Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: januari, 2017

Het sociale oerfenomeen

  
Voor het eerst sinds ik ‘op den buiten’ woon, ben ik weer eens ‘in de stad’ geweest. Ik had een nieuwe bril nodig en ik wilde op de valreep nog van de solden profiteren. Nou, het was me de cultuurshock wel! Eerst de trein op. Hoelang was dát al niet geleden! Overal jongeren met smartfoons, overal electronische klanken. Dat duurde dus een poos voor ik een plekje vond dat betrekkelijk rustig was. Het gerammel en geknars – in die nieuwe treinen lijkt altijd wel iets los te zitten – moest ik er maar bij nemen. Gelukkig duurde de reis niet lang: een kleine 25 minuten, langs Moortsele, Landskouter, Gontrode, Melle, Merelbeke en ten slotte – tergend traag – Gent. Stationsbuurten zijn nooit aangenaam en dus haastte ik me langs het Citadelpark (bomen!) naar de kleine ring. Daar was ik al zozeer van slag dat ik de Kortrijksepoortstraat insloeg in plaats van de Bijlokekaai. Grauwheid troef. Studentenbuurt ook. Er kwam maar geen eind aan. Tot ik uiteindelijk de Veldstraat bereikte en de brillenwinkel binnendook. Alles blonk en glitterde daar, tenminste zolang ik niet in de spiegel keek. Een uur later stak ik de straat over om in de Fnac een smartfoon te kopen. Ook daar blonk en glitterde alles, maar mijn bobijntje was af. Genoeg stads- en keuzestress voor vandaag. 

Ik besloot nog even bij De Slegte binnen te lopen, en toen zag ik het, aan de overkant van de straat, een groot raam waarachter een vijftal mensen naar me zaten te kijken. Tenminste zo leek het. Het was een van die nieuwe hippe cafés of koffiebars waar mensen niet aan de toog zitten maar aan het venster. Je ziet er steeds meer, de ramen reiken soms tot op de grond: het café als aquarium. Het is telkens schrikken als je er passeert, want je kijkt de klanten recht in het gezicht. Of is het omgekeerd? Dat is niet duidelijk. Het heeft iets van een krachtmeting: wie is de kijker, wie is de bekekene? Het sociale oerfenomeen, zeg maar. De nieuwe trend trof me als een compensatie-fenomeen. Nu ik op het platteland woon, waar iedereen iedereen groet, valt het me des te sterker op dat in de stad niemand iemand aankijkt. Iedereen zit er opgesloten in zijn eigen wereldje, wat nog geaccentueerd wordt door de oortjes en de smartfoons. Ik begrijp dat wel. As je, zoals ik, je ogen voortdurend de kost geeft dan ben je na een paar uur in de stad compleet uitgeput. Telkens ik naar Gent ga, moet ik een dag recupereren. Ik snap dus heel goed waarom mensen er zich zo naar binnen keren: het is een vorm van zelfbescherming. Maar dat heeft een prijs, en die betalen ze door in zo’n trendy aquariumcafé voor het raam te gaan zitten, waar ze veilig naar mensen kunnen kijken.

Het vreemde is echter dat het niet duidelijk is wie kijkt en wie bekeken wordt. Als je op een terras gaat zitten, doe je dat om naar mensen te kijken, al is dat sinds de smartfoon fel verminderd, heb ik de indruk. Je kijkt niet terug als je langs een terras passeert, daarvoor zijn de terrasgangers meestal te talrijk: ze vormen een menigte, ze zijn sterk. Maar de nieuwe ‘raamzitters’ zijn enkelingen en ze kijken ook niet altijd naar buiten. Ze zitten daar te kijk achter al dat glas en doen alsof ze niet zichtbaar zijn. Ze doen dus eigenlijk net hetzelfde als op straat, maar toch ook weer niet. Het is alsof ze onbewust de grens opzoeken waar mensen elkaar ontmoeten, en waar – zoals Rudolf Steiner zegt – het ene Ik probeert het andere in slaapt te wiegen. Alles is daar mogelijk: kijken of bekeken worden, de blik afwenden of de confrontatie aangaan. In die nieuwe etalagecafés wordt dus in feite iets geestelijks zichtbaar. Het is alsof mensen instinctief opzoeken wat ze kwijtspelen door zich af te sluiten, met of zonder oortjes, met of zonder smartfoons. Compensatiegedrag dus. Misschien moet ik het ook eens uitproberen Als ik nog eens in de stad ben. Maar eerst toch een smartfoon kopen. 

Street Art

  
In Brussel is onlangs weer een muurschildering opgedoken. Dat gebeurt daar met de regelmaat van een klok. Street Art heet dat. Het betreft vaak sexuele, gewelddadige of anderszins choquerende beelden, niet zelden van reusachtige afmetingen. Daarover ontstaan dan discussies in de trant van: moeten ze verwijderd worden of moeten ze juist beschermd worden? Zelfs universiteitsprofessoren en ministers mengen zich in het debat. Hebben die kerels echt niks anders te doen? vraag ik me dan af. Want de zaak is mijns inziens duidelijk: die muurschilderingen zijn grafitti en graffiti is verboden. Er staan zelfs zware boetes op. Terecht mijns inziens. Het is niet alleen beschadiging van privé-eigendom, het is ook beschadiging van het publieke terrein. Talloze mensen moeten iedere dag op die dingen kijken, want het is moeilijk om ernaast te kijken. Het argument dat het om kunst gaat, is belachelijk want het kunstbegrip is zo ruim geworden dat zelfs een terroristische aanslag eronder kan vallen. 

Die hele discussie – die misschien alleen in de media bestaat – is dus volstrekt oninteressant. Kunstenaars hebben evenmin het recht om de wet te overtreden als gelijk wie. Arresteren dus die onverlaten! Laat ze maar opdraaien voor de restauratiekosten! Ze zullen het geen tweede keer proberen. Alhoewel. Als ik kijk naar die meest recente muurschildering van een ondersteboven opgehangen man, dan vraag ik me af: hoe is dát in godsnaam op die muur terechtgekomen? Want het schilderij beslaat zo maar eventjes 7 verdiepingen, het neerdruipende bloed niet inbegrepen. Zelfs wanneer men de hele muur van dat appartementsgebouw vol stellingen had geplaatst, zou het nog altijd een heel karwei zijn geweest om die afbeelding aan te brengen. Want op zo’n formaat moet alles zorgvuldig uitgemeten worden, je gooit het er niet zomaar even op. Het lijkt me echter onwaarschijnlijk dat die stellingen er ooit geweest zijn, dat ze opgebouwd en afgebroken werden zonder dat iemand het gemerkt heeft. 

Maar hoe is het dan wél in zijn werk gegaan? Heeft de street artist zich dan aan een touw laten zakken? Heeft hij heen en weer gezwierd om de hele breedte van de voorstelling te kunnen schilderen? Dat zou een huzarenstukje zijn geweest. Maar dan blijft toch nog altijd de vraag hoe hij die afbeelding (redelijk) correct op die muur heeft gekregen. Zou daar een app voor bestaan, een soort artistiek gps-systeem? Het is mogelijk, al heb ik er nog nooit van gehoord. Afbeeldingen van een zekere grootte worden meestal op de drager geprojecteerd met een beamer. Dat is in dit geval echter uitgesloten. Louter technisch gezien is de hele zaak een raadsel. Ik kan me in ieder geval niet voorstellen dat één enkele artistieke Robin Hood deze klus helemaal in zijn eentje heeft geklaard. Ik vind het al even onvoorstelbaar dat geen enkele van deze vrijbuiters geklist wordt en dat niemand weet wie ze zijn. En dus vraag ik me af: wat zit daarachter? En ook: waarom wordt die vraag nooit gesteld?

Het is een feit dat er in de berichtgeving over kunst en kunstenaars zelden of nooit gesproken wordt over concrete, materiële en technische zaken. Welke verf gebruikte de kunstenaar? Waar kocht hij ze? Hoeveel kostte ze? Hoe vervoerde hij ze? Het zijn vragen die niet gesteld worden. Ook wordt er altijd zedig gezwegen over de inkomsten van een kunstenaar. Waarvan leeft hij? Hoeveel verkoopt hij? Waar woont hij? Je zult bijvoorbeeld niet gauw ergens lezen dat Jan Fabre op een kasteel woont in Mullem, het mooiste dorp van de Vlaamse Ardennen. Dat past niet bij zijn imago, evenmin als het feit dat hij atijd logeert in de sjiekste hotels. Het is not done om daarover te spreken. Kunst wordt behandeld als iets geestelijks, iets dat zich onttrekt aan het louter aardse. Het wordt gemystificeerd en gemythologiseerd. En dat gebeurt dus ook met die Brusselse muurschilderingen waarvan niemand zogezegd weet hoe en door wie ze gemaakt zijn.

Waarom gebeurt dat? Geld is één reden. Er kan veel geld verdiend worden met kunst. Het doet ook alle deuren opengaan en verschaft je toegang tot de hoogste kringen. Reken maar dat daar mensen te vinden zijn die heel dat beschilderde appartementsgebouw willen kopen om eigenaar te worden van een ‘uniek kunstwerk’. Dat is goed voor hun imago én voor de zaken. Ik denk echter dat er ook – en misschien zelfs vooral – ‘geestelijke’ redenen zijn. Het een sluit het ander trouwens niet uit. Kunst wordt ingezet als een wapen om het kritische oordeel van de moderne mens te verlammen, om hem zover te brengen dat hij letterlijk alles slikt. Wat doet het bijvoorbeeld met de geestelijke sfeer van een stad als de bewoners dagelijks geconfronteerd worden met reusachtige schunnige beelden, gewelddadige beelden, beelden waartegen ze niet alleen niet kunnen protesteren maar waar ze zelfs bewondering voor moeten hebben? Beelden wérken, en al weten wij niet hoe ze werken, er zijn zeker mensen die dat wél weten en er gebruik van maken. En die mensen willen niet bekend worden. 

Ik ben blij met Trump

  
De Vlaamse pater Daniël Maes (78) leeft in Syrië, in het zesde-eeuwse Mar Yakub klooster in het stadje Qara, 90 kilometer ten noorden van de hoofdstad Damascus. Hier is hij ooggetuige van de burgeroorlog. Volgens hem klopt er weinig van de westerse berichtgeving over het conflict in Syrië. ,,De Amerikanen en hun bondgenoten willen het land te gronde te richten.”

U bent zeer kritisch op de verslaggeving uit Syrië. Wat zit u dwars?

Er klopt niets van het idee dat er een volksopstand plaats zou hebben tegen president Assad. Ik ben sinds 2010 in Qara en heb met eigen ogen gezien hoe agitatoren van buiten Syrië de protesten tegen de regering organiseerden en jongeren rekruteerden. Die beelden werden door Al Jazeera uitgezonden om de indruk te wekken dat hier een rebellie gaande was. Er werden door buitenlandse terroristen moorden gepleegd, in de soennitische en in de christelijke gemeenschappen, in een poging om onder de Syrische bevolking religieuze en etnische tweespalt te zaaien. Terwijl in mijn ervaring het Syrische volk juist heel eensgezind was. Voor de oorlog was dit een harmonieus land: een seculiere staat waarin verschillende geloofsgemeenschappen vreedzaam naast elkaar leefden. Er was nauwelijks armoede, het onderwijs was gratis, de gezondheidszorg goed. Het was alleen niet mogelijk om vrijelijk je politieke mening te uiten. Maar dat kon de meeste mensen niks schelen.

Zuster Agnès-Mariam, de Libanees-Franse moeder overste van uw Mar Yakub (‘heilige Jacob’) klooster, wordt ervan beschuldigd te heulen met het regime. Zij heeft vrienden tot op het hoogste niveau.

Zuster Agnès-Mariam helpt de bevolking: zij heeft recent een gaarkeuken geopend in Aleppo, waar vijf keer per week 25.000 maaltijden worden bereid. Kijk, het is miraculeus dat wij nog leven. Dat hebben we te danken aan het regeringsleger van Assad en aan Vladimir Poetin omdat hij besloot om in te grijpen toen de rebellen de macht dreigden over te nemen. Toen duizenden terroristen bij Qara waren neergestreken waren wij ons leven niet zeker. Ze kwamen uit de Golfstaten, Saoedi- Arabië, Europa, Turkije, Libië. Veel Tsjetsjenen. Ze vormden een buitenlandse bezettingsmacht, allemaal gelieerd aan al-Qaeda en afsplitsingen. Tot de tanden bewapend door het Westen en zijn bondgenoten en met een wedde om u tegen te zeggen. Ze zeiden letterlijk: ‘Dit land behoort nu ons’. Vaak zaten ze onder de drugs, ze bestreden elkaar onderling, ’s avonds schoten ze in het wilde weg. We hebben ons lang in de cryptes van het klooster schuil moeten houden. Toen het regeringsleger hen verjoeg, was iedereen blij: de Syrische burgers, die de buitenlandse rebellen haten en wij omdat de rust terugkeerde.

U zegt: het Syrische leger beschermt de burgers terwijl er allerlei berichten zijn over oorlogsmisdaden door Assads troepen, bijvoorbeeld de bombardementen met vatbommen.


Weet u dan niet dat de berichtgeving over Syrië de grootste medialeugen van deze tijd is? Over Aleppo is pure onzin verkocht: het waren juist de rebellen die er plunderden en moorden. Denkt u dat het volk stom is? Denkt u dat die mensen gedwongen worden om te juichen voor Assad en Poetin? Het is de Amerikanen te doen om pijpleidingen en grondstoffen in deze regio en om het tegenwerken van Poetin. En Saoedi-Arabië en Qatar willen in Syrië een soennitische staat vestigen, zonder vrijheid van godsdienst. Daarom moet Assad weg. Weet u: toen het Syrische leger zich opmaakte voor de slag om Aleppo kwamen moslimmilitairen bij mij om te worden gezegend. Tussen gewone moslims en christenen is er geen probleem. Het zijn die radicale islamistische, door het Westen gesteunde rebellen die ons willen uitmoorden. Zij zijn allemaal al-Qaeda en IS. Er zijn helemaal geen gematigde strijders meer.”

U noemde Hillary Clinton ooit een ‘duivelin in wijwater’ omdat zij als minister van Buitenlandse Zaken het conflict zou hebben opgepookt.


Ik ben blij met Trump. Hij ziet wat ieder normaal mens begrijpt: dat de Verenigde Staten moeten stoppen met het ondermijnen van landen die grondstoffen bezitten. Het streven naar een unipolaire wereld door de Amerikanen is het grootste probleem. En Trump begrijpt dat de radicale islam een groter gevaar is dan Rusland. Wat kan mij het schelen dat hij af en toe zijn broek uittrekt? Als Trump geopolitiek uitvoert zoals hij belooft, dan ziet de toekomst er positief uit. Dan komt het tot een vergelijk met Poetin. En hopelijk komt er dan een oplossing voor Syrië en keert de vrede terug.

U begrijpt dat uw analyse controversieel is en op veel kritiek stuit?

Ik spreek uit eigen observatie. En niemand hoeft mij te geloven, hè? Maar ik weet één ding: de media kunnen met hun berichtgeving bijdragen aan de uitmoording van het Syrische volk, of zij kunnen de Syriërs helpen. Helaas zijn er onder journalisten te veel meelopers en flauwe zakken.

(Bron: ad.nl)

Volmaaktheid

    

Op een zonnige winterochtend – het nieuwe jaar was pas begonnen en de wereld lag er witbevroren bij – wandelde ik door de Windeekse (zo zeggen ze dat hier) velden. De bultige kasseiweg die ik volgde, slingerde zich door het landschap en verdween ergens in de diepte. In de weiden keken paarden en schapen verbluft op toen ik passeerde. Een mens! Dat zagen ze ook niet elke dag. Uit een schoorsteen kringelde wat rook en in de verte zag ik een kerktoren door de nevelen priemen. Veel mooier kon het niet worden en mijn ziel maakte dan ook aanstalten om één te worden met al dat schoons. Maar toen hoorde ik in de verte autogeraas. Verrek! Mijn droom viel aan gruizels. Met pijn in het hart dacht ik aan de tijd toen er nog geen auto’s reden. Het enige wat je toen in Scheldewindeke zou gehoord hebben, waren de bomen, de vogels, een paar honden en een haan. Vergeefs probeerde ik die volmaakte rust weer op te roepen door de autogeluiden weg te denken. Net zoals ik dat in Destelbergen 21 jaar lang had gedaan … 

Ofschoon het in Scheldewindeke veel rustiger is dan in Destelbergen, blijf ik me ergeren. Omdat er nog altijd auto’s te horen zijn, omdat het hier niet helemáál stil is. Die vaststelling trof me: blijkbaar was er niks wezenlijks veranderd. Maar ik zou er waarschijnlijk niet zijn blijven bij stilstaan, als An me een paar dagen later niet had verteld over problemen op school, problemen die, zoals zo vaak, veroorzaakt werden door spanningen tussen oude en jonge zielen. Ik herkende ze maar al te goed, de eeuwige onvrede van de oude zielen, hun onvermogen om de zaken te accepteren zoals ze zijn. Zo heb ik alle reden om opgetogen te zijn over het feit dat we nu in Scheldewindeke wonen. Nog maar een paar maanden geleden wisten we van geen hout pijlen te maken en vandaag wonen we in een huis met een tuin, ver van iedere autostrade. Dat is meer dan ik had durven hopen, en toch slaat de onvrede alweer toe. Dit keer niet omdat er zoveel lawaai is, maar omgekeerd, omdat er zo weinig lawaai is, omdat de volmaakte stilte hier vlakbij is. 

Dat oude-zielenverlangen naar volmaaktheid herken ik ook in de politieke correctheid. Qua onverdraagzaamheid en racisme is het in ons land als qua autolawaai in Scheldewindeke: je hoort wel wat gemor over vreemdelingen, maar dat valt niet te vergelijken met het kabaal dat met name moslims maken. Hun racisme en onverdraagzaamheid klinken als het gebulder van de autostrade in Destelbergen. En toch ergeren de politiek-correcten zich niet aan dit luidruchtige moslimracisme, nee, hun verontwaardiging geldt het nauwelijks hoorbare Vlaamse racisme. Van die mug maken ze een olifant, terwijl ze de echte olifant negeren. Moslims gedragen zich agressief en gewelddadig, terwijl Vlamingen zich beperken tot wat gescheld op Facebook. Maar het zijn deze laatsten die worden weggezet als racisten. De reden voor dit irrationele gedrag is dezelfde waarom ik me meer erger aan het gedempte autogeraas in Scheldewindeke dan aan het bulderende lawaai in Destelbergen: in Vlaanderen lijkt de volmaakte verdraagzaamheid binnen handbereik te liggen. 

Vergeleken bij het moslimracisme verzinkt de Vlaamse onverdraagzaamheid in het niets. Vlamingen zijn zo verdraagzaam dat ze zelfs niet protesteren als ze in hun eigen hoofdstad als vreemdelingen worden behandeld. Als Vlamingen nóg verdraagzamer werden, zouden ze gewoon ophouden te bestaan. Juist daarom worden de laatste restjes Vlaams racisme door de politiek-correcte oude zielen als ondraaglijk ervaren: ze verhinderen de eenwording met het ideaal, ze staan de absolute gelukzaligheid – die voor het grijpen lijkt te liggen – in de weg. En tussen bijna en helemaal is er een hemelsbreed verschil. Ik heb ooit de volmaakte stilte gehoord, ik herinner het me nog altijd. Het gebeurde op de heide van Kalmthout: hoe ik ook mijn oren spitste, ik hoorde niets, behalve de wind. En die volmaakte stilte had een wonderlijk effect: alsof een deken uit de hemel neerdaalde en me helemaal omwikkelde. Om die zaligheid opnieuw te beleven zou ik – bij wijze van spreken – een moord begaan. 

De volmaaktheid doet een mens terechtkomen in een andere wereld, een ideale wereld waar alle kwellingen van de reële wereld van je afvallen. Dat is de wereld waar de oude zielen zo intens naar verlangen. Veel meer dan jonge zielen dragen ze in zich de herinnering aan het verloren paradijs, waar de rust hen als een deken omwikkelde en alle zorgen deed verdwijnen. Die herinnering is het die in hen wakker wordt en als een vurig verlangen oplaait wanneer ze in de buurt van volmaaktheid komen – zoals ik hier in Scheldewindeke, zoals de politiek-correcten in Vlaanderen. Het is sterker dan henzelf. Ze kunnen niet verhinderen dat hun verlangen zich een weg naar buiten baant, evenmin als een man zijn zaad kan tegenhouden als het zich eenmaal in beweging heeft gezet. Geen wilskracht of redelijkheid is daartegen opgewassen. Alles wat dit verlangen naar volmaaktheid in de weg staat en het bereiken van de gelukzaligheid verhindert, wordt beschouwd als het kwaad in hoogsteigen persoon. 

Wanneer de afstand tussen ideaal en realiteit te groot wordt, schieten de oude zielen in actie. Ze ontwikkelen dan een geweldige kracht. Maar dat positieve, opbouwende idealisme dreigt om te slaan in een negatieve, vernietigende kracht wanneer ze de volmaaktheid binnen handbereik weren. Dan verliezen ze hun bezinning en verklaren de oorlog aan de ‘laatste hindernissen’, die ze op alle mogelijke manieren proberen uit de weg te ruimen. Dat is wat momenteel op grote schaal gebeurt met de politieke correctheid. Ze wordt gedreven door de idealen die de Europese beschaving groot hebben gemaakt en die haar tot een wereldbeschaving hebben doen uitgroeien. Maar terwijl er in grote delen van de wereld nog pionierswerk moet worden verricht, is in Europa de volmaaktheid in zicht gekomen. En dat is het moment waarop de politiek-correcte zielen zich gedragen als paarden die de stal ruiken: ze rukken zich los en stormen vooruit, alles vertrappelend wat hen voor de voeten komt. 

Het is dezelfde onstuitbare drang naar volmaaktheid die moslims massaal naar het Westen drijft. Ze zijn in hoofdzaak afkomstig uit het Midden-Oosten, dat typische oude-zielengebied. Onder het bewind van de islam hebben de erfgenamen van de oude beschavingen hun idealen diep in zichzelf moeten wegbergen. De afstand met de islamitische realiteit was te groot. Maar toen de beelden van de moderne Europese beschaving begonnen door te dringen in het Midden-Oosten, werden oeroude herinneringen in hen wakker. Net als mannen die te lang droog hebben gestaan, konden ze zich niet meer inhouden en – als ontelbare spermatozoïden – waagden ze de ‘sprong’ naar de overkant, naar het ewig Weibliche, naar het Europese ideaal. En net als de politiek-correcten hier, laten ze zich nergens door tegenhouden en weigeren ze rekening te houden met de Europese realiteit. Die is voor hen het kwaad zelve, want ze verhindert hen de volmaaktheid te bereiken. 

Die volmaaktheid is natuurlijk slechts een beeld. Ze is niet van deze wereld en kan nooit op aarde gerealiseerd worden. Waar de moslims echter mee in aanraking komen is de onvolmaakte Europese realiteit. En dat onderscheid kunnen ze heel moeilijk maken, betoverd als ze zijn door hun visioen van volmaaktheid. Ofschoon de realiteit hier vele malen beter is dan waar ze vandaan komen, zijn ze toch niet tevreden of dankbaar. Wel integendeel. Hoe beter ze het hebben, des te wrokkiger worden ze. Moslims die radicaliseren en terroristen worden, zijn geen arme stakkers die niet weten van welk hout pijlen te maken. Het zijn mensen die gestudeerd hebben, die een mooie job hebben, die het vaak beter hebben dan de gemiddelde Europeaan. Het is dan ook niet het racisme van de Europeanen dat zo’n vernietigende krachten in hen opwekt, maar juist het omgekeerde: de extreme Europese verdraagzaamheid. Want die doet moslims geloven dat de ideale wereld hier voor het grijpen ligt. 

Wie niet tegenover de idee kan gaan staan, wordt door de idee geknecht, schrijft Rudolf Steiner in zijn Filosofie der Vrijheid. Hij heeft het hier natuurlijk niet over de dode, abstracte idee maar over de levende idee, over het ideaal dat een intens verlangen in ons opwekt. Dode ideeën oefenen nauwelijks invloed op ons uit – daarom laten ze ons ook vrij – maar van levende ideeën gaat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit en wanneer we ermee in contact komen, moeten we afstand bewaren, anders dreigen we erdoor meegesleurd te worden en onze vrijheid te verliezen. Evenmin als fanatieke moslims zijn politiek-correcte mensen vrije mensen. Allebei zijn ze in de ban van grootse idealen waarmee ze zich identificeren en waar ze niet tegenover kunnen blijven staan. Ze zijn met andere woorden verslaafd aan de geest, en zoals iedere verslaafde zijn ze tot alles in staat om ‘aan hun gerief’ te komen en de gelukzaligheid te bereiken. Daarom zijn ze zo gevaarlijk: ze zijn niet meer voor rede vatbaar, ze zijn bezeten door de geest.

Deze bezetenheid wordt veroorzaakt door de groeiende helderziendheid van de moderne mens. Sinds het einde van het Kali Yuga, het Duistere Tijdperk, begint de mensheid de wereld van de geest weer waar te nemen. Het heersende materialisme belet echter dat deze bovenzintuiglijke waarnemingen onderscheiden worden van onze gewone, zintuiglijke waarnemingen. En dus raken die twee ongemerkt met elkaar vermengd, met als gevolg dat de moderne mens steeds moeilijker onderscheid kan maken tussen droom en werkelijkheid. Hij zoekt de volmaaktheid van de geest in de materie en verliest gaandeweg alle zin voor realiteit. Het communisme is een voorbeeld van een geweldig ideaal dat de mens voor ogen zweefde en dat hij als het ware reeds in de aardse werkelijkheid zag. Er moesten alleen enkele hindernissen uit de weg worden geruimd en dan zou de hemel op aarde neerdalen. Maar die hindernissen bleken veel groter dan verwacht en er brak een nietsontziende strijd uit die niet de hemel maar de hel op aarde bracht.

Vandaag is het de politieke correctheid die de onderwereld wakker roept, verblind als ze is door haar geestelijke visioenen van volmaaktheid. Afgezien van het feit dat die visioenen alsmaar sterker zullen worden en dat het dus geen zin heeft ertegen in te gaan, hebben we die visoenen ook nodig. Als we helemaal géén waarneming meer hadden van de geest, zouden we voorgoed in de greep van de materie raken. Ons denkende bewustzijn zou uitdoven en we zouden weer dieren worden. Maar geestelijke waarnemingen, ideeën en idealen alleen zijn niet genoeg om deze ontmenselijking tegen te gaan. Wel integendeel, in hun onbewuste vorm vermengen ze zich met het materialisme en maken er een fanatieke religie van, een volmaaktheidsreligie. Materialisme op zich is al een tegenstander van formaat, maar wanneer het ook nog eens een alliantie aangaat met spiritualisme wordt het incontournable. Tegen deze geallieerde tegenmachten is geen kruid gewassen, behalve dan onderscheidingsvermogen. 

Wat materialisme is, dat weten we. Het is een overtuiging die gepaard gaat met een scherp bewustzijn. Maar wat spiritualisme is, wat bovenzintuiglijke waarnemingen zijn, dat weten we niet. We geloven zelfs niet dat ze bestaan, we houden ze gewoon voor zintuiglijke waarnemingen. En dat plaatst ons voor een keuze: ofwel worden we ons bewust van die waarnemingen, ofwel doven die waarnemingen ons bewustzijn uit. Ofwel maken we ons onderscheidingsvermogen sterker (door het uit te breiden tot al onze waarnemingen, niet alleen de zintuiglijke), ofwel veranderen we langzaam maar zeker in zombies die zich nergens laten door tegenhouden in hun verlangen naar volmaaktheid. Dat verlangen naar volmaaktheid zal ons ofwel verlossen ofwel vernietigen. Wat het wordt, hangt af van ons vermogen om de geest te onderscheiden die dat enorme verlangen opwekt. En die geest is Christus. Hem te leren onderscheiden is de grote michaëlische opgave die al de rest in de schaduw stelt.  

Europa delendam esse

  

De directeur generaal van de VN organisatie voor migratie stelt dat de migratie vanuit Afrika naar Europa opgevoerd moet worden. Hij richt zich met deze boodschap tot het World Economic Forum in Davos. Een in het geheim opererende eliteclub waar ook de voltallige top van het Nederlandse kabinet aanwezig is. Deze directeur-generaal heet William Lacy Swing. Maar vergeet zijn naam, hij is gewoon een functionaris. Hij is de baas van de migratietak van de VN, The International Organization for Migration (IOM), een zogeheten inter-gouvermentele organisatie. Dat wil zeggen een niet-democratische eliteclub die zich niet hoeft te verantwoorden bij de bevolkingen. De standpunten van het IOM komen dan ook voort uit die wereldelite, die er zo haar geheel eigen logica op na houdt.

Het standpunt werd gepubliceerd in de Engelse linkse elitekrant The Guardian. Er wordt een gluiperige argumentatie in gevoerd, die moet leiden tot de versnelde omvolking van Europa: Minder Europeanen, meer Afrikanen. Met andere woorden: Europa moet veranderen in Afrika. Een toestand van aanhoudende, primitieve, gewelddadige chaos.

Die redenaties gaan altijd volgens hetzelfde patroon, daarom is het goed er eens naar te kijken.

Allereerst stelt de VN baas fatalistisch vast dat er nu eenmaal niets aan te doen is: de migratie naar Europa is een gegeven. Want er worden nu eenmaal minder Europeanen geboren. Het onderwerp ‘bevolkingspolitiek’ is dus kennelijk al zozeer een taboe, dat het buiten het debat is geplaatst. Vervolgens wordt gesteld dat er als gevolg van de vergrijzing minder arbeidskrachten zullen zijn. Het feit dat Europa steeds meer een kenniseconomie is geworden en dat er door automatisering ook steeds minder werkkrachten nodig zijn, wordt volledig door hem genegeerd. Het feit dat ‘minder mensen in Europa’ misschien ook helemaal niet zo slecht is (kijk eens naar de overbevolking in en rondom Nederland) negeert hij ook. Logisch. Komt niet uit in zijn manipulatieve plaatje: Mass migration to Europe isn’t going to end – not for decades. Economists forecast that with Europe’s birth rate falling and its native-born population rapidly ageing, the continent’s available labour force is contracting. In fact, Europe faces a worker shortage measured in the millions until at least 2050.

Vervolgens stelt de, als het hem uitkomt graag fatalistische, VN baas vast dat de bevolking in Afrika nu eenmaal verdubbelt. Dus ja; je hebt een bevolkingsexplosie in Afrika en een bevolkingsimplosie in Europa, ziedaar, twee communicerende vaten, niks meer aan te doen toch? De zwarte Afrikanen stromen in, de blanke Europeanen verdwijnen. Dit proces wordt als onvermijdelijk voorgesteld, de desastreuze gevolgen ervan voor de Europese beschaving worden genegeerd. Jammer dan, zegt de VN: And with Africa’s population expected to double during that same period (and African economies unlikely to create jobs fast enough to absorb the emerging talent), there is simply no way two opposites – ageing Europe and youthful Africa – won’t attract.


Maar ergens voelen ze bij de VN ook wel aan dat er een addertje onder het gras zit. Want de Europese volkeren lijken dit massaal niet te willen. Daar moet dus een gruwelijk lulverhaaltje aan geplakt worden. Weet je wat we doen? We maken de illegale migratie legaal! We can start by abetting regular migration. En waar de VN tot nu ieder politiek ingrijpen negeerde, komen ze hier met een hele reeks maatregelen om de migratie te bevorderen: sneller visas uitdelen, kennismigratie bevorderen om zo de toch al catastrofale staat van het Afrikaanse continent nog verder te ondermijnen en daarmee de migratie nog verder aan te wakkeren. Het is een plan van apocalyptische proporties: We can assist those fleeing conflict with temporary protective status that offers asylum-seekers safety, but not permanently. We can accept young workers with short-term employment visas, while at the same time offer higher-skilled migrants student visas, which pay long-term dividends to issuers both by filling current labour gaps while generating higher incomes for migrant families for years to come.


Vanuit het niets komt de VN baas dan ineens met een stelling: door meer legale migratie loopt de illegale immigratie terug! The more regular migrants can earn, the more irregular migrants can stay at home. Dat is natuurlijk leugenachtige kletskoek van iemand die dat zelf ook allang weet. Als iets migratie aanwakkert, dan is het juist eerdere migratie. Dat zijn de zogeheten netwerkeffecten die jaar in jaar uit door de wetenschap zijn vast gesteld. We zagen het in Nederland ook: Eerst heeft de bestuurselite de gastarbeiders, tegen de wil van de bevolking in, hierheen gehaald, vervolgens kwam de ‘gezinshereniging’ in Nederland, daarna kwamen de illegale stromen.

Het legaliseren van de illegale migratie zal het migratieproces dus versnellen. En dat is precies de bedoeling. In een tweestappenplan: 1. Door een fatalistische voorstelling van zaken de migratie laten gebeuren. 2. door het legaliseren de migratie vergroten.

O, wacht, die VN waanzin wordt nog ‘onderbouwd’ ook. Met historische vergelijkingen die kant noch wal raken, bijvoorbeeld omdat ze niets te maken hebben met de stelling dat legale migratie de illegale migratie zou beperken. (Het ging bovendien in het verleden om groepen mensen die wel iets bijdroegen.) This shared-wealth model has worked for centuries, starting with the Irish, Scandinavian and Mediterranean migration waves that left Europe in the 1800s, when the possibility of thousands earning livelihoods abroad let millions remain behind. It happened again after 1989, when Poles, Romanians and citizens of other post-communist regimes flocked (not always with legal work papers) to jobs abroad that kept their people housed and fed – and their infant democracies from collapsing into chaos.

U wordt dus geacht stapelgek te zijn. Maar dat is niets nieuws. De bestuurselites gaan er allang van uit dat u stapelgek bent. U denkt namelijk met uw onderbuik. U bent niet goed wijs. en daarom doet uw stem niet mee. Alles wordt achter uw rug om beslist in Davos en bij de VN.

En dan, als sluitstuk, komt het ‘emotionele argument’, dat voor de VN dient als chantagemiddel: er verdrinken nu mensen! Last year, almost 7,500 paid with their lives. Ja, malloten bij de VN, maar waarom verdrinken die mensen? Omdat ze weten dat ze, eenmaal geland in Europa, kunnen blijven! Ze nemen dus het risico. Mensen verdrinken door jullie smerige beleid, wat achter gesloten deuren in Davos wordt klaargestoomd om zo de oorspronkelijke bevolking van Europa, die een ongekend groot beschavingsniveau tot stand bracht, kapot te stampen.

Zo stort de VN ons in de ondergang. Welbewust. En in het geheime overleg in Davos wordt dat met applaus onthaald.

Er is ook goed nieuws: De komende president van de VS zal niet in Davos zijn.

(Joost Niemöller)

Om de vijf minuten

  

Christenen zijn de meest vervolgde groep ter wereld. Ongeveer 200 miljoen christenen behoren tot vervolgde groepen en zo’n extra 400 miljoen leven in een toestand van sterke wettelijke repressie en sociale discriminatie (bron: Paul Marshal). Wereldwijd wordt om de vijf minuten een christen vermoord voor zijn geloof, tussen 130.000 en 170.000 per jaar zeggen OSCE-socioloog Massimo Introvigne en socioloog Robert Finke. Eén op tien christenen buiten het Westen wordt vervolgd voor de publieke beleving van zijn religie (“World Christian Encyclopaedia”). Vijfenzeventig tot tachtig procent van alle religieuze vervolging treft christenen (“Aid to the Church”, “International Society for Human Rights”). Duizenden kerken werden de voorbije jaren verbrand, vernietigd of beschadigd, vooral in landen als Nigeria en Indonesië, maar ook in vele andere. Christenvervolging vindt sporadisch plaats in alle culturen (ook bij hindoes en boeddhisten). Maar in de islamitische wereld is de vervolging structureel. Moslims zijn verantwoordelijk voor de hoofdmoot van de vervolgingen.

Belgofobie

  
Volgens een recent onderzoek zouden 71 procent van de moslims in ons land zich geviseerd voelen. 

De maagd en het monster

  
Links het Antoine Wiertz museum, rechts de oprukkende gebouwen van de Europese Unie. 

Yes, we can!

  

Overlevingsbericht