Corona (6)

door lievendebrouwere

  

Het grote probleem met de corona-epidemie is dat niemand weet wat er echt aan de hand is. Degenen die ons dat zouden moeten vertellen – de experts – spreken elkaar tegen. Sommigen beweren dat miljoenen levens op het spel staan, anderen beweren dat het allemaal paniekzaaierij is. Allebei hebben ze argumenten die overtuigend klinken, maar waar je als leek niet kunt over oordelen. Als de John Hopkins Universiteit zegt dat de coronapiek in ons land pas in juni zal vallen, en aan de universiteit van Brussel antwoorden ze dat je dat met een korreltje zout moet nemen, wie moet je dan geloven? Als je beslissingen moet nemen, kun je niet wachten tot de experts eruit zijn, je moet er een slag in slaan. Je moet met andere woorden kiezen welke experts je wil geloven. Maar op grond waarvan maak je die keuze? Politici laten daar vandaag weinig twijfel over bestaan: ze kiezen voor experts die een katastrofe voorspellen (en draconische maatregelen voorstaan) opdat niemand hen achteraf zou kunnen verwijten dat ze niks gedaan hebben.

Ze willen met andere woorden hun hachje redden, niet hun fysieke hachje maar hun morele hachje, hun reputatie, hun sociale status. Politici die weigeren drastische maatregelen te nemen omdat ze – zoals in Zweden – erop vertrouwen dat de bevolking haar gezond verstand zal gebruiken, riskeren daarop afgerekend te worden als de zaak uit de hand loopt. Het is dan afgelopen met hun politieke carrière, ze worden verantwoordelijk geacht voor talloze doden en dragen voor de rest van hun leven het stempel van onbekwaamheid en onverantwoordelijkheid. Politici daarentegen die uitgaan van het worst case scenario en overgaan tot maatregelen die de bevolking de stuipen op het lijf jagen, riskeren niets. Als de katastrofe uitblijft en de sterftecijfers niet hoger stijgen dan de voorgaande jaren, zeggen ze gewoon dat het een gevolg is van hun drastisch ingrijpen. Niemand zal kunnen bewijzen dat er ook zonder hun maatregelen geen katastrofe zou zijn geweest. Door voor de angst te kiezen, spelen politici op veilig.

Dat geldt trouwens niet alleen voor politici, dat geldt voor iedereen. In theorie kunnen we een agnostisch standpunt innemen en zeggen: ik weet niet wie gelijk heeft, ik spreek me daar niet over uit. Maar in de praktijk kunnen we niet neutraal blijven, want er moeten beslissingen worden genomen. We moeten dus kiezen welke experts we willen geloven: degenen die zeggen dat er een levensgevaarlijk virus de ronde doet waar niemand veilig voor is, of degenen die zeggen dat er niks de hand is en dat (zoals gewoonlijk) alleen oude en zieke mensen gevaar lopen. Afhankelijk van die keuze zullen we heel andere beslissingen nemen. In het eerste geval zullen we de opgelegde maatregelen zorgvuldig in acht nemen en er wellicht nog een schepje bovenop doen. Zo zijn er mensen die al wekenlang hun slaapkamer niet meer verlaten en hun eten voor de deur laten zetten. Anderen hullen zich van top tot teen in plastic als ze het huis verlaten en lopen met een grote boog om iedereen heen. Angst doet vreemde dingen met een mens.

In het tweede geval – als we kiezen voor de ‘geruststellende’ experts – zullen we ons van de maatregelen niet veel aantrekken. We zullen dan ons gewone leven voortzetten in de overtuiging dat er niks is om bang voor te zijn, behalve dan politieagenten die boetes uitschrijven en medemensen die agressief worden omdat we hun angst niet delen. We lopen dan echter wel het risico dat we op een dag ziek worden, op de spoedafdeling belanden en moeten inzien: ik heb me vergist, ik heb de verkeerde keuze gemaakt, ik heb niet alleen mijn eigen leven in de waagschaal gegooid maar ook dat van mijn medemensen (die ik wellicht besmet heb). Door te weigeren ons mee te laten sleuren door fysieke angst riskeren we overvallen te worden door geestelijke angst. Want het schuldgevoel dat we ons op de hals halen als de zaken onverwacht een slechte wending nemen, is ook een vorm van angst: het is de angst voor het oordeel van de anderen maar ook – en vooral – van onszelf. 

Ook als we niet ziek worden, ontsnappen we niet aan de angst. Immers, als we oprecht geloven dat het coronavirus onschuldig is, dan moeten we concluderen dat de huidige reactie op het virus allesbehalve onschuldig is. Als de draconische maatregelen die vandaag over de hele wereld worden genomen (en het leven voor zoveel mensen tot een kwelling maken) overbodig en zelfs schadelijk zijn, dan is er vandaag een kwaadaardig experiment bezig, een mondiale machtsontplooiing gesteund door een niet aflatende stroom van sensationele, eenzijdige en leugenachtige mediaberichten. Er is dan een Orwelliaanse wereld in de maak die geregeerd wordt door de angst en de angstverspreiders, een wereld waar mensen als dieren worden behandeld en daar zelf om vragen. Dat is een nachtmerrieachtige gedachte, want stel je een wereld voor waar de huidige toestand permanent wordt! Dat is niet alleen een onmenselijke wereld, het is ook een wereld die op een complete chaos afstevent. 

Wat we ook kiezen, het resultaat is angst, er valt niet aan te ontkomen. Maakt het dan niet uit welke experts we geloven? Toch wel, want in feite kiezen we tussen fysieke en geestelijke angst. Wie de angstverspreiders gelooft en het coronavirus beschouwt als een gevaarlijke vijand, leeft in permanente vrees voor zijn leven en dat van zijn naasten. Maar op moreel vlak is hij gerust want hij doet alles wat in zijn vermogen ligt om zichzelf en anderen te beschermen. Mocht hij desondanks toch ziek worden en sterven, dan heeft hij zichzelf niks te verwijten. Heel anders ligt het voor wie weigert in permanente angst te leven voor een in zijn ogen onschuldig virus. Als zou blijken dat hij het bij het verkeerde eind heeft en het coronavirus gaat dezelfde weg op als de Spaanse griep in 1918, dan heeft hij talloze doden op zijn geweten. Als daar vrienden en familieleden bij zijn, moet hij door het leven met een schuldgevoel dat vele malen erger is dan de vrees om besmet te worden door een virus. 

Angst voor het virus is angst voor de dood, angst voor de schuld is angst voor het oordeel (van anderen of van zichzelf). Wie kiest voor de ‘geruststellende’ experten riskeert voor de rest van zijn leven opgezadeld te worden met een schuldgevoel dat zijn leven tot een nog grotere kwelling maakt dan een leven dat geregeerd wordt door Big Brother. Het is dan ook deze geestelijke angst die de mens in de armen drijft van ‘grote broer’ Ahriman. We vluchten onder zijn machtige vleugels om te ontsnappen aan de wroeging, de gewetenskwelling, het schuldgevoel. Daar zijn we nog banger voor dan voor het coronavirus. In die zin is de corona-crisis een wereldwijde geestelijke angstaanval. Onder de angst voor de dood gaat een nog diepere angst schuil: de angst voor het oordeel. Of zoals Guido Gezelle het uitdrukt: ‘Te sterven is het niet, maar hoe men heeft geleefd dat aan de bittre dood die bittre smake geeft.’ In het aangezicht van de dood oordeelt de mens over zichzelf, hij hoort de stem van zijn geweten, de stem van zijn Ik. 

Mensen gaan liever dood dan de waarheid onder ogen te zien. Als het bijvoorbeeld waar is dat het coronavirus een griep veroorzaakt die niet meer slachtoffers maakt dan andere jaren, en als het waar is wat Rudolf Steiner zegt over de angst als voedingsbodem van virussen, dan zijn de drastische maatregelen die vandaag genomen worden erger dan de kwaal, dan zijn ze de kwaal. Dat wordt niet alleen beweerd door experts (waarover men in de media niks hoort), het wordt ook bevestigd door cijfers (waarover men in de media evenmin iets hoort), en het blijkt tevens uit de absurditeit van sommige maatregelen waar meer machtswellust dan bezorgdheid uit spreekt. Maar desondanks willen de meeste mensen deze mogelijkheid niet onder ogen zien. De waarheid die dan zichtbaar wordt, is veel te schokkend: het is de waarheid dat we de overheid – en de experts die ze kiest – niet kunnen vertrouwen, ja dat de mensen die zich opwerpen als onze leiders, in werkelijkheid onze misleiders zijn. 

De crisis die we nu meemaken – de zoveelste in zijn soort – maakt deel uit van de grote crisis van het Keerpunt der Tijden: de geboorte van de vrije mens. We maken de – moeilijke en pijnlijke – overgang mee van de groepsmens die zich liet leiden door koningen, priesters en (andere) experts naar de individuele mens die zijn eigen beslissingen neemt. De oude groepsmens droeg geen verantwoordelijkheid, die rustte op de schouders van de leiders, en die lieten zich op hun beurt leiden door de geestelijke wereld. De nieuwe, individuele mens draagt wel verantwoordelijkheid, hij kan ze op niemand afschuiven. Dat is de keerzijde van de vrijheid. Hij moet zelf beslissingen nemen, hij zelf keuzes maken, en hij moet zelf de consequenties dragen. De fysieke consequenties kan hij wel aan, de mens is bereid veel verduren als het om zijn vrijheid gaat. Maar de geestelijke consequenties – het oordeel dat over hem geveld wordt en het daaruit voortvloeiende schuldgevoel – zijn veel zwaarder om dragen.

Het is genoegzaam bekend hoe zwaar de moderne mens gebukt gaat onder schuldgevoel. Hij wordt er aan alle kanten van beschuldigd een vergif te zijn, een toxisch wezen, een kwaadaardig virus zeg maar. Hij is een racist, een sexist, een xenofoob, een kolonialist, een nazi, enzovoort, enzovoort. Hij staat met andere woorden terecht voor een soort wereldtribunaal. Maar het zijn niet de anderen die hem berechten, zij zijn slechts projecties van zijn eigen dubbelganger. De echte aanklager is geestelijk van aard en voor zijn vernietigende oordeel siddert en beeft de ‘bange, blanke man’. Hij buigt het hoofd en kruipt door het stof, hij verloochent zichzelf en schaamt zich voor zijn verleden. Eén voor één geeft hij alle vrijheden op waar zijn voorouders zo hard voor gevochten hebben. Hij bezwijkt onder schuldgevoelens en met hem bezwijkt de hele vrije samenleving, die de bloem is van een ontwikkeling die begon toen Adam in de appel beet en de mens voor het eerst de smaak van de vrijheid proefde. 

Schuldgevoelens spelen in onze tijd zo’n (zelf)vernietigende rol omdat we ze niet onder ogen zien. Om eraan te ontkomen, projecteren we ze op anderen. Om niet beschuldigd te worden, beschuldigen we anderen. Die anderen beschuldigen op hun beurt weer anderen, en zo raakt iedereen op de duur geïnfecteerd met schuldgevoel. De corona-epidemie is daar een beeld van: we zijn besmet met een virus en zonder het te weten besmetten we anderen die het virus op hun beurt doorgeven tot iedereen besmet is. Als we ons bewust waren van die besmetting (met schuldgevoelens) zouden we ze niet doorgeven, we zouden onszelf in quarantaine plaatsen tot we genezen waren. Maar we sluiten er de ogen voor en zeggen: waarom moet ik dat doen, waarom ben ik besmet en anderen niet? De oude groepsmens in ons komt weer naar boven en zegt: ik besmet, iedereen besmet. Hij beleeft er genot aan anderen te besmetten, zodat de gelijkheid hersteld wordt en hij weer in de geborgenheid van de groep kan leven.

De geboorte van de vrije mens is zo pijnlijk omdat de oude geborgenheid plaats maakt voor de naaktheid van het individu, voor de angst van het afgezonderd zijn, voor de ‘quarantaine’ zeg maar. We worden daar vandaag op fysiek vlak toe gedwongen omdat we ze op geestelijk vlak niet kunnen verdragen. Als vrije mens zijn we alleen met onszelf en worden we ons bewust van het leed dat we anderen hebben aangedaan. Het eerste wat een kind beleeft als het op de wereld komt, is enerzijds zijn eigen naaktheid en angst, en anderzijds het leed dat het zijn moeder heeft aangedaan door geboren te worden. Gelukkig is het niet de bedoeling dat het kind zich daarvan bewust wordt, maar bij de geboorte van de vrije mens is dat wel de bedoeling. Het is de bedoeling dat hij bewust geboren wordt en dat hij bewust de gevoelens van angst, schaamte en schuldgevoel doorleeft die daarmee gepaard gaan. Maar hij zou natuurlijk niet vrij zijn als hij niet ook de mogelijkheid had het hele gebeuren onbewust te ondergaan. 

Wat de mens niet bewust onder ogen wil of kan zien, komt van buitenaf op hem toe in de vorm van materiële beelden. De corona-pandemie is een spiegel die ons wordt voorgehouden en waarin we onszelf kunnen herkennen. Als we dat natuurlijk willen, want als vrij (wordend) mens zijn we niet verplicht in die spiegel te kijken en in de buitenwereld te herkennen wat zich in onze eigen ziel afspeelt. Hij staat ons vrij om het coronavirus te beschouwen als een vijand waar we niks mee te maken hebben en die alleen bestreden kan worden door experts in wier handen we ons lot leggen. Maar dan zullen er nieuwe beelden verschijnen. In het huidige geval kan dat zelfs heel vlug gaan, want een griep die niet uitgeziekt kan worden – omdat er aan social distancing wordt gedaan – komt volgens sommige experts terug tot hij zijn ding heeft kunnen doen. Misschien komt er in de herfst dus een tweede opstoot, met nog meer quarantaine tot gevolg. Vroeg of laat zal die quarantaine de mens aan het denken zetten, vroeg of laat zal hij het beeld in de spiegel herkennen. 

Wat moet gebeuren, zal ook gebeuren. Het staat de mens niet vrij om zijn (geestelijke) geboorte tegen te houden, want hij heeft die zelf gewild. Het staat hem echter wel vrij ze minder pijnlijk te maken – zowel voor zichzelf als voor zijn moeder – door er zich bewust van te worden, door bijvoorbeeld de corona-pandemie te zien als een beeld, als een zelfportret. Hij zal dan begrijpen dat angst, schaamte en schuldgevoel de prijs zijn die hij moet betalen – die hij wil betalen – voor zijn vrijheid. Hij zal ophouden anderen te beschuldigen en te gebruiken als projectiescherm. Hij zal op de tanden bijten en moedig zijn kruis dragen in de wetenschap dat de lijdensweg van het Keerpunt der Tijden gegaan moet worden zoals een griep uitgeziekt moet worden en dat hij alleen maar langer en zwaarder wordt als hij probeert hem te ontwijken. De mens kan pas echt vrij worden als hij zichzelf herkent in de spiegel van de wereld, als hij in die spiegel de waarheid ziet verschijnen.