Schaamlippen (1)

door lievendebrouwere

  

Onlangs lanceerde Goedele Liekens een oproep om een nieuw woord te bedenken voor schaamlippen. Schaamlippen zijn immers niks om je voor te schamen, vindt ze. Het lijdt weinig twijfel dat het hier gaat om een mediastunt. Bekende Vlamingen hebben er, zoals bekend, een dagtaak aan om bekend te blijven. Met haar schaamlippen is Goedele Liekens daar weer eens goed in geslaagd. Dat neemt echter niet weg dat haar stunt kadert in een veel ruimere beweging, die niet alleen nieuwe woorden maar een geheel nieuwe wereld lijkt te willen bedenken. Het is niet gemakkelijk om voor die beweging een passende naam te bedenken (sic) want nu eens doet ze zich voor als feminisme en dan weer als regenboog-activisme. De ene keer strijdt ze voor sociale gelijkheid, de andere keer tegen racisme en discriminatie. Toch ben ik ervan overtuigd dat het om één en dezelfde beweging gaat, een bijzonder beweeglijke beweging, wat doet vermoeden dat er geestelijke invloeden in het spel zijn.

Welke invloeden zouden dat kunnen zijn? Welke geest is werkzaam in deze beweging? Laat ik eens proberen daarachter te komen aan de hand van Goedele Liekens’ schaamlippen. Om te beginnen geloof ik geen moment dat ze er wakker van ligt dat haar schaamlippen schaamlippen worden genoemd. Haar oproep heeft helemaal niet tot doel het lijden der vrouwen te verzachten, dat is nogal wiedes. Maar welk doel heeft hij dan wel, afgezien van het halen van het nieuws? Goedele Liekens wil een woord veranderd zien dat volgens haar dateert uit patriarchale tijden toen vrouwen nog als minderwaardig werden beschouwd. Vandaar dat er geen mannelijke tegenhanger bestaat voor ‘schaamlippen’. Mannelijke genitalia worden inderdaad nooit bedacht met het voorvoegsel ‘schaam’, alsof de man zich niet hoeft te schamen en de vrouw wel. Door deze taalongelijkheid ongedaan te maken, lijkt Goedele Liekens te verwachten dat ook de reële ongelijkheid tussen man en vrouw zal verdwijnen of althans verminderen. 

Of ze daarin gelijk heeft, weet ik niet, maar ik betwijfel wel dat het woord ‘schaamlippen’ een uitdrukking is van male supremacy. Die voorstelling van zaken steunt op een welbepaalde visie op taal, een nominalistische visie. Daarin worden woorden gezien als namen die men aan de dingen geeft. Die naamgeving berust op een afspraak, een consensus – een beetje zoals ouders overeenkomen hun kind een bepaalde naam te geven. In zo’n consensus spelen natuurlijk allerlei machtsverhoudingen een rol, zowel binnen het gezin als in de maatschappij, en aangezien de macht vroeger vooral (of zelfs uitsluitend) in handen van mannen was, ligt het voor de hand dat zij het woord ‘schaamlippen’ bedacht hebben en dat hun dominantie over de vrouw erin tot uitdrukking komt. In de nominalistische opvatting is er geen rechtstreeks verband tussen het woord en het ding. Dat schaamlippen schaamlippen heten heeft niets te maken met het lichaamsdeel, maar alles met de naamgevers, de mannen dus.

Er bestaat echter nog een andere visie op taal: de realistische. In de Middeleeuwen was ze nog sterk genoeg om te kunnen wedijveren met haar nominalistische tegenpool, maar vandaag is ze helemaal uitgeteld. Dat kan geen verbazing wekken, want ze gaat ervan uit dat een woord het wezen van een ding tot uitdrukking brengt (en daardoor deel heeft aan de realiteit van het ding). Dat wordt wel eens spottend essentialisme genoemd, alsof de dingen een ‘essentie’ zouden hebben op grond waarvan men de dingen dan een passende naam kan geven. Die ‘essentie’ kan alleen geestelijk worden gedacht en dat is uiteraard de reden voor de spot: onze materialistische tijd gelooft niet langer in de realiteit van de geest. Hij gelooft niet dat de dingen een geestelijke dimensie hebben die kan waargenomen worden, evenmin als hij gelooft dat moeders geestelijk contact kunnen hebben met hun ongeboren kind en het op die manier de juiste naam geven. Het realisme is een vrouwelijk-spirituele visie, het nominalisme een mannelijk-materialistische.  

Hier treedt al een tegenstrijdigheid aan het licht die typisch is voor de beweging waarvan Goedele Liekens deel uitmaakt. Haar voorstel om de schaamlippen te herdopen heeft een onmiskenbaar feministische motivering. Toch kiest ze voor een uiterst ‘mannelijke’ visie op taal. Ze gaat er vanuit dat het woord schaamlippen ontstaan is als gevolg van een consensus waarbij macht werd uitgeoefend. Door een nieuwe consensus te willen creëren, verandert ze niets wezenlijks, naamgeving of woordkeuze blijven gebaseerd op macht. Goedele Liekens wil de ongelijkheid tussen man en vrouw niet ongedaan maken, ze wil die ongelijkheid gewoon omkeren. In plaats van male supremacy wil ze nu female supremacy invoeren. De supremacy zelf – het machtsprincipe en de daaruit voortvloeiende ongelijkheid – laat ze ongemoeid. Meer nog, ze breidt het uit, want na de mannen willen nu ook de vrouwen macht uitoefenen. Op die manier maakt ze van de man-vrouwrelatie één grote machtsstrijd, een guerre des sexes

Domineren, macht uitoefenen, onderdrukken en discrimineren worden door het feminisme als mannelijke eigenschappen beschouwd. Vrouwen daarentegen heten inclusief, verbindend, bemiddelend en gelijkmakend te zijn. Dat maakt van het feminisme waar Goedele Liekens deel van uitmaakt een anti-vrouwelijke beweging, want ze wil mannen en vrouwen niet verbinden, ze wil hun tegenstelling juist op de spits drijven. Dat blijkt ook uit haar schaamlippen-oproep: die komt vrouwen op geen enkele manier ten goede, maar hij sart wel mannen. Alsof die mannen nog niet genoeg beschuldigingen naar het hoofd geslingerd krijgen, wordt hen nu ook nog eens verweten het discriminerende woord ‘schaamlippen’ bedacht te hebben. Van een onschuldig woordje maakt Goedele Liekens een middel om macht uit te oefenen over mannen en daardoor ook hun machtsstreven weer aan te wakkeren. Verre van daarmee iets te verbeteren, maakt ze de zaken alleen maar erger. 

Maar stel nu eens dat ze zich vergist en dat het woord ‘schaamlippen’ helemaal niet het product is van een door machtsgeile mannen gedomineerde consensus. Stel nu eens dat haar nominalisme een misvatting is en dat taal toch op een ‘realistische’ manier ontstaan is, dat wil zeggen door waarneming van het wezen der dingen, van de geestelijke dimensie van de werkelijkheid dus. Dan is haar schaamlippenvoorstel een aanslag op het vrouwelijk-verbindende aspect van de taal, een poging om deze cruciale brug tussen mens en geest op te blazen, een uiting van het agressieve materialisme dat probeert alle verbindingen met de geest door te snijden. Het maakt met andere woorden niks uit of we ‘schaamlippen’ op nominalistische dan wel realistische manier benaderen. Of het woord nu het resultaat is van male supremacy dan wel van vrouwelijke helderziendheid, in beide gevallen is de oproep van Goedele Liekens gericht tegen de vrouwen en de vrouwelijkheid. 

Achter haar voorstel om de vrouwelijke schaamlippen te herdopen, gaat een mannelijke geest schuil, een agressieve, machtswellustige, materialistische geest. En wat hem zo gevaarlijk maakt is dat hij zich voordoet als zijn tegendeel. Hij verbergt zich achter een onschuldig vrouwelijk masker dat streeft naar eenheid, gelijkheid en vrede. Wie zou de sympathieke Goedele Liekens met haar ludieke schaamlippenvoorstel van kwaad opzet durven verdenken! Is het niet juist hoog tijd dat er iets gedaan wordt aan de male supremacy die onze planeet nu al zolang teistert met zijn gewelddadige machtsstreven! De geest die Goedele Liekens inspireert heeft twee gezichten: een agressief mannelijk gezicht en een vredelievend vrouwelijk gezicht. Hij lijkt een eind te willen maken aan de machtsverhoudingen tussen man en vrouw, maar in werkelijkheid wil hij tussen beide een oorlog ontketenen. Hij is een wolf in een schaapsvacht, een warlord die de vrede in zijn wapen voert. 

We zien die geest momenteel aan het werk in de zaak Harvey Weinstein, de Hollywoodproducer die beschuldigd wordt van ‘grensoverschrijdend’ gedrag. De eerste aanklacht heeft een sneeuwbal aan het rollen gebracht die steeds groter wordt. Overal beginnen vrouwen mannen ervan te beschuldigen hen aangerand te hebben. Het Grote Zwijgen wordt doorbroken en daar kan men niet rouwig om zijn, want mannen als Harvey Weinstein misbruiken hun macht om vrouwen te vernederen. Maar die vernederde vrouwen beginnen nu de rollen om te draaien: ze maken misbruik van hun nieuw verworven macht om op hun beurt hun belagers te vernederen. En ze gaan daarin heel wat verder. De actrices die Weinstein aanrandde, liepen kwetsuren op, daar kan geen twijfel over bestaan. Maar ze werden er ook beter van: ze kregen filmrollen aangeboden. Wat Harvey Weinstein momenteel meemaakt is veel meer dan een kwetsuur of een vernedering. Het is een regelrechte vernietiging. 

Als de hele zaak voorbij is, zal er van Harvey Weinstein niks meer overblijven. Hij zal er veel erger aan toe zijn dan zijn slachtoffers, die – laten we wel zijn – niet zo onschuldig en weerloos waren als ze nu laten uitschijnen. De reputatie van Weinstein was in Hollywood welbekend. Actrices die zich door hem lieten meetronen naar zijn hotelkamer wisten heel goed wat er kon gebeuren. Dat praat zijn gedrag natuurlijk niet goed, maar het relativeert wel de ‘vermoorde onschuld’ van de aanklaagsters. Achter dat masker verbergt zich een geest die veel erger is dan wat Harvey Weinstein bezielde toen hij zich vergreep aan al die vrouwen. Daarvan getuigt het lot van Kevin Spacey, de Hollywoodacteur die eveneens beschuldigd wordt van grensoverschrijdend gedrag. Dit keer zijn de slachtoffers jonge mannen. Van verkrachting is zo te zien geen sprake en van weerloze slachtoffers evenmin. Maar toch wordt Kevin Spacey nog een stuk zwaarder gestraft dan Harvey Weinstein.

Want niet alleen zijn leven wordt nu vernietigd, ook zijn werk wordt op de brandstapel gegooid. Meteen na de eerste beschuldigingen werden de opnames van House of Cards stopgezet, de bijzonder succesrijke tv-serie waarin Kevin Spacey de hoofdrol vertolkte. Uit een andere pas afgewerkte film werden alle scènes verwijderd waarin hij meespeelde. Sony verbrak alle banden met de acteur. In de krant verscheen een artikel met de vraag of we ooit nog films met Kevin Spacey zullen kunnen bekijken zonder te denken: kijk, dat is die pervert! De man wordt dus gebroodroofd (wat in zijn geval nog het minste is), hij is ook het slachtoffer van een karaktermoord (wat al een stuk erger is), maar daarbovenop – en dat is nog het ergst van al – is hij ook het slachtoffer van een geestelijke moord: zijn kunst wordt in diskrediet gebracht. Dat is het omgekeerde van wat de slachtoffers van Harvey Weinstein overkwam: hun vernedering kwam hun kunst ten goede, ze kregen filmrollen aangeboden.

De wolfsgeest die zich verbergt achter een onschuldig ‘vrouwelijk’ masker treft de mens veel dieper dan zijn mannelijke ‘collega’ die geen geheim maakt van zijn machtswellust. Kunstenaars zijn als moeders: ze zijn bereid alles op te offeren voor hun kinderen, dat wil zeggen voor hun kunst. Men kan ze niet dieper kwetsen dan door die kunst te vernietigen. De betekenis van kunst overstijgt dan ook het louter persoonlijke. We hoeven er maar aan te denken wat voor gevolgen het zou hebben als men ontdekte dat Van Gogh zich vergreep aan kinderen of dat Bach een vrouwenverkrachter was. Dat zou de vreugde van miljoenen mensen bederven en een enorme klap zijn voor de menselijke beschaving. Strikt genomen doen de duistere kanten van kunstenaars niets af aan de waarde van hun kunst, maar zo werkt het niet. Men kan de receptie van een oeuvre vernietigen door de reputatie van zijn schepper te vernietigen. En daar is vandaag niet veel voor nodig: een paar beschuldigingen volstaan, ze hoeven niet eens waar te zijn. 

De geest-met-de-twee-gezichten – de wolf vermomd als Roodkapje – heeft het niet alleen voorzien op mannen en vrouwen, hij heeft het voorzien op de hele mens: op lichaam, ziel en geest. Zijn beschuldigingen lijken aanvankelijk terecht te zijn en uit te gaan van het Ik, het morele wezen van de mens. Maar algauw beginnen ze zich te vermenigvuldigen en wordt achter het Ik een heel ander wezen zichtbaar dat zich niets aantrekt van moraal of menselijkheid. Al die actrices die momenteel Harvey Weinstein beschuldigen – de teller staat al op 100 – lijken gedreven te worden door heilige verontwaardiging. Dat was wellicht ook wat de bal aan het rollen bracht: het ging niet alleen om henzelf, het ging om alle vrouwen die het slachtoffer worden van male supremacy. De zaak heeft intussen enorme proporties aangenomen en het regent overal ter wereld beschuldigingen in wat we een opstoot van mondiale vrouwensolidariteit zouden kunnen noemen. Maar deze girlpower is slechts een masker, erachter verbergt zich iets heel anders. 

Dat kunnen we al opmaken uit het feit dat geen van die verontwaardigde actrices het waagt om één kwaad woord te zeggen over moslimmannen. Nochtans maken die het véél bonter dan Harvey Weinstein, die een koorknaap is vergeleken bij zijn islamitische soortgenoten. Als het werkelijk morele verontwaardiging en solidariteit was die al die vrouwelijke aanklagers dreef, dan zou er nu een oorverdovend protest weerklinken tegen de manier waarop moslima’s door moslims worden behandeld. Daar is echter niets van te merken, wel integendeel. Als de vrouwenbeweging protesteert dan is het tegen islamofobie en voor de hoofddoek. Al die heilige verontwaardiging en vrouwelijke solidariteit zijn dus schijn. Achter dat morele masker gaat een geest schuil die geweld tegen vrouwen toejuicht en zijn pijlen alleen richt tegen de bange, blanke man, de man die niet durft te reageren tegen de beschuldigingen die tegen hem worden geuit, die beschaamd het hoofd buigt en nederig mea culpa slaat. 

Advertenties