Het koekoeksjong

door lievendebrouwere

  

Wie een boek over kunstgeschiedenis doorbladert, stelt met verbazing vast dat de oudste kunstuitingen van de mens – de grotschilderingen in Altamira en Lascaux – er verrassend modern uitzien. Ze hadden bij wijze van spreken vandaag kunnen gemaakt zijn. In al haar eindeloze verscheidenheid vertoont de kunst van het verleden een organische samenhang, alsof ze door één en dezelfde, onuitputtelijk rijke geest werd bezield. Wie verder bladert, stelt met niet minder verbazing vast dat daar in de 20ste eeuw plots verandering in komt. De samenhang wordt bruusk verbroken. Het is alsof de kunst versplintert, en uiteenvalt in talloze stukken die zo verschillend zijn dat ze ieder op zich een nieuwe kunstrichting vormen. Algauw zijn ze niet meer te tellen en er komen er nog voortdurend nieuwe bij. 

Het resultaat is een chaos van honderden kunstrichtingen die doelloos tegen elkaar aanbotsen als atomen in de evolutietheorie. Maar langzaam begint zich a system in that madness af te tekenen. Er wordt een nieuwe eenheid zichtbaar, die ook een nieuwe naam krijgt: de hedendaagse kunst. Achter deze naam gaat de nieuwe geest schuil die het heft heeft overgenomen en voortaan de kunst bezielt zoals zijn voorganger dat duizenden jaren lang gedaan heeft. Een vergelijking tussen beide geesten is niet mogelijk. Wie bladerend in het boek van de kunstgeschiedenis de 20ste eeuw bereikt, komt terecht in een totaal andere wereld, een wereld waar niet langer getekend, geschilderd en gebeeldhouwd wordt, maar waar pispotten, bananenschillen en ander afval worden tentoongesteld. Het verschil kan niet groter zijn.

Op het eerste gezicht is dat extreme verschil een tijdelijke fase. Er wordt vandaag immers opnieuw getekend, geschilderd en gebeeldhouwd. De nieuwe kunst lijkt zich verzoend te hebben met de oude. Een opvallend klassieke schilder als Michaël Borremans maakt zonder problemen furore in de hedendaagse kunst. Met een beetje moeite kan men in die evolutie dan ook het beeld van een geboorte herkennen. Nadat de moderne kunst zich in de loop van de 20ste eeuw hevig moest verzetten tegen de oude kunst om zich los te maken uit haar baarmoederlijke omknelling, heeft ze nu haar eigen bestaan veroverd en is er een nieuwe band ontstaan tussen moeder en kind. Na het drama van de bevalling is de rust teruggekeerd. De heftige tweestrijd heeft plaats gemaakt voor wederzijdse liefde. Althans, zo lijkt het. 

Wie de zaken echter nauwkeuriger bekijkt, stelt vast dat er van liefde niet veel sprake is, wel integendeel. De schilderijen van Michaël Borremans vertonen slechts een oppervlakkige, uiterlijke gelijkenis met de klassieke schilderkunst. Hun geest is onmiskenbaar die van de nieuwe, hedendaagse kunst, en dat is een geest die er plezier in schept zijn voorganger te misbruiken en te verminken. De enige reden waarom hij zich met de klassieke kunst inlaat, is om haar te vernederen en te bespotten, om iedereen duidelijk te maken hoe superieur hij wel is. Nooit zal hij zijn klassieke tegenhanger in zijn waarde laten. Daarom zal men in de wereld van de hedendaagse kunst nergens ook maar één kunstwerk aantreffen dat de oude, klassieke geest uitademt. Die geest is absoluut taboe. 

De nieuwe verstandhouding tussen de nieuwe en de oude kunst is schijn. Ze verbergt een intense vijandschap, die de hedendaagse kunst al van bij haar geboorte tentoonspreidde. Die vijandschap was geen middel om geboren te worden en zich los te maken uit het moederlichaam, zij was een middel om de klassieke kunst te onderwerpen en haar tot slaaf te maken. Het beeld van de geboorte klopt dus niet. De situatie in de kunst wordt veel accurater beschreven door het beeld van het koekoeksjong dat de jongen van zijn gastvrouw één voor één uit het nest werpt. Die ‘klassieke jongen’ zijn inmiddels overal verdwenen. Nergens zal men ze nog aantreffen in de hedendaagse musea, tentoonstellingszalen, galerijen, kunstscholen, media en literatuur. Die zijn exclusief voorbehouden aan het koekoeksjong, dat het nest van de kunst helemaal vult. 

Na de woelige 20ste eeuw is de vrede teruggekeerd in de wereld van de kunst. Geen enkel kunstwerk wordt nog als ‘entartet’ beschouwd en iedereen is lief voor elkaar. Overal heerst eendracht, nergens is onenigheid. De kunst bloeit als nooit tevoren. Maar het is de kunst van de slaafse onderwerping, van het blinde geloof, van de intellectuele zelfbevrediging, van de brutale agressie tegen alles wat anders is. De hedendaagse kunst is een koekoeksjong, een parasiet die teert op de oude kunst en stelselmatig alles vernietigt wat deze voortgebracht heeft. De kunst waar in onze tijd met man en macht wordt aan gewerkt, is de kunst van de zelfvernietiging. De hedendaagse kunst is afhankelijk van de voeding die de oude kunst haar verschaft. Als die is uitgeput, gaat ze samen met haar ten gronde. 

In de natuur verlaat het koekoeksjong het nest wanneer het groot genoeg is. De oorspronkelijke jongen zijn dan allang dood, maar hun moeder leeft nog. De grote gang van zaken wordt daardoor niet verstoord. In de cultuur ligt het anders. Als de mens zich niet bewust wordt van de situatie, zal de hedendaagse kunst niet wegvliegen, want zij kan niet op zichzelf bestaan. Zij zal alsmaar groter en wanstaltiger worden tot het hele nest eronder bezwijkt en de moeder van uitputting neervalt. Dit feeding of the ennemy is nu al 100 jaar aan de gang en het zal blijven doorgaan tot de hele zaak in elkaar stort. De hedendaagse kunst zuigt de menselijke kreativiteit in zich op en zet ze om in … niets. Zij is de uitdrukking van het Grote Niets en de geest die haar bezielt is de Grote Vernietiger. Hij is geen scheppende maar een ont-scheppende geest. 

De grote vraag is: waarom blijven we deze monsterlijke geest voeden? Het is dezelfde vraag als: waarom blijft een vogel het koekoeksjong voeden dat zijn eigen jongen uit het nest gooit? Het antwoord is dubbel: enerzijds omdat het zijn instinct is om jongen te voeden, anderzijds omdat hij geen verschil ziet tussen zijn eigen jongen en het koekoeksjong. Met de moderne mens is het niet anders. Hij voedt de hedendaagse kunst omdat het in zijn natuur ligt, omdat de mens een kunstscheppend en kunstminnend wezen is. Hij is dat vandaag des te meer omdat hij – instinctief – voelt dat alleen kunst de wereld nog kan redden. Maar hij ziet geen verschil tussen de klassieke en de hedendaagse kunst, met als gevolg dat hij de vernietiging van de kunst voedt en de redding van de wereld onmogelijk maakt.

Advertenties