Vorm en geest

door lievendebrouwere

  

In een voortuintje zag ik onlangs stengels staan die ik nooit eerder had gezien. Toen ik ze wat van naderbij bekeek, bleken ze uit een zelfde soort ‘geledingen’ te bestaan als heermoes, het ‘horlogekruid’ waar ik als kind placht mee te spelen. Reuzenheermoes zeg maar. De bijna manshoge stengels liepen uit op een merkwaardig kegeltje dat me deed denken aan het staartje van een mol. Ik brak er eentje middendoor en zag hoe keurig de talloze (donkere) zaadjes geformeerd stonden rond de bleke kern. Op dat moment viel me de gedachte in: weet er eigenlijk iemand waarom dat kegeltje die vorm heeft? Anders gezegd: waar komt die vorm vandaan? Wie of wat maakt hem? 

De wetenschap weet ongetwijfeld hoe die anderhalve meter hoge stengel zich ontwikkelt uit het zaadje (of in dit geval uit het spoor, zoals ik naderhand op Wikipedia las). Ze kan alle fasen beschrijven in de vormverandering van dat spoor. Maar daarmee geeft ze nog geen antwoord op de vraag waar die vormen vandaan komen. Ze zal wellicht zeggen: die vormen liggen opgesloten in het DNA van de plant. Maar wat wil dat zeggen: ‘opgesloten’ liggen? Moet ik me dat voorstellen als de bloemblaadjes van de klaproos, die opgevouwen zitten in de knop en zich ontvouwen als die knop opengaat? Ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen dat de vormen van een plant, minuscuul opgevouwen, in het DNA zitten. 

Dat zou namelijk betekenen dat een wetenschapper de vorm van een plant kan afleiden uit dat DNA. Is dat zo? Ik weet niks af van wetenschap, maar ik betwijfel het ten zeerste. Kan de forensische wetenschap uit de DNA-sporen die een moordenaar achterlaat op het lichaam van zijn slachtoffer, afleiden hoe hij eruitziet? Dat heb ik in misdaadseries op tv nog nooit gezien. Men kan wel DNA vergelijken, maar men kan er geen lichaamsvormen of gelaatstrekken uit aflezen. En dat betekent dat de vormen van een plant of een dier of een mens NIET aanwezig zijn in de microscopisch kleine wereld van het zaad of het sporenelement. 

Maar waar komen ze dan wel vandaan? Een plant neemt niet toevallig een bepaalde vorm aan. Wel integendeel. Ze neemt altijd precies dezelfde vorm aan, een vorm die onlosmakelijk verbonden is met het erfelijke materiaal van het zaad of het spoor. En toch is die vorm niet terug te vinden in die materie. Kan een wetenschapper die een onbekend zaadje in handen krijgt, de vorm van de plant voorspellen die uit dat zaadje zal groeien? Ik dacht het niet. Hij zal die vorm pas kennen als hij het zaadje plant en de vormen waarneemt die vervolgens verschijnen. De vormen die we in de natuur aantreffen, kunnen dus niet verklaard worden vanuit de materie. Ze zijn met andere woorden geestelijk van aard. Of vergis ik mij? 

Advertenties