Brossen voor de bossen (7)

door lievendebrouwere

  

Voor de tweede opeenvolgende keer reeds kwam Greta Thunberg mee betogen in ons land. Het mocht niet baten. In Antwerpen, waar ze present was, daagden niet meer dan 3000 betogers op. In Mechelen waren het er slechts 1000 en in Hasselt kwamen ze niet verder dan een schamele 37 manifestanten. Het had iets zieligs om het meisje-met-de-vlechten zonder veel animo de geijkte leuzen te horen debiteren. Het leek wel of zij de bui voelde hangen. Ze kreeg weliswaar de steun van een jongen die als een volleerd politicus in de microfoon begon te brullen, maar het kon niet langer verheeld worden: de klad zit in de zaak. Of we daar treurig moeten over zijn, is niet duidelijk. Maar ik wil van de gelegenheid gebruik maken om nog een laatste keer stil te staan bij het hele fenomeen. Ik wil meer bepaald de aandacht richten op de pioniersrol van Vlaanderen: onze jongeren lopen voorop bij de klimaatprotesten. Daarom was Greta Thunberg ook in ons land: nergens anders krijgt ze zoveel navolging. 

Klimaatspijbelen was in Vlaanderen al een doorslaand succes voordat de vonk oversloeg naar het Franstalig gedeelte van het land. We gaven zelfs het voorbeeld aan onze noorderburen! De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Vlaanderen is vandaag waarempel een gidsland: het voert de mensheid aan in de strijd om de redding van de planeet. Dat is toch wel iets om trots op te zijn. Of juist niet misschien? Het is maar hoe je ’t bekijkt. Als de klimaatbetogingen werkelijk iets uithaalden, zou het inderdaad mooi zijn: zo’n klein landje en zoveel enthousiasme voor de goede zaak! Maar als die spijbeltochten zijn wat ik denk dat ze zijn – gemanipuleerde uitbarstingen van angst en machteloosheid – dan zien de zaken er natuurlijk anders uit. Het avant-gardistische gedrag van Vlaanderen is dan eerder iets om beschaamd over te zijn: kijk eens hoe die domme Vlamingen zich bij de neus laten nemen door de klimaatalarmisten, hoe ze zich laten opjutten door de media en hun propaganda! 

Te midden van heel die klimaatheisa stierf – als een teken aan de wand – Vlaanderens grootste denker, Etienne Vermeersch. Zijn invloed werd door een andere Vlaamse denker, Maarten Boudry, vergeleken met die van Jezus. No kidding. De manier waarop Vlaanderens tv-filosoof de hemel werd in geprezen was al even grotesk als de manier waarop de Vlaamse klimaatjongeren op een voetstuk worden geplaatst. Maar die twee karikaturen hebben ook nog iets anders gemeen. Vermeersch ging er prat op te kunnen bewijzen dat God niet bestond. Hij wijdde er zelfs zijn allerlaatste boek nog aan. Zoals zoveel atheïsten was hij voortdurend met God bezig. Het atheïsme was voor hem een echte … religie. Dat kan ook gezegd worden van de klimaatactivisten: ze vormen een religieuze beweging. Ze verkondigen het ware geloof en proberen iedereen te bekeren. Wie zich verzet wordt verketterd. Hoe kan de wereld gered worden als niet iedereen hetzelfde gelooft!  

Een atheïst die voortdurend met God bezig is? Een wetenschap die zich gedraagt als een religie? Het zijn illustraties van het gezegde dat je wordt waartegen je vecht. Vermeersch vocht zijn hele leven tegen God en aan het eind werd hij zelf een beetje God-in-Vlaanderen. De verbetenheid waarmee hij vocht, maakte duidelijk dat hij in de grond nog altijd een jezuïet was, een militante gelovige dus. De inhoud van zijn geloof was weliswaar veranderd, maar de vorm was hetzelfde gebleven. Vermeersch streed met evenveel ‘religieus vuur’ tegen het geloof als hij er voor had gestreden. Hetzelfde geldt voor de Vlaamse klimaatjongeren: ze baseren zich op de wetenschap, maar hun streven is religieus van aard. De rapporten van het IPCC mogen dan wel de inhoud zijn van hun activisme, de vorm ervan is die van het blinde geloof: de spijbelende scholieren willen van geen redenen weten, ze willen niet in debat gaan, ze willen niet nadenken. Ze willen alleen dat hun geloof in daden wordt omgezet. 

Etienne Vermeersch probeerde onvermoeibaar te bewijzen dat God niet bestond en werd daarvoor bijna heilig verklaard. De klimaatjongeren vechten tegen de opwarming van de aarde, met als enig resultaat dat ze zelf verhit raken en denken dat ze de wereld kunnen veranderen. Ouders, grootouders, leerkrachten, media en politici dragen hen op handen als waren ze verlossers, heilanden die de wereld komen redden. Die heiligenverering is zo potsierlijk dat de vraag rijst: wat is hier aan de hand? En waarom is het juist in Vlaanderen aan de hand? Waarom worden uitgerekend in ons land zowel atheïsme als klimaatkwestie tot een karikatuur, met overal missionarissen die het ware geloof prediken? Wat is het dat Vlaanderen onderscheidt van andere Europese landen? En wat hebben klimaat en atheïsme met elkaar gemeen? Of is het louter toeval dat Etiennne Vermeersch stierf op het moment dat in Vlaanderen de klimaatjongerenbeweging geboren werd? 

Er is alvast een verband tussen Etienne Vermeersch en Vlaanderen. De professor was niet alleen Vlaamsgezind (iets wat zorgvuldig verzwegen werd bij zijn canonisatie), zijn leven kon ook model kon staan voor het moderne Vlaanderen. Als jongeman was hij zo diepgelovig dat hij intrad bij de jezuïeten. Maar toen hij de wetenschap ontdekte, sloeg zijn geloof om in ongeloof en werd hij een strijdbaar atheïst. Eenzelfde parcours doorliep ook Vlaanderen in de 20ste eeuw. Ernest Claes en Felix Timmermans tonen ons de Vlaming nog als een simpele ziel met een kinderlijk geloof. Dat naïeve volksgeloof was het enige wat nog overbleef van de materiële en geestelijke rijkdom die Vlaanderen ooit bezat en die het in de loop der eeuwen was kwijtgeraakt. Maar toen verrees Vlaanderen uit het graf en werd opnieuw rijk en welvarend. Het had zijn geloof niet meer nodig en wierp het als ballast overboord. De kerken liepen leeg, niemand wilde nog priester worden en vandaag waagt geen enkele Vlaming het nog zijn geloof – mocht hij er een bezitten – openlijk te belijden. 

Zo gelovig als het oude Vlaanderen was, zo ongelovig is het nieuwe. Die omslag vond in heel Europa plaats, maar nergens was hij zo extreem als in Vlaanderen. Hier ging het in pakweg vijftig jaar van de grootste armoede naar de grootste rijkdom, van het kinderlijkste geloof naar het arrogantste ongeloof. Het was een enorme sprong: van de achterhoede die in de 19de eeuw het contact met de Europese beschaving dreigde te verliezen naar de avant-garde die in onze tijd vooruitloopt op die beschaving. Maar les extrêmes se touchent. Het nieuwe Vlaanderen zet zich zo hevig af tegen het oude Vlaanderen dat het er weer begint op te lijken. Zijn atheïsme is zo virulent dat het een religie is geworden, zijn kunst zo hedendaags dat ze een traditie is geworden. En vandaag herhaalt die geschiedenis zich met de Vlaamse klimaatbeweging. In een mum van tijd is ze uitgegroeid tot een kerk met priesters en misdienaars die het nieuwe geloof prediken en voorop lopen in de talloze processies.

De Nieuwe Kerk is minstens even machtig en strijdbaar als de oude. Ze dringt door in alle gebieden van het leven en heeft vele gezichten: de atheïstische kerk, de linkse kerk, de kunstkerk, de klimaatkerk … Allemaal hebben ze echter één ding gemeen: ze blijven het oude Vlaanderen bestrijden, ook al is het reeds lang verdwenen. Ja, het verketteren van het verleden lijkt de enige bestaansreden van het nieuwe geloof te zijn. Intellectueel en cultureel Vlaanderen is vandaag één groot atheïstisch, links, hedendaags en progressief blok. En toch blijven de Etienne Vermeerschen en Jan Hoets dezer wereld heldhaftig strijd leveren tegen het dreigende spookbeeld van een diepgelovig, rechts, traditionalistisch en conservatief Vlaanderen. Deze – als heiligen vereerde – drakenvechters zijn inmiddels dood, maar hun geest leeft verder. Vandaag staat hij weer op in de Vlaamse jeugd, die met hetzelfde religieuze vuur ten strijde trekt tegen een nieuw spookbeeld: de dreigende opwarming van de aarde.

Wat is er zo afschrikwekkend aan het oude Vlaanderen dat zelfs de herinnering eraan beschouwd wordt als een groot gevaar, als een draak waarvan de afgehakte koppen ieder moment weer kunnen aangroeien? Het antwoord vinden we in de leuze die tot voor kort op de voorpagina van De Standaard prijkte: AVV-VVK, Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus. Inmiddels is die leuze verdwenen en is de meest Vlaamsgezinde krant van het land de meest politiek-correcte krant geworden. Ook hier weer ging de omslag zeer snel en wordt vandaag hartstochtelijk bestreden wat gisteren nog hartstochtelijk verdedigd werd: het gelovige Vlaanderen dat Christus centraal stelt. Dat christendom is het spookbeeld dat de moderne Vlaming met ontzetting vervult, de draak waartegen hij verbeten vecht en waarvoor hij zich verenigd heeft in een nieuwe kerk. Opnieuw is dat iets wat in heel Europa, ja in heel de wereld gebeurt, maar nergens wordt zo hevig gestreden als in Vlaanderen. 

Wat is er met het Vlaamse christendom dat het de gemoederen zo hevig in beweging brengt? Het antwoord vinden we opnieuw in de oude leuze van de Vlaamse Beweging: AVV-VVK. Wat het christendom in Vlaanderen typeert, is zijn verbondenheid met de aarde, met de Vlaamse grond. Het mooiste voorbeeld is de Vlaamse schilderkunst, die even aards en zinnelijk is als innig en vroom. Nergens komt deze verbinding van geest en materie sprekender tot uitdrukking dan bij Rubens en Brouwer. De eerste vertegenwoordigt nog het oude, glorieuze Vlaanderen uit de Middeleeuwen, de laatste preludeert in zijn kroegtaferelen reeds op het ‘deplorabele’ Vlaanderen van de 19de eeuw. In de overgang van Rubens naar Brouwer zien we hoe het christendom in Vlaanderen steeds ‘esoterischer’ wordt, hoe het ondergronds gaat en zich terugtrekt in duistere diepten. Maar daar begint het op te lichten als de gouden glans op de tronies van Brouwer, als de kinderlijke onschuld van de personages van Claes en Timmermans.   

Meer dan enig ander land volgde Vlaanderen Christus in zijn verbinding met de aarde. Toen aan het eind van de 19de eeuw in de etherische wereld de ‘tweede kruisiging’ van Christus plaatsvond, werd Vlaanderen het Golgotha van Europa: het krepeerde van honger en ellende. De wonderbaarlijke verrijzenis die daarop volgde, kreeg een stem in de literatuur van Streuvels, Gezelle, Timmermans en Claes. Ze vond weerklank tot ver over de landsgrenzen heen. Al deze schrijvers hadden een zeer innige verbondenheid met de natuur gemeen. Wat bij Adriaen Brouwer ondergronds was gegaan – in piepkleine schilderijtjes die als zaadjes eeuwenlang verborgen bleven – kwam bij hen tevoorschijn als het eerste groen van een nieuwe lente. En wie lente zegt, zegt Christus, ‘hij die alles nieuw maakt’. Vandaag is er van die Vlaamse lente niks meer te merken, tenzij in negatieve zin: ze wordt heftig bestreden. De moderne Vlaming schaamt zich dood voor het kinderlijk-christelijke Vlaanderen van Claes, Timmermans en Gezelle.  

Vol walging spreekt hij vandaag over de ‘bruine onderstroom’ van het oude, conservatieve Vlaanderen, als was dat één grote riool vol racisme, fascisme, nazisme, antisemitisme, verzuring, haat, discriminatie enzovoort. En ja, de lente is inderdaad het seizoen waarin de mest van de winter over de velden wordt verspreid en er bijwijlen een doordringende stank hangt. Maar geen weldenkend mens zal daarom zijn neus ophalen voor de lente. Hij zal duidelijk onderscheid maken tussen het nieuwe leven en de oude mest, en hij zal ook begrijpen dat de afvalstoffen van de oude wereld de voedingsstoffen leveren voor de nieuwe wereld. Het komt niet in hem op de stank van het verleden te bestrijden omdat hij weet dat hij dan ook de toekomst in gevaar komt. Jan met de Pet, die het in het moderne Vlaanderen zo hard te verduren krijgt, is helemaal geen racist of fascist, wel integendeel. Maar door hem voortdurend te beschuldigen, wordt hij er wel een. Wie het ‘lagere’ fanatiek bestrijdt, vernietigt ook het ‘hogere’. 

De strijd tegen de draak is een oerbeeld dat heel sterk leeft in de ziel van de moderne mens. Het is een beeld van de lente, die één grote strijd is tegen de draak van de winter. Maar dit Michaëlische oerbeeld wordt niet begrepen, het werkt onbewust in de ziel van de mens, en wordt daardoor in zijn tegendeel gekeerd. De moderne mens ziet de draak niet als een geestelijk wezen dat ook in zijn eigen ziel leeft, maar als een materieel wezen, als een mens, een slechte mens, een drakenmens. Dit onbewuste naar buiten ‘projecteren’ en bevechten van de draak geeft de ‘drakenridder’ weliswaar het gevoel een goed mens te zijn, maar het herschept de wereld in één groot slagveld. Het enige voordeel van deze ‘materialisering’ is dat de draak zichtbaar wordt: ze wordt geprojecteerd op het grote scherm van de mensheid. Maar dan moeten we die kwaadaardige geest wel onderscheiden van de mens, anders bevechten we de lente – dat wil zeggen Christus – die probeert door te breken in de winterse ziel van de moderne mens. 

Wat heeft dit nu te maken met de klimaatkwestie? Volgens Rudolf Steiner beleven we vandaag de wederkomst van Christus, een wederkomst die, zoals de bijbel het uitdrukt, plaatsvindt ‘op de wolken’, dat wil zeggen in de etherische wereld. Wolken spelen een essentiële rol in het klimaat, ze bemiddelen tussen zon en aarde, en maken (menselijk) leven mogelijk. Ze maken deel uit van het etherische lichaam van de aarde, het lichaam waarin Christus momenteel doordringt. Men hoeft geen wetenschapper te zijn om daarvan de gevolgen te zien: er is werkelijk iets aan de hand met het klimaat. Maar men moet wel (klimaat)wetenschapper zijn om die gevolgen louter materialistisch te duiden en CO2 als de grote boosdoener aan te wijzen. Het daaruit voortvloeiende klimaatactivisme is een zoveelste blinde strijd tegen de draak, een strijd die in werkelijkheid gericht is tegen Christus, die vandaag actief is in de etherische wereld van (onder meer) de wolken en het klimaat. 

Hoe tragisch deze strijd is, blijkt uit het feit dat hij vandaag gevoerd wordt door kinderen, bange, wanhopige en depressieve kinderen. Want dat is nog iets wat Greta Thunberg gemeen heeft met de Vlaamse klimaatjongeren. Nergens ligt het zelfmoordcijfer en het gebruik van anti-depressiva zo hoog als in Vlaanderen. De reden is duidelijk geworden uit het voorgaande: de Vlaamse jongeren verlangen wanhopig naar Christus, met wie ze door hun volksaard nauw verbonden zijn. Ze groeien echter op in een land dat Christus heftiger bevecht dan welk Europees volk ook, niet uit kwaadaardigheid maar uit gebrek aan bewustzijn, aan onderscheidingsvermogen. Vlaanderen raakte dat Michaëlische bewustzijn vierhonderd jaar geleden kwijt en iedere poging om het te herstellen wordt in de kiem gesmoord. Als gevolg daarvan is Vlaanderen bezig zichzelf – letterlijk en figuurlijk – te vernietigen. De klimaatbetogingen zijn in feite één grote, collectieve zelfmoordpoging van het kinderlijke, depressieve Vlaanderen dat geen kans krijgt om op te groeien. 

Advertenties