Vakantielectuur (4)

door lievendebrouwere

  

De mensheid gaat over de drempel, en diep van binnen weet ze dat. De hedendaagse angst voor racisme is daar een teken van. Die angst wordt gerechtvaardigd door te wijzen op racistisch gedrag en heroplevend nazisme. Maar beide zijn marginale verschijnselen die geen noemenswaardig gevaar opleveren. Toch wordt racisme beschouwd als de grootste bedreiging voor de wereldvrede en brengt het talloze mensen buiten zichzelf van verontwaardiging. De oorzaak van hun irrationele gedrag moet dan ook niet op materieel maar op geestelijk vlak worden gezocht. Wie over de drempel gaat, wordt een ander mens. Aangezien dat vandaag onbewust gebeurt, kan het ten goede of ten kwade uitdraaien. Het gevolg is een scheiding der geesten die zo ingrijpend is dat ze uiteindelijk zal leiden tot een scheiding van twee menselijke ‘rassen’: degenen die hun ontwikkeling voortzetten en degenen die afglijden naar een dierlijke staat. De kloof tussen beide zal steeds groter worden tot ze ten slotte niet langer overbrugbaar is. 

Dat is een huiveringwekkend vooruitzicht, en de hysterische reacties op alles wat mensen van elkaar scheidt (ras, geslacht, grenzen, religie, enzovoort) wijzen erop dat dit ‘drempelweten’ in de mens leeft. Het dringt echter niet door tot zijn bewustzijn, want dat accepteert geen geestelijke oorzaken. Als gevolg daarvan wordt de toekomstige ‘rassenscheiding’ geprojecteerd op het huidige rassenonderscheid en worden de onschuldigste verschillen tussen mensen opgeblazen tot misdaden tegen de mensheid. Paradoxaal genoeg veroorzaakt dat nu reeds de gevreesde scheiding: de mensheid wordt verdeeld in inferieure racisten en superieure antiracisten. Maar zou het beter zijn als het ‘drempelweten’ werkelijk doordrong tot het moderne bewustzijn en de mensheid besefte wat haar te wachten staat? Zou iedereen dan niet alles in het werk stellen om ‘aan de goede kant’ te staan en zich te distantiëren van het verdierlijkende, inferieure deel van de mensheid? Zou met andere woorden niet precies hetzelfde gebeuren als nu?

Dit onbewuste ‘drempelweten’ omtrent de toekomstige scheiding der mensheid leeft ook bij schrijvers en kunstenaars. Ook zij doen er alles aan om ‘aan de goede kant’ te staan, en dit onbewuste streven heeft ook in de kunstwereld een diepe kloof geslagen. Het heeft niet alleen twee totaal verschillende kunsten in het leven geroepen – een ‘hogere’ en een ‘lagere’ – het heeft ook het publiek verdeeld in twee kampen. Naast kunstliefhebbers bestaan er nu ook kunsthaters: mensen die een diepe afkeer voelen voor de nieuwe, hogere kunst en aldus verraden dat ze tot het oude, achterop rakende deel van de mensheid behoren. Deze scheiding der geesten is een novum. Nooit voordien is er sprake geweest van mensen die kunst haatten. De man in de straat voelde altijd een vanzelfsprekende bewondering en zelfs eerbied voor de kunst. Die was dan ook nauw verbonden met de religie. Pas na het verbreken van deze verbinding is de gewone man zich tegen de kunst beginnen keren.

In de kunstwereld zien we dus precies hetzelfde gebeuren als daarbuiten: het ‘drempelweten’ roert zich in kunstenaars en kunstliefhebbers, ze worden gegrepen door het apocalyptische beeld van de scheiding van kaf en koren, maar dat dringt niet tot hun bewustzijn door. Uit angst om bij het kaf terecht te komen, stellen ze alles in het werk om zich te onderscheiden van het achterblijvende, tot barbaarsheid vervallende deel van de mensheid en veroorzaken op die manier precies datgene wat ze willen vermijden. Want een mens verhoogt zich niet door anderen te verlagen, door hen voor te stellen als racisten of cultuurbarbaren. Daardoor creëert hij juist de uitzichtloze strijd die de hele mensheid naar beneden haalt: de strijd tussen de superieure culturelen en de inferieure barbaren. Aangezien die strijd aangevuurd wordt door het schrikbeeld dat het drempelweten in het onderbewuste van de mens heeft geplant, ligt de enige remedie tegen deze zelfvernietigende strijd in de bewustwording van dit drempelweten. 

Maar juist die bewustwording plaatst de mens voor een schijnbaar onoplosbaar dilemma. Wie zich bewust wordt van de drempeloverschrijding realiseert zich namelijk hoe cruciaal ze is. De moderne mens bevindt zich in dezelfde situatie als een pasgeboren kind. Met ontzettend veel moeite en pijn heeft hij zich losgemaakt van de geestelijke wereld – zijn moederlichaam – en is ‘op aarde’ gekomen. Hij is een zelfstandig wezen geworden, een vrij mens. Maar daarvoor heeft hij een zware prijs betaald: hij is weerloos geworden als een pasgeboren kind. Zonder zijn ‘moeder’ is hij een vogel voor de kat. Als hij er niet in slaagt zich weer te verbinden met de geestelijke wereld, dan kan hij zijn vrijheid niet overleven. De moderne mens begint dat steeds sterker aan te voelen naarmate zijn stuurloosheid toeneemt. Langzaam maar zeker dringt het besef van de drempel in zijn bewustzijn door en realiseert hij zich in welk gevaar hij verkeert. Zijn drang om over de drempel te gaan wordt steeds groter en onbedwingbaarder.

Maar hetzelfde bewustzijn dat hem zo dringend aanmaant om over de drempel te gaan, weerhoudt hem ook van die drempeloverschrijding. Niemand raakt immers over de drempel als hij zijn zelfbewustzijn niet opgeeft. Dat is een absolute voorwaarde om in de geestelijke wereld te kunnen komen, of het nu bij het inslapen is, het sterven, of het overschrijden van de drempel – drie variaties op hetzelfde thema. Telkens moet er afscheid worden genomen van het gewone, dagelijkse zelfbewustzijn. En juist dat valt de moderne mens heel zwaar. Niet alleen lijdt hij in toenemende mate aan slapeloosheid, ook zijn sterven wordt eindeloos lang gerekt, en voor de drempeloverschrijding deinst hij verschrikt terug. Hij zit zo vast in zijn lichaam dat hij er niet meer uit raakt, zijn zelfbewustzijn is zo groot geworden dat hij het niet meer opzij kan zetten. Als een onverbiddelijke wachter aan de drempel staat dit lichaamsbewustzijn, dit bewustzijn van zijn aardse zelf, de zo noodzakelijke drempeloverschrijding in de weg.

Deze ‘wachter aan de drempel’ is echter niet zomaar een spelbreker. Hij is van levensbelang, want hij verhindert de mens zijn vrijheid en zelfstandigheid kwijt te spelen door roekeloos over de drempel te gaan. Dat is namelijk het grote gevaar dat hem momenteel bedreigt. Zijn drang om te overleven dwingt hem over de drempel te gaan en zijn zelfbewustzijn aan de kant te schuiven. In feite bevindt hij zich in een vergelijkbare situatie als de concentratiekampbewoner na de bevrijding. Uitgehongerd werpt hij zich op het voedsel dat hem van alle kanten aangeboden wordt. Maar hij is zo zwak geworden dat hij het niet kan verteren en hij bezwijkt onder datgene wat hem moest redden. Wat vele jaren van ontbering en ellende niet gekund hebben, wordt door enkele dagen van overvloed bereikt. Hetzelfde overkomt de moderne mens: na eeuwen van materialisme gaat hij over de drempel en komt weer in contact met de geest. Zijn geestelijke honger is echter zo groot dat hij ‘zwelgt’ in de geest en eronder bezwijkt. 

Dankzij de geestelijke ‘uithongering’ van het materialisme heeft de mens zijn vrijheid veroverd en is hij een zelfstandig Ik geworden. Hij is met andere woorden ‘geboren’ en net als een pasgeboren kind kan hij maar aan één ding denken: drinken. De natuur heeft het zo geregeld dat een kind weer in slaap valt wanneer het genoeg gedronken heeft: het keert weer terug naar de (geestelijke) wereld waar het vandaan kwam. Slechts heel geleidelijk wordt het wakker voor zijn nieuwe, aardse wereld. Op geestelijk vlak bezit de ‘pasgeboren’ mens dat instinct echter niet meer. Hij is immers vrij geworden. Hij moet nu zelf beslissen hoeveel hij ‘drinkt’ en wanneer hij ‘in slaap valt’. Aangezien hij zich echter niet bewust is van het geestelijk voedsel dat nu opnieuw voorhanden is, blijft hij drinken om die bodemloze put in zijn ziel te vullen. Zijn zelfbewustzijn kan al die ‘geestelijke drank’ niet verteren en bezwijkt: hij raakt zijn zwaar bevochten vrijheid kwijt. Dat is het gevaar waarvoor de wachter aan de drempel hem wil behoeden.

Het onvermogen van de moderne mens om zichzelf te vergeten, zijn zelfbewustzijn aan de kant te schuiven en over de drempel te gaan, is een ‘reddend’ onvermogen. Het belet de mens zijn Ik in te ruilen voor geestelijk voedsel á volonté en aldus zijn ziel aan de duivel te verkopen. Want het zijn de tegenmachten die de moderne mens overladen met geestelijk voedsel (dat zij in een materialistische ‘verpakking’ steken zodat de moderne mens geen argwaan krijgt). Achter de grote idealen die hem momenteel in vuur en vlam zetten – vrijheid, gelijkheid, solidariteit, naastenliefde, verdraagzaamheid, progressiviteit, diversiteit, enzovoort – gaan geestelijke wezens schuil waardoor hij ‘geknecht’ wordt omdat hij er zo mateloos in zwelgt. Op zich zijn deze wezens goed, maar ze worden een kwaad als hij er geen afstand kan van houden en zich blindelings in hun armen werpt. En dat is waar de tegenmachten de moderne mens toe aanzetten: ze willen dat hij ongecontroleerd en onbeheerst over de drempel gaat. 

Het dilemma waarmee de moderne mens geconfronteerd wordt, ziet er dus als volgt uit. Als hij er niet in slaagt over de drempel te gaan en zich weer verbinden met de geestelijke wereld, dan gaat hij ten gronde. Hij valt dan ten prooi aan aardse krachten die een hapklare brok in hem zien en zonder scrupules gebruik maken van zijn kinderlijke weerloosheid. Gaat hij echter over de drempel zoals hij dat nu doet en zwelgt hij onbewust in de geest, dan betekent dat eveneens zijn ondergang. Hij wordt dan tot slaaf van de tegenmachten die hem africhten als een dier. De oplossing ligt voor de hand: de mens moet voorzichtig, stap voor stap over de drempel gaan. Hij moet met mondjesmaat geestelijke voedsel tot zich nemen zodat hij het kan leren verteren. Anders gezegd, hij moet de gulden middenweg vinden tussen de geest die hem over de drempel wil trekken en de materie die hem daarvan wil terughouden. Het probleem is echter dat deze krachten allebei zo sterk zijn geworden dat het niet meer mogelijk is ze in evenwicht te houden. 

De tijd van het gulden midden is voorbij. Wat sinds oeroude tijden als het grootste goed werd beschouwd, wordt vandaag als het grootste kwaad ervaren. De moderne mens heeft een onoverwinnelijke afkeer ontwikkeld voor het gulden midden, denken we maar aan de haatrelatie tussen links en rechts. Het is een (zoveelste) teken dat de mens diep van binnen weet heeft van de scheiding der geesten en beseft dat er moet gekozen worden. Dat doet hij dan ook met een ongelooflijke hartstocht: hij kiest partij op alle mogelijke gebieden. Maar hij kiest niet bewust, hij beseft niet waartussen hij kiest. Deed hij dat wel dan zou het grote dilemma hem voor ogen staan en zou hij beseffen hoe ontzettend moeilijk, ja zelfs onmogelijk, die keuze is. Want wat hij ook kiest, het loopt verkeerd af. De onmacht waarmee (de bewustwording van) dit dilemma hem vervult, zal hem echter vroeg of laat doen beseffen dat er nog een derde mogelijkheid is, dat hij niet moet kiezen tussen wel of niet over de drempel gaan, want dat is een valse keuze.

De moderne mens heeft helemaal niet de keuze om al dan niet over de drempel te gaan. De drempeloverschrijding is een feit: de mens gaat over de drempel, of hij dat nu wil of niet. Hij komt in contact met een overvloed aan geestelijk voedsel, of hij dat nu weet of niet. En eten doet hij, hoe dan ook. Maar hoeveel en hoe snel hij eet, dat kan hij zelf bepalen. Zijn vrijheid ligt in de manier waarop hij over de drempel gaat: beheerst of onbeheerst. Daaruit bestaat ook de keuze die hij moet maken en die zal bepalen of hij uiteindelijk bij het kaf of het koren terechtkomt: hij moet kiezen tussen de goede en de slechte manier om over de drempel te gaan. Maar om te kunnen kiezen moet hij beide manieren eerst kennen. Eigenlijk is er geen onderscheid tussen kiezen en kennen. Een mens kan niet kiezen als hij beide keuzemogelijkheden niet kent. Hij gokt dan alleen maar, zijn keuze is willekeurig. Een vrije keuze is het pas wanneer er ook bewustzijn is, wanneer er duidelijk onderscheid gemaakt wordt.

En dat onderscheid kunnen we leren in de kunst. Zij toont ons de juiste manier om over de drempel te gaan want zij komt voort uit de oude mysteriën, zij is de openbaarmaking van de drempeloverschrijding die daar plaatsvond. Maar sinds de Grote Drempeloverschrijding begon, toont zij ons ook de verkeerde manier en maakt zij ons duidelijk hoe moeilijk de keuze is. Zij confronteert ons op een relatief veilige manier met de tegenmachten die proberen het onderscheid tussen beide ‘manieren’ te verdoezelen en een vrije keuze onmogelijk te maken. In de beeldende kunsten is de confrontatie brutaal en choquerend, want het gaat hier om de meest materiële en dus ‘harde’ onder de kunsten. In de veel ‘geestelijker’ literatuur verloopt de confrontatie geraffineerder en onopgemerkter, maar ook hier kan men hetzelfde onderscheid maken. En dat wil ik eens proberen aan de hand van twee boeken: ‘De Bekeerlinge’ van Stefan Hertmans en een Maigretroman van Georges Simenon. 

Advertenties