Herfsttij

door lievendebrouwere

  

Verleden week vrijdag was het buiten zo grijs en troosteloos dat ik dacht: het zit erop, ik begin aan mijn winterslaap! Maar zie, twee dagen later scheen de zon zo stralend dat het onmogelijk was om binnen te blijven. En dus ging ik wandelen, stak de autostrade over en daalde af naar een weiland waar het lawaai iets minder was. Daar zag ik aan de overkant een muur van bomen die me in verrukking bracht. Een paar weken geleden bestond hij nog uit louter groene ‘bakstenen’, maar die waren nu veranderd in gele, rode, bruine en zilvergrijze bladeren. Ook de verschillende vormen tekenden zich duidelijk af en ze produceerden ieder hun eigen geluid. Waren ze eetbaar geweest, ze zouden zelfs anders gesmaakt hebben. Wat een afwisseling vergeleken bij de eenvormigheid van de zomer! Wat een diversiteit!

De herfst staat duidelijk in het teken van de individualisering. De bomen worden weer zichzelf nadat ze in de zomer slechts deel van het grote geheel waren. Maar die afzondering luidt wel hun dood in. Vandaag staan de bladeren nog aan hun takken, over een goeie maand zullen ze allemaal op de grond liggen. Individualiseren betekent sterven. Dat klinkt triest, maar de natuur toont ons (als de zon tenminste schijnt) hoe ongelooflijk mooi dat sterven is. En ook hoe lang het duurt. Ook in de lente doet de natuur er lang over om geboren te worden. Sterven en geboren worden: ze neemt er ruim de tijd voor. Net als voor dood zijn (in de winter) en leven (in de zomer). Tenminste hier in de gematigde streken, waar er vier seizoenen zijn. Elders is de natuur lang niet zo uitvoerig en kunstzinnig.

Mijn jongste dochter Marianne vertoeft regelmatig in Afrika. Ze heeft daar namelijk een liefje. Vraag me niet waarom ze het zo ver gaat zoeken, ze weet het waarschijnlijk zelf niet. In ieder geval, in Afrika hebben ze maar twee seizoenen: het droog seizoen en het regenseizoen. Die gaan even bruusk in elkaar over als dag en nacht. Ochtend en avond, dat kennen ze daar in Afrika niet, evenmin als lente en herfst. De avond valt er als een baksteen. Het ene moment schijnt de zon nog volop, het volgende moment is het stikdonker. Hoe bedoel je, vroeg ik toen Marianne dat de eerste keer vertelde. Wel ja, zei ze, alsof iemand het licht uitdoet. Je kunt maar best niet te ver van huis zijn op dat moment, want je vindt de weg niet meer terug in het donker. Tjonge, dacht ik, wat een fantasieloze gang van zaken!

Hier bij ons is de avond – net als de herfst trouwens – een tot de verbeelding sprekend gebeuren. Hij valt niet als een baksteen zoals in Afrika, hij daalt neer als een pluimpje. Het duurt een hele tijd voor hij (bij wijze van spreken uiteraard) de grond raakt. Het begint al met het langzaam tot rust komen van de drukke dag. Want ook in de natuur is het overdag druk. Al dat groen groeit echt niet vanzelf, daar moet aan gewerkt worden. Je ziet dat mysterieuze werk niet, maar je voelt wel wanneer het ’s avonds afneemt. Dan treedt er een diepe ontspanning in die een genot is om mee te beleven (als je tenminste niet naast een steenweg of een autostrade woont). En als om dat genot te bekronen, verschijnen dan ten slotte die wonderlijke kleuren aan de hemel, als de dag echt sterft en de zon ondergaat. 

We mogen dan wel aan een steenweg wonen, maar ’s avonds kunnen we door het raam de zonsondergang zien. Voor zolang het nog duurt tenminste, want Bostoen – van ‘Thuiskomen is Bostoen!’ – is heel ons uitzicht aan het volbouwen. ’s Avonds wanneer we naar tv kijken, zitten we de helft van de tijd naar buiten te kijken, niet omdat de film of de tv-serie ons verveelt, maar omdat er weinig op kan tegen een zonsondergang. Opkomen doet de zon vrijwel altijd op dezelfde manier, maar ondergaan doet ze altijd anders. Iedere zonsondergang is uniek, zoals ieder sterven uniek is. Alle mensen worden op dezelfde manier geboren, maar niemand sterft op dezelfde manier. Want allemaal ontwikkelen we ons in meer of mindere mate tot een individu tijdens ons leven. De kleuren van herfst en zonsondergang zijn daar een uitdrukking van.

Wat voor een dag geldt (de zonsondergang) en voor een jaar (de herfst), geldt hoogstwaarschijnlijk ook voor een tijdperk. Johan Huizinga schreef destijds over ‘De herfsttij der Middeleeuwen’. Het lijdt geen twijfel dat we ook vandaag een herfsttij meemaken. Zware wolken verduisteren de hemel, stormen razen door de wereld, doodskrachten heersen overal, de beschaving verliest haar bladeren, de mensheid verschanst zich tussen vier muren, enzovoort. Allemaal in figuurlijke zin natuurlijk. We beleven de ondergang van een tijdperk. Welk tijdperk? Dat is niet duidelijk, maar het ziet ernaar uit dat we voor een lange, koude winter staan die wel eens eindeloos zou kunnen duren. Alsof er nooit meer een lente zal komen. En dan kunnen de beelden van de natuur een steun zijn, vooral dan de beelden van de seizoenen, vooral dan de beelden van de herfst. 

Wat me telkens weer opvalt in die herfst is het enorme verschil tussen goed en slecht weer. Niets is zo deprimerend als een grijze, regenachtige herfstdag, maar als de zon weer schijnt weet je niet wat je ziet. En het gekke is: die prachtige kleuren zijn er ook als de zon verstek laat gaan. Je ziet ze dan alleen niet. Ik herinner me nog dat ik lang geleden op zo’n troosteloos grijze dag met een auto vol kinderen door de Vlaamse Ardennen reed. Opeens brak de zon door en onthulde een onwaarschijnlijk mooie wereld. Ik dacht toen: dát zou een mens moeten kunnen, zelf voor zon spelen! Iets zegt me dat het precies dát is wat we in onze tijd moeten leren: onze innerlijke zon ontdekken, in al dat deprimerende grijs de kleuren waarnemen, de vurige herfstkleuren van de individualisering.    

 

Advertenties