Vakantielectuur (6)

door lievendebrouwere

  

Reeds in de inhoud van ‘De Bekeerlinge’ wordt de drempeloverschrijding zichtbaar. Het boek gaat over twee mensen die ieder op hun manier in een totaal andere wereld terechtkomen. De ene is Hamoutal, een middeleeuws meisje van christelijken huize dat zich bekeert tot de joodse godsdienst. Ze onderneemt een lange tocht van het Noorden naar het Zuiden, ze verlaat de stad om in een dorp te gaan wonen. De andere drempeloverschrijder is Stefan Hertmans zelf, een schrijver die in zekere zin ook een bekeerling is, want hij steekt zijn afschuw voor het christendom en zijn bewondering voor het jodendom niet onder stoelen of banken. Net als zijn hoofdpersonage verruilt hij het grijze, stedelijke Vlaanderen voor de kleurrijke, dorpse Provence, en al schrijvend komt hij eveneens in een andere wereld terecht. Beide verhalen spiegelen elkaar, beide verhalen brengen een drempeloverschrijding in beeld. Die van Hamoutal loopt slecht af, die van Hertmans wordt een doorslaand succes. 

Maar niet alleen in de inhoud wordt het drempelkarakter van ‘De Bekeerlinge’ zichtbaar, ook in de vorm manifesteert het zich. Het meest opvallende kenmerk van die vorm zijn de twee parallelle verhalen, het fictief-middeleeuwse en het reëel-hedendaagse. Ze lopen niet mooi naast elkaar zoals twee evenwijdigen, maar kruisen elkaar voortdurend en wel op zo’n manier dat de lezer heel alert moet zijn om niet op het verkeerde been te worden gezet. Een voorbeeld. David en Hamoutal bereiken op hun vlucht Clermont Ferrand. Eén zin later arriveert ook Stefan Hertmans in Clermont Ferrand, alsof hij de twee geliefden op de hielen zit. Hij bezoekt een middeleeuwse kerk en ziet daar Hamoutal zitten. Als hij weer buitenkomt, loopt ze vlak voor hem, in zwarte legging, witte sneakers en blauw shirt. Ze gaat een huis binnen waarvan de voordeur geopend wordt door David. Beiden hebben nog een lange weg voor de boeg, aldus de schrijver, en hij gaat de nacht doorbrengen in een nabijgelegen kasteel.

Hamoutal in legging, sneakers en shirt? Een middeleeuws koppel dat in het moderne Clermont Ferrand woont? Verleden en heden lopen in ‘De Bekeerlinge’ door elkaar alsof de schrijver geen onderscheid meer weet te maken tussen fictie en werkelijkheid. De lezer raakt in de war: in welk verhaal zit hij nu eigenlijk, het middeleeuwse of het hedendaagse? Zonder waarschuwing stapt Stefan Hertmans van het ene verhaal in het andere, en de lezer wordt verondersteld hem bij al die kleine grensoverschrijdingen gezwind te volgen. Ik kan me voorstellen dat heel wat lezers dat hinkelspel origineel vinden. Ik kan me ook voorstellen dat literaire critici er diepgravende beschouwingen aan wijden. En nog beter kan ik me voorstellen dat deze techniek in goede aarde valt omdat hij de politiek-correcte boodschap ondersteunt. Maar mij irriteerden die onaangekondigde ‘drempeloverschrijdingen’, ze brachten me telkens uit evenwicht en vergalden mijn leesplezier. 

Omdat ik een en ander wilde controleren begon ik het boek opnieuw te lezen, dit keer trager en aandachtiger. Het viel me nu nog meer op hoe vaak Stefan Hertmans van het ene verhaal in het andere stapt. Bij de eerste lectuur had ik blijkbaar heel wat van die overgangen gemist, maar nu was ik een stuk wakkerder. Ik struikelde niet langer over de talloze kleine ‘drempeltjes’ waarmee dit boek bezaaid is. Ik begreep wat de bedoeling van de schrijver was en ik volgde hem daarin. Maar ik betaalde er wel een prijs voor: ik zat niet meer in het verhaal, daarvoor was ik me te bewust geworden van de schrijver en zijn techniek (en van mezelf en mijn aandacht voor die techniek). Ik bleef als het ware buiten het boek staan. Maar ik bleef ook buiten de werkelijkheid staan, want ik was verdiept in het lezen van een boek. Ik bevond me ergens tussen fictie en werkelijkheid, in een ‘tussenwereld’ waarin ook de schrijver zich bevond toen hij het boek schreef, een wereld waarin de grenzen vervaagden en niets meer duidelijk onderscheiden werd.  

In die tussenwereld zou ik langzaam ingedommeld zijn als de eerste lezing mijn kritische zin niet had gewekt (zowel door de leugenachtige inhoud als de irritante vorm van het boek). Leugen en waarheid, fictie en werkelijkheid zouden in mijn bewustzijn één grote brij zijn geworden waarin mijn onderscheidingsvermogen was opgelost. Dat zou me vatbaar gemaakt hebben voor de bewondering die dit boek ten deel viel. Ik had moeilijk weerstand kunnen bieden aan het collectieve gejuich. Nu kon ik dat wel, want ik had mijn gevoel van onbehagen niet genegeerd, ik had de leugen over de kruistochten niet geslikt. En juist doordat ik niet toestond dat mijn kritische zin zich oploste in de algemene euforie, verdiepte hij zich tot een groeiend inzicht. Het begon mij te dagen dat Stefan Hertmans in ‘De Bekeerlinge’ een getrouw beeld ophangt van onze tijd, een tijd waarin groteske leugens ongemerkt ons indommelende bewustzijn binnendringen, een tijd waarin de mensheid over de drempel gaat.

Die drempeloverschrijding is in de eerste plaats een onbewuste drempeloverschrijding. De moderne mens weet niet dat hij over de drempel gaat en dat zijn gedrag dat weerspiegelt. Ook Stefan Hertmans weet niet dat de moderne drempeloverschrijding zichtbaar wordt in zijn schrijfgedrag, dat wil zeggen in de vorm van zijn boek. Kunstenaars spiegelen de geestelijke dimensie van de werkelijkheid in de kunstzinnige vorm van hun werk – de ‘vorm van de idee’ – omdat ze er zich niet bewust van zijn, omdat hun (onbetrouwbare) zelfbewustzijn er zich niet mee moeit. In die onbewuste vorm spreken ze de waarheid, want die vorm is eigenlijk lichaamstaal en lichaamstaal liegt niet. Net als ieder mens weet Stefan Hertmans niet wat zijn lichaam vertelt over hemzelf. Net als iedere kunstenaar is hij zich niet bewust van de geestelijke waarheid die in de vorm van zijn werk opgesloten ligt. Die waarheid kent alleen de lezer, als hij ze tenminste wil kennen en zijn aandacht richt op de vorm van het boek.

Wat hij dan in ‘De Bekeerlinge’ ziet, is een schrijver die zich met veel verbeeldingskracht verdiept in het leven van een middeleeuws meisje. Hij doet dat met zoveel overgave en inlevingsvermogen dat hij dat meisje bijna wordt, erin verdwijnt en zichzelf vergeet. Maar dan keert hij opeens weer terug naar de huidige tijd, alsof hij zichzelf te binnen schiet en weer Stefan Hertmans wordt, de schrijver die opzoekingswerk verricht voor zijn nieuwe boek. Maar als kunstenaar vindt hij het hedendaagse leven veel te saai en te bloedeloos, en dus duikt hij weer onder in de kleurrijke middeleeuwse wereld en kruipt in de huid van Hamoutal. Die wordt hem echter ook weer te eng en hij vlucht opnieuw de drempel over. Op die manier pendelt hij voortdurend tussen twee werelden, niet in staat in een van beide te blijven. Wat hier zichtbaar wordt is de moderne mens die, zonder het zelf te beseffen, wil ontsnappen aan de materiële wereld, over de drempel van de geestelijke wereld stapt, maar bevangen wordt door ‘drempelvrees’.   

De kleurrijke Middeleeuwen met hun intense geloof in het ‘hogere’, zijn een beeld van de geestelijke wereld waarin de mens terechtkomt wanneer hij over de drempel stapt. Stefan Hertmans wordt onweerstaanbaar aangetroken door die wereld, maar als hij hem leert kennen, deinst hij verschrikt terug. De dramatische intensiteit van de geest – gespiegeld door de kruistochten – brengt hem van slag. Als het in de geestelijke wereld al even erg is als in de materiële wereld, waar moet hij dan nog heen? En dus vlucht hij in een ‘tussenwereld’, in een rusteloos heen en weer pendelen tussen geest en materie, tussen middeleeuwen en heden, tussen fictie en werkelijkheid, tussen waarheid en leugen. En hoe sneller hij pendelt, des te moeilijker wordt het om beide werelden uit elkaar te houden: ze vloeien in elkaar tot een troebel en verwarrend geheel dat hem gevangen houdt. Dat is wat we in (de vorm van) ‘De Bekeerlinge’ zien gebeuren, dat is ook wat in de ziel van de moderne mens gebeurt. 

In die verwarrende tussenwereld kom je ook als lezer terecht. Reeds op de eerste bladzijden raak je gedesoriënteerd en vraag je je af: waar ben ik eigenlijk, wat gebeurt hier, wat is er aan de hand? Die verwarring leidt uiteindelijk tot de vraag: ligt het aan mij of ligt het aan de schrijver? Ben ik nu zo’n slechte lezer dat ik dit boek niet snap, of is Hertmans zo’n slechte schrijver dat hij het niet duidelijk kan maken? Aan het succes van het boek valt af te lezen welke keuze de meeste lezers gemaakt hebben. Maar door de schuld bij zichzelf te leggen en de ogen te sluiten voor de – vormelijke én inhoudelijke – tekortkomingen van de schrijver, blijven ze ook blind voor de diepere waarheid van ‘De Bekeerlinge’. Want Stefan Hertmans schetst niet alleen een beeld van de mens met drempelvrees, de mens die als het ware op de drempel blijft staan, hij toont ook de gevolgen van die stilstand: de drempeloverschrijdende mens raakt in verwarring, begint aan zichzelf te twijfelen en verliest langzaam maar zeker zijn verstand. 

Aan het eind van het boek wordt Hamoutal krankzinnig en sterft in ellendige omstandigheden terwijl de wereld rondom haar in grote beroering is. Maar opnieuw is het niet alleen de inhoud maar ook de vorm van ‘De Bekeerlinge’ waarin deze krankzinnigheid zichtbaar wordt. Wat Hamoutal overkomt is een metafoor van wat ook de schrijver overkomt (en de lezer, en de moderne mens in het algemeen). Wie het boek begint te lezen, raakt algauw het noorden kwijt. Legt hij daarvoor de schuld bij zichzelf, dan leest hij dapper voort en laat zich betoveren door de verbeeldingskracht van de schrijver. Doet hij dat niet en blijft hij wakker, dan stelt hij vast hoe Stefan Hertmans gaandeweg de trappers verliest. Er sluipen leugens in het boek, de geweldscènes zijn al te bloederig, het tragische einde van Hamoutal is als een opera: alle registers worden opengetrokken. En dan, na al dat drama, schakelt de schrijver doodleuk over naar een nauwgezet verslag van zijn bronnenonderzoek.

De poëtische schrijver verandert opeens in een nuchtere wetenschapper. En het gaat niet om een nabeschouwing, de transformatie maakt deel uit van de roman. Zo eindigt het voortdurende pendelen tussen twee werelden: terwijl Hamoutals lijk op een eenzame plek ligt te vergaan, vertelt de schrijver over document T-S 12.532 en document T-S 16.100. Alsof er niets gebeurd is, alsof het hele drama niet heeft plaatsgevonden, alsof de schrijver zich totaal niet bewust is van zijn metamorfose. Stefan Hertmans lijkt uiteen te vallen in twee personen die van elkaar niet afweten: de gevoelige kunstenaar en de kille wetenschapper. Nochtans lijkt het hem juist voor de wind te gaan: hij heeft net een wetenschappelijke ontdekking gedaan en ook in de literaire wereld staat hij op het punt roem te verwerven. Maar is dat niet het beeld van de moderne mens? Uiterlijk lijkt hij alles onder controle te hebben, maar innerlijk valt hij uit elkaar. Er heerst chaos in zijn ziel en hij is zich niet bewust van de diepe kloof die haar in twee splijt. 

Stefan Hertmans is het prototype van de geslaagde kunstenaar. Hij heeft alles wat hij zich maar kan dromen: een mooi huis in de Vlaamse Ardennen, een buitenverblijf in het Franse Zuiden, succes als schrijver, aanzien als intellectueel. En hij ziet er nog goed uit ook. Maar dit godenkind schrijft wel een boek dat het verhaal vertelt van iemand die over de drempel gaat en kranzinnig wordt. Op het eerste gezicht gaat het over een middeleeuws meisje, maar omdat de vorm van het boek precies hetzelfde verhaal vertelt, gaat het ook over Stefan Hertmans zelf. Hij beschrijft in zijn boek dus haarfijn hoe het er in zijn eigen gespleten ziel aan toe gaat, hoe ze wanhopig probeert zichzelf te helen door voortdurend heen en weer te pendelen over de kloof die haar in twee deelt. Maar het leidt er alleen maar toe dat die ziel helemaal uit elkaar valt en hij dus in zekere zin krankzinnig wordt. Het is de Strange case of dr. Jekyll and mr. Hyde, met dat verschil dat Stefan Hertmans er zich totaal niet bewust van is.  

Advertenties