Antroposofie en karmabewustzijn (1)

door lievendebrouwere

  

Wie de geschiedenis van de antroposofische beweging een beetje kent, weet wat er gebeurde na de dood van Rudolf Steiner. Zijn twee belangrijkste leerlingen – Marie von Sivers en Ita Wegman kregen ruzie over de assen van hun leraar: de zogenaamde Urnenstreit. Het is niet meteen iets wat men verwacht van spirituele mensen: bekvechten over iemands stoffelijke resten. Of toch wel? Naar verluidt wilde Rudolf Steiner niet verast maar begraven worden. Voorzag hij dat de urne met zijn assen de inzet zouden worden van een ruzie die de hele beweging in twee kampen zou verdelen? Hoe dan ook, het vuur dat zijn lichaam verteerde leek over te slaan op de antroposofische beweging, ook zij werd in de as gelegd. Het doet onwillekeurig denken aan de brand die het Goetheanum verwoestte en waarvan Rudolf Steiner zei dat het vuur weliswaar van buitenaf werd aangestoken maar zijn werkelijke oorzaak vond in de ruzies en spanningen binnen de antroposofische wereld zelf. 

De Urnenstreit was de vonk die de uitslaande brand deed ontstaan waarvan Ita Wegman later zou zeggen dat, als hij niet geblust werd, Hitler aan de macht zou komen. Wat ook gebeurde. Maar Ita Wegman zei nog iets anders over die ruzie. De felle haat waar (vooral) zij het slachtoffer van werd, was volgens haar in de eerste plaats gericht tegen de ontwikkeling van het karmabewustzijn. Dat was wat de tegenmachten in de kiem wilden smoren, en zij slaagden daar voortreffelijk in. Vandaag, bijna 100 jaar later, is karmabewustzijn zo goed als onbestaande. Vrijwel geen enkele antroposoof weet tot welke karmische groep hij behoort: die van de oude of die van de jonge zielen. Nochtans is dat de basiskennis die Rudolf Steiner van iedere antroposoof verwachtte. En hij had daar een goede reden voor. De antroposofie was volgens hem niets anders dan een voorbereiding op wat aan het eind van de 20ste eeuw moest plaatsvinden: de samenwerking van platonici en aristotelici, de leidende figuren van beide zielengroepen. 

Nooit heeft Rudolf Steiner met meer nadruk gesproken dan over deze samenwerking. Hij verbond er zelfs een deadline aan: ze moest plaatsvinden vóór het eind van de 20ste eeuw, anders zou de mensheid ‘aan het graf van alle beschaving staan’. Zo drukte hij het uit, en deze apocalyptische voorspelling herhaalde hij liefst vijf keer. Het was in zekere zin zijn testament, zijn laatste wilsbeschikking, want kort daarop moest hij het werk staken en een half jaar later was hij dood. Niets was voor hem belangrijker dan deze toekomstige samenwerking van platonici en aristotelici. Zij was het grote doel van de antroposofische arbeid, datgene waarop alle inspanningen gericht moesten zijn. Maar dat wisten de tegenmachten ook, en ze zetten alles op alles om de ontwikkeling te verhinderen van het karmabewustzijn dat deze samenwerking mogelijk moest maken. Onder geen beding mocht van de antroposofie de geestelijke impuls uitgaan die de beschaving uit het slop van het materialisme zou halen. 

De tegenwerking begon al nog voor er van antroposofie sprake was. Julius Schröer, de man die geroepen was om de antroposofie te ontwikkelen, bleek daar niet toe in staat. Rudolf Steiner had geen andere keuze dan zijn taak over te nemen, want zonder antroposofie kon hij zijn eigen levensopdracht – de bewustwording van karma en reïncarnatie – niet vervullen. Hij heeft nog geprobeerd beide taken te combineren, maar zijn pogingen om over karma en reïncarnatie te spreken liepen op niets uit. De weerstanden waren te groot. Pas na het voltooien van de antroposofie, dat wil zeggen na de Weihnachtstagung, slaagde hij erin die weerstanden te overwinnen. Maar de prijs lag bijzonder hoog. De brand van het Goetheanum was reeds een zware klap voor hem geweest en een jaar later volgde nog een tweede: hij werd vergiftigd. Ook deze aanslag wist hij te overleven, maar hij was ten dode opgeschreven. Er restten hem nog slechts 9 maanden om te doen waarvoor hij op aarde was gekomen. 

Na de dood van Rudolf Steiner sloegen de tegenmachten een derde maal toe: de Urnenstreit scheurde de antroposofische beweging in twee en de breuklijn liep grotendeels tussen de oude en de jonge zielen waarover hij in het laatste jaar van zijn leven had gesproken. Dit elementaire karma-inzicht had echter niet de kans gekregen door te dringen tot het antroposofische bewustzijn en de beweging had dan ook geen verhaal tegen deze vernietigende aanval van de draak. Dertig jaar later werd de breuk geheeld, maar tegelijk werd ook het zielenthema begraven. Het grondleggende werk van Hans Peter van Manen, Christussucher und Michaeldiener, dat in 1980 verscheen, vond nauwelijks weerklank. Latere publicaties deden hun best om het onderwerp te relativeren en te minimaliseren. Sommigen vonden het zelfs ongepast om erover na te denken. En intussen naderde het einde van de eeuw zonder dat iemand zich afvroeg waar die platonici en aristotelici wel mochten zijn.

Vandaag ligt het eind van de 20ste eeuw al een hele tijd achter ons en meer dan ooit wordt er in alle talen gezwegen over wat toen had moeten gebeuren. Het is nochtans duidelijk dat Rudolf Steiners waarschuwing geen loos alarm was. Vrijwel onmiddellijk na het aflopen van zijn deadline brak de War on Terror uit. De twin towers werden in de as gelegd, het Midden-Oosten vloog in brand, grote migrantenstromen kwamen op gang en de ‘islamisering’ van Europa begon. Deze ‘derde wereldoorlog’ is – net als beide vorige – onmiskenbaar gericht tegen Europa, waarbij Europa niet alleen gezien moet worden als het geografische continent, maar ook – en vooral – als de beschaving van onze tijd. De islam, het meest in het oog springende wapen dat tegen deze beschaving wordt gericht, lijkt eindelijk te zullen slagen in wat hij reeds sinds zijn ontstaan nastreeft: de verovering van Europa. Die overwinning zal echter niet te danken hebben aan de sterkte van de islam, maar aan de zwakte van een hopeloos verdeeld Europa.

Die verdeling begon reeds met de wig die de tegenmachten tussen Julius Schröer en Rudolf Steiner dreven, want op die manier verhinderden ze de verbinding van antroposofie en karmabewustzijn die uiteindelijk had moeten leiden tot de beschavingsreddende samenwerking van platonici en aristotelici. De microcosmos van de antroposofische wereld werd weerspiegeld in de macrocosmos van het wereldgebeuren. Zonder de tegenwerking die het Goetheanum van meet af aan ondervond, had, aldus Rudolf Steiner, de eerste wereldoorlog kunnen voorkomen worden. Volgens Ita Wegman was er dan weer een verband tussen de Urnenstreit enerzijds en de machtsovername van Hitler en de tweede wereldoorlog anderzijds. Dat het aflopen van Rudolf Steiners deadline tenslotte het sein was tot het uitbreken van de War on Terror, daar heb je geen helderziende vermogens voor nodig. Ook al klinken deze parallellen voor een buitenstaander vergezocht of zelfs grotesk, als antroposoof kun je ze niet zomaar aan de kant schuiven. 

Zoals na de oorlog de breuk binnen de antroposofische beweging werd hersteld, zo werd even later ook Europa weer herenigd. Sindsdien heerst er vrede, maar die vrede werd zwaar betaald. Europa is een soort tweede Sovjet-Unie geworden waar een centralistisch bestuur de lidstaten de wet voorschrijft. Onder deze opgelegde (schijn)eenheid gaapt een diepe kloof tussen links en rechts, een kloof die de van haat vervulde ziel van de moderne mens weerspiegelt. Die kloof gaapt ook in de antroposofische wereld. Bij conflicten komen steeds weer dezelfde twee zielengroepen tegenover elkaar te staan, zonder dat daar enig (karma)bewustzijn uit ontstaat. Er wordt veel nagedacht en er wordt hard gewerkt, maar tussen beide is nauwelijks contact. Het hart ontbreekt, het levende midden, de bezieling. De antroposofie leidt een kwijnend bestaan, ze wordt van binnen uitgehold, slaagt er niet meer in de jongere generaties warm te maken. Winter is coming

Het hoofd doet alsof er niets aan de hand is, maar het hart laat zich niet bedriegen. Het weet dat we ‘aan het graf van alle beschaving’ staan. Dat is een huiveringwekkend besef en het valt te begrijpen dat de antroposofische wereld zich afsluit voor alles wat met deze voorspelling van Rudolf Steiner te maken heeft. Immers, hoe kunnen we nog verder werken als de zaak toch verloren is? Maar juist hier wordt zichtbaar hoe cruciaal karmabewustzijn is. Niet alleen mensen reïncarneren, ook beschavingen doen dat. Onze beschaving gaat ten onder, maar dat betekent niet dat het einde van de wereld aangebroken is. Rudolf Steiner heeft vaak genoeg gesproken over toekomstige tijdperken. En juist die toekomst moet nu voorbereid worden. Toen het Goetheanum afbrandde stierf de antroposofische vereniging. De vlammen laaiden hoog op, maar Rudolf Steiner drukte zijn leerlingen op het hart om goed te kijken en deze katastrofe diep in hun ziel te prenten. Want het beleven van dit sterven moest de kiem worden voor de wedergeboorte. 

Als het Goetheanum niet in de as was gelegd, zou de Weihnachtstagung niet hebben plaatsgevonden. Het jaar dat die twee grote gebeurtenissen van elkaar scheidde, vormde het dieptepunt van de antroposofische beweging en Rudolf Steiner speelde met de gedachte om het allemaal op te geven. Maar hij deed het niet. Hij ging dwars-door-het-dal en uit dat lijden ontstond de Grondsteen die hij tijdens de Weihnachtstagung ‘in de harten’ van de aanwezigen legde. Die ‘aanwezigheid’ moet hier niet alleen in de letterlijke betekenis van het woord worden begrepen. Alleen wie het sterven van de oude vereniging bewust had meegemaakt, was in staat het zaad van de nieuwe vereniging in zich op te nemen. Dat beeld is ook van toepassing op onze tijd, nu de hele beschaving ten onder gaat en in het bewuste en vrijwillige beleven van dat sterven het zaad van de toekomstige beschaving gevormd wordt. Dat is vandaag de opgave van de antroposofie, de opgave waar – nog altijd en zelfs meer dan ooit – de toekomst van afhangt. 

Maar dat betekent dat het karma van de antroposofische beweging onder ogen moet worden gezien, en dat is een zure appel om in te bijten. Het is geen pretje om geconfronteerd te worden met het falen van de antroposofie. De verleiding is groot om ‘positief te blijven’ en ‘de moed erin te houden’. Maar daarmee ontwijkt men de waarheid en zonder waarheid kan vandaag niets meer bereikt worden. Echte positiviteit bestaat erin dat men het negatieve onder ogen ziet en er, zoals Rudolf Steiner, dwars doorheen gaat. Men merkt dan pas goed hoeveel er de tegenmachten aan gelegen is om de antroposofie te scheiden van het karmabewustzijn. Deze scheiding weer ongedaan te maken, betekent een strijd met de draak in zijn meest afschuwelijke vorm. In die strijd kan Ita Wegman ons tot voorbeeld zijn. De golf van haat die haar overspoelde, heeft ze gelaten ondergaan. Aan het eind van haar leven schreef ze zelfs een verzoenende brief aan Marie von Sivers en maakte op die manier de weg vrij voor een samenwerking in een volgend leven.

Advertenties