Portrait of the artist as a president

door lievendebrouwere

  
Gisteravond hield de Amerikaanse president Barack Obama zijn afscheidsspeech. De Vlaamse pers keek mee en zag dat het goed was, meer dan goed zelfs. Vooral De Standaard, die zich de laatste jaren heeft opgewerkt tot de kampioen van de politieke correctheid, was lyrisch. Buitenlandjournalist Steven De Foer vond dat er tijdens Obama’s toespraak een sfeer heerste als op een rockconcert. Groter compliment kun je een glimmende en afgeborstelde president van de Verenigde Staten wellicht niet maken. Het was de bekroning van een lofzang die al minstens een week bezig was. 

Bij zoveel bewondering vraagt een mens zich natuurlijk af: wat is hier aan de hand? Wat me opviel bij het bekijken van het samenvattende filmpje van Obama’s toespraak was het feit dat hij het luidste applaus kreeg toen hij verklaarde zich altijd verzet te hebben tegen de discriminatie van de Muslim-Americans. Hoeveel moslims zouden er in de zaal gezeten hebben? Niet veel, vermoed ik. Dus vanwaar dat enthousiasme over uitgerekend dit punt? En dan nog een paar dagen nadat er in Amerika alweer een moslimaanslag had plaatsgevonden. Hebben die Amerikanen dan werkelijk hun verstand verloren? 

Ik ben bang van niet. Ik denk dat ze juist heel goed weten wat ze doen. En met ‘ze’ bedoel ik figuren als Obama en degenen die achter hem staan. De leidende elite dus. Dezelfde elite waartegen het Amerikaanse volk in opstand is gekomen door Donald Trump als opvolger te kiezen. Trump is het tegenovergestelde van Obama: de schoonzoon waarmee je je dochter NIET naar huis wilt zien komen. Obama moet het dus wel bont gemaakt hebben dat de gewone Amerikanen een steenrijke brulboei als Trump tot president verkozen hebben. Daarover zul je in de Vlaamse pers echter weinig of niets vernemen.

Gelukkig is er nog het internet, en daar kon je stemmen horen die beweerden dat die acht jaar Obama een ramp waren voor Amerika en de wereld. De vraag is natuurlijk of je die stemmen kunt vertrouwen. Op het internet kan om het even wie om het even wat zeggen. Toch kun je met een beetje gezond verstand al een heel eind komen. Zo kun je, alle tegenstrijdigheden en relativeringen ten spijt, één ding met zekerheid vaststellen: de Vlaamse pers – met De Standaard en De Morgen op kop – vindt opinie belangrijker dan feiten. Feiten moeten ‘geframed’ of gekaderd worden, anders zouden ze door de lezers wel eens verkeerd kunnen begrepen worden.

‘Laat het denken maar aan ons over’, dat is in een paar woorden de mentaliteit die de Vlaamse pers beheerst. Zo’n mentaliteit is 19de eeuws, daar kan geen twijfel over bestaan. Ze strookt absoluut niet met het moderne bewustzijn dat ten grondslag ligt aan de democratie. In een democratie denkt de bevolking zelf, ze laat dat niet over aan haar ‘leiders’. Dat een dergelijke achterhaalde mentaliteit heerst in de pers en de media betekent dat men (ook) daar niet zelf denkt. Men laat het aan anderen over. En die ‘anderen’ dulden geen tegenspraak. Echte dissidente stemmen halen de krantenpagina’s nooit. De uitzonderingen bevestigen die regel. 

Het moet voor intellectuelen – en zeker voor intellectuelen die vinden dat de bevolking het denken aan hen moet overlaten – een diepe vernedering zijn om hun denken door anderen te laten bepalen. Nochtans lijken ze daar geen last van te hebben, wel integendeel. Hoe doen ze dat? Hoe bewaren journalisten hun zelfrespect als ze verplicht worden geestelijk mooi in het gelid te lopen? Het antwoord luidt: door middel van de kunst. Niet alleen maken ze van het ‘framen’ een kunst, maar ze trekken de hele verslaggeving in de artistieke sfeer. Immers, feiten bestaan niet, ze worden geschapen. En dus concentreren ze zich op dat scheppen.

Het gevolg is dat ze in een scheppingsroes raken. Een beetje kunstenaar weet hoe bedrieglijk die scheppingsroes is. Hij kan weliswaar niet zonder, maar hij moet er zich voortdurend tegen verweren. Als intellectuelen zich echter op het gebied van de kunst begeven, dan vermengt hun intellectuele arrogantie zich met de artistieke hoogmoed en worden ze zo high dat afkicken vrijwel onmogelijk is. Het wereldje van pers en media is dan ook in hoge mate verslavend. Wie er eenmaal deel van uitmaakt, raakt er nooit meer van los. Het is een wereld waar alles ‘beter’ is, of althans zo wordt ervaren.

Op die manier – ik kan er geen andere bedenken, behalve natuurlijk het klassieke ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt’ – verdoven journalisten de schaamte die ze diep in hun hart voelen als ze hun eigen denken inruilen voor dat van een ander. En wie mag die ‘ander’ dan wel zijn? Wel, hun enthousiasme over president Obama licht al een tipje van de sluier op. Die ander is Amerika. Het is Amerika dat dicteert wat de Vlaamse pers schrijft. Hoe valt anders die – duidelijk georchestreerde – lofzang te verklaren op een president onder wie Amerika zijn gewone oorlogszuchtige zelf is gebleven? 

Maar waarom dan die hevige afkeer voor Donald Trump die – op even duidelijk georchestreerde wijze – al maanden door het slijk gesleurd wordt in diezelfde pers en media? Trump is toch ook een Amerikaan? Hij is zelfs Amerikaanser dan Obama. Maar Trump vertegenwoordigt niet het Amerika dat de wereld wil beheersen, hij vertegenwoordigt het Amerikaanse volk dat zwaar te lijden heeft onder de heerszucht van haar elite. Natuurlijk maakt Donald Trump zelf deel uit van die elite en de kans is klein dat hij het werkelijk zal opnemen voor de Amerikaanse bevolking, maar … hij is geen kunstenaar zoals Barack Obama. Hij is niet zoals de intellectuelen van pers en media.

Wie de afscheidsspeech van Obama heeft gezien, kan er niet aan twijfelen: dit is een acteur van formaat, een schitterend redenaar. De manier waarop hij zijn publiek bespeelde en erin slaagde het keer op keer in luid gejuich te doen losbarsten, dat was ‘van de kunst’. Wat de journalisten tot hun gênante lofprijzingen bracht, was de zelfherkenning. Obama is één van hen: iemand die, net als zijzelf, de leugen tot een kunst verheven heeft. Trump is heel anders: hij zegt op een onbehouwen manier dingen die waar zijn. Of hij ze ook meent, is een andere zaak. Waar het hier om gaat is dat hij de (artistieke) schijn tegen heeft.

En juist die schijn is uiterst belangrijk. Ik heb ooit een toespraak van Obama grondig geanalyseerd en kwam tot de verrassende vaststelling dat de man de waarheid sprak. De letterlijke betekenis van zijn woorden was namelijk dat hij de wereld wilde beheersen en daarvoor alle middelen zou aanwenden. Dat is precies wat hij gedaan heeft en wat Amerika al minstens honderd jaar doet. Maar hij slaagde erin dat op zo’n manier te doen klinken dat hij … de Nobelprijs voor de Vrede kreeg en door de wereld beschouwd werd als een vredesduif. Om dat voor mekaar te brengen moet je een … kunstenaar zijn. 

Obama, zo stond het in de krant, heeft maandenlang gewerkt aan zijn afscheidsspeech. Het zal wel zijn. Wie zoveel weerzin opwekt bij de Amerikaanse bevolking dat ze liever stemt voor een halve barbaar als Donald Trump dan voor een klassieke afgeborstelde president, moet het wel heel bont gemaakt hebben. In de ogen van vele Amerikanen (en niet-Amerikanen) was Obama’s regeerperiode een ramp. Of dat inderdaad zo was, doet er hier even niet toe. Waar het om gaat is dat hij er tijdens zijn afscheidsrede in slaagde om het beeld op te roepen van een haast volmaakte president, wiens regering een grandioos succes was. 

Wat vandaag in alle kranten breed wordt uitgesmeerd, is een kunstwerk. Het verhult – en onthult tegelijk – dat Amerika de ‘ander’ is die de lakens uitdeelt in Europa en die het Avondland op alle gebieden tot slavernij dwingt. Zou het echt toeval zijn dat de Europese slaafsheid vernederende diepten bereikt op het moment dat een halve moslim Amerika leidt? En heeft het echt niks te betekenen dat hij tijdens zijn afscheidsspeech het luidste gejuich oogstte toen hij het opnam voor de moslims? Of onthulde hij op die manier juist de verschrikkelijke waarheid dat Amerika door middel van de moslims Europa probeert te breken? 

Advertenties