Er was eens in Destelbergen …

door lievendebrouwere

  
Dit is de Dendermondesteenweg aan het begin van onze allerlaatste dag in Destelbergen. Poëtisch is anders, maar dan zou u het eens mét auto’s moeten zien! Ik heb van de zondagochtendluwte geprofiteerd om eens te doen wat anders nooit kon: midden op de steenweg gaan staan. 21 jaar hebben we op die strook asfalt gekeken in het vanzelfsprekende besef dat het verboden terrein was, ontoegankelijk voor de omwonenden. In Scheldewindeke is dat wel even anders: hier kan ik op gelijk welk moment van de dag midden op straat gaan staan. Het is als een terugkeer in de tijd. Als kind zát ik zelfs op straat te spelen, er passeerden toch maar 2 auto’s per dag, een in de voor- en een in de namiddag. In Scheldewindeke zijn het er wel meer: zeker twintig. Maar wat stelt dat voor vergeleken bij de duizenden en duizenden auto’s die in Destelbergen dagelijks voorbij ons raam zoefden! 

Het is nu avond. De rolluiken zijn naar beneden en de kaarsjes branden. Ik luister naar Mozart en ik kan iedere noot horen, want er zijn geen auto’s waarmee de muziek moet wedijveren. Buiten is het nochtans niet echt stil: in de verte klinkt het geraas van een autostrade of een steenweg en er is altijd wel ergens een hond aan het blaffen, maar binnen is daar niks van te horen. Voor het eerst in 21 jaar moet ik mijn huis niet delen met duizenden anonieme automobilisten. Het is nu echt van mij, ofschoon ik het niet bezit. Je zult er moeten aan wennen, zei men me. Maar ik hoef helemaal niet te wennen. Die rust en die stilte: het is als thuiskomen. Het lawaai van Destelbergen was als een kwade droom waaruit ik nu ontwaakt ben. Dat was trouwens zondag reeds het geval. Toen ik wat spullen was gaan afzetten en de Dendermondesteenweg weer opreed, schrok ik en dacht: hemeltje, ik ben verkeerd gereden, ik moet hier niet zijn! 

Nee, het verhuizen heeft me geen greintje pijn gekost. Althans innerlijk niet. Fysiek, dat is een ander verhaal. Dagenlang ben ik in de weer geweest met het uitmesten van onze ‘stal’ en ik verbaasde me erover dat m’n rug het uithield. Maar maandag kreeg ik de rekening voorgeschoteld. Opstaan was een marteling, bij iedere beweging schreeuwde mijn rug het uit van de pijn. De rest van de dag heb ik languit in de zetel doorgebracht, luisterend naar de stilte. Die stilte is een balsem voor mijn ziel, maar voor mijn lichaam betekent ze niet veel: ik voel me op slag tien jaar ouder. Weken al verheug ik me erop de streek te verkennen – ik heb er zelfs een nieuwe fiets voor gekocht – maar ik ben het huis nog niet uit geweest. Naar verluidt stapten de Indianen vroeger halverwege uit als ze een treinreis maakten: ze wilden eerst wachten op hun ziel (die niet zo snel was). Bij mij is het omgekeerd: ik wacht nu op mijn lichaam. 

De verhuis zelf is voorspoedig verlopen. Het begon eigenlijk al op 3 december, toen we het huis voor het eerst als nieuwe huurders bezochten. Er hing die ochtend een dichte mist die de tocht van Destelbergen naar Scheldewindeke tot een belevenis maakte. De zon scheen als een witte maan doorheen de nevelen. Het was alsof de wereld opnieuw geschapen werd. Tegen de middag klaarde alles op tot een stralende dag en ’s avonds bungelde Venus als aan een touwtje onder de maansikkel. Als dat geen goed voorteken was! De volgende avond stond er een heel andere constellatie aan de hemel: de maan keek als in verbazing naar Mars die van bovenaf op haar toekwam. Was dat een beeld van onze verhuizing? Tenslotte wonen we nu op nummer negen, het getal van Mars, terwijl 582 (ons huisnummer in Destelbergen) een zes vormt, het getal van Venus. Of zoek ik er teveel achter? 

Dat eerste bezoek had hoe dan ook een Venus-karakter. De verhuis daarentegen, een week later, was een en al Mars: trekken en sleuren, afbreken en uit elkaar vijzen, demonteren en leeg maken. Maar beiden stonden onder het welwillende toezicht van moedertje Maan, want alles liep op rolletjes – letterlijk en figuurlijk. Ik vond het eerst een onmogelijk moment van het jaar om te verhuizen – vlak voor kerstmis – maar bij nader inzien was het lang geen slecht moment. Wat valt er anders te doen in deze tijd van het jaar? We hebben nu een tuin waarin heel wat werk is, maar daar hoeven we de eerste maanden niet aan te denken. We kunnen in alle rust het nieuwe huis bewoonbaar maken. Nee, hoe meer ik erover denk hoe meer ik ervan overtuigd raak dat we onder een goed gesternte verhuisd zijn. Zondagavond trokken we eindelijk het witte hek achter ons dicht. De zon ging oogverblindend onder en begeleidde ons helemaal tot in Scheldewindeke. 

Advertenties