We worden wat we zien

door lievendebrouwere

  

Veel mensen geloven dat het materialisme van onze moderne tijd een gevolg is van het feit dat er zoveel materialistische geschriften gelezen worden. Maar de occultist weet dat dit weinig invloed uitoefent. Van veel groter belang is wat het oog ziet, want dat heeft invloed op processen in de ziel die min of meer onbewust verlopen. Als er ziel is in de uiterlijke vorm, dan stromen ook zielenkrachten over op wie ziet en kijkt. Wat het oog ziet, beïnvloedt mensen diep. De geesteswetenschapper weet hoe belangrijk het is in wat voor vormenwereld de mens leeft.

Halfweg de Middeleeuwen ontstond langs de Rijn de merkwaardige religieuze beweging die men de Duitse mystiek noemt. Van de leidende geesten ging een ontzaglijke verdieping en verinnerlijking uit, van Meester Eckhart, Tauler, Suso, Ruysbroek en anderen, die men “papen” noemde. In de dertiende en veertiende eeuw had de naam “paap” nog niet de betekenis die het nu heeft, het had nog iets eerbiedwaardigs. Men noemde de Rijn in die tijd de “grote papensteeg van Europa”. En weet u waar deze grote verdieping en verinnerlijking van het menselijk gemoed, deze vrome gevoelens die een innige vereniging met de goddelijke wezenskrachten zochten, opgewekt zijn? Ze zijn opgewekt in de gotische kathedralen met hun spitse gewelven, pilaren en zuilen. Dat heeft deze zielen opgevoed. Zo sterk werkt datgene wat gezien wordt. Wat de mens ziet, wat zijn omgeving in zijn ziel giet, dat wordt in hem tot een kracht. Daarnaar vormt hij zichzelf – tot in zijn volgende incarnatie.

Een bouwstijl wordt niet uitgevonden, hij wordt geboren uit de grote gedachten van de ingewijden. Zij laten hem in de wereld stromen. De bouwwerken ontstaan en werken op de mensen in. Hun ziel neemt iets in zich op van de spirituele kracht die in deze vormen leeft. En wat ze opneemt door het aanschouwen van de bouwvormen – bijvoorbeeld van de gotiek – komt tot uitdrukking in haar stemming: er ontstaat een innige ziel die opkijkt naar het hogere. Een paar eeuwen geleden hebben mensen wat in de gotische stijl leefde, in zich opgenomen. Volgen we deze mensen, die in de ziel de kracht van deze bouwkundige vormen opgenomen hebben, enige eeuwen verder, dan zien we in hun volgende incarnatie de uitdrukking van deze innerlijke gemoedstoestand in hun fysionomie, op hun gezicht. Hun ziel heeft hun gezichten gevormd. Daarom worden zulke kunsten beoefend. De ingewijden zien ver, ver vooruit in de toekomst. Daarom vormen ze in een bepaalde tijd uiterlijke kunstvormen, architectonische stijlen. Zo wordt in de mensenzielen de kiem voor toekomstige mensheidstijdperken gelegd.

(Rudolf Steiner) 

GA 101 – Stuttgart, 14 september 1907 

Advertenties