Abou Haha

door lievendebrouwere

  

Rik Van Cauwelaert over Abou Jahjah:

In 1970 publiceerde Tom Wolfe zijn klassiek geworden reportage met de onvertaalbare titel ‘Mau-Mauing the Flak Catchers’. Het is het hilarische verhaal van zwarte, Mexicaanse en Samoaanse activisten en zelfbenoemde buurtwerkers die in San Francisco ambtenaren van de gemeentelijke sociale dienst terroriseerden om de vetpotten van de armoedeprogramma’s open te breken. Volgens Wolfe werden in het getto avondcursussen gegeven over hoe de zaak diende aangepakt.

Een beproefd scenario liep als volgt: een ruig uitziende jongen in battledress en legerboots, grimmig gezicht achter een buitenmaatse zonnebril, kwakte op het mahoniehouten bureau van een verbijsterde ambtenaar een plunjezak vol revolvers, knotsen, hakbijlen, scheermessen, molotovcocktails en bazooka’s. En blafte dan luid: ‘Dat zijn enkele spullen die ik afgelopen nacht van mijn jongens heb afgepakt…. Geen tien minuten geleden nog heb ik een Black Panter het neerleggen van een flik uit het hoofd gepraat…!’ Waarop de ambtenaar, groggy op zijn bureaustoel geplakt, meteen geld begon uit te delen aan het vermeende gettohoofd en zijn buurtgroep, alsof het heil van de stad van hem afhing.

Wolfes verhaal vertoont gelijkenissen met de manier waarop Dyab Abou Jahjah nu en dan voor mediaopwinding zorgt. Alleen smakt hij geen zakken vol wapens op het bureau van stadsambtenaren. Abou Jahjah is voorzichtiger, al is Malcolm X zijn grote voorbeeld. Hij richt actiegroepen op en leurt met bloedige visioenen die de Vlaming achter zijn Leuvense stoof de daver op het lijf moeten jagen. Abou Jahjahs jongste boek draagt als krachtige titel ‘De stad is van ons’ – hebt u hem? Samen met het bijbehorende manifest van De Nieuwe meerderheid, is het een poging om de vergane mediabelangstelling weer op te wekken. 

Tien jaar geleden publiceerde Abou Jahjah ‘Tussen twee werelden. De roots van een vrijheidsstrijd’. Want Abou Jahjah, die zichzelf als een links-socialist en een Arabisch-nationalist bestempelt, noemt zich ook graag een vrijheidsstrijder. Toen hij hier als vluchteling neerstreek vanuit zijn geboorteland Libanon, mat hij zich een hezbollahverleden aan. Hij zou de wapens hebben opgenomen voor die terroristische groep, en in de bezette gebieden hebben deelgenomen aan commandoacties tegen de Israëli’s. Maar alleen op zaterdag en zondag, want tijdens de week moest er gestudeerd worden. Zijn vader is hoogleraar. Abou Jahjah zou dan, naar eigen zeggen, in conflict zijn geraakt met sjeik Nasrallah, de sterke man van Hezbollah. En vermits de sjeik niet graag wordt tegengesproken, vluchtte Abou Jahjah naar België. Tenminste, dat vertelde hij.

Al die verhalen, die aanvankelijk voor goede munt werden opgenomen, gaven voor de media pit aan de figuur van Jahjah toen die in 2000, samen met een stel andere kwajongens, de Arabisch-Europese Liga (AEL) oprichtte. Hij zou zijn hoogtepunt beleven eind 2002, tijdens een avondlijke rel in Borgerhout waar hij neus aan neus stond met de Antwerpse politiecommissaris Luc Lamine. Nogal wat politici, onder wie premier Guy Verhofstadt (Open VLD), sloegen tilt. Abou Jahjah werd opgepakt, maar luttele tijd later weer vrijgelaten. De AEL kwam nooit van de grond en werd ook nooit ernstig genomen, tenzij door een groepje jongeren die Jahjah rond zich had verzameld. Niemand kan zich een treffelijke actie van AEL herinneren, zelfs geen poginkje om de Antwerpse dokwerkers ervan te overtuigen Belgen van allochtone afkomst toe te laten tot ‘het kot’.

Naar aanleiding van de Amerikaanse aanval op Irak kondigde hij in het VTMdebatprogramma ‘Polspoel & Desmet’ aan duizenden aanhangers op straat te zullen brengen. Er gebeurde niets. In 2006 trok Abou Jahjah plots naar Libanon, ‘om er tegen de Israëlische bezetter te vechten’.‘Wat een mooie dag om te sterven’, zo stond het in zijn afscheidsbrief op het internet. De Nederlandse journalist Harald Doornbos, correspondent in het Midden-Oosten, vroeg naderhand aan Abou Jahjahs moeder waar haar zoon zich tijdens de vijandelijkheden bevond. De vrouw antwoordde eerlijk: ‘Hier bij moeder.’ En bij Hezbollah bleken ze Abou Jahjah ook al niet te kennen, meldde Doornbos geruststellend. 

Vorig jaar keerde Abou Jahjah terug uit Libanon. Met een nieuw verhaal. Hij zou de medeoprichter zijn geweest van Het Volksinitiatief, samen met de Tunesiër Lamine el Bouazzizi, wiens achterneef zichzelf in brand stak en zo de Arabische Lente zou hebben ontketend, en een Syrische activist, een zekere Deia Doghmosh van wie verder niets wordt verteld. Als we Abou Jahjah mogen geloven hebben zij de Arabische opstand vorm gegeven. Maar ja, Abou Jahja kon zich dan weer niet vinden in het ‘salafo-fascisme’ dat in de Syrische opstand de kop opstak. Hij vreesde voor zijn veiligheid en trok terug naar België.

Kortom: Jahjah is zijn geboorteland ontvlucht om het AEL-werk te voleindigen, en de nieuwe Belgen – en eigenlijk ook de Vlamingen – te komen bevrijden. Want als we niet opletten, wachten ons verschrikkelijke taferelen. In zijn boek levert Jahjah drie toekomstvisioenen. De eerste twee lijken een variant op het Mad Max-epos, compleet met luchtbombardementen op Antwerpen en de Kempen. Want de havenstad is in dat verhaal geheel ten prooi gevallen aan politico-criminele bendes. ‘Het is ook denkbaar dat de Europese Unie met de steun van vooral Duitse troepen de orde herstelt in Noord-Europa, en de grote steden daar pacificeert in een heruitgave van het nazisme. Wie weet zelfs met een etnische zuivering of zelfs een nieuwe holocaust? De enige uitweg voor de autochtonen in een scenario van stadsvlucht gekoppeld aan uitsluiting van allochtonen is fascisme of een complete nederlaag en ondergang.’

Het staat er echt, op bladzijden 55-56. Waarna een tweede al even krankzinnig scenario volgt waarin de nochtans progressieve bakfiets-Vlamingen, racisten die het zelf niet beseffen, de schuld krijgen omdat zij door het inpalmen van goedkope woningen in de migrantenwijken en door ‘gentrification’ – een woord dat talloze keren opduikt in het boek – de arme allochtonen de stad uit jagen. Ook dat visioen eindigt met beschietingen met 107 mm-raketten en pogroms tegen allochtone stadsbewoners. In scenario drie klinken plots violen op de achtergrond. Want dan zijn we in Brussel, waar Abou Jahjah nu verblijft. Volgens de auteur, wellicht aangestoken door de geschriften van Eric Corijn en Philippe Van Parijs, kan dit Brussel, met zijn superdiversiteit, een voorbeeld worden voor de rest van Europa. En ja, ‘mocht België ophouden te bestaan, zal Brussel klaarstaan om zelf onafhankelijk te worden, zoals andere kleine staten: Liechtenstein en Monaco bijvoorbeeld.’  

Wie na die drie visioenen nog niet hikkend van het lachen naast zijn stoel ligt, die moet nog een delirium van 50 bladzijden verstouwen, het manifest van de nieuwe meerderheid, een woordenbrij waar geen touw aan vast te knopen valt.

(Bron: De Tijd, 21 juni 2014) 

Advertenties