Kunst en politiek

door lievendebrouwere

  

Eén van de vele reacties op de verkiezingsuitslag van afgelopen zondag was een open brief van Elke Neuville, een ‘tv-maakster en columniste’ waar ik nog nooit van gehoord had. In haar brief richt ze zich tot de 18 procent van de bevolking die voor het Vlaams Belang heeft gestemd en ze doet dat in naam van de 82 procent die dat niet heeft gedaan. Je moet er maar op komen. Na 30 jaar sanitaire verontwaardiging over het Vlaams Belang vraagt een mens zich af hoe ze hetzelfde nog eens op een andere manier gaan zeggen. Sinds de eerste ‘Zwarte Zondag’, toen het Vlaams Blok 1 miljoen stemmen haalde, zijn in de media al ontelbare variaties verschenen op het thema dat ook Elke Neuville weer bespeelt – uiting geven aan de afschuw voor extreem-rechts – en het houdt maar niet op. Je zou bijna bewondering krijgen voor de gedrevenheid en kreativiteit van links Vlaanderen als het gaat om het uitschelden, bespotten, kleineren, schofferen, veroordelen en minachten van rechts Vlaanderen.

Links kan in Vlaanderen dan ook beroep doen op zowat alle kreatief talent. Schrijvers, dichters, kunstenaars, musici, acteurs, filmmakers en andere kreatievelingen: allemaal behoren ze tot het linkse kamp. Zelfs de communistische PVDA, het vroegere Amada, kan bogen op een hele rits Bekende Kunstenaars. In het rechtse kamp daarentegen vind je er niet één. De reden daarvoor is bekend: wie ook maar in de buurt van extreem-rechts komt, kan zijn artistieke carrière wel op zijn buik schrijven. Het overkwam The Strangers, destijds een van de meest populaire zanggroepen in Vlaanderen. Eén optreden voor het (toen nog) Vlaams Blok en het was afgelopen met hun succes. Nergens konden ze nog optreden, niemand durfde hen nog te boeken. En zo vergaat het iedere artistiekeling die het waagt zijn diensten te verlenen aan ‘de vijand’. De buitenwacht let er misschien niet op, maar in de kunstwereld weet iedereen welk lot hem beschoren is als hij zich niet houdt aan deze (ongeschreven) wet.

De open brief van Elke Neuville is dan ook minder gericht aan de 18 procent Vlaams-Belangstemmers dan aan de artistieke gemeenschap waartoe ze behoort en de subsidiërende overheid waarvan ze afhankelijk is. Hen wil ze duidelijk maken hoe flink en hoe recht in de leer ze is. Men mag niet vergeten dat kunstenaars volkomen afhankelijk zijn van de appreciatie van het publiek, en dus van de kunstpausen die deze appreciatie sturen. Kunstpausen hebben vandaag de status van ingewijden en zieners. Het zijn geestelijke leiders die het ware geloof behoeden. Verketterd worden door zo’n paus is het ergste wat een kunstenaar kan overkomen. De deuren van de kunstwereld gaan dicht, niemand waagt het nog met hem om te gaan, het is alsof hij niet meer bestaat. Geen enkele kunstenaar durft dat risico te lopen. Daarom houdt hij zich ver van alles wat rechts is en neemt hij iedere gelegenheid te baat om zijn trouw aan het ware, linkse geloof te bevestigen. 

Zonder deze nauwe alliantie met de kunstwereld zou links Vlaanderen er nooit in geslaagd zijn op zo grote schaal haar groteske boodschap te verspreiden. Vlaanderen bestaat voor de helft uit superieure linkse mensen en voor de andere helft uit inferieure rechtse mensen. Dwars door Vlaanderen loopt een morele scheidslijn, met aan de ene kant liefdevolle, goedwillende idealisten, en aan de andere kant haatdragende racisten en fascisten. Vlamingen zijn ofwel zeer goed ofwel zeer slecht. Daartussenin is er niets, want wie niet links is, is rechts tot extreem-rechts. Niemand zou deze kinderachtige wereldvisie geloven als ze niet op kreatieve, originele en geraffineerde manier aan de man werd gebracht en als dat niet gebeurde met de bezieling en de gedrevenheid van een kunstenaar. Net als deze laatste doet Links wat haar gevoel haar ingeeft. Dat het daardoor voedsel geeft aan Rechts, daar trekt het zich niets van aan. Het heeft immers een roeping, een missie, en daar laat het zich door niets of niemand van afhouden.

Er is iets fundamenteel tegenstrijdigs aan deze alliantie van kunst en politiek. Sinds wanneer zijn kunstenaars politiek geëngageerd? Ze wijden hun leven aan de kunst en daar moet alles voor wijken. Ze hebben de vrijheid lief en laten zich niets voorschrijven. Het zijn individualisten die hun eigen weg gaan, en bereid zijn daar zware offers voor te brengen. Hoe valt dat te rijmen met de dienstbaarheid aan een ideologie die iedereen dwingt politiek correct te zijn, die de vrijheid aan banden legt met een vloedgolf van regels, wetten en verboden? Dit duivelspact tussen kunst en (linkse) ideologie is alleen mogelijk omdat de kunst zelf ideologisch is geworden. Probeerde ze vroeger de zintuiglijke werkelijkheid een ideële vorm te geven (de formulering is van Rudolf Steiner), dan doet ze nu het omgekeerde: ze probeert ideeën in een materiële vorm te gieten. Kunst is met andere woorden in haar tegendeel gekeerd: de vorm primeert niet langer op de inhoud, alles draait nu om de – intellectuele, ideologische – inhoud. 

In de politiek is dan weer het omgekeerde gebeurd: de ideeën die vroeger haar inhoud uitmaakten, zijn vervangen door lege vormen. Verkiezingen zijn niets anders dan theater: spektakelstukken die de bevolking in de ban houden en de indruk wekken dat zij het voor het zeggen heeft. In werkelijkheid doen de politieke partijen wat zij willen. Rechts heeft de voorbije verkiezingen gewonnen, maar het is heel goed mogelijk dat we een linkse regering krijgen. De bevolking heeft daar niet de minste zeggenschap over. Terwijl ze zich blindstaart op het verkiezingsdrama dat voor haar wordt opgevoerd, wordt ze ongemerkt beroofd van haar stem, haar geld en haar vrijheid. Nergens is die omkering zo duidelijk als bij Links. In oorsprong een sociale beweging die opkwam voor de rechten van het gewone volk, is zij vandaag de ideologie van de elite geworden en spant zij zich tot het uiterste in om het gewone volk te onderdrukken en te demoniseren. Maar omdat de vorm – de kleur, de naam, de slogans – dezelfde is gebleven, komt Links daarmee weg.

Deze omkering, hoe radicaal ook, is nog altijd niet doorgedrongen tot het algemene bewustzijn. Nog altijd wordt Links beschouwd als de vertegenwoordiger van de kleine man, van de underdog, van de minderheid. Niemand associeert Links met macht en geweld, ook al waren de totalitaire machthebbers van de 20ste eeuw allemaal links en hebben ze het leven gekost aan 100 miljoen mensen. Maar deze feiten, hoe ontzettend ook, doen er niet toe, want Links verstaat de kunst om haar nieuwe inhoud te verbergen achter verleidelijke vormen. Ook de omkering van de kunst is na 100 jaar nog altijd niet doorgedrongen tot het moderne bewustzijn. Kunstenaars maken al lang geen mooie dingen meer, ze stellen pispotten tentoon of pronken met hun uitwerpselen, en dat weerzinwekkende gedrag verbergen ze achter een rookgordijn van ronkende ideeën. Net als Links is de kunst in haar tegendeel gekeerd, en het feit dat dit niet wordt waargenomen, geeft een idee van de bewustzijnsverdovende kracht die uitgaat van deze dubbele omkering.

Adolf Hitler was de eerste om gebruik te maken van deze kracht. Hij was niet alleen een kunstenaar die politicus werd, hij maakte van de politiek ook een kunst. Zijn meetings waren zorgvuldig geregisseerde en tot de verbeelding sprekende massaspektakels. Zelf trad hij op als een bevlogen acteur die de menigten in vervoering bracht. Hij verzekerde zich daarbij van de medewerking van de zeer begaafde regisseuse Leni Riefenstahl en gebruikte het nieuwe filmmedium om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Maar hij deed meer dan dat: hij plaatste de kunst zelf op de politieke agenda. De tentoonstelling Entartete Kunst die hij organiseerde, zindert nog altijd na en droeg sterk bij tot het succes van de hedendaagse kunst. Hitler was een visionair die instinctief begreep hoe cruciaal de verbinding van kunst en politiek was. Het gaf hem een onwaarschijnlijke overtuigingskracht en zelfs de grootste geesten – denken we maar aan Thomas Mann en Martin Heidegger – lieten er zich door misleiden.

Wanneer we denken aan wat Rudolf Steiner zegt over de sociale kunst dan kunnen we begrijpen waarom de Duitsers – het meest ontwikkelde en vooruitstrevende volk van die tijd – zich een rad voor de ogen liet draaien. Het samengaan van kunst en politiek stond (en staat nog altijd) in de sterren geschreven. Het is de volgende, beslissende stap in de ontwikkeling van de mensheid: politiek wordt verheven tot kunst en kunst breidt zich uit tot de hele werkelijkheid. De kloof tussen kunst en maatschappij – die nooit groter was dan in de 19de eeuw – moet (en zal) overbrugd worden. Dit streven leeft in de ziel van de moderne mens, het is zijn grootste ideaal, zijn diepste verlangen: Alle Menschen werden Brüder, alle mensen worden sociale kunstenaars. Aan dat verlangen appelleerde Adolf Hitler, en aan dat verlangen appelleert Links nog altijd. Juist omdat het zo’n groot mensheidsideaal is, wekt de verbinding van kunst en politiek onweerstaanbare zielekrachten, zielekrachten die ten goede of ten kwade kunnen worden gebruikt.

Het verschil tussen goed en kwaad ligt in de mate van bewustzijn waarmee deze krachten worden gewekt en aangewend. In nazi-Duitsland gebeurde dat onbewust en onder dwang, met als gevolg dat de tegenmachten er zich meester over maakten. Adolf Hitler ging niet bewust en weloverwogen te werk, hij wist niet wat hij deed en zijn volgelingen wisten het evenmin. Ze reageerden instinctief, zonder hun (gezonde) verstand te gebruiken. In communistisch Rusland gebeurde hetzelfde en in het China van Mao eveneens. Door middel van beelden en slogans werd overal het diepste verlangen van de mens aangesproken, en daar ging zo’n magische werking vanuit dat het rationele bewustzijn helemaal verlamd werd. Dat bewustzijn was de bloem van de voorbije mensheidsontwikkeling en in plaats van bevrucht te worden door het verlangen naar een betere wereld waar Alle Menschen Brüder zijn, werd het brutaal verkracht en keerde het grootste aller idealen in zijn tegendeel.  

Na de verkiezingen van afgelopen mei klonken opnieuw overal stemmen die waarschuwden voor een herhaling van de jaren ’30 in Duitsland. Niet ten onrechte, want het is nog altijd hetzelfde ideaal dat in zijn tegendeel wordt gekeerd. De manier waarop Rechts vandaag gedemoniseerd wordt door Links, doet verdacht veel denken aan de manier waarop de joden door de nationaalsocialisten tot zondebok werden gemaakt, en het cordon sanitaire waarachter honderdduizenden Vlamingen al 30 jaar opgesloten zitten, is een moderne versie van de concentratiekampen. Maar dat bedoelen die waarschuwende stemmen natuurlijk niet. Nee, ze zien het helemaal omgekeerd. Juist die rechtse Vlamingen vormen het grote gevaar, want ze demoniseren de moslims, de migranten, de homo’s en andere minderheden. Dat die rechtse Vlamingen geen vinger uitsteken naar die minderheden, maar alleen protesteren tegen hun arrogante en zelfs agressieve gedrag, doet er niet toe. Alles wordt omgekeerd.

De wereld is als het ware in beweging gekomen, op ieder gebied gaan de tegenpolen in elkaar over: links wordt rechts en rechts wordt links, politiek wordt kunst en kunst wordt politiek, meerderheid wordt minderheid en minderheid wordt meerderheid, winnaars worden verliezers en verliezers winnaars, zelfs mannen worden vrouwen en vrouwen worden mannen. Alles is in beweging, een buitengewoon complexe en verwarrende combinatie van omkeringen, alsof de wereld binnenstebuiten wordt gekeerd en zich helemaal vernieuwt. Slechts één iets onttrekt zich aan die vernieuwende beweging en dat is ons denken. Dat is nog altijd het oude, materialistische denken van de 19de eeuw. Het is vandaag zelfs onbeweeglijker dan ooit. Tussen onze linker- en rechterhersenhelft is vrijwel geen verkeer meer. Beide benaderingen van de werkelijkheid – de mannelijke en de vrouwelijke zeg maar – zijn verstard tot ideologieën. Ons denken is tot stilstand gekomen. Het werkt niet meer.

Dat wil zeggen: wij werken niet meer. In plaats dat we ons verstand gebruiken, gebruikt het verstand ons. Denken is een automatisme geworden dat zich aan onze wil onttrekt en zijn eigen gang gaat. En dat is natuurlijk de gang van de tegenmachten. Zij bedienen zich van ons denken omdat we het zelf niet doen. Rudolf Steiner bekloeg zich daar al over. We kunnen ongelooflijk goed denken, zei hij, maar we doen het niet. We laten dat bij uitstek menselijke vermogen ongebruikt liggen, met alle gevolgen van dien. Daarom hamerde hij erop dat we ons denken weer in beweging moesten brengen en de verstarring overwinnen die het gedood had. Dit dode denken staat vandaag tegenover een wereld die steeds levendiger, steeds beweeglijker, steeds geestelijker wordt. En met die geest gaan de materialistische ideologieën waarin het denken is uiteengevallen – een linkse en een rechtse – een nietsontziende strijd aan.

Zolang de mens zijn denken niet zelf ter hand neemt, zal hij meegesleurd worden in deze strijd, die in wezen een strijd is tussen Christus en de tegenmachten. En omdat de mens deze strijd niet doorziet, kiest hij, zonder het te beseffen, de kant van de tegenmachten. Zolang de mens brieven schrijft zoals Elke Neuville en zich opsluit in een – linkse of rechtse – ideologie, draagt hij bij tot deze strijd, een strijd die hij nooit kan winnen omdat hij niet op geestelijk vlak wordt gevoerd. De echte, geestelijke strijd bestaat uit het weer in bezit nemen van het denken dat nu in handen is van Lucifer en Ahriman, die het onder elkaar verdelen. Het weer in beweging brengen van dat denken, impliceert een strijd met de tegenmachten die ieder op hun gebied willen blijven en niet verbonden willen worden met het gulden midden, dat wil zeggen met Christus. Hij is de Logos, het wezen van het denken. Hij is ook degene die de wereld in beweging brengt en aan ons de vrije keuze laat of we willen mee bewegen of niet. 

Advertenties