De geest van de piramide

door lievendebrouwere

  

Misschien was het toeval, maar enkele weken voor er brand uitbrak in de Parijse Notre Dame, verscheen in de Franse hoofdstad een al even onheilspellend beeld. Op het binnenplein van het Louvre werd door street artist JR (met de hulp van honderden vrijwilligers) een gigantische trompe l’oeil gecreëerd waardoor het leek alsof de glazen piramide die al jarenlang in het midden van het museumplein prijkt, slechts het topje was van een enorme piramide die uit de diepten van de aarde oprees. Vanaf de begane grond was van het ‘kunstwerk’ niks te merken, behalve dan dat het hele plein bedekt was met enorm uitvergrote – en daardoor onherkenbaar geworden – foto’s. Om daaraan te verhelpen had men grote beeldschermen opgesteld waarop de zaak vanuit de lucht te zien was. Op die manier kregen de bezoekers alsnog de sensatie boven een reusachtige krater te lopen waaruit de top van een nog reusachtiger piramide stak. Het was eens wat anders dan altijd weer die Mona Lisa

Eén ding is zeker: de realisatie van dit ‘kunstwerk’ moet stukken van mensen gekost hebben. Maar daar werden in de media geen vragen over gesteld, zoals dat nochtans wel het geval was met de restauratiekosten van de Notre Dame. Die liggen weliswaar nog veel hoger, maar daar staat dan weer tegenover dat ze iets opleveren dat de eeuwen kan trotseren, terwijl van het artwork op het binnenplein van het Louvre al na een paar dagen niks meer overbleef. De museumbezoekers en toeristen hadden de foto’s toen al kapot gelopen, wat trouwens de bedoeling was. ‘Vergankelijk als het leven zelf’, noemde de kunstenaar zijn creatie en plakte er (sic) nog wat dure woorden op. Het resultaat was een hoop afval, want het Louvre-plein lag bezaaid met flarden verscheurd en vertrappeld papier, die door de wind bovendien nog over de hele stad werden geblazen. De Parijse stadsdiensten zullen er hun handen vol aan hebben gehad. Maar daar hoorde je de media niet over klagen. Hedendaagse kunst mag wat kosten.

De papieren trompe l’oeil kaderde in de viering van het 30-jarig bestaan van de glazen piramide op het binnenplein van het Louvre. Die piramide past daar als een tang op een varken, en dat was ongetwijfeld de bedoeling. Het kan geen toeval zijn dat deze abstracte constructie van glas en metaal de grootst mogelijke tegenstelling vormt met de omringende gebouwen. Men wilde die ‘oude troep’ wat opfleuren en bij de tijd brengen, zoals dat vandaag overal gebeurt, tot zelfs in het landelijke Scheldewindeke toe. Daar worden in een decor van velden, bomen en boerderijen steeds meer witte bunkers neergepoot alsof men de plaatselijke bevolking wil toeschreeuwen: hé, Vlaamse Primitieven, wakker worden, we leven in de 21ste eeuw! Een mens vraagt zich af wat de bouwers en bewoners van deze white cubes bezielt om zich zo extreem af te zetten tegen hun omgeving. Ze lijken wel missionarissen van een nieuw, militant geloof: het geloof in de rechte lijn, het witte vlak en de kale ruimte. 

Wat deze zeloten bezielt kan niet het enthousiasme zijn over hun eigen geloof, want dat heeft geen inhoud, het is louter vorm, lege, abstracte vorm. De ontelbare kubussen, balken en cilinders waarmee het moderne landschap bezaaid is, zijn als woekerend onkruid, met dat verschil dat in onkruid levenskrachten actief zijn, terwijl in moderne architectuur louter doodskrachten aan het werk zijn. Die doodskrachten bedekken de aarde met een dikke korst die haar afsluit voor de geest. Gebouwen als de Notre Dame of het Louvre zijn doorlaatbaar voor de geest. Ze roepen die geest wakker, dat voel je als je ernaar kijkt. Glazen piramiden en witte kubussen daarentegen weerkaatsen de geest en sluiten hem op in de dode wereld van de hersenen. En wat die hersenen bezielt, is niet vreugde over de schoonheid van de mens en zijn scheppingen, maar haat tegen die wereld, haat vooral tegen de christelijke geest die de menselijke beschaving de afgelopen 2000 jaar heeft geïnspireerd. 

Het is deze ziedende haat die de brand van de Notre Dame zoniet aangestoken dan toch mogelijk heeft gemaakt. Is het toeval dat uitgerekend in Frankrijk – lange tijd het hart van christelijk Europa – kerken op grote schaal worden gevandaliseerd? De Notre Dame was zwaar verwaarloosd en niet beschermd tegen brand, en met de andere kathedralen zal het wel niet beter gesteld zijn. Het was trouwens niet de eerste keer dat in Frankrijk een kathedraal in vlammen opging, zelfs Chartres moest er ooit aan geloven. Maar met de Notre Dame is nog iets anders aan de hand. De oorspronkelijke kathedraal was in de 19de eeuw zo bouwvallig geworden dat men overwoog ze af te breken. Uiteindelijk werd gekozen voor restauratie onder leiding van de beroemde architect Viollet-Le-Duc die onder meer ook Carcassonne, Vezelay en Mont Sint-Michel onder handen heeft genomen. Violet-Le-Duc deed echter meer dan restaureren, hij herschiep de gebouwen vanuit een historisch ideaalbeeld. De Notre Dame is daar een geslaagd voorbeeld van.

De Parijse kathedraal is al lang niet meer het oorspronkelijke middeleeuwse gebouw. Het is een 19de eeuwse make over. Maar dat viel niemand op omdat Violet-Le-Duc een diep respect had voor de oorspronkelijke geest van de gebouwen die hij restaureerde en probeerde zich helemaal in te leven in die geest. Hij stond daarmee niet alleen: in de 19de eeuw bloeide de neo-gotiek, die tal van indrukwekkende gebouwen heeft opgetrokken. In Frankrijk werden ze echter vrijwel allemaal weer afgebroken, omdat het heroplevende respect voor de middeleeuwse – en dus diep-christelijke – geest niet werd geduld door de nieuwe geest die in de 20ste eeuw opkwam. Deze ‘hedendaagse’ geest streefde met zijn abstracte bouwstijl de grootst mogelijke tegenstelling na met de oude christelijk-Europese geest. In de loop van honderd jaar heeft hij die bouwstijl uitgepuurd tot de hedendaagse white cube, met zijn smetteloos witte interieur, zijn smetteloos witte meubels, zijn smetteloos witte bewoners … 

In al die smetteloze witheid staat of hangt doorgaans hedendaagse kunst die eruitziet alsof iemand wild te keer is gegaan. De harde confrontatie die de hedendaagse architectuur naar buiten toe zoekt met haar omgeving, vinden we ook binnenin: kille abstractie tegenover dierlijke wildheid. Extreme polarisatie is het wezen van de nieuwe geest en hij vormt daarmee de grootst mogelijke tegenstelling met de oude Europese geest die overal het midden zocht. De hedendaagse kunst en architectuur belichamen de grondeloze haat die deze geest koestert jegens het Europese midden, dat hij op alle mogelijke manieren probeert te vernietigen. Die extreme haat gaat gepaard met een extreme sluwheid, want de hedendaagse geest keert de zaken gewoon om: hij toont zich hevig verontwaardigd over het … polariseren en hij doet dat in naam van louter christelijke idealen als naastenliefde, verdraagzaamheid, gelijkheid en solidariteit. Hij verkondigt precies het tegenovergestelde van wat hij doet.  

Deze Antichrist doet zich met andere woorden voor als Christus zelf, en beschuldigt hem ervan een antichristelijke bedrieger te zijn. Groter leugen is niet denkbaar en juist daarom is de hedendaagse geest zo overtuigend: niemand houdt zo’n schaamteloze omkering voor mogelijk. Ze is zo onwaarschijnlijk dat men ze doodeenvoudig niet gelooft en ze beschouwt als gezichtsbedrog, als een … trompe l’oeil. Dit kan niet waar zijn, denkt men, en dus neemt men het ook niet waar. Men gelooft letterlijk zijn eigen ogen niet meer. Duur klinkende woorden brengen de mens in de waan dat de Europese geest niet in zijn tegendeel is gekeerd maar als vanouds onze cultuur inspireert en enkel een meer eigentijdse vorm heeft aangenomen. De werkelijke geest achter deze vorm blijft onzichtbaar, want men bekijkt die nieuwe vormen niet eens. Men plakt er gewoon een beeld over dat men geconstrueerd heeft aan de hand van de ronkende, abstracte begrippen waar de hedendaagse geest het patent op heeft.

De schilderijen, beelden en gebouwen waaruit de kunst al duizenden jaren bestaat, werden in de 20ste eeuw vervangen door pispotten, kakmachines en kubussen. Niemand gelooft in ernst dat deze rommel kunst is. Dat is een absurde gedachte. Komen we die rommel toch tegen in een museum, dan schakelen we gewoon onze zintuigen uit en dwingen onszelf om een innerlijk beeld te vormen dat we op die rommel projecteren. Op die manier kunnen we doen alsof er niets aan de hand is en rustig op beide oren slapen. Hoe meer hedendaagse vormen we zien, des te dieper brengen we onszelf in slaap. Zo doen we het trouwens ook buiten de kunst. Kan iemand geloven dat het hoogontwikkelde Europa vandaag veroverd wordt door islamitische armoedzaaiers? Nee, dat is een belachelijke gedachte. En dus sluiten we de ogen voor het agressieve en gewelddadige gedrag van de islam en plakken er het beeld op van een vredelievende religie waarvan niets te vrezen valt en die prima samengaat met de Europese geest.

Was ditzelfde mechanisme niet ook werkzaam in het Duitsland van na de eerste wereldoorlog? Wie kon geloven dat het land van Goethe en Schiller ingepalmd zou worden door een bende achterlijke barbaren, geleid door een man met een belachelijk snorretje? Wie kon geloven dat beschaafde mensen in staat waren tot de gruwelen van Auschwitz? Niemand kon dat, ook de Duitsers niet, en dus weigerden ze te geloven wat ze zagen. Op basis van de propaganda waarmee ze dagelijks bestookt werden, vormden ze zich een innerlijk beeld van het nazisme dat ze op de realiteit plakten. Achteraf konden ze dan ook zeggen: wir haben es nicht gewusst. Want om iets te weten moet je het eerst kunnen geloven, en dat konden de Duitsers toen evenmin als wij vandaag kunnen geloven dat de islam in Europa een nieuw duizendjarig rijk aan het installeren is. Dit ongeloof, en de daaruit voortvloeiende blindheid, heeft Europa zwaar moeten betalen en die geschiedenis dreigt zich vandaag te herhalen. 

In deze zelfgeïnflecteerde blindheid werkt een geest die ingrijpt in de manier waarop wij de werkelijkheid vormgeven. En dat begint reeds in onze waarneming. Wat wij zien, is geen gegeven, het is een schepping waaraan we – zonder ons daar bewust van te zijn – meewerken. Van die onbewustheid maakt de antichristelijke geest gebruik om ons een andere werkelijkheid voor te spiegelen, een werkelijkheid waar alles op zijn kop staat, waar waarheid leugen is en leugen waarheid. Die ‘omgekeerde’ werkelijkheid heeft George Orwell beschreven in1984. Het is een wereld waarin de alziende Big Brother zich voordoet als de verlosser van de mensheid en aan de top staat van een ‘piramidale’ wereld. Tegen deze (onder)wereld is maar één kruid gewassen: bewustwording van de manier waarop wij de werkelijkheid scheppen waarin we leven. We moeten met ons verstand doordringen in de wereld van de scheppingskrachten. Alleen op die manier kunnen we ons beschermen tegen de enorme suggestieve, zinsbegoochelende kracht van de Antichrist.

De wereld van de scheppende krachten is voor ons verstand echter als een oerwoud waar we slechts met de grootste moeite onze weg kunnen vinden. Dit motief vinden we terug in het sprookje van de Schone Slaapster, waar de koningszoon zich een weg moet banen door de doornhaag waarachter de prinses – beeld van de scheppende krachten – ligt te slapen. Het wakker kussen van de scheppingskrachten is de grote michaëlische opgave van onze tijd. Want de eigenlijke scheppende geest is Christus, hij is degene waarvan we ons bewust moeten worden. In zekere zin helpt de Antichrist ons daarbij, want door de plaats van Christus in te nemen de wereld op zijn kop te zetten, dwingt hij ons tot een keuze. We staan vandaag middenin de strijd tussen twee machtige geesten waartussen geen compromis mogelijk is. We moeten kiezen: openen we de ogen voor Christus of laten we ze sluiten door diens tegenpool? Dringen we door tot de waarheid of laten we ons inspinnen in een wereldwijd web van leugens en gezichtsbedrog?

De mens is blijkbaar reeds zo blind geworden dat de Antichrist overmoedig wordt en geen moeite meer doet om zich te verbergen. Op het binnenplein van het Louvre toonde hij – even – zijn ware gezicht: dat van een reusachtige piramide die uit de onderwereld oprijst. Hij maakte ook geen geheim van zijn bedoelingen. Als we goed kijken naar zijn trompe l’oeil zien we rechts vooraan de schamele resten van een Griekse tempel: slechts drie zuilen staan nog overeind. De piramide-geest zal steeds hoger oprijzen en het Louvre, de Notre Dame en de hele christelijk-Europese beschaving herleiden tot puin. Temidden van die ruïnes zal de essentie zichtbaar worden: de christelijke drieëenheid, de menselijke driegeleding. Maar ze zal verbleken bij de macht en de glans van de antichristelijke piramide die hoog boven haar op zal rijzen. Daarmee is ook de keuze gegeven waarvoor de moderne mens staat: kiest hij voor de indrukwekkende trompe l’oeil van de Antichrist of kiest hij voor de christelijke resten aan de rand van de afgrond?  

Advertenties