Drempelwaanzin

door lievendebrouwere

  

De mensheid gaat over de drempel van de geestelijke wereld. Het is een zinnetje dat iedere antroposoof kent. Minder bekend is de huiveringwekkende werkelijkheid die achter deze onschuldig klinkende woorden schuilgaat. Want wie onbewust of onvoorbereid over de drempel gaat, verliest zijn verstand, hij wordt met waanzin geslagen, zoals de Romeinse keizers. En dat is precies wat vandaag op grote schaal gebeurt. De moderne mens weet niets af van een drempel, hij gelooft niet eens in een geestelijke wereld, en het gevolg van die onwetendheid is dat hij langzaam maar zeker gek wordt. Het overschrijden van de drempel is een bewustzijnsproces waarbij de mens geleidelijk weer voeling krijgt met de wereld van de geest. Hij begint die wereld – na duizenden jaren van ‘Godenschemering’ – opnieuw waar te nemen. Maar of die drempeloverschrijding zijn redding dan wel zijn vernietiging wordt, hangt af van zijn vermogen om zijn geestelijke waarnemingen te doordringen met gedachten.  

Waarnemen zonder denken levert geen zien op. Denken zonder waarnemen evenmin. Pas wanneer beide met elkaar verbonden worden, ontstaat er een helder zien, en dat geldt zowel voor de materiële als de geestelijke wereld. Een mooi voorbeeld daarvan is het orakel van Delphi, dat een belangrijke rol speelde in het oude Griekenland. Het orakel bestond uit een priesteres (de Pythia) en een priester (de Profeet). De priesteres was in staat waarnemingen te doen in de geestelijke wereld, de priester vertaalde haar waarnemingen in begrijpelijke taal. Hoe dat in zijn werk ging, kunnen we nog zien in primitieve culturen. De sjamaan of tovenaar die de geesten wil raadplegen, gaat in trance. Hij verliest zijn bezinning, gaat tekeer als een bezetene, slaakt luide kreten en maakt wilde gebaren. Hij gedraagt zich met andere woorden als een krankzinnige, maar zijn stamgenoten zijn in staat die ‘waanzin’ te duiden en er kostbare geestelijke informatie uit te puren. 

De moderne mens, die onvoorbereid over de drempel gaat, vertoont eenzelfde soort krankzinnigheid. Zonder het te beseffen gedraagt hij zich als een primitieve sjamaan of een Griekse orakelpriesteres. Hij bevindt zich in een staat van onbewuste geestvervoering. Voor de nuchtere toeschouwer is het alsof hij zijn verstand verliest en hysterisch wordt, maar zelf is hij zich van geen kwaad bewust. Integendeel, hij voelt zich geïnspireerd, bevlogen, verheven boven het aardse gewoel. De gedachte dat er iets niet in orde zou zijn met zijn vervuld-zijn-van-geest is de allerlaatste die in hem opkomt. Wat daarentegen wel in hem opkomt, is woede en verontwaardiging als men probeert hem uit deze ‘geestesslaap’ te halen en weer tot bezinning te brengen. Omdat steeds meer mensen ten prooi vallen aan deze ‘drempelwaanzin’, wordt ze langzaam maar zeker ‘het nieuwe normaal’. Dat is de akelige keerzijde van de drempeloverschrijding: krankzinnigheid wordt de norm waarnaar we ons moeten voegen. 

Er is een Orwelliaanse omkering aan de gang: wie (nog) niet krankzinnig is, wordt in toenemende mate bestempeld als … krankzinnig. Vervuld van geest als ze zich voelen, wanen de ‘drempelkrankzinnigen’ zich moreel superieur. Ze zien ze het als een morele plicht hun inferieure medemensen te helpen en herop te voeden. Wanneer deze ‘achterblijvers’ hun hulp afwijzen, zijn ze verbijsterd. Waarom keren deze mensen zich af van het licht? Waarom laten ze zich niet leiden? Langzaam slaat het onbegrip van de ‘superieuren’ om in woede en verontwaardiging. Ze raken ervan overtuigd dat de ‘inferieuren’ van slechte wil zijn, dat ze de geest moedwillig afwijzen en zich willens en wetens verzetten tegen alles wat goed, waar en mooi is. Ze vormen met andere woorden een bedreiging voor de samenleving, een kwaad dat uitgeroeid moet worden. Zo komen de krankzinnigen ertoe alle normalen te beschouwen als drakenmensen en hen te bestrijden alsof de redding van de wereld ervan afhing. 

Het klinkt als het scenario voor een of andere horrorfilm, maar het is harde werkelijkheid. Neem nu de klimaatbetogingen. Wie de zaak nuchter bekijkt, kan alleen maar het hoofd schudden bij zoveel ‘waanzin’. Scholieren spijbelen om te protesteren tegen het klimaatbeleid, maar verre van daarvoor gestraft te worden, worden ze toegejuicht door ouders, leerkrachten, schooldirecties en zelfs politici. Verschillende scholen verplichten hun leerlingen zelfs te gaan betogen, want als ze niet spijbelen wordt dat als … spijbelen beschouwd. Zelfs kleuterklassen worden opgetrommeld, want jong geleerd is oud gedaan. Greta Thunberg, een kind nog, wordt ontvangen door regeringsleiders die ze er vervolgens van beschuldigt ‘de grootste schurken uit de geschiedenis te zijn’. Als beloning wordt ze genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. En heel dit circus wordt enthousiast begroet als een uitdrukking van idealisme, milieubewustzijn, engagement, solidariteit, kortom alles wat goed en nobel is. 

De keerzijde van dit vurige enthousiasme is de kille verkettering van iedereen die weigert mee te applaudisseren voor deze krankzinnige vertoning. Wie het hoofd koel houdt, wordt weggezet als een verzuurd mens die het idealisme van de jeugd in de kiem wil smoren. Niet degenen die kleuters voor hun politieke kar spannen worden beschuldigd van kindermisbruik, maar degenen die daartegen protesteren. Hun protest wordt overigens vakkundig de kop ingedrukt door de media en er gaan zelfs stemmen op om deze ‘klimaatnegationisten’ – ze worden vergeleken met neo-nazi’s – achter slot en grendel op te sluiten. Het maakt deel uit van de drastische maatregelen waar de tienduizenden klimaatjongeren om schreeuwen. Maar daar geven ze zich geen rekenschap van. Net als degenen die hen toejuichen, fungeren ze als spreekbuis voor ‘hogere machten’. Ze bevinden zich in een soort trance die hen belet om helder te denken, maar die hen wel een goed gevoel geeft. Tenminste voor zolang het duurt.

Een ander voorbeeld van ‘drempelkrankzinnigheid’ is het transgenderfenomeen. Sinds kort is het mode geworden om van geslacht te veranderen: mannen laten zich ombouwen tot vrouwen, vrouwen laten zich ombouwen tot mannen. Dat levert groteske beelden op, zoals Conchita Wurst, een zangeres met een baard, of Caitlyn Jenner, een eertijds knappe mannelijke atleet die er nu uitziet als een griezelige vrouw. Het (voorlopige) toppunt van deze krankzinnigheid is het ‘transgendergezin’: de vader, een zwangere vrouw met een baard, de moeder, een man met borsten, het kind, een jongetje dat wordt omgebouwd tot meisje. Opnieuw zien we hoe kinderen bij deze waanzin betrokken worden. Het volstaat niet dat volwassenen tot de overtuiging komen dat ze in het verkeerde lichaam zitten, mensen moeten er van kindsbeen af op gewezen worden dat ze kunnen kiezen in welk lichaam ze door het leven willen gaan. Daartoe worden lespakketten verspreid in de scholen. 

Het transgenderisme toont opnieuw aan dat de drempelkrankzinnigheid niet alleen ligt bij degenen die ernaar handelen en hun lichaam door middel van operaties en hormonenkuren van geslacht doen veranderen, maar ook – en vooral – bij degenen die dit toejuichen. Want ofschoon de transgenderwereld er bij momenten uitziet als een freakshow en de absurditeit er duimendik bovenop ligt, is er vrijwel geen enkel protest te horen tegen deze waanzin. Op het internet vindt men een eindeloze parade van gepruikte, geschminkte, gebotoxede, gepiercete, blauwharige en andere ‘drakenkoppen’, maar men moet lang zoeken voor men een woord van kritiek vindt. De Amerikaanse journalist Ben Shapiro is een van de zeldzame uitzonderingen. Hij waagde het om in een tv-debat het transgenderfenomeen een waan – a delusion – te noemen, met als resultaat dat de transgender die aan het debat deelnam ermee dreigde hem in elkaar te slaan en Shapiro sindsdien nergens meer kan gaan spreken zonder politiebewaking. 

Een andere uitzondering is Jordan Peterson. De Canadese professor spreekt zich weliswaar niet uit tegen het transgenderisme zelf, hij protesteerde alleen tegen een wetsvoorstel dat het strafbaar wilde maken transgenders niet aan te spreken zoals ze aangesproken willen worden. Daarvoor werd hij belaagd door schreeuwende transgenders en dat betekende het begin van zijn beroemdheid maar tegelijk ook het einde van zijn academische carrière. Ondanks zijn protest werd het wetsvoorstel aangenomen. Ook in Engeland bestaat trouwens zo’n wet. Onlangs werd een moeder van drie kleine kinderen er gearresteerd en in de cel gegooid omdat ze in een (internet)discussie geweigerd had een omgebouwde man aan te spreken als vrouw. De overheid doet er inderdaad alles aan om transgenders te steunen en te beschermen (bijvoorbeeld ook door geslachtsoperaties terug te betalen en betaald verlof te verlenen). In een dergelijk klimaat valt het niet te verwonderen dat vrijwel niemand zich in het openbaar durft te verzetten tegen het transgenderfenomeen.

De polariteit van enthousiasme en verkettering die we reeds vaststelden bij de klimaatbetogingen, vinden we ook terug bij het transgenderfenomeen, en wel in de hoogste mate. Toen Boudewijn Van Spilbeeck, een Vlaamse tv-presentator, op een dag als Bo op het scherm verscheen, brak er een waar jubelkoor los. De media struikelden over elkaar om Bo te prijzen en zijn heldenmoed te bezingen. Hij verscheen als zij in diverse praatprogramma’s, er werd een documentaire gewijd aan zijn ‘transitie’ en er verscheen ook een boek. Van de ene dag op de andere werd Van Spilbeeck niet alleen een Bekende Vlaming maar ook een Vlaamse Held, een rolmodel voor de jonge generaties. Transgenders worden inderdaad voorgesteld als ‘nieuwe mensen’, die de moed opbrengen om zichzelf te zijn en heldhaftig ingaan tegen het hokjesdenken en de stereotiepe opvattingen waarin de ‘oude mens’ gevangen zit. 

Dat deze voorstelling van zaken het denken lamlegt, blijkt nergens beter dan in de sportwereld. Steeds vaker ziet men daar mannelijke atleten die zich laten ombouwen tot vrouwen, vervolgens deelnemen aan wedstrijden voor vrouwen en daar alles winnen omdat ze, ondanks hun lange haren en hun lippenstift, nog altijd beschikken over een mannelijke ‘infrastructuur’. Dat is natuurlijk je reinste competitievervalsing, maar het wordt nog erger, want in verschillende landen, waaronder België, is het niet langer nodig een geslachtsoperatie te ondergaan om als iemand van het andere geslacht te kunnen doorgaan. Wettelijk volstaat het dat een man verklaart vrouw te zijn om te kunnen deelnemen aan vrouwencompetities. Of om vrouwentoiletten te bezoeken. Dat levert natuurlijk eindeloze complicaties, discussies en moeilijkheden op, maar dat belet de overheid en de media niet om transgenders te blijven promoten als de avant-garde van de Nieuwe Wereld, als de voorlopers van de Nieuwe Mensheid. 

Deze Nieuwe Mensheid blijkt een verzameling angstige, agressieve en redeloze wezens te zijn. De transgenders zijn bijvoorbeeld prominent aanwezig in de Social Justice beweging, die zich radicaal keert tegen de vrijheid van meningsuiting en geen geweld schuwt om andersdenkenden het zwijgen op te leggen. Toen Ben Shapiro onlangs kwam spreken in Berkeley, een van de meest prestigieuze universiteiten van Amerika, werd de hele campus hermetisch afgesloten met betonblokken. Honderden politieagenten in gevechtsuitrusting bewaakten de gebouwen terwijl drie helikopters continu in de lucht rondcirkelden. De maatregelen waren een gevolg van de vernielingen die de Social Justice Warriors bij een vorige gelegenheid hadden aangericht. Er werden toen zelfs molotov-cocktails gegooid en de schade bedroeg meer dan een half miljoen dollar. Ook dit keer vloeide er bloed, en dat allemaal omdat er iemand kwam spreken die zich verzet tegen (onder meer) transgenderisme en abortus. 

Het is angstaanjagend om de redeloze haat te zien in de ogen van deze ‘drempelkrankzinnigen’, meestal jonge gepriviligieerde mensen die studeren aan de beste universiteiten ter wereld en later tot de intelligentsia van hun land zullen behoren. Ook hier weer die omkering: uitgerekend degenen die de rede zouden moeten vertegenwoordigen, gedragen zich als een horde wilde dieren. Het is dus niet de gewone bevolking die zienderogen haar verstand verliest, maar de elite, de intellectuelen. Zij zijn het die het eerst ‘gegrepen’ worden door de geest en ‘losgerukt’ van de werkelijkheid (waaronder hun eigen lichaam). Hier treffen we de orakelpriesteressen aan die in trance raken en hun bezinning verliezen, zonder hun onbewuste waarnemingen te kunnen verbinden met hun rationele verstand. Dat verstand is zo abstract en levenloos geworden dat het de brug niet kan slaan naar de veel concretere en veel levendiger wereld van de geest die via de instincten hun bewustzijn binnendringt.

De mensheid gaat vandaag over de drempel van de geestelijke wereld. Men zou ook kunnen zeggen: de geestelijke wereld maakt zich weer kenbaar aan de mens. Maar die mens is zo materialistisch geworden dat de geest geen toegang vindt tot zijn bewustzijn en zich dus een weg moet banen via het onderbewustzijn, met allerlei vormen van ‘drempelwaanzin’ tot gevolg. Dat is de huiveringwekkende keerzijde van de toenemende ‘vergeestelijking’ van de moderne mens: hij wordt langzaam maar tot waanzin gedreven. Wie zich verzet tegen het krankzinnige gedrag van deze ‘vergeestelijkten’ wordt zelf beschouwd als een krankzinnige, die genezen of opgesloten dient te worden. De enige manier om aan deze drempelwaanzin te ontsnappen, is door het gedrag van de krankzinnigen te ‘lezen’ zoals de orakelpriesters dat eertijds deden. Want heel die waanzinnig wordende moderne wereld is in wezen één groot orakel: het is een openbaring van de geest die begrepen wil worden.  

Advertenties