Panamarenko

door lievendebrouwere

  

Eén van de grootste kunstenaars van onze tijd is niet meer: Panamarenko, de Vlaamse Leonardo da Vinci zoals hij wel eens genoemd wordt. De lyrische lofzangen op deze ‘geniale dromer die het kind in zich levend heeft weten te houden’ zijn niet te tellen. Toevallig had de Vlaamse televisie twee weken geleden nog een ‘ten huize van’ opgenomen waarbij een twintigtal bekende Vlamingen de meester kwamen feliciteren met zijn (aanstaande) 80ste verjaardag. Het eerbetoon veranderde onverwachts in een In Memoriam dat me diep trof, zij het om een andere dan de voor de hand liggende reden. Ik zag namelijk in een notedop wat ik me altijd gedroomd heb in dit leven, vandaag zelfs meer dan ooit: een prachtig huis in het hart van de Vlaamse Ardennen, omringd door velden en weiden, ikzelf omringd door een liefhebbende (jonge) vrouw en een schare beroemde bewonderaars, terwijl in de grote stad ijverig gewerkt wordt aan een overzichtstentoonstelling van mijn werk. Wat kan een kunstenaar nog meer wensen!

Die droom is helaas niet uitgekomen. Ik heb wel een liefhebbende (zij het niet meer zo jonge) vrouw, maar het (bescheiden) huis in de Vlaamse Ardennen waar ik drie jaar heb mogen wonen, moet ik alweer verlaten, en van de rest kan ik niet eens meer dromen wegens te laat. Tja, zal men zeggen, niet iedereen is een genie zoals Panamarenko! Wel, dat is nu juist waar ik het zo moeilijk mee heb. Ik gun kunstenaars – en zeker genieën – hun roem en hun rijkdom. Ze verdienen die en ik ben de laatste om hen die te benijden, want mijn bewondering voor hun kunst is grenzeloos. Maar ik kan met de beste wil van de wereld geen genie zien in Panamarenko, of in Jan Fabre, of in Wim Delvoye, of in Luc Tuymans, of in Koen Van Mechelen, of in al die andere hedendaagse grootheden die ons kleine landje rijk is. Ik kan er zelfs geen kunstenaars in zien, ofschoon ze dat misschien ooit wel zijn geweest. Ik zie er vooral mensen in die hun ziel aan de hedendaagse duivel verkocht hebben in ruil voor roem en geld.

Ik herinner me nog dat ik ooit tegen mijn leraar zei (een man die ik wel als kunstenaar beschouwde): als ik nu eens deeltijds hedendaags kunstenaar werd en daar flink wat geld mee verdiende, dan kon ik de rest van mijn tijd besteden aan wat ik echt wil doen! Hij schudde het hoofd: dat gaat je niet lukken! En waarom niet, vroeg ik. Omdat je geen twee heren kunt dienen, antwoordde hij. Natuurlijk had hij gelijk: wie de hedendaagse kunst dient, kan geen andere kunst dienen en omgekeerd. Ik heb verschillende kunstenaars gekend die buitengewoon getalenteerd waren en tot de besten van hun generatie behoorden. De ene werd tijdens zijn opleiding mentaal kapot gemaakt door een vooraanstaand hedendaags kunstenaar wiens naam ik niet zal noemen, de ander verkommerde op een zolderkamertje, vruchteloos proberend een subsidie-aalmoes te krijgen om materiaal te kopen, en allemaal zijn ze in de anonimiteit verdwenen, zonder roem, zonder eer, zonder geld. Omdat ze niet hedendaags waren. 

En nu kijk ik dus naar dat filmpje over Panamarenko en zie een man die het gemaakt heeft, die alles heeft wat zijn hartje maar begeren kan en die zelfs vergeleken wordt met Leonardo da Vinci. Ik luister naar de lofzangen van al die bekende Vlamingen, al die schrijvers, acteurs, zangers, mediafiguren, intellectuelen, filosofen enzovoort. De hele cultuursector jubelt, even unaniem en solidair als ze kort geleden nog protesteerde tegen de besparingen. Niet één afwijkende stem is er te horen, niet één valse noot, niet één woord van kritiek. En tegenover dat duizendkoppige jubelkoor sta ik, helemaal alleen met mijn oordeel dat Panamarenko geen kunstenaar is, laat staan een genie. De conclusie ligt voor de hand: ik ben een kleinzielige, verzuurde man die het niet kan verkroppen dat hij onvoldoende talent had om het te maken in de kunst en die zijn leven dan maar gewijd heeft aan het neerhalen van iedereen die dat talent wél bezit. Een leven in het teken van de afgunst: wat een zielig spektakel!

Dat is het stempel dat iedereen op zijn voorhoofd krijgt gedrukt als hij het waagt niet in te stemmen met de lofzangen die vandaag overal weerklinken. Ik kijk naar het filmpje dat ten huize van Panamarenko werd opgenomen en zie een gezellig en hartverwarmend tafereel: de artistieke grootvader omringd door zijn liefhebbende vrouw en bewonderaars. Maar ik zie ook de verborgen keerzijde van dat roerende tafereel: één woord van kritiek en al die liefde en bewondering veranderen op slag in haat en afschuw voor de barbaar die het gore lef heeft een opmerking te maken over deze warme familie. Die keerzijde werd onlangs nog zichtbaar toen Peter De Roover het bestond te pleiten voor meer schone kunst (en dus minder hedendaagse kunst). Ogenblikkelijk barstte de verontwaardiging los, en ze gold heus niet alleen de besparingen of de inmenging van de regering, ze gold in de eerste plaats de barbaar die het gewaagd had een vraagteken te plaatsen bij de macht en de glorie van de hedendaagse-kunstdynastie.  

Naar aanleiding van Panamarenko’s dood heb ik even overwogen om op Facebook een kritisch bericht te plaatsen, maar ik heb het niet gedurfd. Want al degenen die onlangs nog verontwaardigd waren over de banaan die voor 150.000 euro verkocht werd (en vervolgens opgegeten) juichen vandaag vrolijk mee met de Panamarenko-bewonderaars. Het is één ding om al die beate bewonderaars over je heen te krijgen, maar het is een ander om een mes in de rug te krijgen van de zogenaamde critici. Je mag niet veralgemenen, is hun geijkte bezwaar, natúúrlijk zijn er excessen in de hedendaagse kunst, die zijn er overal, maar dat is geen reden om iedereen over dezelfde kam te scheren! Wat ze daarbij uit het oog verliezen – hoewel het onmiskenbaar bleek uit de recente protesten tegen de besparingen – is dat de kunstsector als één man achter die excessen staat en als één man in verontwaardiging uitbarst als die excessen bekritiseerd worden, zoals Peter De Roover (voorzichtig) deed toen hij pleitte voor meer schoonheid in de kunst.

Het veralgemenen gebeurt dus in de kunstwereld zelf. Alle kunst wordt daar over dezelfde kam geschoren, van de klassieke muziek tot het zwaaien met blote piemels. Geen enkele, maar dan ook geen enkele kunstenaar of kunstliefhebber durft daar (in het openbaar) onderscheid tussen maken. De reden heeft Peter De Roover (ongewild) duidelijk gemaakt: je wordt afgeschilderd als een onmens, een monster, een nazistisch zwijn. En steeds luider klinken de stemmen om dergelijke onmensen de mond te snoeren, te broodroven of zelfs op te sluiten. Daar moest ik dus aan denken toen ik keek naar dat o zo gezellige en hartverwarmende filmpje over Panamarenko. Hoe graag ik ook zou willen wonen en leven als deze godfather, ik ben niet bereid mijn ziel te verkopen om deel uit te kunnen maken van zijn artistieke maffia-familie. Want reken maar dat ze hun kalasjnikovs bovenhalen als iemand een familielid tegen de haren instrijkt. Wie het niet gelooft, moet het maar eens proberen.