Erasmus en de islam

door lievendebrouwere

  
De islamisering van Nederland begon niet met de bouw van moskeeën, noch met de acceptatie van gesluierde vrouwen in het straatbeeld. Ze begon al eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw met herinterpretaties van onze grootste schrijvers en denkers, en had tot doel de herinnering aan onze identiteit uit te wissen. Nieuwe lezingen van bijvoorbeeld de werken van Erasmus, Spinoza of Joost van den Vondel veranderden ze in zogenaamd vroege voorstanders van de multiculturele samenleving, in wereldburgers die het nationalisme al verwierpen voor het bestond.

Op menig middelbare school draaft bijvoorbeeld Vondel gewillig op in multiculturele propaganda. De van oorsprong Vlaamse dichter vluchtte immers naar de Republiek der Nederlanden om er “een beter leven” te vinden, zoals dat heet. In het naar hem vernoemde Amsterdamse Vondelpark komen groepjes asielzoekers, waarvan de meesten uit moslimlanden, wel eens bloemen of kransen bij zijn standbeeld leggen, als ware het een heus eerbetoon aan een man die miljoenen moslimmigranten toch persoonlijk zou hebben verwelkomd. Kinderen slikken dat verhaal als zoete koek, maar wie durft moslims te vertellen dat diezelfde Vondel een sterk en mannelijk christendom voor ogen had om Europa tegen de islam te verdedigen? Ook Spinoza was helemaal niet tolerant. Hij noemde islam de meest bedrieglijke religie op aarde. En Erasmus steunde de nieuwe kruistochten tegen de Turken, die in zijn tijd aan de poorten van Wenen klopten. 

‘Hoeveel nederlagen, schrijft deze laatste, hebben de christelijke volkeren al geleden door toedoen van dit ras barbaren! Wat voor gruweldaden hebben ze ons wel niet aangedaan! Wat valt er te zeggen over mensen die de verderfelijke en criminele mens Mohammed verkiezen boven Christus?’ Erasmus moest niets hebben van op geweld beluste oorlogshitsers en herinnerde zijn geadresseerden aan hun plicht tot zelfonderzoek. Maar ondanks de gruweldaden die christenen andere christenen wel niet hadden aangedaan, zag hij toch geen reden voor dogmatisch pacifisme. ‘Er zijn er die beweren dat christenen het recht om oorlog te voeren volledig is ontzegd. Ik vind dit idee te absurd om te moeten verwerpen. … Mijn boodschap is dat oorlog gevoerd moet worden als laatste redmiddel wanneer het niet anders kan.’

(Mathijs Koenraadt)

Advertenties