De lege kamer

door lievendebrouwere

  

De verkiezingen zijn voorbij en met grimmig genoegen lees ik in de kranten de reacties en beschouwingen. Ik geniet van de verontwaardiging, de ontzetting, de woede en de afschuw over weer een ‘zwarte zondag’, over de zoveelste ‘ruk naar rechts’, over het alsmaar groeiende populisme – om niet te zeggen fascisme – in Vlaanderen. Ik geniet ervan als van de boksmatch voor de wereldtitel zwaargewichten tussen Anthony Joshua en Andy Ruiz: een grote, rijzige Adonis met een gespierd, afgetraind lichaam tegen een kleine, zwaarlijvige deplorable met z’n bleke vel vol tattoos. Het was alsof het beschaafde, ontwikkelde en artistieke Links en het lelijke, ordinaire en plompe Rechts hier samen in de ring stonden. Iedereen ging ervan uit dat de grote, gespierde Joshua korte metten zou maken met dat kleine, vette varken. Iedereen, behalve enkele kenners die zeiden: Joshua gaat neer. En ze kregen gelijk. De gedoodverfde favoriet ging liefst vier keer tegen de vlakte voor de scheidsrechter er een eind aan maakte.

Hoogmoed komt voor de val. Joshua had zijn tegenstander zwaar onderschat. De verleiding was dan ook groot. Eén blik op Ruiz en je vroeg je af: wat komt die papzak in een boksring doen? Maar wierp je ook een blik op zijn palmares dan volstond dat ruimschoots om je van gedacht te doen veranderen. Joshua, glimlachend en vol van zichzelf, vond dat blijkbaar niet nodig. Toen hij de eerste keer neerging, stond het ongeloof op zijn gezicht te lezen: wat gebeurt hier, dit kan toch helemaal niet? Ruiz van zijn kant kraaide geen victorie, hij bleef rustig en wachtte zijn tijd af. En die kwam: nog drie keer sloeg hij blaaskaak Joshua neer, tot de scheidsrechter hem uit zijn lijden verloste. Na de wedstrijd bleek de nieuwe wereldkampioen – die er volgens de altijd vermakelijke Tyson Fury uitzag alsof hij alle Snickers van Californië had opgegeten – een vriendelijke en bescheiden jongen te zijn die alle grote woorden schuwde en zichzelf niet op de borst sloeg. Een verademing in dat wereldje vol opgefokte alfa-mannetjes. 

De titelkamp bij de zwaargewichten was een politieke metafoor. Wat Rechts had doen winnen in Vlaanderen (maar ongetwijfeld niet alleen daar) was de hoogmoed van Links, dat vol minachting neerkeek op de white trash van het andere kamp. De stemmers op het extreemrechtse Vlaams Belang waren in hoofdzaak gewone mensen – mannen met bierbuiken, vrouwen die naar Thuis kijken – en daar mag intellectueel Links graag de draak mee steken. Maar dit keer brak het hen zuur op, want de Vlaamse deplorables, die ze voortdurend te kakken zetten en die daar niks kunnen tegen doen omdat ze geen toegang hebben tot de media, haalden hun gram in het stemhokje. De uitslag was één grote uitgestoken middenvinger naar de mooie, beschaafde, welstellende en o zo zelfgenoegzame intellectuelen en culturo’s die er plezier in scheppen die lompe stieren van rechts te sarren door voor hun achterlijke neus heen en weer te zwaaien met holebi’s, transgenders, moslims, loonklooffeministen en andere rode vlaggen. 

Omdat woorden wekken maar voorbeelden trekken, heb ik besloten een Ruizke te doen. Mijn tegenstander in de ring is professor Ignaas Devisch, docent filosofie en ethiek aan de universiteit van Gent, en net als Joshua un beau garçon. Om de haverklap verschijnt hij op televisie, hij schrijft aan de lopende band artikels voor de krant, en hij is ook nog eens lang en slank. Zelf weeg ik meer dan 100 kilo, dus het plaatje klopt, al heb ik wel geen tattoos. Onze schriftelijke boksmatch gaat over een krantenartikel met de stoere titel ‘Denk maar niet dat ik zal zwijgen’. Ignaas Devisch slaat zich daarin luid op de borst om iedereen te tonen hoe moedig hij wel is en hoe hij desnoods in zijn eentje stand zal houden tegen de gewetenloze vijand. Wel, ik ben van plan deze wereldkampioen knock out te slaan in de tweede ronde en aan te tonen dat hij niet alleen een lafbek is, maar ook een domkop die het niet verdient les te geven aan een universiteit. Zo doen boksers dat: eerst verkopen ze trash talk en daarna slaan ze erop. 

Eerste ronde. Ignaas Devisch begint met een hot item: Dominiek Steppe, een pas verkozen Kamerlid voor Vlaams Belang, heeft in een interview verklaard het homohuwelijk een brug te ver te vinden. Dat vindt professor Devisch absoluut niet kunnen en hij is dan ook blij dat ze door haar partij het zwijgen werd opgelegd. Ik zal haar niet missen, voegt hij eraan toe. Hoezo, missen? Hij lijkt ervan uit te gaan dat Vlaams Belang dezelfde taktiek toepast als politiek-correct links: één verkeerd woord en het is afgelopen met je. Dat vindt de professor duidelijk een toe te juichen praktijk: alle rotte appels moeten eruit, zonder pardon. Maar aan het eind van zijn artikel schrijft hij: ‘Ik zal niet zwijgen over het belang van vrije meningsuiting, inclusief voor extreemrechtse politici. Dus leden van Vlaams Belang: doe jullie werk als volksvertegenwoordiger of partijlid, geef jullie visie over cultuur, spreek jullie uit voor of tegen holebi’s.’ Jawel, het staat er letterlijk, zwart op wit. Wie het niet gelooft, kan het nalezen in De Standaard van 7 juni, pagina 35.

De match is pas begonnen of de professor gaat al neer. Ik heb hem niet eens geraakt, hij is over zijn eigen voeten gestruikeld. Iedereen heeft recht op vrije meningsuiting, toetert hij, maar als Dominiek Steppe haar mening uit, vindt hij het niet meer dan normaal dat ze het zwijgen wordt opgelegd. Hij spoort Vlaams Belangers aan om zich uit te spreken voor of tegen holebi’s, maar bij het eerste kritische woord over het homohuwelijk worden ze aan de schandpaal genageld. Het lijkt wel een valstrik, een muizenval. Zou de professor die academische taktiek ook toepassen in zijn ‘auditoria die open staan voor iedereen’ en waar hij ‘met zoveel mogelijk mensen in debat wil gaan’? Hij zou alvast niet de enige zijn. Ik heb mijn oudste dochter ooit eens geholpen met een paper waarin ze haar mening moest geven over hedendaagse kunst. Ik waarschuwde haar: daar kunnen ze niet tegen! Ze wuifde het weg, haar docent was een faire kerel die nooit iemand fleste. Maar wie had er aan het eind van het jaar een buis aan haar been? Jawel. 

Ik heb eigenlijk al geen zin meer om verder te boksen. Er valt geen eer te behalen aan zo’n tegenstander. Maar wie in de ring stapt, moet doorgaan, en dus wil ik deze misleider zo vlug mogelijk KO slaan. Ignaas Devisch is een van de velen die aanvallen wat ze beweren te verdedigen door te zeggen ‘dat er natuurlijk grenzen zijn aan de vrije meningsuiting’. Merkwaardig genoeg vallen die grenzen meestal samen met de grens tussen links en rechts. Dat is ook hier weer het geval. De mening van Dominiek Steppe is rechts en aangezien de vrijheid van meningsuiting alleen geldt voor correcte – en dus linkse – meningen, mag, ja moet haar het zwijgen worden opgelegd. Ignaas Devisch liegt dus wanneer hij zegt op te komen voor eenieders vrije meningsuiting. Het is natuurlijk mogelijk dat hij het niet opzettelijk doet en dat hij niet weet dat hij zichzelf tegenspreekt. In dat geval is hij geen leugenaar maar een domkop. Ik weet niet wat erger is.

Door zich nadrukkelijk op te werpen als verdediger van de vrije meningsuiting – ook van extreemrechtse politici – en het tegelijk volkomen vanzelfsprekend te vinden dat Dominiek Steppe de mond wordt gesnoerd, doet Ignaas Devisch uitschijnen dat haar mening geen mening is die vrij geuit mag worden maar een schanddaad die streng gestraft moet worden. Waarom? Dat zegt de professor er niet bij. Waarschijnlijk gaat hij ervan uit dat in een beschaafde samenleving alle mensen gelijke rechten hebben en dat homo’s derhalve net zo goed als hetero’s moeten kunnen trouwen en kinderen krijgen. Wat het eerste betreft heeft hij natuurlijk gelijk, maar het tweede is een al te voorbarige conclusie. Want als mannen met mannen mogen trouwen, waarom zouden meisjes dan niet met hun vader mogen trouwen? En als twee mannen recht hebben op kinderen, waarom zou een alleenstaande man daar dan geen aanspraak op mogen maken? Er zijn genoeg alleenstaande moeders die geen man willen.

Het huwelijk is een instelling die in het leven werd geroepen om moeder en kind te beschermen, om te voorkomen dat de moeder alleen moet opdraaien voor de opvoeding van het kind, en om dat kind zowel een vader als een moeder te geven. Het is met andere woorden een poging om de fysieke ongelijkheid tussen man en vrouw te compenseren, om evenwicht te scheppen waar er geen is. Wellicht was het op grond van dit harmoniserende en natuur-overstijgende karakter dat Goethe het huwelijk het begin en het hoogtepunt van alle beschaving noemde, en dat de kerk het heilig verklaarde. Het holebi-huwelijk verandert de wezen van het huwelijk en – als Goethe gelijk heeft – ook de beschaving. Het minste wat men daarvan kan zeggen, is dat het een debat waard is. Maar daar is Ignaas Devisch het helemaal niet mee eens. Dominiek Steppe heeft niet het recht het holebi-huwelijk in vraag te stellen. Blijkbaar is dat huwelijk een instituut dat boven alle twijfel verheven is. 

Dat slaat natuurlijk nergens op. Er is geen enkele reden waarom het hetero-huwelijk wel en het holebi-huwelijk niet in vraag zou mogen worden gesteld. Maar daar gaat de bel. De eerste ronde is voorbij en ik heb ze ruim gewonnen op de punten. Niemand kan naast de aperte tegenspraak kijken tussen het begin en het einde van het artikel. Wat mij betreft heeft de professor al zijn gezicht verloren, nu de rest nog. De tweede ronde is trickyer, want nu gaat het om Schild en Vrienden, het clubje – ook wel extreemrechtse conservatieve Vlaams-nationalistische jongerenbeweging genoemd – rond Dries Van Langenhove, alweer een beau garçon. Zijn kompanen hebben een collega van Ignaas Devisch bestookt met e-mails omdat hij een website had opgezet die de vuile was van Schild en Vrienden buiten hing. Dergelijke intimidatie vindt de professor ranzig, ontoelaatbaar, schandelijk, intolerabel. Hij gaat nu helemaal over de rooie: ‘blijf godverdomme met jullie poten af van de integriteit van iedereen in dit land!’ 

Nu moet ik een beetje opletten, want een tegenstander die zo wild tekeer gaat, kan gevaarlijk worden. Wat Dries Van Langenhove en co gedaan hebben, is inderdaad niet proper. Mensen bestoken met haatmails en zelfs doodsbedreigingen is smerig, laag bij de gronds. Volkomen akkoord dat Ignaas Devisch dit afkeurt. Maar waar was hij toen Joke Schauvlieghe zodanig bestookt werd met haatmails en bedreigingen dat ze helemaal van de kaart was en ontslag nam als minister van Landbouw? Heeft de professor dat toen ook in heftige bewoordingen veroordeeld? Ik kan me daar niks van herinneren. En waar was hij toen Dylan Vandersnickt, een jonge N-VA medewerker die een gore grap op twitter had geplaatst, zo hevig onder vuur werd genomen dat hij zelfmoord pleegde? Kwam Ignaas Devisch toen ook op televisie vertellen dat dit absoluut niet kon, dat het een schanddaad was, dat ze godverdomme met hun poten van deze jongen hadden moeten afblijven? 

De vraag stellen is ze beantwoorden. Links bezondigt zich al tientallen jaren aan dit soort praktijken, en op veel grotere schaal, maar daar wordt niet tegen geprotesteerd. Hoe zou het ook kunnen! Het gebeurt in de media, en de geviseerden kunnen er zich niet verdedigen want ze hebben geen toegang tot die media. Ook persoonlijke e-mails en doodsbedreigingen worden niet geschuwd, daar kunnen talloze rechtse politici van meepraten. Ze zwijgen echter, want alleen linksen hebben recht op verontwaardiging. Ik keur het gedrag van Schild en Vrienden niet goed, zeker niet, maar godlievehemel, waar hebben ze hun mosterd vandaan gehaald! Het verbaast mij dat het nog zolang geduurd heeft. Hoelang worden rechtse mensen niet al gedemoniseerd, belasterd, uitgescholden, het spreken belet en bedreigd door linkse activisten? Zo is Schild en Vrienden trouwens ontstaan: als security voor Theo Francken, wiens lezingen voortdurend verstoord werden door schreeuwende Social Justice Warriors

Wie ziet hoe deze verontwaardigden tekeer gaan aan Amerikaanse universiteiten begrijpt dat beveiliging geen overbodige luxe is voor rechtse sprekers. En dat zijn helemaal geen bloeddorstige fascisten die aan het begin van hun lezingen de Hitlergroet brengen, maar mensen die bijvoorbeeld tegen abortus zijn, of tegen het homohuwelijk, of tegen aparte rechten voor transgenders. Het zijn gewoon andersdenkenden, mensen met een niet-linkse, niet politiek-correcte mening. En om die reden worden ze nu al decennia lang gedemoniseerd, uitgescholden, geïntimideerd, bedreigd en opgejaagd door links. Het is zo erg dat velen hun mond niet meer durven opendoen uit angst hun job, hun reputatie en zelfs hun leven te verliezen. Nooit heb ik Ignaas Devisch daarover één woord van kritiek horen uiten, maar gebeurt het voor één keer in de omgekeerde richting, dan staat hij trillend van woede recht en roept dat hij zich niet het zwijgen zal laten opleggen.

Wat een farce! Het is alsof een goed getraind leger dat al jarenlang een machteloos volk terroriseert opeens een groepje kwajongens ziet naderen dat met stenen begint te gooien. Op slag barst de verontwaardiging los bij de zwaarbewapende soldaten: wat een schanddaad, wat een ranzig, racistisch gedrag! En uit de rangen van het woedende leger maakt zich een slanke krijger los die moedig naar voor stapt, de haren achteruit werpt en manhaftig roept: denk maar niet dat ik zal zwijgen, stelletje lafbekken en huilebalken! Het is om in de grond te zinken van schaamte. Maar schaamte is nu net wat figuren als Ignaas Devisch niet kennen. Deze praalhans – die helemaal in het wit gekleed zijn heldendaad nog eens mocht overdoen op tv – doet me denken aan de verzen: ze zijn als graven met Pasen, witgekalkt maar vol bederf. Ik durf dat witgekalkte graf al geen mep meer geven, stel je voor dat ik er een barst in sla en al die vuiligheid over me heen krijg! Laat ik maar besluiten met een citaat van Koen Meulenaere. Iemand op zoek naar een lege bovenkamer? Ignaas verhuurt er al jaren één.

  
 

Advertenties