Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: april, 2020

Corona (9)

  

Koen Meulenaere. Omdat het plezant is.

En plotseling zijn mondmaskers wél wasbaar en wél herbruikbaar. Twee weken geleden beweerde de meute tv-virologen het tegendeel. Meer: het dragen van een mondmasker had voor een gewone burger geen nut.Daar keek eenieder die graag zelf denkt in plaats van dat aan virologen over te laten van op. Het coronavirus werd overgedragen via slijmpartikeltjes uit mond of neus. Dit althans voor wie niet geloofde in de onfeilbaarheid van de Wereldgezondheidsorganisatie, want die verkondigde in januari nog dat volgens hun Chinese vrienden het virus niet van mens op mens overdraagbaar was. Het moest nog verder onderzocht worden, voegde de WGO er wel aan toe. Voortschrijdend inzicht, virologenjargon voor ‘stommiteit’, leerde dat het virus wél overdraagbaar was en zich ook kon vastzetten op deurklinken en computerklavieren.

Om te begrijpen dat je die slijmpartikeltjes dan het best tegenhoudt zodra ze neus of mond verlaten, volstaat een uur preteaching in het kleuteronderwijs en is een diploma virologie overbodig, veeleer contraproductief. Maar virologen hielden vol dat een mondmasker enkel aangewezen was voor zieken en verzorgend personeel. Het gaf daarenboven een vals gevoel van veiligheid. De hele economie verwoesten, iedereen opsluiten, en een miljoen mensen in de werkloosheid en de armoede storten daarentegen gaf een echt gevoel van veiligheid. Wie zich toch par force belachelijk wou maken met zo’n doekje moest het na een uur wel in de vuilnisemmer gooien. Wie moest niezen, diende dat te doen in de mouw van zijn trui. Dat je die trui dan moest weggooien hebben wij niemand horen decreteren, maar dat monddoekje dus wel. Om het virus van je handen te wassen volstond water van 20 graden en Palmolive, maar dat konden Dash 3-in-1-pods in water van 90 graden niet met een stukje linnen.

Dat alles is echter verleden tijd, vanavond gaan ze u verplichten dat volgens hun experten nutteloze masker toch te dragen. Mogen wij u nu eens iets vragen? Kunt u die Marc Van Ranst nog verdragen? Kunt u die man voor uw ogen nog zien? Hoe is zoiets mogelijk zeg? Elke dag zit dat daar op de VRT God de Vader te spelen in ‘Het journaal’, in ‘Terzake’, in ‘De afspraak’, in ‘Vandaag’, in ‘De zevende dag’. Soms in twee of drie van die kletsprogramma’s na elkaar. En als je hem bij hoge uitzondering eens niet ziet, komt dat alleen omdat hij dan in ‘Het nieuws’ van VTM is. Of bij Gert Verhulst op de boot. Als je daar anderhalve meter afstand wil houden van James Cooke lig je in de Schelde, maar Van Ranst nestelde zich met zichtbaar genoegen ook in dit nieuwe cluster. Tussendoor speelt hij mee in sketches van ‘De ideale wereld’. En zou hij naar verluidt zijn laboratorium leiden en lesgeven.

Ja, we weten het, wrijf het er maar in: wij hebben zelf voorgesteld dat hij onze lijst in Vlaams-Brabant zou trekken. Maar dat is hem blijkbaar iets te fel naar zijn hoofd gestegen. Die vent is erger dan Rik Torfs.

Corona (8)

  

Koen Meulenaere, omdat het anders vervelend wordt.

Lezers schrijven ons: ‘Geachte Kaaiman, u kent veel virologen. Weet u waarom een tuincentrum wel open mag en een bloemenwinkel niet?’

Nee. Wij kunnen maar één reden verzinnen: Piet Vanthemsche. Waar Piet verschijnt, staan boer en tuinder op de eerste rij om de geschenken in ontvangst te nemen. Zoals het hoort trouwens, wat zoudt gij zonder d’ afzet van land- en tuinbouwproducten zijn? Zodra Piet zoals de gewoonte vereist werd opgenomen in een van de talloze expertencomité’s, vraag ons niet welk, wisten wij genoeg.

Als vaandeldrager van het wereldbekende Belgische surrealisme is René Magritte al lang naar de vergeethoek gespeeld door de wijsneuzen van Sciensano, de losbollen van het Nationaal Crisiscentrum, het addergebroed van de Nationale Veiligheidsraad, en door de verpersoonlijking van die hele afdeling ‘Farce et attrapes’: Marc Van Ranst. Je begrijpt niet dat ze die mens eens niet uitnodigen in ‘Terzake’ of ‘De afspraak’, het zou nochtans leerrijk kunnen zijn.

Met hun tuincentra hadden ze nu al de hoofdvogel afgeschoten, ware het niet dat we het laatste meesterstuk van dat gezelschap nog niet gezien hebben, dat is wachten tot vrijdag. De kranten houden het best een extra katern vrij, want wie dacht dat er nu al chaotisch gecommuniceerd was, zal vrijdag een demonstratie van olympisch medailleniveau krijgen.

De essentie van de lockdown is vermijden dat grote groepen mensen op dezelfde plaats samenkomen. In een tuincentrum draven elk uur honderden klanten in en uit, in een bloemenwinkel twee. Een boetiek in trouwkleding mag ook niet open doen, daar is het over de koppen lopen hoor.

Een tuincentrum, beweerde een of ander juntalid, denkelijk Pieter De Crem, is belangrijk voor het psychisch welzijn van de door hem opgesloten burgers. Vooral voor wie een tuin heeft, maar die lui nemen hun eigen luxe als algemene standaard. Waarom mag een fietsenwinkel dan niet open blijven? Die is niet alleen essentieel voor het psychische maar ook voor het fysieke welzijn van de gevangenen. ‘Ga joggen of fietsen, maar blijf wel altijd in beweging’, roept dan weer een ander dictatortje in ‘Het Journaal’, terwijl hij zelf stokstijf stilstaat. Fijn, maar onze fiets is defect en de bikeshop is al zes weken dicht.

Luister eens hier: het zal wel moeilijk zijn, een pandemie managen, maar de absurditeit van de hapsnap beslissingen die hier in het wilde weg worden genomen, is stilaan stuitend. Elke keer weer horen we een dag later: ‘Er was geen overleg gepleegd met de sector.’ En als het tegen de kar van Margot Cloet is, horen we dat één minuut nadat de nieuwe maatregel is afgekondigd.

Wilt u door zulke mensen uw leven laten bepalen? Wij niet. Jeanne d’Arc is voor minder opgestookt.”

Corona (7)

  

De corona-crisis is een waarheidscrisis. Niet het coronavirus is het probleem, want ondanks alle onheilsberichten vallen er nog altijd niet noemenswaardig meer doden dan andere jaren. Het echte probleem is dat we overstelpt worden met informatie waarvan we niet weten of ze waar is. Experts voorspellen een katastrofe als er geen drastische maatregelen worden genomen, maar andere experts beweren dat die drastische maatregelen zelf de katastrofe zijn. Er wordt fake news verspreid dat vervolgens ontmaskerd wordt door factcheckers, maar die factcheckers worden er op hun beurt van beticht fake news te verspreiden. Het lijkt wel of er geen bericht de wereld kan in gestuurd worden zonder dat kort daarna ook het tegenovergestelde bericht de ronde doet. De moderne technologie confronteert ons dagelijks met tegenstrijdige berichten die ons van links naar rechts sleuren, van Himmelhoch jauchzend naar zum Tode betrübt, tot niemand nog weet wat hij moet geloven, tot niemand nog weet wat waar is en wat niet. 

Met name in de 21ste eeuw is die waarheidscrisis acuut geworden. Het begon met de dramatische beelden van 9/11 die de wereld rond gingen en onmiddellijk geduid werden door experts die ons wisten te vertellen dat het om een terroristische aanslag door Osama bin Laden ging. Ze legden ons haarfijn uit hoe de vliegtuigen de twin towers hadden doen instorten, maar het duurde niet lang voor er ook andere – niet minder gezaghebbende – stemmen klonken, die even haarfijn uitlegden dat zoiets onmogelijk was. De Amerikaanse regering wachtte de uitslag van deze discussie niet af en begon nog maar eens een oorlog. Nochtans was gebleken dat de vorige oorlog – Desert Storm – gebaseerd was op aanbevelingen van experts die zich compleet vergist hadden en dus fake news hadden verspreid. Inmiddels is het geweld in het Midden-Oosten zodanig geëscaleerd dat er geen enkele twijfel meer kan over bestaan: de remedie (de War on Terror) was duizend erger dan de kwaal (de terreuraanslag zelf). 

Dezelfde geschiedenis herhaalde zich toen de beelden van Al Gores An Inconvenient Truth de wereld rond gingen. Opnieuw spraken de experts elkaar tegen, opnieuw werd een oorlog verklaard. En na deze War on Climate is het vandaag dan de beurt aan de War on Corona. Voor de derde keer ontrolt zich hetzelfde scenario: dramatische beelden (overvolle ziekenhuizen, stervende patiënten en wanhopige artsen) gaan de wereld rond, experts slaan alarm en voorspellen miljoenen doden, tegenexperts ontkennen dat en beweren dat het om een gewone griep gaat. Het regent cijfers, statistieken, grafieken en tabellen tot niemand nog weet wat hij ervan moet denken. De overheid treedt eerst aarzelend op, daarna drastisch. Een deel van de bevolking houdt zich strikt aan de regels en blijft ‘in haar kot’, een ander deel neemt het niet zo nauw en gaat op een bank in de zon zitten. De gehoorzamen zijn verontwaardigd over de ongehoorzamen, de spanningen nemen toe. Overal heerst onzekerheid en tegenspraak.

De verdeeldheid van de bevolking valt terug te voeren op de verdeeldheid van de experts, die het niet eens kunnen worden met elkaar. Meer nog dan de klimaatkwestie en 9/11, is de corona-crisis een crisis van het weten, een crisis van de wetenschap. Vroeger kwamen we tot weten via openbaring, via de bovenzintuiglijke waarnemingen van experts. Maar sinds Christus de vijgeboom deed verdorren, is die kennisweg voor ons afgesloten. Christus – het wezen van de waarheid – heeft zich met de aarde verbonden en kan alleen nog op aardse wijze gevonden worden – dat wil zeggen door middel van wetenschap, door middel van zintuiglijke waarneming en logisch denken. Maar meer dan een weg naar de waarheid is de wetenschap niet, de waarheid zelf – wier rijk niet van deze wereld is – kan ze ons niet geven. Anders dan men pleegt te denken, biedt de wetenschap ons geen zekerheid, integendeel. De onzekerheid is haar kruis maar ook haar zegen, want op die manier schept ze ruimte voor vrijheid.

De wetenschap stelt in vraag, ze zaait twijfel en oogst inzicht. Maar dat inzicht is nooit absoluut, het is voortschrijdend inzicht. De wetenschap is in voortdurende ontwikkeling, ze leert van haar fouten en herstelt ze door ideeën te laten botsen. Houdt die choc des idées echter op dan komt de wetenschap tot stilstand en verstart. Dat is wat we vandaag meemaken: tegengestelde meningen botsen niet meer, ze gaan de confrontatie uit de weg, ze graven zich in. Als gevolg daarvan blijft de ruimte voor vrijheid leeg en wordt ze ingenomen door machthebbers. Als de tegenspraak van de wetenschap onvruchtbaar wordt en geen nieuwe inzichten meer oplevert, dan zaait ze alleen nog twijfel, onzekerheid en angst. Die vormen de gedroomde voedingsbodem voor de macht: de parasitaire overheid gedraagt zich als een virus dat de bevolking des te meer kan infecteren naarmate deze angstig en onzeker is. Als er niet meer naar waarheid wordt gezocht, verliest de bevolking haar vrijheid en valt ten prooi aan de macht. 

Wat aanvankelijk een virus-epidemie was, is door het falen van de wetenschap een angst-epidemie geworden die dreigt te ontaarden in een machts-epidemie. Met Pasen was het moment bereikt waarop de experts voorspeld hadden dat de piek zou komen. Maar inmiddels voorspellen ze al nieuwe pieken, vooral als de bevolking niet doet wat haar opgedragen wordt. De angst en de onzekerheid nemen toe, mensen worden agressief en maken zich kwaad op degenen die de regels niet volgen. De oorlog tegen het coronavirus dreigt niet alleen een oorlog tegen de bevolking te worden, maar ook een oorlog onder de bevolking. En dat allemaal omdat de wetenschap tot stilstand is gekomen, omdat ze verstard is tot een beeld van tweedracht en onenigheid, een beeld dat we vandaag op wereldschaal zien verschijnen. De corona-crisis houdt de moderne wetenschap een spiegel voor en zolang ze zichzelf niet herkent in die spiegel, zal het beeld niet veranderen en zullen de crisissen elkaar blijven opvolgen. 

Wat we vandaag in de ‘wereldspiegel’ waarnemen, is hoe nauw de moderne wetenschap gelieerd is aan de macht. Haar grondlegger, Francis Bacon, vond dat we de natuur haar geheimen moesten ontfutselen door haar op de pijnbank te leggen, en dat hebben we ook gedaan. Het sprekendste voorbeeld van die geweldpleging is de deeltjesversneller in Genève, waar de materie met zoveel kracht in botsing wordt gebracht met andere materie dat ze versplintert tot ‘elementaire deeltjes’. Tegelijk is deze deeltjesversneller een beeld van de cirkel die rond is: het wetenschappelijke geweld heeft zich tegen zichzelf gekeerd. Het is niet de natuur die zich vandaag vijandig toont tegenover de mens, het is de wetenschappelijk verstarde mens zelf die zijn eigen grootste vijand is geworden. Een ander sprekend (sic) voorbeeld van die vermenging van wetenschap en macht is Marc Van Ranst, een wetenschapper die niet langer in zijn labo werkt, maar dagelijks vanop televisie de bevolking vertelt wat ze moet doen. 

Het is niet het coronavirus dat mensen vandaag opsluit ‘in hun kot’ en hen onderwerpt aan soms absurde regels, het is de samenwerking tussen wetenschap en macht die dat doet, de macht van de overheid, de macht van de farmaceutische industrie, de macht van het grote kapitaal. Die troebele vermenging is het gezicht van deze crisis, het gezicht dat we in de spiegel zien verschijnen en niet durven herkennen. Wat we niet onder ogen durven zien is dat de wetenschappelijke twijfel die ooit zo vruchtbaar was, vandaag een vernietigende kracht is geworden die zich tegen onszelf heeft gekeerd. We hebben die kracht ontwikkeld door vragen te stellen, door wetenschappelijke twijfel te zaaien, door ruimte voor onzekerheid en vrijheid te scheppen. Maar die twijfel is nu een doel op zich geworden, een middel om angst te verspreiden en macht uit te oefenen. We zijn – in meer dan één betekenis – verslaafd geraakt aan de macht, en het is die machtsverslaving die de wereld in zijn greep houdt en langzaam wurgt.

We zijn vandaag getuige van een ongeziene machtsontplooiing: zowat de hele wereldbevolking wordt opgesloten en gevangen gezet. De machtsontplooiers beroepen zich daarvoor op het gezag van de wetenschap, een gezag dat wij blindelings volgen omdat de wetenschap dagelijks haar macht over de natuur demonstreert. Zonder die macht zouden we niet meer kunnen (of willen) leven. We zijn compleet afhankelijk geworden van die wetenschappelijke macht, we zijn eraan verslaafd geraakt. Ze heeft ons gereduceerd tot blinde en angstige gelovigen die zich in hun kot laten opsluiten als pluimvee. De wetenschap heeft het geloof overwonnen, maar nu is ze zelf een geloof geworden, een wetenschapskerk die machtiger is dan welke religieuze kerk ooit was. We zijn met andere woorden van de regen in de drop terechtgekomen. De wetenschap, die ons vrij zou maken, berooft ons vandaag van onze vrijheid op een schaal die we enkele maanden geleden nog niet voor mogelijk hielden. 

De wereldwijde corona-crisis confronteert ons met de vraag: wat is er verkeerd gegaan? Het antwoord luidt: de wetenschap is verslaafd geraakt aan de macht. Machtswellust ligt ten grondslag aan de moderne wetenschap en vandaag komt ze aan de oppervlakte: overal duiken wetenschappers op die de bevolking vertellen wat ze moet doen en laten. Ze tonen ons hoe we onze handen moeten wassen, hoe we moeten winkelen, hoe we moeten niezen, ze tonen ons nog net niet hoe we het toiletpapier moeten gebruiken dat we gehamsterd hebben. Het is sterker dan henzelf. De wetenschap keert zich als het ware binnenstebuiten en we zien haar verborgen kern van macht en geweld verschijnen. We zagen dat reeds tijdens de klimaatkwestie, toen de verzamelde wetenschap aandrong op drastische maatregelen. Tegelijk zagen we hoe de buitenkant – de zekerheid, de objectiviteit – onzichtbaar werd: de wetenschappelijke voorspellingen kwamen niet uit, ze bleken fake news.

Weten maakt plaats voor macht. De hedendaagse wetenschap laat haar masker vallen en we zien een angstaanjagend gezicht verschijnen dat zijn machtswellust niet langer verbergt. De corona-crisis is voor de wetenschap het moment van de waarheid, de waarheid over zichzelf. Ze kijkt in een spiegel en ziet daar een angstige, zieke, radeloze mensheid die hopeloos verdeeld is en zich niet teweer kan stellen tegen haar corrupte en incompetente ‘leiders’. Is de wetenschap niet even radeloos en verdeeld, is zij niet even weerloos tegen de macht? Ja, zit die machthebber niet diep in haarzelf verborgen en spreekt ze niet in zijn naam zonder het te beseffen? Wat is er gebeurd met haar idealen, wat is er gebeurd met de waarheid? Waar is de glimlach van de Verlichting gebleven? De corona-crisis zou voor iedere rechtgeaarde wetenschapper een gewetenscrisis moeten zijn, want hij ziet in de spiegel iemand die op het toppunt van zijn kunnen staat en toch tot niets anders in staat is dan de wereld angst aan te jagen. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Marc Van Ranst wordt gesponsord door farmaciereus Johnson&Johnson en hij is niet de enige. Door wie worden al die virologen en epidemiologen gesponsord die vandaag als politici optreden? Zou daar nog één onafhankelijke wetenschapper bij zijn? Zijn die wetenschappelijke leiders niet veeleer geleiders? Zijn zij niet de spreekbuis van de Mammon? Sturen zij niet aan op een (jaarlijks) verplichte vaccinatie van de hele wereldbevolking en draait de War on Corona in werkelijkheid niet om geld, waanzinnig veel geld? Draait de hele wetenschap vandaag niet om geld? Wie kan nog aan wetenschap doen zonder gesponsord te worden door de bedrijfswereld? En die bedrijfswereld sponsort heus niet uit idealisme, uit liefde voor de wetenschap. Die tijd is lang voorbij. In feite is de tijd van de wetenschap voorbij. Mensen beginnen nog wel uit liefde en idealisme wetenschap te studeren, maar als ze doorkrijgen dat de geldschieters waar willen voor hun geld – en geen waarheid – is het te laat: ze kunnen niet meer terug, ze zitten gevangen.

De wetenschap zit gevangen zoals de wereldbevolking vandaag gevangen zit. De angst die ze die bevolking aanjaagt, is haar eigen angst: de angst dat het afgelopen is met haar. Als de wetenschapper het woord moet spreken van degene wiens brood hij eet, dan houdt hij op een wetenschapper te zijn. Als de uitkomst van zijn onderzoek reeds vastligt en hij de fundamentele onzekerheid van de wetenschap niet kan handhaven, dan is hij geen onafhankelijke waarheidszoeker meer, maar een slaaf van de machtszoekers. Die waarheid kan de moderne wetenschapper niet onder ogen zien, want als hij ernaar handelt raakt hij alles kwijt: zijn inkomen, zijn reputatie, zijn sociale en geestelijke status. De inconvenient truth waar de waarheidszoeker voor terugdeinst is dat hij enkel nog aan wetenschap kan doen door haar te verraden, door haar te reduceren tot een middel om macht te verwerven. Aangezien wetenschappers ook maar mensen zijn, zitten ze gevangen in deze paradox, ze kunnen geen kant meer op. 

Wetenschappers sturen vandaag aan op een wereldrevolutie. Als we het klimaat willen redden, als we de natuur willen redden, als we ons leven willen redden, dan moet alles radicaal anders worden, zeggen ze. Maar ze spreken tegen een spiegel, ze hebben het over zichzelf. Het is in de wetenschap zelf dat de revolutie moet plaatsgrijpen. Het heeft geen enkele zin een drastische ommekeer te verwachten van de machthebbers want hun machtswellust wil alleen maar Ewigkeit, tiefe, tiefe Ewigkeit. Ze zullen niet ophouden tot alles vernietigd is, de wetenschap, de vrijheid, de beschaving, zijzelf. Maar hoe kan de wetenschap die ommekeer bewerkstelligen als ze aan handen en voeten gebonden is? Hoe kan ze zichzelf helpen als ze aan het kruis gespijkerd is? De wetenschap beleeft vandaag haar Golgotha: ze kan alleen nog haar eigen sterven, haar eigen onmacht onder ogen zien. En uit die onmacht moet de vraag geboren worden: wie kan mij helpen? Waar kan ik de waarheid vinden die mij bevrijdt? 

Corona (6)

  

Het grote probleem met de corona-epidemie is dat niemand weet wat er echt aan de hand is. Degenen die ons dat zouden moeten vertellen – de experts – spreken elkaar tegen. Sommigen beweren dat miljoenen levens op het spel staan, anderen beweren dat het allemaal paniekzaaierij is. Allebei hebben ze argumenten die overtuigend klinken, maar waar je als leek niet kunt over oordelen. Als de John Hopkins Universiteit zegt dat de coronapiek in ons land pas in juni zal vallen, en aan de universiteit van Brussel antwoorden ze dat je dat met een korreltje zout moet nemen, wie moet je dan geloven? Als je beslissingen moet nemen, kun je niet wachten tot de experts eruit zijn, je moet er een slag in slaan. Je moet met andere woorden kiezen welke experts je wil geloven. Maar op grond waarvan maak je die keuze? Politici laten daar vandaag weinig twijfel over bestaan: ze kiezen voor experts die een katastrofe voorspellen (en draconische maatregelen voorstaan) opdat niemand hen achteraf zou kunnen verwijten dat ze niks gedaan hebben.

Ze willen met andere woorden hun hachje redden, niet hun fysieke hachje maar hun morele hachje, hun reputatie, hun sociale status. Politici die weigeren drastische maatregelen te nemen omdat ze – zoals in Zweden – erop vertrouwen dat de bevolking haar gezond verstand zal gebruiken, riskeren daarop afgerekend te worden als de zaak uit de hand loopt. Het is dan afgelopen met hun politieke carrière, ze worden verantwoordelijk geacht voor talloze doden en dragen voor de rest van hun leven het stempel van onbekwaamheid en onverantwoordelijkheid. Politici daarentegen die uitgaan van het worst case scenario en overgaan tot maatregelen die de bevolking de stuipen op het lijf jagen, riskeren niets. Als de katastrofe uitblijft en de sterftecijfers niet hoger stijgen dan de voorgaande jaren, zeggen ze gewoon dat het een gevolg is van hun drastisch ingrijpen. Niemand zal kunnen bewijzen dat er ook zonder hun maatregelen geen katastrofe zou zijn geweest. Door voor de angst te kiezen, spelen politici op veilig.

Dat geldt trouwens niet alleen voor politici, dat geldt voor iedereen. In theorie kunnen we een agnostisch standpunt innemen en zeggen: ik weet niet wie gelijk heeft, ik spreek me daar niet over uit. Maar in de praktijk kunnen we niet neutraal blijven, want er moeten beslissingen worden genomen. We moeten dus kiezen welke experts we willen geloven: degenen die zeggen dat er een levensgevaarlijk virus de ronde doet waar niemand veilig voor is, of degenen die zeggen dat er niks de hand is en dat (zoals gewoonlijk) alleen oude en zieke mensen gevaar lopen. Afhankelijk van die keuze zullen we heel andere beslissingen nemen. In het eerste geval zullen we de opgelegde maatregelen zorgvuldig in acht nemen en er wellicht nog een schepje bovenop doen. Zo zijn er mensen die al wekenlang hun slaapkamer niet meer verlaten en hun eten voor de deur laten zetten. Anderen hullen zich van top tot teen in plastic als ze het huis verlaten en lopen met een grote boog om iedereen heen. Angst doet vreemde dingen met een mens.

In het tweede geval – als we kiezen voor de ‘geruststellende’ experts – zullen we ons van de maatregelen niet veel aantrekken. We zullen dan ons gewone leven voortzetten in de overtuiging dat er niks is om bang voor te zijn, behalve dan politieagenten die boetes uitschrijven en medemensen die agressief worden omdat we hun angst niet delen. We lopen dan echter wel het risico dat we op een dag ziek worden, op de spoedafdeling belanden en moeten inzien: ik heb me vergist, ik heb de verkeerde keuze gemaakt, ik heb niet alleen mijn eigen leven in de waagschaal gegooid maar ook dat van mijn medemensen (die ik wellicht besmet heb). Door te weigeren ons mee te laten sleuren door fysieke angst riskeren we overvallen te worden door geestelijke angst. Want het schuldgevoel dat we ons op de hals halen als de zaken onverwacht een slechte wending nemen, is ook een vorm van angst: het is de angst voor het oordeel van de anderen maar ook – en vooral – van onszelf. 

Ook als we niet ziek worden, ontsnappen we niet aan de angst. Immers, als we oprecht geloven dat het coronavirus onschuldig is, dan moeten we concluderen dat de huidige reactie op het virus allesbehalve onschuldig is. Als de draconische maatregelen die vandaag over de hele wereld worden genomen (en het leven voor zoveel mensen tot een kwelling maken) overbodig en zelfs schadelijk zijn, dan is er vandaag een kwaadaardig experiment bezig, een mondiale machtsontplooiing gesteund door een niet aflatende stroom van sensationele, eenzijdige en leugenachtige mediaberichten. Er is dan een Orwelliaanse wereld in de maak die geregeerd wordt door de angst en de angstverspreiders, een wereld waar mensen als dieren worden behandeld en daar zelf om vragen. Dat is een nachtmerrieachtige gedachte, want stel je een wereld voor waar de huidige toestand permanent wordt! Dat is niet alleen een onmenselijke wereld, het is ook een wereld die op een complete chaos afstevent. 

Wat we ook kiezen, het resultaat is angst, er valt niet aan te ontkomen. Maakt het dan niet uit welke experts we geloven? Toch wel, want in feite kiezen we tussen fysieke en geestelijke angst. Wie de angstverspreiders gelooft en het coronavirus beschouwt als een gevaarlijke vijand, leeft in permanente vrees voor zijn leven en dat van zijn naasten. Maar op moreel vlak is hij gerust want hij doet alles wat in zijn vermogen ligt om zichzelf en anderen te beschermen. Mocht hij desondanks toch ziek worden en sterven, dan heeft hij zichzelf niks te verwijten. Heel anders ligt het voor wie weigert in permanente angst te leven voor een in zijn ogen onschuldig virus. Als zou blijken dat hij het bij het verkeerde eind heeft en het coronavirus gaat dezelfde weg op als de Spaanse griep in 1918, dan heeft hij talloze doden op zijn geweten. Als daar vrienden en familieleden bij zijn, moet hij door het leven met een schuldgevoel dat vele malen erger is dan de vrees om besmet te worden door een virus. 

Angst voor het virus is angst voor de dood, angst voor de schuld is angst voor het oordeel (van anderen of van zichzelf). Wie kiest voor de ‘geruststellende’ experten riskeert voor de rest van zijn leven opgezadeld te worden met een schuldgevoel dat zijn leven tot een nog grotere kwelling maakt dan een leven dat geregeerd wordt door Big Brother. Het is dan ook deze geestelijke angst die de mens in de armen drijft van ‘grote broer’ Ahriman. We vluchten onder zijn machtige vleugels om te ontsnappen aan de wroeging, de gewetenskwelling, het schuldgevoel. Daar zijn we nog banger voor dan voor het coronavirus. In die zin is de corona-crisis een wereldwijde geestelijke angstaanval. Onder de angst voor de dood gaat een nog diepere angst schuil: de angst voor het oordeel. Of zoals Guido Gezelle het uitdrukt: ‘Te sterven is het niet, maar hoe men heeft geleefd dat aan de bittre dood die bittre smake geeft.’ In het aangezicht van de dood oordeelt de mens over zichzelf, hij hoort de stem van zijn geweten, de stem van zijn Ik. 

Mensen gaan liever dood dan de waarheid onder ogen te zien. Als het bijvoorbeeld waar is dat het coronavirus een griep veroorzaakt die niet meer slachtoffers maakt dan andere jaren, en als het waar is wat Rudolf Steiner zegt over de angst als voedingsbodem van virussen, dan zijn de drastische maatregelen die vandaag genomen worden erger dan de kwaal, dan zijn ze de kwaal. Dat wordt niet alleen beweerd door experts (waarover men in de media niks hoort), het wordt ook bevestigd door cijfers (waarover men in de media evenmin iets hoort), en het blijkt tevens uit de absurditeit van sommige maatregelen waar meer machtswellust dan bezorgdheid uit spreekt. Maar desondanks willen de meeste mensen deze mogelijkheid niet onder ogen zien. De waarheid die dan zichtbaar wordt, is veel te schokkend: het is de waarheid dat we de overheid – en de experts die ze kiest – niet kunnen vertrouwen, ja dat de mensen die zich opwerpen als onze leiders, in werkelijkheid onze misleiders zijn. 

De crisis die we nu meemaken – de zoveelste in zijn soort – maakt deel uit van de grote crisis van het Keerpunt der Tijden: de geboorte van de vrije mens. We maken de – moeilijke en pijnlijke – overgang mee van de groepsmens die zich liet leiden door koningen, priesters en (andere) experts naar de individuele mens die zijn eigen beslissingen neemt. De oude groepsmens droeg geen verantwoordelijkheid, die rustte op de schouders van de leiders, en die lieten zich op hun beurt leiden door de geestelijke wereld. De nieuwe, individuele mens draagt wel verantwoordelijkheid, hij kan ze op niemand afschuiven. Dat is de keerzijde van de vrijheid. Hij moet zelf beslissingen nemen, hij zelf keuzes maken, en hij moet zelf de consequenties dragen. De fysieke consequenties kan hij wel aan, de mens is bereid veel verduren als het om zijn vrijheid gaat. Maar de geestelijke consequenties – het oordeel dat over hem geveld wordt en het daaruit voortvloeiende schuldgevoel – zijn veel zwaarder om dragen.

Het is genoegzaam bekend hoe zwaar de moderne mens gebukt gaat onder schuldgevoel. Hij wordt er aan alle kanten van beschuldigd een vergif te zijn, een toxisch wezen, een kwaadaardig virus zeg maar. Hij is een racist, een sexist, een xenofoob, een kolonialist, een nazi, enzovoort, enzovoort. Hij staat met andere woorden terecht voor een soort wereldtribunaal. Maar het zijn niet de anderen die hem berechten, zij zijn slechts projecties van zijn eigen dubbelganger. De echte aanklager is geestelijk van aard en voor zijn vernietigende oordeel siddert en beeft de ‘bange, blanke man’. Hij buigt het hoofd en kruipt door het stof, hij verloochent zichzelf en schaamt zich voor zijn verleden. Eén voor één geeft hij alle vrijheden op waar zijn voorouders zo hard voor gevochten hebben. Hij bezwijkt onder schuldgevoelens en met hem bezwijkt de hele vrije samenleving, die de bloem is van een ontwikkeling die begon toen Adam in de appel beet en de mens voor het eerst de smaak van de vrijheid proefde. 

Schuldgevoelens spelen in onze tijd zo’n (zelf)vernietigende rol omdat we ze niet onder ogen zien. Om eraan te ontkomen, projecteren we ze op anderen. Om niet beschuldigd te worden, beschuldigen we anderen. Die anderen beschuldigen op hun beurt weer anderen, en zo raakt iedereen op de duur geïnfecteerd met schuldgevoel. De corona-epidemie is daar een beeld van: we zijn besmet met een virus en zonder het te weten besmetten we anderen die het virus op hun beurt doorgeven tot iedereen besmet is. Als we ons bewust waren van die besmetting (met schuldgevoelens) zouden we ze niet doorgeven, we zouden onszelf in quarantaine plaatsen tot we genezen waren. Maar we sluiten er de ogen voor en zeggen: waarom moet ik dat doen, waarom ben ik besmet en anderen niet? De oude groepsmens in ons komt weer naar boven en zegt: ik besmet, iedereen besmet. Hij beleeft er genot aan anderen te besmetten, zodat de gelijkheid hersteld wordt en hij weer in de geborgenheid van de groep kan leven.

De geboorte van de vrije mens is zo pijnlijk omdat de oude geborgenheid plaats maakt voor de naaktheid van het individu, voor de angst van het afgezonderd zijn, voor de ‘quarantaine’ zeg maar. We worden daar vandaag op fysiek vlak toe gedwongen omdat we ze op geestelijk vlak niet kunnen verdragen. Als vrije mens zijn we alleen met onszelf en worden we ons bewust van het leed dat we anderen hebben aangedaan. Het eerste wat een kind beleeft als het op de wereld komt, is enerzijds zijn eigen naaktheid en angst, en anderzijds het leed dat het zijn moeder heeft aangedaan door geboren te worden. Gelukkig is het niet de bedoeling dat het kind zich daarvan bewust wordt, maar bij de geboorte van de vrije mens is dat wel de bedoeling. Het is de bedoeling dat hij bewust geboren wordt en dat hij bewust de gevoelens van angst, schaamte en schuldgevoel doorleeft die daarmee gepaard gaan. Maar hij zou natuurlijk niet vrij zijn als hij niet ook de mogelijkheid had het hele gebeuren onbewust te ondergaan. 

Wat de mens niet bewust onder ogen wil of kan zien, komt van buitenaf op hem toe in de vorm van materiële beelden. De corona-pandemie is een spiegel die ons wordt voorgehouden en waarin we onszelf kunnen herkennen. Als we dat natuurlijk willen, want als vrij (wordend) mens zijn we niet verplicht in die spiegel te kijken en in de buitenwereld te herkennen wat zich in onze eigen ziel afspeelt. Hij staat ons vrij om het coronavirus te beschouwen als een vijand waar we niks mee te maken hebben en die alleen bestreden kan worden door experts in wier handen we ons lot leggen. Maar dan zullen er nieuwe beelden verschijnen. In het huidige geval kan dat zelfs heel vlug gaan, want een griep die niet uitgeziekt kan worden – omdat er aan social distancing wordt gedaan – komt volgens sommige experts terug tot hij zijn ding heeft kunnen doen. Misschien komt er in de herfst dus een tweede opstoot, met nog meer quarantaine tot gevolg. Vroeg of laat zal die quarantaine de mens aan het denken zetten, vroeg of laat zal hij het beeld in de spiegel herkennen. 

Wat moet gebeuren, zal ook gebeuren. Het staat de mens niet vrij om zijn (geestelijke) geboorte tegen te houden, want hij heeft die zelf gewild. Het staat hem echter wel vrij ze minder pijnlijk te maken – zowel voor zichzelf als voor zijn moeder – door er zich bewust van te worden, door bijvoorbeeld de corona-pandemie te zien als een beeld, als een zelfportret. Hij zal dan begrijpen dat angst, schaamte en schuldgevoel de prijs zijn die hij moet betalen – die hij wil betalen – voor zijn vrijheid. Hij zal ophouden anderen te beschuldigen en te gebruiken als projectiescherm. Hij zal op de tanden bijten en moedig zijn kruis dragen in de wetenschap dat de lijdensweg van het Keerpunt der Tijden gegaan moet worden zoals een griep uitgeziekt moet worden en dat hij alleen maar langer en zwaarder wordt als hij probeert hem te ontwijken. De mens kan pas echt vrij worden als hij zichzelf herkent in de spiegel van de wereld, als hij in die spiegel de waarheid ziet verschijnen. 

De Verlosser van Tsjernobyl

  

(door Jens Mühling)

Toen het gebeurde heette Vader Nikolaj nog niet Vader Nikolaj. De zone heette nog niet de zone. Tsjernobyl heette Tsjernobyl, maar daarmee werd een stad bedoeld, geen catastrofe. God heette God, maar men noemde hem liever niet bij zijn naam.

Kernenergiecentrales doen aan splijting, daarvoor zijn ze er. Deze ene echter, in wiens schaduw vader Nikolaj leefde, en die Tschernobylskaja Atomnaja Elektrostanzija ‘Lenin’ werd genoemd, deze ene spleet alles: levenswegen, families, namen. En ook de tijd. Pas daarna wist men dat er ook een daarvóór was geweest.

Vader Nikolaj heette toen het gebeurde Nikolaj Jakuschin. Hij werkte in een coöperatie van landbouwmachines, hij was ingenieur. Een ingenieur weet hoe een kerncentrale functioneert. Heeft de kerncentrale een ziel? Hoe kan hij nu een ziel hebben, vroeg vader Nikolaj zich af, hij is immers zonder ziel gebouwd? Met zijn vlakke hand sloeg Vader Nikolaj op het stuur van zijn Opel, bouwjaar ’94. De Opel was oud, maar hij hield het nog steeds uit. Waarom? Omdat hij in Duitsland is gebouwd. Omdat hij met een ziel is gebouwd. ‘Wij’, zegt Vader Nikolaj, op de schoorstenen wijzend en op de elektriciteitsmasten en op de prikkeldraadpalen en op alle andere resten van de sovjet-tijd, ‘wij hebben 70 jaar lang gebouwd en gebouwd en gebouwd. Maar wij hebben dat zonder ziel gedaan.’

Tsjernobyl, voorjaar 2011. De sneeuw bedekt nog steeds de Noord-Oekraïensche laagvlakte, maar weldra zal hij smelten. Dan zullen de voetstappen weer verdwijnen en de bandensporen, die het stadje Tsjernobyl ingaan en er weer uit gaan. Maar dat zijn er niet veel. Vijfentwintig jaar geleden stak men een passer in een landkaart en trok men een cirkel. Al cirkelend sneed deze 4300 vierkante kilometer wereld van de rest van de wereld af. Drie concentrische cirkels met prikkeldraad omgeven het Niemandsland: de 30-kilometer-zone, de 10-kilometer-zone en de zone van de centrale. In het midden staat een sarcofaag. Hier ligt onder duizenden tonnen beton en staal begraven: blok 4, ontploft op 26 april 1986. Oorzaak van het ongeluk: menselijk falen.

De geigerteller geeft de zone een andere vorm. Minder geordend. Soms piept hij hysterisch, soms zoemt hij zachtjes, een patroon is er niet in te ontdekken. Er zijn dichtbij in de onmiddellijke omgeving van de reactor stille plekken, en er zijn andere veel verder weg liggende plekken, waar de teller ineens verschrikkelijk schril begint te gillen. De meest raadselachtige plek ligt een paar kilometer ten zuiden van de reactor aan het riviertje de Pripjat, tussen de eerste en de tweede ring van prikkeldraad, in de stad die de reactor zijn naam gaf. De stad Tsjernobyl zou van weinig betekenis zijn als de kerk er niet was geweest. Veertig meter hoog reikt de Kerk van de heilige Ilja naar de Oekraïensche winterhemel. Betreed men de kerk, dan verstomt de geigerteller. ‘Het is Gods huis’, zegt vader Nikolaj, ‘de straling dringt hier niet binnen’.

En dat is één van de vele wonderen.

De Jakoeschins waren een priesterfamilie. Nikolaj’s overgrootvader was in dienst van de Kerk van de heilige Ilja, Nikolaj’s grootvader eveneens. Tot de bolsjewieken kwamen. Zij hamerden op de kerkdeur en zeiden: ‘Houd op met bidden, vadertje, de mens heeft geen ziel.’ ‘Ja zeker wel’, zei Nikolaj’s grootvader, ‘de mens heeft een ziel, en die is onsterfelijk’. Toen sloten de bolsjewieken grootvader op in de gevangenis. Toen hij eindelijk vrijkwam was hij heel oud. Dat was zijn geluk. Hij stierf net vroeg genoeg om de zuiveringen door Stalin niet meer mee te hoeven maken. Er is nauwelijks een priester geweest die de terreur van de dertiger jaren heeft overleefd. 

De zoon van deze grootvader, Nikolaj’s vader, werd geen priester. De tijden waren er niet naar. Desondanks werd Nikolaj Januschkin wel gedoopt, heimelijk, thuis. Alle russisch-orthodoxen deden dat, want wie zijn kinderen in de kerk liet dopen, kon zijn baan verliezen. Toen Nikolaj werd geboren, kort voor het einde van de oorlog, was het godshuis gesloten, de plaatselijke kolchose gebruikte haar als graansilo. Zo leerde Nikolaj de kerk van zijn voorvaderen kennen: tot onder de koepel was zij met graan gevuld. Op het plafond verbleekte een bedrukte Christusfiguur, zijn handen meer afwerend dan zegenend naar de korenkorrels uitgestrekt.

Het stadje Tsjernobyl, in het Oekraïens Tsjornobyl genoemd, is oud, oeroud voor hedendaagse begrippen, ook al ziet men het haar niet aan. Er is geen enkel bouwwerk uit de tijd van haar grondvesting overgebleven, eerst werd het stadje door de Mongolen verwoest, later kwamen de Litouwers, de Polen, de Duitsers en tenslotte de Bolsjewieken. Tegenwoordig staan er naast de vierkante bouwwerken uit de Sovjet-tijd nog maar een paar houten huizen, waarvan er geen een ouder is dan tweehonderd jaar. Maar Tsornobyl werd in dezelfde tijd als Kiev gesticht en toen de grootvorst van Kiev zijn onderdanen liet dopen in het jaar 988, behoorden de mensen uit Tsjernobyl tot de eerste christenen van de slavische wereld. 

Wie dit verleden nog kon beleven in de toekomstroes van de Sovjet-Unie, die was niet verbaasd dat nu hier, in Tsjernobyl, duizend jaar na die slavendoop, de tijd aan haar einde kwam, zoals dat was voorzegd in de Apocalyps, het boek der Openbaring: ‘En de derde engel blies op zijn bazuin; en er viel een grote ster uit de hemel, die brandde als een fakkel. En hij viel op het derde deel van de waterstromen en op de waterbronnen. En de naam van de ster was Alsem. En het derde deel van de wateren werd tot alsem, en veel mensen stierven door de wateren omdat ze bitter waren geworden.’ Dit schreef Johannes in zijn Apocalyps hoofdstuk 8 vers 10 en 11. Alsem heet in het Oekraïens: Tschornobyl.

Het was een grauwe ochtend, de laatste ochtend vóór de Goede Week. Nikolaj Jakuschin was op weg naar de markt, hij wilde vis kopen voor de vastenmaaltijd. Toen zag hij uit Kiev grote kolonnes van auto’s in de richting van de kerncentrale rijden, met daarin soldaten, brandweermannen, doctoren en allemaal hadden ze gasmaskers op. De mensen ter plaatse stelden allemaal vragen, maar die werden door niemand beantwoord. Een oefening, dacht Nikolaj Jakuschin, het moet een oefening zijn. Uit de kerncentrale waaide een rookwolk omhoog. 

Op Paasmaandag, negen dagen na het ongeluk, werd Tsjernobyl geëvacueerd. Binnen een dag werd de stad tot weeskind. ‘Het is maar tijdelijk’, zei men tegen de mensen, maar dat geloofde niemand. De oudjes moesten met geweld in de bussen worden gehesen. ‘Waar is die straling dan’, vroegen zij, ‘waar hebben jullie het over, we zien niets!’ Soldaten deden de huizen op slot. Ze verzegelden de kerken. Een stilte spreidde zich uit over Tsjernobyl.

Christus strekte zijn bleke armen uit over het verlaten schip van de kerk. Tussen de planken van de vloer zochten de muizen naar resten van het graan. De wind droeg zaden door de gebroken vensters, onkruid overwoekerde het altaar. Op een dag kwamen er plunderaars. Op zoek naar oud metaal trokken zij door de zone en braken de verlaten huizen open. Zij knoopten een stalen kabel aan de vergrendelde kerkdeur en spanden die achter een tractor. De kabel brak. Het geknapte eind vloog door de lucht, zocht een doel en vond een zondaar. Eén van de plunderaars werd getroffen midden in het gezicht, hij zakte in elkaar, de anderen vluchtten weg. Iedereen in de zone kent het verhaal van de wraak van God.

Nikolaj Jakuschin was met zijn familie geëvacueerd naar Kiev. Af en toe keerde hij terug naar zijn geboorteplaats, dan stond hij voor de kerk en weende. De metalen koepel van de klokkentoren raakte los en wapperde in de wind. De wanden brokkelden af. Wilde zwijnen hadden het kerkhof omgewoeld, de grafkruisen staken scheef omhoog uit de omgewoelde aarde. Op een dag hield Nikolaj het niet meer uit. Hij ging voor de residentie van de bisschop van Kiev staan en wilde niet meer weggaan van die plek totdat de kerkoversten hem hadden aangehoord. ‘De kerk van mijn voorvaderen raakt in verval’, zei hij, ‘die kerk heeft een priester nodig.’ De oversten overlegden samen. Na een maand riepen ze Nikolaj weer bij zich. ‘We hebben gezocht’, zeiden zij, ‘maar wij hebben niemand gevonden. Niemand wil daarheen. Verplaats je zelf in de situatie van die priesters, jij zou je toch ook niet die zone in laten sturen?’ Zo kwam het dat Nikolaj Jakuschin vader Nikolaj werd.

Tien jaar is dat nu geleden. Een tijdlang overlapte zijn oude leven het nieuwe leven. Een ingenieur weet, hoe je een huis herstelt, ook als het een godshuis is. Vader Nikolaj bouwde een steiger. Hij deed een touw om zijn middel en voordat hij het kerkdak op klom maakte hij een kruisteken. De koepel richtte hij zelf weer op. Hij poetste de wanden schoon, zette er nieuwe ramen in, hij haalde het onkruid weg en beschilderde opnieuw de handen van het verbleekte Christusbeeld. Toen alles klaar was zette Vader Nikolaj een grote ikoon voor de achterwand van het altaar. Die ikoon kwam uit Kiev. Een van de opruimers, die na het ongeval door de smeltende centrale waren gekropen, had die laten schilderen. Op een nacht had de man een droom gehad, waarin hem de Verlosser was verschenen. De Verlosser wandelde op de wolken, de wolken zweefden boven de kerncentrale, een ster die alsem heette viel uit de hemel, en in haar licht verzamelden zich de doden en de overlevenden uit de zone. 

De man liet zijn droombeeld schilderen. De voorstelling werd een beetje onorthodox. In de ikonen-schilderingen komen geen gewone mensen voor, en al helemaal geen mensen met gasmaskers. De ikoon van ‘de verlossers van Tsjernobyl’ kreeg desondanks toch de zegen van de kerk, de metropoliet van Kiev wijdde de ikoon hoogstpersoonlijk in. Terwijl hij nog zijn gebeden sprak gebeurde het eerste wonder: een duif vloog dicht langs de beeltenis, bijna streken zijn vleugels langs de verlossers. Toen men het beeld enige tijd later met wijwater besprenkelde, werd de ikoon omgeven door een regenboog, die als een heiligen-aura om hem heen welfde.

Zo ging het verder, wonder na wonder, vader Nikolaj heeft tientallen getuigenissen verzameld. Draagt men de ikoon door de verregende stad, dan klaart de hemel op. Plaatst men haar in een kerk, dan vormt zich om de koepel heen een regenboog. Een verlamde, die vanaf zijn kindertijd zijn arm niet kon gebruiken, bad dagenlang geknield voor de beeltenis, tot hij zijn vingers kon bewegen. Vader Nikolaj is met de ikoon door de halve Oekraïne getrokken, van de Zwarte Zee, langs de Dnjepr, tot aan Tsjernobyl. Diezelfde weg had eens de slaven-apostel Andreas afgelegd. De ikoon bewerkstelligde overal wonderen. Ze hielp de mensen en uit dankbaarheid daarvoor hielpen de mensen vader Nikolaj. Met de roebels die men hem onderweg in zijn buidel wierp, renoveerde hij thuis zijn kerk. 

Toen de kerk gereed was, kwamen de mensen. Eerst kwamen ze uit nieuwsgierigheid, zei vader Nikolaj, niet omdat ze geloofden. Oude mensen waren het die kwamen, die terug waren gekeerd in de zone, om weer in de verlaten dorpen te wonen. Het waren mensen die niet aan straling geloofden of te oud waren om nog bang te zijn voor de dood. Ook kwamen er wachters, die men aan de zonegrens had neergezet. En er kwamen werkers van de centrale, die de wacht hielden bij de verwoeste centrale. Zij vroegen allemaal: ‘Vadertje wat doe je daar?’ ‘Ik bouw een huis’, antwoordde vader Nikolaj, ‘een huis voor God, opdat God naar Tsjernobyl terug kan keren.’ 

En Hij keerde terug.

‘Wie zich in de zone bevindt’, zegt vader Nikolaj, ‘die bevindt zich aan de rand van de dood. Hij heeft angst. Hij denkt na over het sterven, over het Daarna, over de Eeuwigheid. Zo komt God in zijn leven. Als de mensen de zone betreden, kan men van buiten aan hen zien, hoe het er van binnen bij hen toegaat.’ De mensen, die vader Nikolaj in de kerk bezochten, begonnen al gauw vragen te stellen. ‘Wat zal er met ons gebeuren, vadertje? Waarom is dit allemaal gebeurd? Worden wij door God gestraft? Zal hij ons vergeven? En als wij sterven, is het waar, dat onze zielen voortleven?’

‘In de zone’, zegt vader Nikolaj, ‘is momenteel geen enkele ongelovige’. Veel mensen beweren, dat het leven buiten de zone gevaarlijker is dan hier, binnen in haar. Vele mensen die weggetrokken zijn lijden aan ziektes waarvoor de wetenschappers geen namen hebben. ‘Stress’, zeggen de wetenschappers dan, ‘door emigratie veroorzaakte stress, tsjernobyl-stress.’ Veel mensen zijn gestorven aan deze stress, aan hartproblemen, longproblemen, bloedproblemen, hoofdproblemen. ‘Wij daarentegen’, zegt vader Nikolaj, ‘wij hier in de zone hebben een goede gezondheid. God de Almachtige zij geprezen. De oude mensen in de verlaten dorpen sterven, maar zij sterven door ouderdomszwakheid, niet aan ziektes.’ Daarbij drinken ze zelfs het water. Het water uit het riviertje dat langs de centrale stroomt. ‘Wij zegenen het water’, zegt vader Nikolaj, ‘en dan drinken we het’. Hij maakt een kruisteken over de besneeuwde band van ijs van het riviertje Pripjat, ‘In de naam van de Vader’, fluistert hij, ‘en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.’

‘Je moet geloven’, zegt vader Nikolaj. ‘met wie gelooft, kan niets gebeuren’.

Vandaag, op de dag van de Opstanding, zal vader Nikolaj de russisch-orthodoxe paasliturgie zingen. Christus is opgestaan uit de dood. Hij heeft de dood overwonnen en de mensen in het graf weer leven gegeven. De hele nacht, tot aan het ochtendgloren zal vader Nikolaj voor de ikoon staan en roepen: ‘Christus is opgestaan!’ En een klein, maar hoorbaar koor zal antwoorden: ‘Ja, hij is waarlijk opgestaan!’ Twee dagen later, op 26 april om 1 uur 23, zal vader Nikolaj de treurklok luiden op het kerkhof. Dat doet hij elk jaar. 25 klokslagen zullen door de zone schallen, één voor elk jaar dat verlopen is. De wetenschappers zeggen dat het 20.000 jaar duurt, voor de mensen mogen terugkeren in de zone. Als de klokken weer verstommen, zullen dat er nog maar 19.975 zijn …

(Bron: http://www.alertgroepen.nl)

Corona (5)

  

Science is the belief in the ignorance of experts. (Richard Feynman)

Tijdens de eerste wereldoorlog, toen miljoenen mensen stierven op het slagveld, werd er in Dornach getimmerd, gebeeldhouwd en geschilderd aan het Goetheanum. Ook tijdens de daaropvolgende katastrofe, toen nog veel meer mensen stierven aan de Spaanse griep, bleef Rudolf Steiner voordrachten geven over de wereld van de geest. Juist in deze tijden, zei hij, is het van belang dat we ons blijven concentreren op het antroposofische werk. Zowel de wereldoorlog als de epidemie waren volgens hem karmische gevolgen van het 19de eeuwse materialisme en zolang dat niet overwonnen werd, zouden de katastrofes elkaar blijven opvolgen. Daaraan moest ik denken tijdens het werken aan mijn beschouwingen over het ontwikkelen van een oog voor kunst. Hoe futiel lijkt het niet om je daarmee bezig te houden in tijden van corona-crisis! Maar kijk, tot mijn eigen verbazing stel ik vast dat mijn conclusies nauw aansluiten bij de huidige situatie waarin we ons blindelings overleveren aan ‘experts’ die de hele wereld op zijn kop zetten.   

Virologen, epidemiologen en bacteriologen buitelen over elkaar en overstelpen ons met hun expertise tot onze oren ervan tuiten. Niet alleen spreken ze elkaar tegen, maar ze veranderen ook geregeld van mening, een beetje zoals wijlen Jan Hoet, die de ene dag zonder verpinken het tegenovergestelde zei van wat hij de dag tevoor nog had beweerd. Het deed niets af aan zijn gezag of geloofwaardigheid, wel integendeel, hij werd op handen gedragen, net als griepcommissaris Marc Van Ranst vandaag. Deze laatste lijkt wel in quarantaine te zitten op de VRT en brengt zijn tijd door met de bevolking te vertellen wat ze moet doen en vooral niet mag doen. Volgens hem zal de toestand nog maanden duren en vallen de drastische maatregelen niet zomaar terug te schroeven. Niet alleen in ons land, maar in heel Europa, ja in de hele wereld zullen mensen nog een hele tijd ‘in hun kot’ moeten blijven en dat terwijl de zon schijnt en iedereen naar buiten wil. 

Zoals dat ook met de klimaatkwestie het geval was, heerst er grote eensgezindheid onder de experts. Tenminste, dat wordt ons voorgehouden. Wie echter een beetje rondkijkt op het internet weet dat die consensus een fabeltje is. Verschillende virologen, en heus niet de eerste de beste, beweren dat de hele corona-pandemie een hoax is, boerenbedrog dus. Ze wijzen er onder meer op dat het dodental niet hoger ligt dan andere jaren. Ieder jaar weer kost de griep het leven aan talloze mensen, meestal bejaarden. Het is een soort jaarlijkse lenteschoonmaak. Wat is er dit jaar dan anders? Vanwaar die wereldwijde paniekreactie? Verleden jaar bijvoorbeeld stierven wereldwijd 650 000 mensen aan de griep. In eigen land waren dat er een kleine drieduizend. Dat waren normale gemiddelden en geen haan kraaide er dan ook naar. Ondanks alle dramatische berichten staan we nog altijd ver van die cijfers af. Maar, waarschuwen de experts, dit is de stilte voor de storm, er zullen mogelijk miljoenen slachtoffers vallen! 

Twintig jaar geleden voorspelden experts dat half Europa vandaag onder water zou staan. Reden genoeg dus om sceptisch te staan tegenover ‘wetenschappelijke’ doemscenario’s. Eén ding is zeker: door luid alarm te slaan over een virus dat tot nog toe vrij onschuldig is gebleken, wordt een virus verspreid dat veel gevaarlijker is: angst. Volgens Rudolf Steiner is angst de beste voedingsbodem voor virussen en bacillen. Hoe angstiger mensen zijn, des te gemakkelijker worden ze geïnfecteerd. Dat zou dus betekenen dat de experts bevorderen wat ze menen te bestrijden. Ze creëren een vicieuze cirkel: hoe meer angst, hoe meer infecties, hoe meer infecties, hoe meer angst. Dat doet opnieuw de vraag rijzen: waarom jagen ze de mensen dit jaar zoveel angst aan en niet verleden jaar of de jaren daarvoor, toen er net zoveel slachtoffers vielen? Wat is het verschil? Is het na de klimaatexperts wellicht de beurt aan de virusexperts om ons de stuipen op het lijf te jagen met hun onheilspellende cijfers, tabellen en grafieken? 

Aan sommige experts, moeten we opnieuw zeggen, want er zijn er ook die beweren dat de remedie erger is dan de kwaal en dat de maatregelen die vandaag getroffen worden (veel) meer ellende veroorzaken dan het virus zelf. Denken we maar aan al die oude mensen die vandaag in eenzaamheid sterven, of aan jonge ouders die samen met hun kinderen opgesloten zitten in hun appartementje, of aan de economische gevolgen die dreigen de hele gezondheidszorg (en nog veel meer) in het gedrang te brengen. Maar, zeggen de experts, dat is de prijs die we moeten betalen om nog groter verschrikkingen te voorkomen! Dan hebben ze in Azië toch betere experts, want daar slagen verschillende landen erin het aantal slachtoffers tot een minimum te beperken zonder dat ze daarvoor een lockdown nodig hebben. Jamaar, roepen de Europese experts, we kunnen de cijfers van die communistische landen niet zomaar geloven! Alsof kapitalistische cijfers wel betrouwbaar zijn en Marc Van Ranst geen communist is …

Wie bepaalt welke experts het voor het zeggen hebben? Net als in de klimaatkwestie wordt ook nu weer een hele groep deskundigen monddood gemaakt. Alleen de angstverspreiders mogen hun mening verkondigen. Dat ligt geheel in de lijn van wat de media nu al decennia lang doen: angst en tweedracht zaaien, afwijkende meningen doodzwijgen of belachelijk maken. Daar plukken we nu de vruchten van: de angst sleurt iedereen mee. Landen die een eigen aanpak voorstaan, worden gedwongen hun standpunt te herzien. Overal moeten individuele reacties wijken voor de grote, collectieve angstreactie. Krijgswetten worden afgekondigd, alsof het oorlog is. In Amerika kan gelijk wie opgesloten worden als hij ervan verdacht wordt virusdrager te zijn. Wie bij ons op voedingswaren hoest riskeert vijf jaar cel. In Indië dreigt men overtreders van het uitgaansverbod gewoon neer te schieten. Enzovoort, enzovoort. En dat alles wordt mogelijk gemaakt door experts die onafgebroken angst zaaien. 

Marc Van Ranst vertelt op televisie dat het nog wel het hele jaar zal duren voor de situatie weer normaal is. Hij vertelt ook dat het virus terug zal keren. Dat betekent dat we volgend jaar weer hetzelfde zullen meemaken en dat de angst dus permanent zal worden. Tenzij er een vaccin wordt gevonden (Marc Van Ranst werkt nauw samen met Johnson & Johnson). Maar vaccins verzwakken het immuunsysteem, ze maken de mens kwetsbaarder en de virussen derhalve gevaarlijker. Het beste voorbeeld zijn de mazelen, een onschuldige kinderziekte die (onder meer) door massale vaccinatie vandaag levensbedreigend is geworden. De roep om een universeel vaccin zal na de corona-epidemie dan ook luider klinken dan ooit. Wellicht wordt dat het geneesmiddel dat Rudolf Steiner voorspelde en dat de mens van bij zijn geboorte zou afsnijden van de geest. De vicieuze cirkel zal dan helemaal rond zijn, want juist dit afgesneden-zijn van de geest is de grondoorzaak van de huidige crisis. 

De mensheid wordt langzaam maar zeker opgesloten in een gevangenis die ze zelf bewaakt. Men moet het maar eens wagen de nieuwe regels in vraag te stellen: onmiddellijk wordt men er door zijn medemensen van verdacht een gewetenloze egoïst te zijn, een gevaar voor de anderen, een corona-terrorist. Angst maakt mensen volgzaam op een agressieve manier: ze beginnen elkaar te controleren, ze dwingen elkaar in de pas te lopen. Het politiek-correcte bewind waaronder we al zolang leven, is een angstbewind. Het heeft het pad geëffend voor de huidige angstepidemie en die effent op haar beurt het pad voor nog meer angst, nog meer eenheidsdenken, nog meer controle. Tenzij we van de gelegenheid gebruik maken om die vicieuze cirkel te doorbreken. Maar dan komen we een nog diepere angst tegen: de angst voor de geest. Daar vinden de corona-angst, de politiek-correcte angst en de vele andere moderne angsten hun oorsprong. Nergens is de moderne mens zo bang voor als voor de geest.

Die angst kunnen we goed waarnemen in de kunst. Gevaar voor virale besmetting bestaat hier niet, want onze relatie met kunst is zuiver geestelijk: we kijken of luisteren ernaar, meer niet. Toch heerst in de kunstwereld precies hetzelfde angstklimaat als elders, met dat verschil dat het hier al zo gewoon is geworden dat we niet eens meer beseffen hoe bang we zijn, bang om zelf te kijken, bang om zelf te voelen, bang om zelf te denken. We durven niet meer oordelen over kunst omdat we geloven dat alleen experts kunnen bepalen wat kunst is en wat niet. Dat blinde geloof bepaalt heel onze omgang met kunst. Experts bepalen wat we te zien krijgen en hoe we erop moeten reageren. Zij hebben de rol van ons Ik overgenomen, een Ik dat verlamd is van angst voor de geest en zelfs niet meer durft te protesteren als het de grootste rotzooi te slikken krijgt. We leven in een angstcultuur en we beseffen het niet. Integendeel, we zijn er trots op en reageren agressief tegen al wie onze angst niet deelt.

Maar hoe kunnen we nu bang zijn voor iets waar we niet meer in geloven? Heeft ons materialisme ons niet juist bevrijd van vele irrationele angsten? Niemand is vandaag nog bang voor spoken, demonen en andere kwelgeesten. Althans niet bewust. Want onbewust gaan we allemaal over de drempel en nemen we weer geestelijke wezens waar. De angst die ze ons aanjagen projecteren we op de fysieke wereld, op onze medemensen of op virussen waarmee we de strijd aanbinden. Maar die strijd dient alleen om onze angst voor de geest te verdoven. In die zin zouden we de huidige angst-pandemie kunnen zien als het gevolg van een collectieve opstoot van onbewuste helderziendheid. Zonder het te beseffen ‘zien’ we een geest die ons de stuipen op het lijf jaagt. En wie kan dat anders zijn dan Ahriman, die op het punt staat zijn gezicht te tonen? Het corona-virus is dan ook een wake up call. We moeten onze ogen openen voor de geest die ons zoveel angst aanjaagt, anders komen we in een spiraal van geweld terecht.

Maar hoe doen we dat? Hoe ontwikkelen we een oog voor Ahriman, voor de geestelijke dimensie van de corona-epidemie? Het antwoord luidt: op dezelfde manier als we een oog voor kunst ontwikkelen. Want in de kunst slaan we geen acht op de materie, we vragen ons niet af welke verf, welke olie of welke pigmenten de schilder gebruikt heeft (tenzij we een expert zijn). We richten onze aandacht enkel op het beeld dat door deze materialen zichtbaar wordt. Daar ligt het wezen van het kunstwerk en het heeft geen zin om het elders te zoeken, bijvoorbeeld aan de achterkant van het schilderij, want daar is niets te zien. Ook de gedachten en bedoelingen van de kunstenaar kunnen we niet zien, dus daar houden we evenmin rekening mee. We kijken enkel en alleen naar het kunstwerk, naar het – in wezen geestelijke – beeld dat aan ons verschijnt. Tenminste, zo deden we dat vroeger, want sinds de hedendaagse kunst op het toneel verscheen, kijken we niet meer naar beelden, we luisteren enkel nog naar de woorden van (materialistische) experts.

De ooit zo vanzelfsprekende fenomenologische benadering van kunst – waarbij we ons enkel baseren op wat we waarnemen – is vervangen door een blind geloof in experts die ons, op grond van hun vermeende helderziendheid, vertellen wat we moeten zien, wat we moeten denken en wat we moeten voelen. Trekken we hun alwetendheid in twijfel en proberen we ons zelf een oordeel te vormen, dan is verontwaardiging ons deel: wie denken we wel dat we zijn! De kunstexperts dwingen hun gezag af door middel van angst en niemand durft tegen hen in te gaan. Die geestelijke lafheid is inmiddels een tweede natuur geworden zodat niemand in de kunstwereld zich nog realiseert hoe bang hij wel is. Immers, wie niet durft te verroeren, voelt niet dat hij verlamd is van angst. Hij verkeert in de mening dat er niks aan de hand is, en de gedachte dat er angst heerst in de kunst komt hem bespottelijk voor. De kunst is in zijn ogen juist een wereld waar iedereen zich bevrijd heeft van de angst, een wereld die moedig voorop loopt, een avant garde

We staan vandaag voor de keuze: ofwel geven we toe aan de angst en kiezen we voor een wereld vol geweld – medisch geweld, politiek geweld, sociaal geweld, militair geweld – ofwel overwinnen we die angst en openen we onze ogen voor de geest. Dat laatste doen we door de wereld fenomenologisch te benaderen, dat wil zeggen op dezelfde manier waarop we dat in de kunst doen. Maar daar komen we opnieuw voor de keuze te staan: laten we ons intimideren door de hedendaagse kunst en haar leger van experts of kiezen we voor de klassieke kunst en haar fenomenologische benadering van de werkelijkheid? Pas wanneer we dat laatste doen, ondervinden we hoe groot onze (geestelijke) angst is. Want ofschoon we volkomen vrij zijn, waagt niemand het om deze keuze te maken. We zijn als de dood voor de reactie van de experts en hun volgelingen, voor hun woede en verontwaardiging, voor hun spot en hun minachting. We zijn verlamd van angst voor de geest die door hen spreekt. 

Na de War on Drugs, de War on Terror en de War on CO2, is vandaag de War on Virus uitgebroken. Het zal de laatste niet zijn. We zitten gevangen in een spiraal van geweld waar geen eind zal aan komen tenzij we ons bewust worden van de bron van al dat geweld: onze angst voor de geest. Die angst voelen we pas wanneer we geestelijk in beweging komen, wanneer we zelf beginnen kijken, zelf beginnen voelen, zelf beginnen denken. Door ons blinde geloof in te ruilen voor vertrouwen in onszelf krijgen we de ware – ahrimaanse – aard van de experts te zien. Want zij dulden geen tegenspraak, zij dulden geen twijfel aan hun (geestelijke) gezag. Het zijn dus geen wetenschappers en het zijn evenmin kunstenaars, het zijn magiërs die de wetenschap en de kunst gebruiken om ons steeds dieper in slaap te brengen zodat ze met ons kunnen doen wat wij met de dieren doen. Het enige wat we tegen die verdierlijking kunnen doen, is wakker worden, geestelijk in beweging komen, zelf aan kunst en wetenschap doen.      

Corona (4)

  

Omdat lachen gezond is: Koen Meulenaere

Kaaiman krijgt dezer dagen bezorgde mails van zijn vele vrienden in Noord-Korea. ‘Kameraad, is het juist dat er bij jullie een regering is die maar 26 procent van de kiezers vertegenwoordigt, het parlement heeft afgeschaft, regeert per oekaze, een samenscholingsverbod en een avondklok heeft ingevoerd, burgers verbiedt om ook overdag buiten te komen, oude mensen wegsteekt in detentiehuizen waar zelfs hun kinderen niet meer binnen mogen, niet toelaat verder dan één kilometer te fietsen, restaurants en cafés en scholen en universiteiten sluit, de toegang tot recyclageparken blokkeert, verhindert om met vakantie of naar de kust te gaan, uw huizen binnenvalt, en communie- en andere privéfeesten buiten de wet stelt? Wij dachten dat dat fake news was, maar we beginnen te twijfelen. Hoe zit dat? Antwoord asap.’

Wij sturen dan een boodschap terug, gecodeerd want je weet steeds minder wie allemaal meeleest: ‘De uil zit in de perenboom. Op de heide waait de wind. En de boter, die is er zo diere.’ Dan weten ze ginder genoeg: het is waar. Toen dat werd doorgegeven via de vele echelons van de partij, werd onze mailbox overstelpt. ‘Klopt het dat jullie geen toiletpapier meer kunnen kopen en dat de keukenrollen gerantsoeneerd zijn?’ ‘Zijn de citroenen op?’ ‘Is het echt mogelijk dat jullie kapitalistisch systeem niet bij machte is om doekjes met een elastiekje te produceren?’ ‘Is jullie geldbeluste farmasector niet bekwaam een pil tegen een griepje te draaien?’ ‘Mogen jullie geen optochten van meer dan 2 miljoen mensen meer houden?’ ‘Zijn de play-offs afgeschaft?’ ‘Gaat de Ronde van Vlaanderen niet door?’

Zodra ze aan de hand van onze cryptische antwoorden ontsluierd hadden onder wat voor dictatoriaal regime wij hier kreunen, kwam de spreekwoordelijke internationale solidariteit van het proletariaat snel op gang. ‘We sturen wc-rollen, extra strong.’ ‘Conserven onderweg.’ ‘Hierbij doos witloof.’ ‘Om verveling tijdens gevangenschap te verdrijven, ingesloten de roman ‘Wat Stalin echt heeft gezegd’.’   

Een kameraad met een hoge functie op het ministerie van Defensie liet weten dat hij zijn netwerk, 18 miljoen soldaten, zal mobiliseren voor een briefschrijfactie naar Amnesty International. ‘De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moet van dit schandaal horen’, sloot hij zijn bericht af. Toen wij terugseinden dat België deel uitmaakt van de Veiligheidsraad, begrepen ze er in Pyongyang helemaal niets meer van. Een zeer hoog geplaatste besliste dat het tijd was om de hoogst gerespecteerde leider zelf op de hoogte te brengen.

Kim Jong-un barstte eerst in lachen uit, Noord-Koreanen staan bekend om hun humor. Maar toen ook hij inzag dat het niet om een grap ging, nam hij een rode telefoon en belde het hoofd van zijn nucleairerakettendivisie: ‘Geraken we al tot in Brussel?’

Houdt dus moed, gij allen. Hulp is onderweg. En komt zoals gebruikelijk van boven.

Corona (3)