Brossen voor de bossen (2)

door lievendebrouwere

  

Eén van de grootste slachtoffers van de opwarming van de aarde is ongetwijfeld onze tegenwoordigheid van geest. We slagen er niet meer in het hoofd koel te houden. Ons onderscheidingsvermogen laat ons in de steek en we gooien alles op één hoop. Wetenschap en politiek bijvoorbeeld. Als we onderscheid maakten tussen die twee zou de klimaatbeweging nooit zo’n afmetingen aannemen. Al die brossers voor de bossen, al die volwassenen die hen steunen en toejuichen: ze denken in naam van de wetenschap te handelen, maar in werkelijkheid doen ze aan politiek, het soort politiek dat roept om een ‘sterke man’. Zou het toeval zijn dat de spijbelende scholieren worden aangevoerd door meisjes, en dat er op de klimaatbetogingen opvallend veel meisjes meelopen met sexueel getinte slogans in de stijl van ‘fuck me and not mother earth‘? Of is dat een vraag waarmee je aan de verkeerde kant van de geschiedenis terechtkomt?

Een minstens even belangrijk onderscheid is dat tussen klimaat en milieu. De scholieren komen op straat om te protesteren tegen de opwarming van de aarde. Wat hen doet spijbelen is niet de vervuiling van het milieu, anders zouden ze het al veel vroeger gedaan hebben, want milieuvervuiling was er al lang vóór ze geboren werden. Nee, wat hen de straat op jaagt, is het klimaat en niet het milieu. Als ze dat onderscheid maakten, zouden ze de zinloosheid van hun betogingen inzien, want de maatregelen die ze eisen zullen niks veranderen aan de opwarming van de aarde. België is daarvoor veel te klein. Het klimaat is een wereldaangelegenheid en op wereldschaal stelt de CO2-uitstoot van België drie keer niks voor. Zelfs de uitstoot van Europa is verwaarloosbaar vergeleken met die van landen als Amerika, Rusland, China en India. De kans dat zij zich iets zullen aantrekken van de Belgische scholieren is nihil, ook al hebben deze laatsten nu de steun gekregen van Leonardo di Caprio, ongetwijfeld tot vreugde van de meisjes. 

Belgische klimaatmaatregelen zullen niks veranderen aan de opwarming van de aarde, maar ze zullen wel gevolgen hebben. Zo zullen er nog meer windmolens neergepoot worden in het toch al danig verminkte Vlaamse landschap. Het milieu zal met andere woorden moeten boeten voor het klimaat. Ook de economie zal boeten. De klimaatmaatregelen zullen nog meer bedrijven naar het buitenland jagen en wie blijft zal het steeds moeilijker krijgen, want de CO2-eisen zijn bijzonder drastisch. Ook de belastingbetaler zal de dupe worden van deze zinloze maatregelen, en er zal moeten bespaard worden in de sociale en de culturele sector, om die twee maar te noemen. Het leven zal een stuk duurder worden, en niet Greta Thunberg en Anuna De Wever zullen daar het slachtoffer van worden, maar de jongeren die achter hen aanlopen en wier ouders niet zo welgesteld zijn. En dat zou allemaal vermeden kunnen worden als er onderscheid gemaakt werd tussen klimaat en milieu.

Voor het natuurlijke klimaat zullen de scholierenbetogingen geen gevolgen hebben, voor het geestelijke klimaat des te meer. De gemoederen zullen verhit raken, het onderwijs gepolitiseerd. Nu reeds worden leerlingen opgedeeld in brossers en blijvers. De brossers staan aan de goede – want linkse – kant van de geschiedenis en kunnen derhalve rekenen op de sympathie van media en leerkrachten. Wie spijbelt riskeert dus niet veel. Maar hoe zit het met de blijvers, degenen die niet willen of mogen gaan betogen en derhalve aan de verkeerde kant van de geschiedenis heten te staan? In één school werden ze alvast verplicht het hele schoolgebouw op te ruimen en lessen ‘klimaatbewustwording’ te volgen. Ze werden met andere woorden gestraft en de schooldirectie probeerde hen weer op het goede – linkse – pad te krijgen. Zou dat wellicht mee het succes van de betogingen verklaren? Zijn veel leerlingen bang om als rechts gebrandmerkt te worden als ze niet mee gaan betogen? 

In het huidige geestelijke klimaat is dat verre van denkbeeldig. Onlangs nog haalde een steinerschool het nieuws omdat de leerkrachten er een leerling geweigerd hadden. Reden: zijn vader was lid van een rechtse partij. Als zelfs in steinerscholen pedagogische principes moeten wijken voor politiek, hoe groot moet de druk dan niet zijn in gewone scholen? Ik heb het zelf meegemaakt dat leerkrachten de leerlingen voor hun (politiek-culturele) kar wilden spannen. Lang niet alle ouders waren het daarmee eens, maar niemand durfde zijn mond opendoen uit schrik dat zijn kind daar de dupe zou van worden. Ik was de enige die protesteerde en dat werd me niet in dank afgenomen. Het eindigde er zelfs mee dat de kinderen – die in mijn ogen misbruikt werden – zich tegen mij keerden. Dat is intussen 15 jaar geleden. Men moet niet vragen in welke mate onderwijs en politiek vandaag vermengd zijn geraakt. Het is niet overdreven te stellen dat scholieren op school politiek geïndoctrineerd worden. 

Hoe valt bijvoorbeeld te verklaren dat een eenvoudig onderscheid zoals dat tussen klimaat en milieu niet boven water komt? Je hoeft de rapporten van het IPCC niet gelezen te hebben om te begrijpen dat geen enkele Belgische (of zelfs Europese) maatregel enig gewicht in de klimaatschaal zal werpen. Zelfs een 15-jarige kan tot die conclusie komen. Slaagt hij daar niet in – wat niet te verwonderen valt met alle politieke propaganda waaraan hij blootstaat – dan is het de morele plicht van zijn opvoeders om hem te helpen dat cruciale onderscheid te maken. Maar dat doen ze niet. Ze doen het omgekeerde: ze prijzen de jongeren. Ze laten hen in de waan dat ze iets zinvols doen, dat ze zich ‘verzetten tegen het systeem’, dat ze bezig zijn de wereld te redden. Ze doen niets om orde te scheppen in het verwarde denken van de jeugd. Verre van onderscheid te maken tussen onderwijs en politiek (en tussen milieu en klimaat)  roeren ze beide nog wat meer door elkaar, tot uit dat heksenbrouwsel de roep om een sterke man opborrelt.       

Eigenlijk verdienen al die ‘opvoeders’ een molensteen om de nek voor wat ze de kinderen aandoen. Ze misleiden hen, ze misbruiken hen, ze laten hen in de steek. Tegelijk geldt ook dat andere bijbelwoord: vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen. Al die ouders, al die onderwijsmensen, al die scholieren: ze zijn van goede wil. Ze streven de prachtigste idealen na: vrijheid, gelijkheid, solidariteit, verdraagzaamheid, mensenliefde. In feite is er nog nooit zo’n idealistische, welwillende generatie geweest als de huidige. Maar er is ook nog nooit zo’n angstige, verwarde en verwende generatie geweest. Het ontbreekt haar in hoge mate aan tegenwoordigheid van geest, aan realiteitszin en onderscheidingsvermogen. Wat jonge mensen vandaag het meest ontberen is helder denken. Waarom krijgen ze dat niet meer van de volwassenen? Waarom leren ze dat niet meer op school? Het antwoord op die vraag wordt duidelijk zodra we onderscheid maken tussen klimaat en milieu. 

Als de scholieren inzagen dat het geen zin heeft om van de overheid klimaatmaatregelen te eisen, zouden ze wel twee keer nadenken voor ze massaal de straat op trokken. In combinatie met wat lessen geschiedenis zouden ze misschien zelfs inzien hoe gevaarlijk dat massale roepen om sterke leiders en drastische maatregelen is. Maar het meest verhelderend zou de confrontatie met de werkelijkheid zijn. Zowel de jongeren als de volwassenen zouden begrijpen dat ze aan de opwarming van de aarde niets kunnen doen en dat ze derhalve machteloos staan. Dat zou een grote schok zijn, want de moderne mens gelooft meer dan ooit in de maakbaarheid van mens en wereld. Diep van binnen voelt hij die schok reeds, want iedereen beseft dat we vandaag te maken hebben met krachten die de mens ver te boven gaan. Daarom komen de scholieren ook op straat, daarom begint iedereen te roepen en te schreeuwen, daarom wordt er niet helder meer nagedacht: omdat we ons zo machteloos voelen.

Maar er is nog een andere realiteit waarmee we geconfronteerd worden wanneer we blijven nadenken, en dat is onze eigen natuur. Door klimaat en milieu te onderscheiden, gaan we beseffen dat we aan het eerste niks kunnen doen maar aan het tweede juist heel veel. Als we met z’n allen besloten om geen lange en onnodige vliegreizen meer te ondernemen, dan zou dat het milieu zeker ten goede komen. Als we minder vlees gingen eten en meer biologische groenten, dan zouden we waarschijnlijk het nieuws niet halen, maar het zou wel een impact hebben op het milieu. Voorwaarde zou natuurlijk zijn dat iedereen meedeed en – vooral – dat iedereen het volhield. En daar wringt het schoentje. Zodra we ons realiseren wat we wel en niet kunnen doen, wordt ook duidelijk hoe moeilijk het is om onszelf te veranderen. Betogen is gemakkelijk, zeker als je tegelijk kunt spijbelen en ook nog eens op televisie komt. Maar al die leuke uitstapjes per vliegtuig schrappen en geen steak au poivre meer eten, dat doet pijn!  

Eén ding is zeker: onderscheid maken tussen klimaat en milieu zou een geweldig opvoedkundig effect hebben. Het zou de scholieren doen nadenken en een bewustwordingsproces in gang zetten dat het jeugdige idealisme in betere banen zou leiden dan nu het geval is. In plaats van te gaan betogen voor het klimaat (en niks te bereiken) zouden de jongeren kunnen gaan betogen om een wekelijkse milieudag te eisen. Ze zouden dan de school kunnen opruimen, of de natuur in trekken en daar alle blikjes verzamelen die hun leeftijdsgenoten in de bermen achterlaten. Dat zou pas een pedagogisch verantwoorde actie zijn! Op die milieudag zouden ze ook kunnen gaan werken op een boerderij en daar van dichtbij de natuur leren kennen waar ze zo bezorgd om (beweren te) zijn. De klimaatkwestie is met andere woorden een uitgelezen gelegenheid om aan opvoeding te doen, om de jeugd te leren nadenken en hen te confronteren met de werkelijkheid. Maar dat gebeurt dus niet.

Het onderscheid tussen klimaat en milieu – hoe voor de hand liggend ook – komt vrijwel nergens ter sprake, alsof er een soort complot bestaat om het niet tot ons bewustzijn toe te laten. Een bewust complot zal dat waarschijnlijk niet zijn – laat het ons hopen – maar in ons onderbewustzijn moet toch iets werkzaam zijn dat ons denken gijzelt en het belet dat cruciale onderscheid te maken. Het is niet eens zo moeilijk om te bedenken wat dat ‘hersenverlammende’ zou kunnen zijn. Wat de scholieren op straat doet komen, wat iedereen voor hen doet juichen, wat een soort massa-euforie teweegbrengt, is niets anders dan angst, angst die gevoed wordt door de onheilsberichten die de klimaatwetenschappers voortdurend de wereld in sturen, door de apocalyptische voorspellingen waarmee ze iedereen de stuipen op het lijf jagen. Want als we hen mogen geloven, dan komt er een enorme wereldramp op ons af. Wordt er niet drastisch ingegrepen, dan halen we waarschijnlijk het einde van de eeuw niet.

Achter al dat klimaatenthousiasme verbergt zich het grimmige gezicht van de doodsangst. Het overlevingsinstinct neemt het over, er wordt niet meer nagedacht, er moet gehandeld worden, en snel, anders is het te laat. De klimaatwetenschappers hebben een schier onuitputtelijk reservoir aangeboord, want er zijn redenen genoeg om angstig te zijn. Als we alle wereldproblemen eens op een rijtje zetten – klimaatopwarming, overbevolking, milieuvervuiling, nucleaire dreiging, robotisering, migratie, islamisering, dekolonisering, communisme (‘laat honderd bloemen bloeien’, ‘de grote sprong voorwaarts’, deze slogans worden letterlijk gebruikt in verband met het klimaat), ziekten, ontwikkelingsstoornissen, culturele decadentie, geestelijke armoede, materialisme enzovoort – dan wordt duidelijk dat we ‘aan de rand van het graf’ staan, zoals Rudolf Steiner het uitdrukte. We worden geconfronteerd met een ramp van de ordegrootte van de ondergang van Atlantis, want niemand weet hoe we hier nog uit moeten raken.

De wereldsituatie is explosief. Er zijn tientallen problemen die ieder moment kunnen ‘exploderen’. Als zij een kettingreactie veroorzaken, dan is het inderdaad met ons afgelopen. Dat weten we, bewust of onbewust. Daarom vinden de waarschuwingen van de klimaatwetenschappers zo’n massale weerklank: onze onderdrukte angsten krijgen een gezicht. Eindelijk zien we het monster dat ons al zolang kwelt zonder dat we het beseffen. Tenminste, dat denken we, want tegelijk menen we ook Michaël te zien verschijnen in de vorm van een jong meisje, een moderne Jeanne d’ Arc. En we juichen, want nu weten we eindelijk wat we kunnen doen om de wereld te redden: onder leiding van Greta Thunberg moeten we met z’n allen ten strijde trekken tegen de grote boosdoener, CO2. Het zou lachwekkend zijn, ware het niet zo tragisch, want we lopen met open ogen in de val. In ons verlangen naar redding en verlossing effenen we het pad voor een Sterke Wereldleider die alle problemen op zal lossen. 

Diep van binnen weten we dat zo’n wereldleider onze enige redding is. Alleen door ons onder zijn gezag te plaatsen kunnen we een oplossing vinden voor de enorme problemen waarmee we geconfronteerd worden. Wat we echter niet weten, is dat we die Wereldleider niet in de materie maar in de geest moeten zoeken. Het onbewuste vermengen van (de wedergekomen) Christus en (de incarnerende) Ahriman is juist het ergste wat ons kan overkomen. Niets is daarom belangrijker dan onderscheid te maken tussen deze tegengestelde sferen, tussen deze twee tegengestelde wezens. Doen we dat niet – gedreven door angst en het verlangen naar verlossing uit deze nachtmerrie – dan leveren we de kinderen (en onze toekomst) over in handen van het monster, dan laten we hen – zingend en juichend – meevoeren door de moderne rattenvanger van Hamelen. En dat is een vervaarlijke tegenstander, want wee degene die zich tegen hem verzet! Hij haalt zich de woede van de kinderen op de hals …

Advertenties