Corona (14)

door lievendebrouwere

  

Cijfers, daar draait het in deze coronacrisis om. Cijfers, cijfers, en nog eens cijfers. Van ’s morgens tot ’s avonds worden we ermee om de oren geslagen: zoveel doden, zoveel besmettingen, zoveel ziekenhuisbedden, zoveel tests, zoveel mondmaskers, zoveel afstand, zoveel boetes – er komt gewoon geen eind aan. Het is ook allemaal begonnen met cijfers, de cijfers van een expert die op zijn computer zag dat er miljoenen doden zouden vallen en meteen de overheid alarmeerde. Die nam vervolgens drastische maatregelen, die inmiddels voorzichtig worden afgebouwd, maar als de cijfers weer de hoogte ingaan – iets wat door de meeste experts wordt voorspeld – dan begint het liedje opnieuw en worden de teugels weer aangehaald. Ons leven wordt momenteel bepaald door cijfers, cijfers van experten die de hele dag voor de computer zitten (als ze al niet zelf op het beeldscherm verschijnen). Het lijkt wel of er een wereldwijde staatsgreep is gepleegd door mensen die alleen nog in cijfers kunnen denken.  

De wereld wordt geregeerd door cijfers. Er wordt geteld dat het een lieve lust is, of beter gezegd, er wordt geteld zonder enige lust, want het zijn computers die tellen, gevoelloze machines. We zijn zozeer in cijfers gaan denken dat ons denken nu wordt overgenomen door rekenmachines. We worden onderworpen door een denken dat niet menselijk meer is, maar dat we wel zelf hebben grootgebracht. Het is een koekoeksjong dat we nog altijd voeden, ook al gooit het onze eigen jongen één voor één uit het nest. De coronamaatregelen – die zich aan het menselijke niets gelegen laten liggen – zijn een spiegel waarin we ons eigen, monsterachtig groot geworden, cijferdenken aan het werk zien. Het is geenszins een vreemde die ons aankijkt in die spiegel, maar we herkennen hem niet. Tot voor kort maakte hij nog deel uit van onze eigen ziel, maar daar heeft hij zich uit losgemaakt. Hij is als het ware geboren en staat nu tegenover ons als een nietsontziende dwingeland.

Als antroposoof kennen we allemaal de naam van deze dictatoriale geest. We weten dat het Ahriman is die vandaag in de wereldspiegel verschijnt. We zijn de – bevoorrechte en beklagenswaardige – getuigen van de incarnatie van de Geest der Duisternis, zoals voorspeld door Rudolf Steiner. Op het internet circuleert een filmpje waarin we regeringsleiders van over de hele wereld precies dezelfde formule horen gebruiken: diagnosis, vaccines and treatment. Wie fluistert hen deze woorden in? Wie doet hen als met één stem spreken? Daar komen we waarschijnlijk nooit achter. Ahriman schuwt de openbaarheid, hij werkt achter de schermen. Het is hem om macht te doen, niet om aanzien. De speurtocht naar ‘de schuldige’ heeft dan ook weinig zin, tenzij we hem helemaal ten einde gaan en bij onszelf uitkomen. Want uiteindelijk zijn wij het die Ahriman zijn macht geven, die zijn machtsstreven voeden als de cellen van één groot mensheidslichaam waarvan hij het brein is, een brein dat zich nu tegen het lichaam heeft gekeerd.

Ahriman wil de mensheid onderwerpen en onder controle krijgen omdat hij er afhankelijk van is. Hij wil zijn eigen bestaan zeker stellen, want zijn lot is verbonden met dat van de mens. Zijn grootste angst is dat we hem niet meer nodig zouden hebben, daarom maakt hij zich onmisbaar. Zijn machines en computers zijn de beste slaven die we ons kunnen voorstellen, ze doen zonder morren alles wat we van hen vragen. Maar juist door hun extreme dienstbaarheid worden zij ongemerkt onze meesters. Jonge mensen kunnen niet meer zonder hun smartfoon, ze zijn eraan verslaafd en vertonen afkickverschijnselen als zij hem 10 minuten moeten missen. Maar ook de volwassen wereld kan niet meer zonder computers. In nog geen 50 jaar zijn we allemaal computer-junkies geworden, Ahrimanverslaafden. Aangezien Ahriman zelf de slaaf par excellence is, betekent onze verslaving dat we Ahriman worden, dat we ons zodanig met hem vereenzelvigen dat hij in onze ziel de plaats van ons Ik inneemt.  

Om ons te behoeden voor die bezetenheid, voor die dehumanisering, moeten we ons Ik versterken. En dat doen we door te kijken, door te onderscheiden. Want ons Ik is als een oog: het neemt de geest waar in de materie, en hoe meer moeite het daarvoor moet doen, des te helderder wordt het. In die zin is Ahriman een helper: hij maakt de materie steeds ondoorzichtiger zodat ons Ik zich steeds meer moet inspannen. Maar de helper wordt een vijand wanneer ons Ik de materie niet meer kan doordringen en verduisterd wordt. Het valt dan in onmacht en we weten niet meer wie we zijn. Dat punt hebben we nu bereikt. We ‘zien’ alleen nog atomen, cellen en deeltjes, en in die louter materiële wereld van onzichtbaar kleine dingen is geen plaats meer voor het menselijk Ik. Dat wordt pijnlijk duidelijk nu die wereld-van-het-kleine zich tegen ons keert. We hebben het coronavirus zelf tot een vijand gemaakt door naar Ahriman te luisteren, door hem toe te staan ons Ik te verduisteren en ons gezichtsveld steeds kleiner te maken.

Kijken is een scheppende activiteit, het is het (onbewuste) verbinden van waarneming en denken. Dat denken is langzaam steeds abstracter geworden tot het een cijferdenken werd. Op zich is dat niet erg, integendeel, volgens Rudolf Steiner is wiskundig denken de beste voedingsbodem voor helderziendheid. Het probleem is dat dit cijferdenken zich heeft losgemaakt van de waarneming, het is een eigen leven gaan leiden, een ahrimaans leven. Het is als het ware geboren en tiranniseert nu zijn moeder die dat kwaadaardig geworden denken – dat koekoeksjong – liefheeft als haar eigen kind en er zich helemaal ten dienste van stelt. De rollen zijn met andere woorden omgekeerd: het denken dat zich altijd onderwierp aan de waarneming, onderwerpt nu zelf de waarneming. Het bepaalt wat we zien. We zien steeds meer wat we denken te zien, niet wat er werkelijk is. We zien wat Ahriman wil dat we zien. En dat zien heeft scheppende kracht: de wereld (en ook de mens) wordt zoals we hem zien.

De corona-werkelijkheid is een werkelijkheid die we – zonder het te beseffen – zelf geschapen hebben. De lockdown, waar we niks kunnen aan doen, is een veruitwendiging van wat zich diep in ons bewustzijn afspeelt, en waar we wel iets kunnen aan doen. We leven in een wereld die steeds gewelddadiger, dwingender, onmenselijker en doodser wordt, een wereld die ons tot slaven maakt en ons opsluit in een kooi. Maar we scheppen die wereld zelf, iedere minuut van de dag, door de manier waarop we ernaar kijken. Hij is een spiegel van onze eigen ziel en van de omkering die daar – ongemerkt – heeft plaatsgevonden: de onderwerping van de waarneming door het (dode) denken, van de meester door de slaaf. Die omkering is een wereldhistorisch feit, want in het denken zijn we vrij en met die vrijheid doordringen we nu de waarneming, en daarmee ook de werkelijkheid. Dat wil zeggen, Ahriman doet dat in onze plaats. Hij heeft onze vrijheid gekaapt. Wij doen uit vrije wil wat hij wil.

We kunnen en mogen deze Grote Omkering niet ongedaan maken, want ze was het doel van de hele voorbije mensheidsgeschiedenis. Alles wat wij – en de wereld – tot nog toe hebben doorgemaakt, was gericht op het bereiken van dit keerpunt: de geboorte van de vrije mens, het begin van de bevrijding van de wereld. De wetenschapper wordt kunstenaar: dat is wat zich op het Keerpunt der Tijden in de ziel van de mens afspeelt. Het weten wordt een scheppende, wereldverbeterende kracht. Dat gebeurde voor het eerst op exemplarische wijze in de persoon van Rudolf Steiner, wiens alomvattende weten een scheppende impuls werd op ieder gebied. In hem zagen we de nieuwe, vrije mens geboren worden, de schepper van een nieuwe wereld. Maar tegelijk zagen we ook een ander soort mens geboren worden: de bezeten vernietiger van de oude wereld. Ahriman maakte zich op grote schaal meester van de scheppende krachten van de nieuwe mens en keerde ze om tot vernietigende krachten.

Doordat ons denken steeds abstracter wordt en we ons steeds verder van de werkelijkheid verwijderen, wordt onze waarneming van die werkelijkheid alsmaar zwakker en onduidelijker. Er vallen hiaten in die we instinctief opvullen met gedachten. Aanvankelijk zien we nog het verschil tussen waarneming en gedachten, zoals we ook in films aanvankelijk nog het verschil zagen tussen de gewone (uit de werkelijkheid afkomstige) beelden en de digitaal geconstrueerde (uit een computer afkomstige) beelden. Maar algauw kunnen we die twee niet meer van elkaar onderscheiden. De zintuiglijk waargenomen en de ideëel geconstrueerde werkelijkheid versmelten tot één geheel dat we als objectieve werkelijkheid beschouwen, dat we onvoorwaardelijk geloven en waarnaar we ook handelen. Op die manier dringt Ahriman ongemerkt tot onze wil door en stuurt die in de door hem gewenste richting. Hij nestelt zich bij wijze van spreken in ons oog, en wat in ons oog zit zien we niet, ook al is het zo groot als een balk. 

Door deze manipulering van de waarneming wordt de werking van Ahriman magisch. Hij hypnotiseert de mens en laat hem dingen doen die hij nooit zou doen als hij bij zinnen was. We herkennen deze magische, hypnotiserende werking in de filmkunst: filmbeelden boeien ons, letterlijk en figuurlijk, ze zijn verslavend. Maar het verschil met de beelden die Ahriman ons voor ogen tovert door onze waarneming te infiltreren, is dat we ons tijdens een film bewust blijven van het fictieve karakter van de beelden die we zien. De tijd dat we in paniek de bioscoop uitvluchtten als we op het scherm een trein zagen afkomen, is lang voorbij. We hebben geleerd fictie en werkelijkheid te onderscheiden. Althans in de filmkunst. In het geval van de beelden die Ahriman in ons bewustzijn creëert en die we vervolgens op de werkelijkheid projecteren, hebben we dat nog niet geleerd. We zitten nog in het stadium dat we in paniek raken wanneer er een virus als een trein op ons komt afstormen. 

Wat de hele wereld vandaag doodsbang maakt, is niet het coronavirus zelf, want dat kunnen we niet zien. Wat we zien is een beeld van het virus, het gestyleerde en inmiddels alom bekende beeld van een bol vol uitsteeksels, als een bom uit een stripverhaal van Suske en Wiske. Het is een bijzonder suggestief beeld: als we het virus aanraken ontploft het en zijn we er geweest. Bovendien gaat het vergezeld van de intimiderende cijfers en angstaanjagende voorspellingen van de experts die ons vertellen dat deze onzichtbare vijand miljoenen doden zal maken als we hem niet meteen de oorlog verklaren. Samen zijn beeld en woord zo overtuigend dat we overal het coronavirus menen waar te nemen, zoals Greta Thunberg CO2 kan zien. Het is deze – door Ahriman opgewekte – ‘helderziende’ waarneming die ons in paniek op de vlucht doet slaan. Maar omdat de wereld geen bioscoop is die we kunnen verlaten, vluchtten we ‘in ons kot’ terwijl de overheid ten strijde trekt.

Dat is het beeld dat verschijnt wanneer we het hoofd koel houden en aandachtig kijken naar wat er gebeurt. En we herkennen dat beeld, want het verschijnt telkens weer opnieuw. Toen er op 9/11 een aanslag werd gepleegd op de twin towers sloeg de schrik ons om het hart en werden er drastische maatregelen genomen: de War on Terror begon. Net als in het geval van het coronavirus was het niet de aanslag zelf die tot deze verwoestende oorlog leidde, het waren de beelden van de aanslag. Europa heeft sindsdien heel wat aanslagen gekend, maar geen ervan ontketende een oorlog, om de eenvoudige reden dat er geen beelden waren (of dat ze niet werden getoond). Zonder de beroemde beelden van 9/11, die zowat ieder mens op aarde (vele malen) heeft gezien, had Amerika nooit het Midden-Oosten in brand kunnen steken. Idem voor de Climate War: die brak pas los toen de cijfers van de experten versterking kregen van de filmbeelden uit Al Gore’s An Inconvenient Truth

Hetzelfde gebeurde met het coronavirus. Pas toen de alarmerende cijfers van de experten de hulp kregen van dramatische beelden – beelden van het virus dat een cel binnendrong, beelden van zieken die op de spoeddienst lagen te stikken, beelden van wanhopige artsen en verpleegsters, beelden van lange rijen lijkkisten, beelden van uitgestorven straten en steden – kwam het tot een lockdown. In het bewustzijn van de mensheid rezen nu apocalyptische beelden die hem de stuipen op het lijf joegen en hem luidkeels deden roepen om een overheid die drastische maatregelen nam. Net als na 9/11. Net als na Al Gores film. Dit telkens opnieuw terugkerende beeld – ook na de dood van George Floyd verscheen het weer – is het werk van Ahriman, het is zijn stempel, zijn gezicht. Aan dit beeld kunnen we hem herkennen en het is die herkenning die hem ontwapent. Maar we moeten dat beeld wel zelf maken, we moeten alle puzzelstukjes samenvoegen tot een levend, herkenbaar, sprekend geheel.

Ahriman speelt hoog spel. Door te incarneren en zijn ‘gezicht’ te laten zien, jaagt hij de mensheid de stuipen op het lijf en verleidt haar tot oorlogen waarin ze zichzelf vernietigt. Maar tegelijk laat hij zich kennen door mensen die aandachtig kijken naar wat er gebeurt en zelf doen wat Ahriman anders in hun plaats doet: waarnemingen verbinden met gedachten. Ahriman moet bestreden worden met zijn eigen wapens, we moeten ze hem gewoon uit handen nemen, of beter gezegd: we moeten ophouden ze hem in handen te geven. Want wij zijn het zelf die – uit gemakzucht – ons denken en ons waarnemen aan hem overlaten. Door niet langer zelf te denken en zelf te kijken, geven we de knecht de kans om onze meester te worden. We moeten dus doen wat Ahriman doet, we moeten hem tot voorbeeld nemen, hoe paradoxaal het ook klinkt. We moeten doen wat Rudolf Steiner 100 jaar geleden deed toen hij Ahriman dwong om voor hem te poseren en een portret van hem boetseerde.