Corona (11)

door lievendebrouwere

  

 

Rudolf Steiner vertelde ooit volgende anekdote. ‘In een dorp arriveert een vreemdeling, een kennis van de burgemeester. Hij komt te paard het dorp binnengereden en dat doet de dorpelingen op straat komen om getuige te zijn van die niet alledaagse verschijning. De vreemdeling stalt zijn paard bij de burgemeester en brengt er het hele weekend door. Als hij ’s maandags weer wil afreizen, vraagt hij om zijn paard. Verwonderd zegt de burgemeester: maar je hebt geen paard, je bent te voet gekomen! Alle protesten van de vreemdeling worden weggewuifd: er is helemaal geen paard geweest. Weet je wat, zegt de burgemeester, laten we het de dorpelingen vragen, ze moeten je zeker het dorp hebben zien binnenkomen. Hij laat iedereen verzamelen en vraagt hen of ze de vreemdeling te voet hebben zien komen. Ja, zeggen ze allemaal. Zweren jullie dat deze man te voet is gekomen? Ja, antwoorden ze opnieuw allemaal. Zie je wel, zegt de burgemeester, waarop de man geen andere keuze heeft dan het dorp te voet, en zonder paard, te verlaten. Na een tijdje rijdt de burgemeester hem achterna om hem zijn paard te brengen. Verbaasd vraagt de man: waarom deze hele komedie? Antwoordt de burgemeester: om je mijn dorpelingen voor te stellen!

Deze anekdote, aldus Rudolf Steiner, is warer dan waar, want ze speelt zich voortdurend onder ons af. Het hele menselijke leven is erop gericht degenen die zweren geen paard gezien te hebben steeds talrijker te maken.