden met blessures, en dat ze dringend aan rust toe waren. Kevin De Bruyne was slechts een schim van zichzelf, Jan Vertonghen kwetste zich – tijdens de training notabene – aan de voet, ook Hazard sukkelde met een kwetsuur, net als Nicolas Lombaerts. Vrijwel niemand stond echt op scherp, behalve Thibault Courtois. Maar ze wilden er allemaal kost wat kost bij zijn. Waarom?  

Hetzelfde tegenstrijdige gedrag vind je ook bij de voetballiefhebbers. Belgen malen niet om België, en Vlamingen al helemaal niet. Maar als het EK begint, hangt Vlaanderen vol met Belgische vlaggen. Na de nederlaag tegen Wales dacht ik: de schaamte zal die lelijke vodden nu wel snel doen verdwijnen! Maar nee, ze bleven gewoon hangen, en op veel plaatsen hangen ze er nog. Toen Carl Huybrechts op de Nederlandse televisie verklaarde dat heel die Rode-Duivelsmanie één opgeklopte boel was, werd er in Vlaanderen verontwaardigd gereageerd. Ik wreef me de ogen uit. Wat was hier in godsnaam aan de hand? Waar kwam die golf van pattriotisme opeens vandaan? Ik herinnerde me nog het WK van ’86 toen de Belgen de halve finale bereikten. Dát was pas een sensatie! Ook toen leefde het land mee, maar het was een heel ander soort enthousiasme, veel spontaner, veel gemoedelijker, veel speelser. Het succes kwam te onverwachts dan dat het gedirigeerd, georchestreerd en gecommercialiseerd had kunnen worden.

De hele zaak speelde zich af in het middengebied, het gebied van het hart, waar sport en spel ook thuishoren. Het was gewoon zomers amusement. Dit jaar, met het EK hing er een heel andere sfeer. Enerzijds werd de zaak heel rationeel aangepakt. Merchandising, heet dat. Het zorgeloze enthousiasme werd systematisch aangevuurd en opgepookt tot het verbeten en driftmatig werd. Als je al die zwart-geel-rode attributen in de winkels zag liggen en al die Belgische vlaggen aan de gevels hangen, dacht je: ik herken de Belgen niet meer, ik herken vooral de Vlamingen niet meer. Het was alsof er een kuddegeest was ontstaan, een schaapachtigheid-met-tanden. Je kon er maar beter niet tegen in gaan, want de ‘nieuwe’ supporters lieten niet met zich lachen, dat bleek al uit hun beestachtige gedrag in de stadoins. Voetbal was geen spel meer, het was ook geen kunst meer, het was … religie geworden. Het had het middengebied verlaten en was afgedaald in het gebied van de wil, het gebied van de driften en begeerten.

Heel die opgeklopte voetbalgekte, heel dat beschamende vlaggenvertoon is in wezen uitdrukking van het wanhopige verlangen van de moderne mens naar iets wat hem met de anderen verbindt. In die voetbalhysterie beleeft hij iets wat hij in hoge mate mist: gemeenschappelijkheid, broederlijkheid, verbondenheid. In dat gezamenlijke enthousiasme voor de nationale ploeg vallen de grenzen van het individualisme even weg, voelen we ons bevrijd, en beleven we iets dat we anders nooit meer beleven. Maar die beleving is natuurlijk schijn. Mensen die geestdriftig juichen voor een verzameling multimiljonairs die in Bentley’s, Ferrari’s en Porches naar de training komen? Vlamingen die massaal Belgische vlaggen uithangen? Voetballers die onder het Belgische motto ‘eendracht maakt macht’ ruzie maken op het veld, in de kleedkamer, in de media? Schapen die in wolven veranderen en omgekeerd? Hier klopt iets niet. Dit is niet de manier waarop de moderne mens gemeenschap moet beleven.

Maar hoe moet het dan wel? Guy Thijs, de monkelende man met zijn sigaar en zijn whiskey, wijst ons de richting. Hij pleegde overleg, hij luisterde naar de commentatoren zoals hij ongetwijfeld ook naar zijn spelers luisterde. Het resultaat was dat de media hem steunden en dat de spelers zich dubbel plooiden. Precies het tegenovergestelde van wat we op het EK gezien hebben: de media veroordeelden Wilmots en de spelers toonden nauwelijks enige inzet. Maar Wilmots trok zich van zijn critici dan ook niks aan en hij luisterde evenmin naar de mening van zijn spelers. Hij gedroeg zich met andere woorden als een goede, oude leider wiens woord wet is. Guy Thijs daarentegen gedroeg zich als een nieuwe leider, als een go-between tussen de spelers en de commentatoren, tussen de kunstenaars en de critici. Hij speelde de rol van het hart, dat de betrekkingen tussen de tegenpolen coördineert, en hij deed dat op een schijnbaar moeiteloze, onnadrukkelijke, manier. Guy Thijs was gewoon een redelijk man. 

Het probleem is niet dat de moderne mens niets meer gemeen heeft. Het probleem is dat hij dat hij niet meer weet wat hij gemeen heeft. En wat hij gemeen heeft, is redelijkheid. De wereld hoeft niet meer verdeeld te worden in leiders en volgelingen, in herders en schapen. Niemand is vandaag nog in staat om een echte leider te zijn. Het falen van Marc Wilmots is daar een bewijs van: zijn optreden leidde uiteindelijk tot ruzie en een beschamende afgang. Maar niemand is ook nog in staat om een echte volgeling te zijn. Daar is Thibault Courtois een voorbeeld van: hij pikt het niet dat er niet naar hem geluisterd wordt, dat zijn inzichten en ervaring niet gebruikt worden. Ook de andere spelers pikken dat niet. Ze spreken het misschien niet uit, maar hun lichaamstaal is des te duidelijker. Je schuift de redelijkheid niet meer straffeloos aan de kant. Dat wreekt zich. Het leidt tot beschaming en vernedering. Het leidt tot Rode Duivels die zich als schapen gedragen zodra er een Rode Draak verschijnt. 

Advertenties