Brossen voor de bossen (6)

door lievendebrouwere

  

Het was een grote dag voor onze klimaatjongeren: Greta Thunberg kwam mee betogen! De persbelangstelling voor het boegbeeld van de spijbelbeweging was zo groot dat de politie moest ingrijpen. Zelf leek het meisje-met-de-vlechten niet onder de indruk. Ze is dan ook al een en ander gewoon. ’s Ochtends had ze al een toespraak gehouden voor de Europese Commissie, nadat ze eerder al sprak op de Internationale Klimaatconferentie in Katowice en het World Economic Forum in Davos. Ze gaf ook al TED-talks, werd geïnterviewd door CNN en verscheen op de cover van Time-magazine. De blitz-carrière van kleine Greta – een half jaar geleden begon ze in haar eentje met haar Skolstrejk for Klimatet en een paar maanden later was ze al wereldberoemd – doet nogal wat wenkbrauwen fronsen. Niet ten onrechte, want achter haar enorme succes zit een Zweedse pr-firma die meteen brood zag in het spijbelende meisje en intussen al heel wat geld verdiende aan de nieuwe Pipi Langkous.

Het kan ook niet anders dan dat er een zorgvuldige regie schuilgaat achter dit hedendaagse sprookje. Wie organiseert al die reizen van Greta Thunberg? Wie zorgt ervoor dat zij kan spreken op internationale conferenties? Wie regelt de afspraken met regeringsleiders? Wie betaalt haar verplaatsingen en hotelkosten? Het meisje – een kind nog – reist ook niet alleen. In Brussel was zij minstens vergezeld door haar vader. Moet die man niet werken? Of heeft hij van zijn dochter zijn beroep gemaakt? Eén ding is zeker: Greta Thunberg is een groep. Hoe groot die groep is, blijft vooralsnog onduidelijk. Ook Anuna De Wever, de Vlaamse Greta Thunberg, heeft mensen achter zich staan. Hoewel ze alles samen doet met Kyra Gantois, is het toch altijd Anuna die spreekt, Anuna die in beeld komt, Anuna die overlegt met politici en wetenschappers. Hoe komt dat? Ze heeft natuurlijk een leuker snoetje, maar ze heeft ook een activistische moeder die het klappen van de zweep kent. 

Dat betekent nog niet dat het klimaatspijbelen één groot complot is zoals Joke Schauvlieghe beweerde. Daarvoor is de beweging te groot en te stormachtig. Nee, Greta Thunberg heeft bij wijze van spreken olie aangeboord en die spuit nu overal hoog in de lucht. Hoe deskundig dat aanboren ook gebeurt, de olie was er vóór Greta begon te spijbelen, en ze bestaat uit veel meer dan alleen bezorgdheid voor het klimaat. Dat blijkt al uit het feit dat milieu en klimaat op één hoop worden gegooid. Maar ook deze twee kunnen de kracht en de omvang van de spijbelbeweging niet verklaren. Er zit meer achter, veel meer. Het spijbelen zelf geeft al een eerste aanwijzing. Al die tienduizenden scholieren zijn maar wat blij dat ze een dag niet op de schoolbanken hoeven te zitten, dat ze buiten op straat kunnen lopen en daar luidkeels hun stem laten horen. Die vrijheid is voor hen een ongekende sensatie. Ze kunnen even ontsnappen aan de kooi waarin ze van jongs af aan opgesloten zitten.

De moderne mens brengt zijn gehele jeugd door in kinderbewaarplaatsen, in kleuterscholen, in lagere scholen, in middelbare scholen. Ouders hebben trouwens geen tijd meer voor hun kinderen, want ze zitten zelf opgesloten, in hun werk, in de auto, in de file. En aan het eind van de rit wordt iedereen opgesloten in een bejaardentehuis. Het leven is een luxueuze gevangenis geworden, een gouden kooi. De mens leeft samengepropt in miljoenensteden vol wolkenkrabbers, auto’s, drukte, lawaai en fijn stof. Wil hij deze stenen woestijnen ontvluchten, dan stelt hij vast dat alle land opgekocht is, dat er bijna nergens nog een plekje te bemachtigen is. Boordevol rijkdom is de moderne wereld, maar toch leven mensen er als gevangenen, als slaven. Ze moeten steeds harder en steeds langer werken, en ze moeten steeds meer afstaan aan de staat die er al die gouden kooien mee bouwt. Het zijn trouwens niet alleen fysieke kooien, het zijn ook – en misschien zelfs vooral – geestelijke kooien.

Zelfs over zijn eigen gedachten heeft de mens vandaag geen zeggenschap meer. De tijd dat hij nog kon zeggen wat hij wilde, is voorbij. Hij moet heel erg op zijn woorden letten als hij niet wil uitgescholden, uitgestoten, gebroodroofd, gearresteerd of zelfs vermoord worden. ‘Durf te denken’ – met die slogan pakken zowel media als universiteiten uit. ‘Wij willen mensen opleiden tot kritische burgers’, heet het in onderwijsbrochures. Maar iedereen weet – of ondervindt algauw aan den lijve – dat het net omgekeerd is: wie het waagt zelf te denken, kan fluiten naar zijn punten, zijn diploma, zijn werk, zijn reputatie, zijn toekomst. Zelfstandig denken wordt in toenemende mate verboden. De klimaatkwestie is in dit verband onthullend. Scholieren die weigeren mee te gaan betogen – en zo te kennen geven er een andere mening op na te houden – worden streng gestraft. Ze worden voor hun medeleerlingen stilzwijgend te kijk gezet als misdadigers in de dop, als mensen die ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan’. 

De klimaatkwestie toont pijnlijk duidelijk aan dat het denkverbod vruchten afwerpt. Niemand stelt zich vragen bij de ‘wetenschappelijke consensus’. Niemand maakt onderscheid tussen milieu en klimaat. Niemand ziet er graten in dat ‘het systeem’ enthousiast meewerkt aan de protesten tegen het systeem: scholen organiseren spijbelbetogingen, media smoren iedere kritiek, regeringsleiders ontvangen de klimaatmeisjes, politici applaudisseren wanneer Greta Thunberg hen ‘de grootste schurken uit de geschiedenis’ noemt. Geen wonder dat ‘het systeem’ zo enthousiast is: de klimaatbetogingen zijn koren op zijn molen. De protesterende jongeren willen een overheid die krachtig ingrijpt, een staat die nog meer macht krijgt dan ze nu al heeft, een leider die hen leidt zodat ze kunnen volgen. Deze naïeve scholieren vormen de natte droom van iedere machthebber. Zolang ze niet zelf beginnen nadenken, bouwen ze mee aan de kooi waarin ze opgesloten worden. 

Het wordt de moderne mens niet alleen verboden om na te denken, hij heeft ook de tijd niet meer heeft om bij de dingen te blijven stilstaan. Voortdurend wordt hij opgejaagd. Van kindsbeen af moet hij meedraaien in de mallemolen, anders valt hij onherroepelijk uit de boot en is hij een loser voor het leven. De enige keuze die hij heeft is die tussen een slavenbestaan en een bestaan aan de zelfkant van de maatschappij. Jongeren worden steeds meer gewaar dat ze in de val zitten. Het is geen toeval dat Greta Thunberg ontwikkelingsgestoord is. Ze ziet eruit als een kind ofschoon ze reeds 16 is. Haar hele verschijning vertelt dat ze wil niet opgroeien: ze wil niet volwassen worden, ze wil niet gegrepen worden door het systeem. Anuna De Wever wil dan weer niet kiezen tussen jongen of meisje zijn. Ze schrikt terug voor de aardse lichamelijkheid die een mens tot keuzes dwingt. Beide meisjes deinzen ervoor terug op aarde te komen en dat roept bij ontelbare jongeren een onbewuste herkenning op. 

De klimaatkwestie heeft Greta Thunberg hardhandig geconfronteerd met de realiteit. De rapporten van het IPCC deden haar kinderlijke dromen omslaan in een nachtmerrie en ze viel in een diepe depressie. Alleen door te kiezen voor een radicaal klimaatactivisme, slaagde ze erin aan dit zwarte gat te ontsnappen. Ze beleeft nu de tijd van haar leven. Haar nachtmerrie is veranderd in een sprookje: Pipi Langkous redt de wereld. Maar de depressie loert nog altijd om de hoek. Wanneer Greta Thunberg ooit ontwaakt uit de droom zal ze dieper vallen dan ooit. De angst voor het zwarte gat drijft haar voort en zal haar waarschijnlijk tot een klimaatactiviste voor het leven maken. Maar die mengeling van angst en idealisme maakt haar ook tot een instrument in handen van de machthebbers. De depressie en wanhoop die vandaag op de bodem van iedere mensenziel sluimeren, vormen een enorm ‘oliereservoir’ dat een onuitputtelijke bron van brandstof is voor hun machtsstreven. 

De klimaatbetogingen zijn een collectieve angstaanval, een uitbarsting van wanhoop. Maar in plaats dat de ‘aangeboorde olie’ geraffineerd wordt door het rationele denken en aangewend voor concrete doeleinden, wordt ze gewoon in brand gestoken en vervuilt ze de atmosfeer met geestelijke broeikasgassen. Deze vervuiling zal alleen maar groter worden naarmate uitbarstingen toenemen. Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren als het hele klimaatspijbelen met een sisser afloopt? Nu reeds zit de klad in de zaak: de betogersaantallen dalen zienderogen. Afgezien van een harde kern die het klimaatactivisme tot levensdoel maakt, zullen de meesten het moe worden, de media zullen het moe worden, de bevolking zal het moe worden. Wat een ontgoocheling zal het niet zijn voor al die jonge mensen die dachten dat ze de wereld konden veranderen! Hoe bedrogen zullen ze zich niet voelen! In hun ziel zal het nog een stuk donkerder worden dan voorheen en meer dan ooit zullen ze de olie leveren voor degenen die de wereld in brand willen steken. 

Het enige wat deze vicieuze cirkel kan doorbreken, is het wakker worden voor de realiteit, het ontwaken uit de droom (of die nu een sprookje of een nachtmerrie is). Onbewust willen de jongeren dat ook. Achter hun bezorgdheid voor het klimaat gaat een diep verlangen schuil: het verlangen om op aarde te komen, het verlangen om te incarneren. Eeuwenlang hebben ze in de geestelijke wereld gewerkt aan hun huidige incarnatie. De aarde is het voorwerp van hun diepste geestelijk streven en het doembeeld dat er binnenkort misschien wel eens geen aarde meer zou kunnen zijn, schokt hen diep. Anders dan de volwassenen hebben de jongeren – en dan vooral de meisjes – nog iets bewaard van dat geestelijke (incarnatie)streven. Maar juist omdat het geen enkel aanknopingspunt vindt in het materialistische denken, kan het niet tot bloei komen. In plaats daarvan wordt het onderdrukt en samengeperst tot zwarte ziele-olie, tot brandstof voor de aardse machthebbers. 

Het drama dat zich vandaag voor onze ogen afspeelt, is een soort uitvergroting van de drempeloverschrijding die plaatsvindt wanneer de puberteit begint. De mens wordt nu ‘aarderijp’ zoals Rudolf Steiner het uitdrukt, hij is klaar om de geestelijke wereld achter zich te laten en echt op aarde te komen. Hoeveel moeite hem dat kost, wordt geïllustreerd door de soms vreselijke onhandigheid van de puber. Het is voor hem een grote stap om door te dringen tot in zijn ledematen en op die manier actief te worden in de wereld. Maar het gaat niet alleen om fysieke activiteit, de puberende mens ontwikkelt nu ook zijn oordeelsvermogen, hij dringt door tot in zijn hersenen. Ook dat kost hem veel moeite, want hij komt terecht in een kille, ‘dode’ wereld. Eigenlijk wordt de jonge mens nu opgesloten in zijn eigen lichaam, maar daar ontdekt hij geheel nieuwe manieren om zich te verbinden met de wereld: het denken en de liefde. Het probleem is dat hij deze manieren te vroeg ontdekt, dat hij te vroeg wordt opgesloten.

De moderne mens ontwaakt veel te vroeg uit de droom, hij begint veel te vroeg te denken. Greta Thunberg is daar een goed voorbeeld van. Op een leeftijd dat de mens moet spelen en dromen, leest zij de rapporten van het IPCC. De gevolgen laten niet op zich wachten: haar verstand ontwikkelt zich buitensporig, maar haar lichaam stopt met groeien, en haar hart raakt vervuld van angst. Op het moment dat ze dan moet beginnen puberen en zich verbinden met de aarde, blijkt ze een lichaam te hebben dat daar ongeschikt voor is, dat ‘gestoord’ werd in zijn ontwikkeling. Daar is ze zich niet bewust van, maar ze voelt het wel en het vervult haar met paniek. Ze projecteert haar angst op het klimaat, maar in wezen gaat het om iets veel diepers: het gaat om het machteloos gevangen zitten in de materie, om het onvermogen contact te maken met de geest van de aarde, waarvan ze diep van binnen weet dat hij haar enige redding is. 

Uit dit opgesloten zitten in een slecht ontwikkeld lichaam dat het de mens onmogelijk maakt om in verbinding te treden met de levende werkelijkheid, komt volgens Rudolf Steiner het grootst mogelijke onheil voort. De jonge mens die niet op aarde kan komen, zoekt een uitweg in sex en macht. Daarvan getuigen zowel de sexueel getinte slogans die de spijbelende scholieren meedragen als de drastische maatregelen – dat wil zeggen de machtsontplooiing – waar ze om roepen. De jongeren zoeken wanhopig een uitweg uit hun gevangenis, maar ze worden om de tuin geleid door materialistische wetenschappers en machtsbegerige politici. Als gevolg daarvan wordt hun vrijheidsstreven explosief en zelfvernietigend. Het enige wat hen kan helpen is een denken dat de natuur ziet als een levend wezen en niet als een mechanisme dat beschreven kan worden met cijfers, modellen en grafieken. Alleen met zo’n levend denken zullen ze weer contact kunnen maken met de natuur.  

De klimaatbetogingen zijn in feite één grote schreeuw om geesteswetenschap. Waar de puberende jongeren – en bij uitbreiding de hele moderne mensheid – behoefte aan hebben, meer dan aan wat ook, is een wetenschap van de geest die hen in staat stelt zich bevrijden uit hun gevangenis, of beter gezegd: die (in wezen natuurlijke) gevangenis om te vormen tot een menselijke wereld. Zonder de antroposofische wetenschap zal het (in wezen geestelijke) streven van de mens naar incarnatie hem er alleen maar toe brengen de wereld waar hij zo naar verlangt te vernietigen. Each man kills the thing he loves. Wat de klimaatjongeren op straat doet komen, is liefde, liefde voor de natuur, liefde voor de wereld waarin ze leven. Maar het is blinde liefde, die zonder het te beseffen het voorwerp van haar verlangen vernietigt en een instrument wordt in handen van de tegenmachten. De klimaatbetogingen maken pijnlijk duidelijk waar zo’n liefde zonder wijsheid toe leidt: tot het misbruiken van kinderen. 

Advertenties